Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 07 december 2012, 09:58

Duurzaamheid nog steeds duur, vindt 60% mkb

Bijna 60 procent van het Nederlandse mkb is nog niet overtuigd van het feit dat duurzaamheidsmaatregelen doorgaans meer opleveren dan ze kosten.

20121207 Panteia v01 e1354870657348

Veel kantoorhoudende mkb-bedrijven treffen nog niet of nauwelijks duurzaamheidsmaatregelen. In een nog te publiceren rapport concludeert onderzoeksbureau Panteia dat slechts 40 procent duurzaamheidsdoelstellingen heeft geformuleerd. Bijna drie kwart van de bedrijven doet niets met duurzame energie.

Slechts 40 tot 50 procent van de bedrijven is actief bezig met het verduurzamen van hun wagenpark, hun ICT en het inkoopbeleid. Wel heeft 75 procent maatregelen genomen op het gebied van papierverbruik.

Wel heeft 75 procent maatregelen genomen op het gebied van papierverbruik.

Redenen

Een van de belangrijkste redenen voor het gebrek aan daadkracht is dat bijna 60 procent van het Nederlandse mkb denkt dat duurzaamheidsmaatregelen meer kosten dan ze opleveren.

Zonde, zegt Panteia, want er zijn veel maatregelen die al snel 25 procent aan CO2-uitstoot en energiekosten besparen en in uiterlijk twee jaar zijn terugverdiend.

Andere redenen die bedrijven uit het mkb aanvoeren zijn te weinig druk vanuit de markt: slechts 30 procent is het helemaal eens met de stelling dat klanten steeds meer eisen stellen. Ook ontbreekt bij veel bedrijven kennis over de kosten, baten en terugverdientijd van duurzame maatregelen.

Veel maatregelen besparen al snel 25 procent aan CO2-uitstoot en energiekosten en zijn in uiterlijk twee jaar terugverdiend.

Sleutelrol gemeenten

Panteia wijst vooral op de stimulerende rol die gemeentes kunnen vervullen. Gemeentes kunnen kennis over duurzame maatregelen bundelen, en zo een match vormen tussen vraag en aanbod.

Het benutten van het besparingspotentieel bij bedrijven is ook nuttig voor gemeentes zelf: verduurzaming kan bijdragen aan hun eigen duurzaamheidsambities.

Foto: Raúl G. Huergo

‘Bioplastic geen panacea’

’s Werelds grootste frisdrankproducenten Coca-Cola en PepsiCo hebben ambitieuze groene ambities. Beiden willen in de toekomst over te stappen op flessen gemaakt van 100 procent bioplastic. Pepsi is druk bezig met het ontwikkelen van een fles volledig gemaakt uit biobased grondstoffen zoals switch grass, pijnboomschors en plantaardige vliezen. Ook Coca-Cola is druk bezig met het ontwikkelen van een duurzame fles. Het Nederlandse Avantium speelt daarbij een hoofdrol. De grootste uitdaging voor beide bedrijven is om de volledig natuurlijke flessen commercieel uit te rollen.“Het is al mogelijk om een paar honderd voorbeelden te ontwikkelen in een laboratorium”, aldus Ulrike Sapiro, duurzaamheidsdirecteur bij Coca-Cola. “Maar als je een paar miljoen of miljard flessen wil, heb je een commercieel haalbare oplossing nodig. Dit is de grote uitdaging op dit moment”.ZorgenMilieuactivisten maken zich zorgen. Volgens Robbie Blake, activist bij Friends of the Earth Europe zorgen bioplastics net als biobrandstoffen voor  “dezelfde controversen”. Hij denkt daarbij aan overconsumptie van land en de schadelijke manier van landbouw bedrijven voor de massaproductie van natuurlijke grondstoffen. Men is vooral bang dat landbouwgrond voor bioplastic-gewassen ten koste gaat van de voedselproductie.Hasso von Pogrell,van European Bioplastics, een branchevereniging waar onder meer chemiebedrijven DuPont en BASF bij aangesloten zijn, denkt dat de gevolgen van bioplastics allemaal wel mee zullen vallen. “Vergeleken met de totale markt voor plastic is bioplastic een snelgroeiende markt, maar wel een nichemarkt.” Von Pogrell denkt dat de wereldwijde productiecapaciteit zal toenemen van zo’n 1 miljoen ton tot jaarlijks 6 miljoen ton tegen 2016. Als je dit bekijkt in termen van het marktaandeel van de totale plastic markt is dit een toename van minder dan 1 procent naar zo’n 2 procent.Von Pogrell ontkent niet dat de toenemende productie van bioplastics gevolgen zullen hebben voor landgebruik. “Er is natuurlijk een correlatie, hoe meer bioplastics je gebruikt, hoe meer gewassen je uiteindelijk nodig hebt om deze te maken”. Toch denkt Von Pogrell dat de gevolgen beperkt zullen zijn. Zelfs al zou de hele plasticmarkt overgaan naar bioplastics, dan zou slechts 5 procent van landbouwland nodig zijn om aan de vraag te voldoen.Groter debatDe cijfers die Von Pogrell presenteert zijn geen reden tot alarm. Toch zijn de zorgen van milieuactivisten niet helemaal ongegrond. Net als bij biobrandstoffen zijn mensen gauw geneigd in bioplastics een soort panacea te zien. Bij biobrandstoffen kwamen echter vele onverwachte bijwerkingen om de hoek kijken. Het is goed om de discussie over de bio-economie gaande te houden totdat de grotere gevolgen voor landgebruik en landbouw geanalyseerd zijn.Bron: EuractivFoto: Coca-Cola