Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 29 april 2013, 11:05

E.On: ‘ETS cruciaal voor businesscase duurzaamheid’

4586888887 cf15082ac1 b e1367226288756

De topman van E.On constateert dat Europa’s klimaataanpak het laatste decennium stagneert. Oorzaak: de niet werkende CO2-markt, die snel aangepakt moet worden.

De CO2-markt – ook wel het Emission Trading System (ETS) genoemd – is Europa’s belangrijkste stimulerende middel om bedrijven tot verduurzaming aan te zetten. Een overschot aan CO2-rechten veroorzaakt echter een te lage prijs, waardoor bedrijven geen prikkel hebben om te verduurzamen. Deze maand kreeg het systeem een extra klap doordat het Europees Parlement tegen noodzakelijke hervormingen stemde.

Johannes Teyssen, topman van het Duitse energiebedrijf E.On, vergelijkt de Europese CO2-markt met een patiënt die op zijn sterfbed ligt. “Of we genezen hem snel, of hij sterft”, zegt hij in een interview met dagblad Süddeutsche Zeitung. Een sterfgeval zal volgens Teyssen onvoorspelbare negatieve gevolgen hebben, en niet alleen voor het klimaat.

Voor investeerders zal het niet langer interessant zijn om geld in schone technologieën te stoppen, zegt Teyssen. “Geld zal terugstromen naar economische activiteiten die tot het verleden zouden moeten behoren.” Teyssen ontkend dat hij het ETS vanuit concurrentieoverwegingen steunt. Rivaal RWE maakt namelijk energie van bruinkool, dat bij een werkend ETS duur zal worden. “Onzin. Het gaat niet om het kwetsen van de concurrentie.”

Als het ETS niet hersteld kan worden, is er volgens Teyssen nog een optie over: “Dan hebben we een belasting [op CO2] nodig die landen zelf kunnen introduceren.” Het Verenigd Koninkrijk is al bezig met het opzetten van zo’n belasting.

Bron: Reuters

Foto: Guy Gorek

Stanford: ‘Zonnepanelen geven eindelijk meer energie dan ze kosten’

De snelle groei van de zonnecel-industrie in het laatste decennium, bedoeld om bij te dragen aan vermindering van het broeikaseffect, heeft mogelijkerwijs bijgedragen aan extra opwarming van de aarde. Dit komt door de enorme hoeveelheid vereiste energie, voornamelijk afkomstig van fossiele brandstoffen, die gebruikt werd voor de productie van de miljoenen zonnepanelen. Aan deze ironie komt, volgens onderzoekers van de goed aangeschreven Stanford University, een einde. Eindelijk bijdrage Voor het eerst sinds de start van de industrie in de jaren '70 overstijgt de hoeveelheid zonnestroom die wereldwijd geproduceerd wordt de hoeveelheid die benodigd is voor de fabricatie van nieuwe panelen. Daarmee beginnen we de opgebouwde schuld in te lossen, stelt Michael Dale, postdoc aan Stanford’s Global Climate & Energy Project. Met voortzetting van de technologische vooruitgang zou de wereldwijde industrie zijn energieschuld op zijn vroegst in 2015, maar zeker niet later dan 2020 kunnen aflossen. “Onze analyse toont aan dat de industrie positieve vooruitgang boekt”, zegt Dale, die een nieuwe manier ontwikkelde voor het beoordelen van de globale progressie van de industrie in een artikel voor Environmental Science & Technology. “Ondanks de fantastisch snelle groei beginnen zonnecellen nu pas netto energie op te leveren voor de samenleving.” Strategische consequenties Wanneer de huidige groeicijfers aanhouden zal tegen 2020 zo’n 10 procent van de wereldwijde energiebehoefte kunnen worden voorzien door PV-panelen. Het produceren en installeren van nieuwe panelen zou, met de hedendaagse techniek, ongeveer 9 procent van de wereldwijd geproduceerde energie consumeren. Echter, als de huidige ontwikkelingscurve zich doorzet dan zou tegen 2020 nog maar zo’n 2 procent van de wereldwijd geproduceerde energie benodigd zijn. Dit gebeurt echter alleen als we speciale aandacht besteden aan het reduceren van de benodigde energie voor productie. De energiekosten van deze industrie verschillen significant van zijn financiële kosten. De industrie is nu echter voornamelijk gericht op reductie van financiële kosten. De benodigde tijd voor het inlossen van de energieschuld kan aanzienlijk verkort worden wanneer er meer aandacht wordt besteed aan waar de panelen geplaatst worden. Dale: ”Op dit moment is 40 procent van alle zonnepanelen wereldwijd in Duitsland geïnstalleerd, maar er zijn zonnigere plekken op de wereld. Dus vanuit het perspectief van het systeem zou het beter zijn deze panelen te plaatsen waar ze het hoogste rendement kunnen behalen gedurende hun levenscyclus.” Foto: Walmart Corporate via Flickr.com Bron: Stanford News