Private winsten die gepaard gaan met maatschappelijke kosten waar samenlevingen de prijs voor betalen: het is één van de hardnekkigste problemen van de moderne economie. Dat blijkt ondubbelzinnig uit een maandag verschenen rapport van de Impact Economy Foundation, in samenwerking met Singapore Management University en het Impact Institute.
De korte conclusie: de twintig grootste beursgenoteerde bedrijven in Europa zouden per saldo verliesgevend zijn, als je alle verborgen kosten die ze veroorzaken, meeneemt in de kostprijzen. Energiebedrijven zoals Shell en Total Energies scoren wat betreft de afgewentelde maatschappelijke kosten wel slechter dan bijvoorbeeld tech- en IT-bedrijvan als Siemens en SAP.
Dit betekent niet noodzakelijk dat we beter af zijn zonder grote multinationals. Het True Profits Assessment Report laat vooral zien dat duurzame technologieën en productieprocessen op achterstand staan door oneigenlijke voordelen voor ondernemingen die kosten afwentelen op de samenleving. Van groene chemie en groen staal, tot plantaardige eiwitten: duurzame alternatieven hebben het zwaar in de concurrentiestrijd met meer vervuilende producten.
Door negatieve impact te beprijzen en positieve impact te belonen, kan Europa haar concurrentievermogen versterken, luidt een van de conclusies uit het rapport.
Duurzame oplossingen ruimte bieden met eerlijke beprijzing
‘Europa heeft geen gebrek aan duurzame oplossingen. Het ontbreekt aan een markt die ze beloont’, zegt Werner Schouten, co-auteur van het rapport en directeur van de Impact Economy Foundation. ‘Zolang maatschappelijke kosten niet worden beprijsd, zullen duurzame technologieën en bedrijfsmodellen moeite hebben om op te schalen.’
De kloof tussen de feitelijke winst van de twintig grootste Europese beursbedrijven en kosten die onbeprijsd blijven, is daar een illustratie van. Het rapport laat zien dat de gezamenlijke nettowinst van deze bedrijven (209 miljard euro) bij ‘true pricing’ zou omslaan in een totaal verlies van 19 miljard euro.
Anders gezegd: 228 miljard euro aan sociale- en milieukosten ontbreekt in de boekhouding.
Als je die 228 miljard euro aan ongedekte kosten afzet tegen de omzet van de twintig bedrijven, blijft per euro omzet bijna 16 cent aan maatschappelijk kosten onbeprijsd.
In het diagram hieronder is op horizontale as per bedrijf de negatieve ‘societal cost margin‘ weergegeven; op de verticale as staat de operationele winstmarge. ‘Het doel moet zijn om bedrijven te bewegen richting lagere niet-verrekende maatschappelijke kosten, terwijl de operationele marges robuust blijven’, schrijven de auteurs van het rapport. Dat betekent dat bedrijven in het diagram hieronder een horizontale beweging naar rechts moet maken.

Credits: True Profits Assessment Report (2026)
Belasting voor bedrijven om maatschappelijke kosten zichtbaar te maken
Om verduurzaming van Europese bedrijven te stimuleren doet het rapport enkele aanbevelingen. Op Europees niveau zou een zogenoemde ‘True Profit Tax’ bedrijven via de vennootschapsbelasting zwaarder moeten belasten, voor zover hun activiteiten verborgen sociale- en milieukosten meebrengen. Dat zou een sterke prikkel geven om productieprocessen te verduurzamen.
De Europese Unie belast klimaatkosten deels via het emissiehandelssysteem ETS, maar dat dekt niet de volledige externe kosten die bedrijven veroorzaken. ‘True Profit heeft als doel inzicht te geven in de totale omvang van de externaliteiten en corrigeert daarom niet voor betaalde ETS-rechten. Bij het invoeren van prijsprikkels is het natuurlijk wel verstandig om dubbelbeprijzing te voorkomen en te corrigeren voor bestaande ETS-uitgaven’, zegt Schouten.
Het effectief belasten van sociale- en milieukosten vereist wel dat de Europese CO2-heffing aan de grens (CBAM) wordt uitgebreid. Dat kan ervoor zorgen dat biodiversiteitsschade, vervuiling en schade door materiaalwinning van importproducten effectiever worden belast. Op die manier kunnen Europese bedrijven op de eigen markt eerlijk concurreren met bedrijven van buiten Europa.
Het rapport pleit ook voor het goedkoper maken van investeringen met een positieve impact door de leenkosten van dergelijke investeringen te verlagen. Tot slot zouden duurzaamheidsinvesteringen boekhoudkundig gezien als activa op de balans moeten staan en niet als kosten in de winst- en verliesrekening. Dat zou een betere weerspiegeling zijn van het langetermijnkarakter van dergelijke investeringen.
Lees ook:
- Europese CO2-heffing aan de grens: 5 vragen over de nieuwe CBAM-regels voor milieubelastende producten
- Hoe houdt Nederland zijn basischemie groen, circulair én winstgevend? Overheid en bedrijven moeten samen aan de bak
- Deze Nederlandse oplossing voor recyclen composiet van windturbines en boten wordt op industriële schaal toegepast




