Jeroen de Boer
30 maart 2026, 15:45

Europa kan duurzame kampioen worden, als onbelaste milieuimpact en sociale kosten een échte prijs krijgen

Wat blijft er over van bedrijfswinsten, als je rekening houdt met maatschappelijke kosten voor mens en milieu? Bij de twintig grootste beursgenoteerde beursbedrijven in Europa is het antwoord per saldo: niets.

winst bedrijven externaliteit kosten sociaal milieu true profits | Credits: Unsplash.com / Curated Lifestyle

Private winsten die gepaard gaan met maatschappelijke kosten waar samenlevingen de prijs voor betalen: het is één van de hardnekkigste problemen van de moderne economie. Dat blijkt ondubbelzinnig uit een maandag verschenen rapport van de Impact Economy Foundation, in samenwerking met Singapore Management University en het Impact Institute.

De korte conclusie: de twintig grootste beursgenoteerde bedrijven in Europa zouden per saldo verliesgevend zijn, als je alle verborgen kosten die ze veroorzaken, meeneemt in de kostprijzen. Energiebedrijven zoals Shell en Total Energies scoren wat betreft de afgewentelde maatschappelijke kosten wel slechter dan bijvoorbeeld tech- en IT-bedrijvan als Siemens en SAP.

Dit betekent niet noodzakelijk dat we beter af zijn zonder grote multinationals. Het True Profits Assessment Report laat vooral zien dat duurzame technologieën en productieprocessen op achterstand staan door oneigenlijke voordelen voor ondernemingen die kosten afwentelen op de samenleving. Van groene chemie en groen staal, tot plantaardige eiwitten: duurzame alternatieven hebben het zwaar in de concurrentiestrijd met meer vervuilende producten.

Door negatieve impact te beprijzen en positieve impact te belonen, kan Europa haar concurrentievermogen versterken, luidt een van de conclusies uit het rapport.

Duurzame oplossingen ruimte bieden met eerlijke beprijzing

‘Europa heeft geen gebrek aan duurzame oplossingen. Het ontbreekt aan een markt die ze beloont’, zegt Werner Schouten, co-auteur van het rapport en directeur van de Impact Economy Foundation. ‘Zolang maatschappelijke kosten niet worden beprijsd, zullen duurzame technologieën en bedrijfsmodellen moeite hebben om op te schalen.’

De kloof tussen de feitelijke winst van de twintig grootste Europese beursbedrijven en kosten die onbeprijsd blijven, is daar een illustratie van. Het rapport laat zien dat de gezamenlijke nettowinst van deze bedrijven (209 miljard euro) bij ‘true pricing’ zou omslaan in een totaal verlies van 19 miljard euro.

Anders gezegd: 228 miljard euro aan sociale- en milieukosten ontbreekt in de boekhouding.

Als je die 228 miljard euro aan ongedekte kosten afzet tegen de omzet van de twintig bedrijven, blijft per euro omzet bijna 16 cent aan maatschappelijk kosten onbeprijsd.

In het diagram hieronder is op horizontale as per bedrijf de negatieve ‘societal cost margin‘ weergegeven; op de verticale as staat de operationele winstmarge. ‘Het doel moet zijn om bedrijven te bewegen richting lagere niet-verrekende maatschappelijke kosten, terwijl de operationele marges robuust blijven’, schrijven de auteurs van het rapport. Dat betekent dat bedrijven in het diagram hieronder een horizontale beweging naar rechts moet maken.

Credits: True Profits Assessment Report (2026)

Belasting voor bedrijven om maatschappelijke kosten zichtbaar te maken

Om verduurzaming van Europese bedrijven te stimuleren doet het rapport enkele aanbevelingen. Op Europees niveau zou een zogenoemde ‘True Profit Tax’ bedrijven via de vennootschapsbelasting zwaarder moeten belasten, voor zover hun activiteiten verborgen sociale- en milieukosten meebrengen. Dat zou een sterke prikkel geven om productieprocessen te verduurzamen.

De Europese Unie belast klimaatkosten deels via het emissiehandelssysteem ETS, maar dat dekt niet de volledige externe kosten die bedrijven veroorzaken. ‘True Profit heeft als doel inzicht te geven in de totale omvang van de externaliteiten en corrigeert daarom niet voor betaalde ETS-rechten. Bij het invoeren van prijsprikkels is het natuurlijk wel verstandig om dubbelbeprijzing te voorkomen en te corrigeren voor bestaande ETS-uitgaven’, zegt Schouten.

Het effectief belasten van sociale- en milieukosten vereist wel dat de Europese CO2-heffing aan de grens (CBAM) wordt uitgebreid. Dat kan ervoor zorgen dat biodiversiteitsschade, vervuiling en schade door materiaalwinning van importproducten effectiever worden belast. Op die manier kunnen Europese bedrijven op de eigen markt eerlijk concurreren met bedrijven van buiten Europa.

Het rapport pleit ook voor het goedkoper maken van investeringen met een positieve impact door de leenkosten van dergelijke investeringen te verlagen. Tot slot zouden duurzaamheidsinvesteringen boekhoudkundig gezien als activa op de balans moeten staan en niet als kosten in de winst- en verliesrekening. Dat zou een betere weerspiegeling zijn van het langetermijnkarakter van dergelijke investeringen.

Lees ook:

'Kantoor vol Afval' bewijst dat circulair renoveren gewoon kan

Een verlaten defensiekazerne in Valkenburg transformeren tot moderne kantoorruimtes, waarbij zo veel mogelijk van al het oude materiaal wordt hergebruikt in de nieuwe bestemming. In de podcast Mastering Transitions van Change Inc. en nlmtd vertelt Popma, partner bij bureau PTSA, over Kantoor vol Afval, een rennovatieproject in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf. Popma was een van de prijswinnaars van de Transition Awards vorig jaar.‘Het uitgangspunt was om dit project binnen de reguliere manier van werken voor elkaar te krijgen’, zegt Popma. ‘Binnen reguliere budgetten volgens de kwaliteitseisen van een rijkskantoor. Nauwelijks nieuwe materialen De aanpak was zowel pragmatisch als ambitieus, legt Popma uit. Geen vaste percentages voor hergebruik, maar een plafondbudget en de opdracht om vijftien circulaire oplossingen te realiseren; van binnenwanden tot installaties. En met succes: ‘We hebben echt nauwelijks nieuwe materialen gebruikt’ zegt Popma. ‘Alleen waar veiligheid of techniek het vereiste.’De innovatieve aanpak zat niet alleen in het hergebruik van materialen. Net zo belangrijk was het betrekken van alle experts die een bijdrage aan de renovatie leverden, van constructeurs tot installatieadviseurs. ‘Iedereen hebben we per fase moeten meenemen in de keuzes die we maakten. Eigenlijk hebben we heel veel mensen bij dit project intern opgeleid. Zodat zij dit weer in volgende projecten kunnen toepassen.’Dat bleek cruciaal, want weerstand kwam op onverwachte momenten. Bijvoorbeeld toen het gebouw verhuurd moest worden. ‘Dan ontstaat er twijfel: hoe verkoop je dit verhaal?’ Maar juist daar lag volgens Popma ook de kans om anderen te overtuigen van de kwaliteit van een circulair renovatieproject. Maak van CO2-impact een eis Wat is er volgens Popma voor nodig om van circulariteit in de bouw het nieuwe normaal te maken? ‘Het flauwe antwoord is regelgeving. Zolang CO2-impact geen harde eis is, blijven de prikkels beperkt. Eigenlijk is het heel gek dat die regelgeving er niet is, terwijl er wel een handtekening onder het Klimaatakkoord staat.’Zijn advies aan vastgoedeigenaren die een circulair renovatieproject overwegen: begin bij wat er al staat. ‘Snap je gebouw, knip het project op en stel prioriteiten waar je de meeste impact kunt maken. Ga niet in het wilde weg materialen verzamelen, maar begin met een goed ontwerp en ga op zoek naar wat je echt nodig hebt.’Benieuwd naar de hele podcast? Luister die hieronder. Transition 2026 Kantoor vol Afval was één van de winnaars van de Transition Awards die vorig jaar werden uitgereikt tijdens Transition2025. Op 23 juni is het tijd voor de editie van dit jaar: Transition2026. Het event van Change Inc. brengt de sleutelfiguren in bedrijven bijeen om versnelling te realiseren waar het ertoe doet. Wil je erbij zijn? Koop dan hier een ticket. Wil je je aanmelden voor de Transition Awards dit jaar? Lees meer informatie over de voorwaarden of schrijf je hier meteen in.Bekijk hier de eerste aflevering van de podcastserie:De auto als energiecentrale: Utrecht laat al zien dat het kan Waarom de klimaatcrisis de ultieme stresstest is voor onze veiligheid Elektrisch vliegen: het echte potentieel ligt bij korte Europese vluchten