Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 20 september 2017, 09:02

Expertpanel: De kracht van aandeelhouders in een duurzame bedrijfsvoering

Leeft duurzaamheid al een beetje in de wereld van aandeelhouders? En zo ja, hebben zij eigenlijk wel de macht om duurzame bedrijfsvoering af te dwingen? Rendeert duurzaamheid voor aandeelhouders? En welke tools hebben ze om de transitie naar een duurzame economie te stuwen? DuurzaamBedrijfsleven legde deze vragen voor aan drie experts: Mathijs Bouman (journalist en econoom), Vicky van Heck (VBDO) en Mark van Baal (Follow This).

Hero

Door Chris Thijssen en Hidde Middelweerd

Mathijs Bouman, journalist en econoom

“Activistisch aandeelhouderschap is op z’n retour. De tijd dat aandeelhouders de hand van een bedrijf forceerden, om maar zoveel mogelijk rente te kunnen pakken, is voorbij. Niemand ziet daar nog een logische beleggingsstrategie in. Steeds meer beleggers leggen de focus juist op de lange termijn. Kijk naar pensioenfondsen: daar is de echte doelstelling om pensioenen uit te keren, ook over twintig jaar. Daar heb je gezonde, winstgevende bedrijven voor nodig, met een duidelijke strategie op de lange termijn.”

"Het is hip om een brede blik op de wereld en het milieu te hebben"

“Naast financieel rendement, wordt maatschappelijk rendement steeds belangrijker in de beleggingswereld. Je ziet dat pensioenfondsen en verzekeraars steeds meer en vaker de focus op duurzaamheid leggen. Tegelijkertijd verwacht ik daar niet veel van. Ik zie pensioenfondsen niet in de bres springen om bedrijven een duurzamere koers te laten varen. Die gaan geen rendement op de korte termijn laten schieten om een lange termijnstrategie op het gebied van duurzaamheid te forceren.”

“Ik geloof ook niet dat aandeelhouders met een duurzame agenda een directe invloed hebben op de koers die bedrijven varen. Ik ben in ieder geval nog geen praktijkvoorbeeld tegengekomen waar dat gelukt is. Die invloed ligt gewoon bij de CEO’s en CFO’s van deze wereld. Waar aandeelhouders wel invloed op hebben, zijn de omgevingsfactoren die een sfeer van verandering binnen een bedrijf creëren. Het is hip om een brede blik op de wereld en het milieu te hebben. Die sfeer, die gedachte, kunnen aandeelhouders heel goed binnen een bedrijf laten heersen.”

Vicky van Heck, senior projectmanager duurzaam ondernemen, VBDO

“Wat mij betreft is duurzaamheid heel goed verenigbaar met waarde voor aandeelhouders en beleggers. Verschillende studies tonen aan dat duurzaam beleggen op de lange termijn rendeert en juist waarde creëert voor aandeelhouders. Een aantal aandeelhouders is echter nog gericht op snel rendement maken, waarbij niet het totale plaatje van een bedrijf wordt meegenomen.”

“Om dat te veranderen, moet veel meer naar voren komen wat de voordelen van duurzaamheid en een langetermijnstrategie zijn voor het bedrijf zelf. Dat vergt onder meer een betere communicatie richting de aandeelhouders. Daarnaast kunnen (institutionele) beleggers, die duurzaamheid wel hoog in het vaandel hebben staan, meer gaan staan voor wat zij vinden. Zo kunnen ze de rest meenemen.”

"Duurzaamheid is een vorm van risicomanagement, zowel qua reputatie als rendementsoverweging"

“Er is wel sprake van een verschuiving. Een groter deel, zeker bij de institutionele beleggers, besteedt aandacht aan duurzaamheid. Zo hebben veel grote pensioenfondsen selectiecriteria op het gebied van milieu-, sociale en governance-onderwerpen. Die trend zien we zeker. Deze partijen worden niet alleen door rendement gedreven, maar ook door andere waardes. Een duurzamer beleggingsbeleid past bijvoorbeeld goed bij hun eigen doelstellingen en bij de vragen van het publiek over waarom zij niet duurzamer gaan beleggen.”

“Daarnaast is duurzaamheid een vorm van risicomanagement, zowel qua reputatie als rendementsoverweging. Bij duurzame bedrijven vinden minder schandalen plaats en wordt meer aandacht besteed aan goede bedrijfsvoering. In een dergelijk bedrijf beleggen, brengt dus minder risico met zich mee. Bovendien leidt duurzaamheid vaak tot innovatie, wat nieuwe businesskansen genereert. Ook dat is aantrekkelijk voor beleggers.”

“Het is erg ambitieus om te zeggen dat duurzaam beleggen over vijf jaar mainstream is, maar wat mij betreft is dit niet onmogelijk. Het is noodzakelijk dat beleggers het aandurven om stappen te nemen en duidelijke consequenties te verbinden aan het niet voldoen aan duurzaamheidscriteria. Bovendien heeft de jongere generatie beleggers een groter bewustzijn van de impact van bedrijven en beleggers op onze leefomgeving. Zij kunnen de verschuiving helpen versnellen.”

Mark van Baal, oprichter van Follow This

“De focus in het bedrijfsleven ligt vaak teveel op de korte termijn. Dat komt deels door activistische aandeelhouders, die daarop aansturen. Natuurlijk moeten bedrijven elk kwartaal dividend hebben, maar dat weerhoudt je er niet van om ook op de lange termijn te investeren. Aandeelhouders moeten bedrijven juist stimuleren om een lange termijnstrategie te formuleren en, belangrijker nog, ook vast te houden. Een dergelijk beleid kan per definitie alleen maar duurzaam zijn.”

"Steeds meer aandeelhouders vragen om een concreet plan en een concrete strategie"

“Idealiter bedenkt een onderneming een lange termijnstrategie, om aandeelhouders daar vervolgens van te overtuigen. Maar als dat niet gebeurt, moet het andersom. Daarom besloot ik in 2015 ook om Follow This op te richten. Als journalist schreef ik regelmatig over de noodzaak voor bedrijven als Shell om een dergelijke strategie te formuleren, maar er gebeurde niets. Ik vroeg me af: naar wie luistert Shell wel? Dat zijn aandeelhouders.”

“Aandeelhouders hebben namelijk wel degelijk invloed op de bedrijfsvoering van een onderneming. In 2015 sprak Shell bijvoorbeeld niet over duurzame energie en investeerde er al helemaal niet in. Nu staat het op de agenda. Dat komt deels doordat Shell steeds meer druk voelt van zijn beleggers. Steeds meer aandeelhouders vragen om een concreet plan en een concrete strategie. Dat betekent voor Shell dat het aan de bak moet, om deze aandeelhouders binnenboord te houden. Daar gaat natuurlijk een enorme kracht van uit.”

Wetenschappers rekenen businesscase elektriciteit uit WC-papier voor

Gebruikt toiletpapier wordt niet vaak als iets waardevols gezien. De meeste mensen denken er liever helemaal niet aan. Toch is het rijk aan koolstof; het bestaat namelijk voor 70 tot 80 procent uit cellulose op droge basis.Gebruikt toiletpapier biedt daardoor een geweldige mogelijkheid om kringlopen te sluiten, grondstoffen efficiënter toe te passen en een volwaardige circulaire economie tot stand te brengen. Voor de scheikundigen van de UvA is het gebruik van toiletpapier voor de opwekking van elektriciteit daarom 'het ultieme afvalhergebruikconcept', meldt de UvA in een persbericht.Hernieuwbare grondstoffenVeel hernieuwbare grondstoffen kennen pieken in de beschikbaarheid. Stengels van planten kunnen worden hergebruikt, maar uitsluitend na de oogst; zonlicht is alleen overdag beschikbaar, en de wind is net zo voorspelbaar als het weer. Gebruikt toiletpapier vormt echter een continu beschikbare grondstof.Gemiddeld produceren mensen in West-Europese landen 10 tot 14 kilo gebruikt toiletpapier per jaar. Het hoopt zich op in filters van gemeentelijke rioleringen en vormt een bescheiden maar significant aandeel van het gemeentelijke afval. Alleen de regio Amsterdam genereert al zo'n 10.000 ton gebruikt toiletpapier per jaar, genoeg om 6.400 huishoudens van stroom te voorzien.Gebruikt toiletpapier kan omgezet worden in elektriciteit door de vergassing van gebruikt toiletpapier, gevolgd door blootstelling aan lucht in een vasteoxidebrandstofcel met hoge temperatuur.Amsterdam en Utrecht hebben samen een onderzoeksproject opgezet, dat onder leiding stond van de UvA-hoogleraren Gadi Rothenberg en Bob van der Zwaan van het Van ‘t Hoff Institute for Molecular Sciences van de UvA. Zij stelden een eenvoudig proces in de twee stappen voor om gebruikt toiletpapier in elektriciteit om te zetten, waarbij zij een directe route creëerden van ongewenst afval naar een nuttig product. Masterstudent Els van der Roest onderzocht de mogelijkheid om apparatuur voor deze twee stappen te combineren.HaalbaarheidHet project had tot doel de haalbaarheid van een dergelijk systeem bij een volume van 10.000 ton toiletpapier per jaar te beoordelen. Dit leidde tot een elementair procesontwerp, een algehele energiebalans en een economische studie voor dit concept. Gegevens voor de experimenten en berekeningen werden verkregen in samenwerking met het afvalenergiebedrijf (AEB) van Amsterdam.Het algehele elektrische rendement bedraagt 57 procent, wat vergelijkbaar is met een gasgestookte warmtekrachtcentrale. De kapitaalkosten van het systeem zijn echter relatief hoog, voornamelijk door de kosten van de investeringen in brandstofcellen. Deze zullen echter naar verwachting dalen naarmate de markt voor brandstofcellen zich verder ontwikkelt. De onderzoekers verwachten dat door de leereffecten het systeem in de toekomst concurrerender kan worden.Tot op heden heeft zich echter nog geen enkele Nederlandse onderneming of gemeente bereid verklaard om geld te steken in de verdere ontwikkeling van deze techniek. Het team overweegt nu zijn concept in het buitenland aan de man te brengen: “Wellicht zal de eerste centrale die deze techniek toepast, in China worden gebouwd”, aldus Rothenberg.Bron: UvA | Foto: Ruggiero Scardigno/Shutterstock