Sebastian Maks
15 juli 2024, 15:07

Gastland COP29 kondigt klimaatfonds aan dat door fossiele bedrijven gevuld moet worden

COP-gastland Azerbeidzjan heeft plannen aangekondigd voor een klimaatfonds dat wordt gespekt met inkomsten van oliebedrijven. Met de volgende klimaattop in het vooruitzicht, wil het land minimaal 500 miljoen dollar (ongeveer 460 miljoen euro) mobiliseren voor duurzame projecten.

Getty Images 2155378034 Links de vorige COP28-voorzitter Sultan Al Jaber, rechts president van Azerbeidzjan Ilham Aliyev. | Credits: Getty Images

Het bij elkaar sprokkelen van nationale klimaatfinanciering verloopt al sinds jaar en dag moeizaam. In 2021 spraken VN-landen af om 100 miljard dollar per jaar beschikbaar te stellen voor het tegengaan van klimaatschade in ontwikkelingslanden. Volgens schattingen is die doelstelling pas vorig jaar gehaald, terwijl er eigenlijk veel meer geld nodig is. In 2022 spraken de lidstaten af om een specifiek ‘loss and damages fund’ op te richten met hetzelfde doel. Maar voor dat fonds werden pas een jaar later, tijdens de Dubai-COP in 2023, bedragen toegezegd. Of die bedragen inmiddels daadwerkelijk zijn overgeboekt, is niet bekend.

Fonds met oliegeld

Komende november vindt de volgende klimaattop (COP29) plaats in Azerbeidzjan. En ook daar zal hoogstwaarschijnlijk het onderwerp klimaatfinanciering hoog op de agenda staan. In aanloop naar COP29 is Azerbeidzjan naar verluidt bezig geweest met het uitwerken van een speciale heffing voor olieproducerende bedrijven. Fossiele bedrijven zouden met het voorstel verplicht een specifiek percentage van hun omzet moeten afstaan aan klimaatgerichte investeringsfondsen. Volgens Reuters heeft dit voorstel het uiteindelijk niet gehaald omdat andere lidstaten tegenstribbelden.

Wel heeft Azerbeidzjan inmiddels een vrijblijvender initiatief aangekondigd. Namelijk: het ‘climate investment fund for future’. Dit is een fonds waar uiteindelijk zo’n 460 miljoen euro in moet vloeien, waarvan een gedeelte afkomstig is van olieproducenten. Initieel gaat het om het bedrijf Socar, een Azerbeidzjaanse oliegigant. Maar het doel is om ook andere fossiele producenten aan te haken. Die kunnen ervoor kiezen om willekeurige bedragen in het fonds te storten, of alsnog een bepaald percentage van hun omzet.

Schatkist

Azerbeidzjan is als ‘host’ van de volgende klimaattop niet uitgesloten van kritiek. Het land is namelijk, net als de Verenigde Arabische Emiraten (de vorige gastheer), een oliestaat. Er wordt door sommige partijen getwijfeld of je met zo’n rol wel een geloofwaardige kandidaat bent om vergaand beleid op te stellen tegen klimaatverandering. De schatkist van Azerbeidzjan wordt immers voor een groot deel gevuld met inkomsten uit fossiele energiebronnen. Dat beeld werd versterkt toen president Ilham Aliyev de nationale olie- en gasreserves omschreef als een godsgeschenk waar nog jaren gebruik van gemaakt zal moeten worden.

Brug slaan

Toch kan de geschiedenis als oliestaat ook voordelen opleveren bij een COP. Het kan bijvoorbeeld leiden tot betere dialogen met tegenstribbelende lidstaten, waardoor er ambitieuzere deals op tafel komen. Na de vorige klimaattop zei
Piet Sprengers, duurzaamheidsexpert bij ASN Bank, daarover tegen Change Inc.: “Je moet hopen dat zo’n land (de Verenigde Arabische Emiraten, red.) een brug kan slaan naar de grootste dwarsliggers, Saudi-Arabië bijvoorbeeld. Uiteindelijk is dat misschien ook wel gebeurd.”

Lees ook:

100 jaar oude tarwesoorten kunnen de volgende generaties voeden

Tarwe is een van de meest geteelde gewassen ter wereld. Het levert meer dan twintig procent van het totale aantal calorieën dat wij via onze dagelijkse voeding binnen krijgen. Door klimaatverandering kan de toekomstige tarweopbrengst wel eens veel lager uitvallen, terwijl de wereldbevolking doorgroeit. Veredeling De tarwe die we tegenwoordig eten, is afgeleid van wilde variëteiten die werden geteeld in het Midden-Oosten. Met de tijd werden deze oorspronkelijke soorten steeds een beetje aangepast. Traditionele tarwerassen werden zo veredeld dat ze sneller groeiden en meer opleverden. Planten met eigenschappen die toen als niet waardevol werden beschouwd, werden afgedankt en niet meer onderhouden. Daar ondervinden we nu de gevolgen van. De verloren tarweplanten zijn namelijk van groot belang voor gewasveredelaars en voedingswetenschappers. Ze zijn onderdeel van de genetische toolkit die nodig is om nieuwe soorten te ontwikkelen. Watkins-collectie Dankzij de collectie van Watkins zijn deze jarenoude tarwezaden bewaard gebleven. Daarmee kunnen nieuwe tarweplanten worden ontwikkeld die beter bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Denk aan zware regenval, maar ook periodes van droogte. Met behulp van de oude verzameling worden al nieuwe stammen ontwikkeld. Het Britse wetenschappelijk instituut John Innes Centre werkt daarvoor samen met de Indiase Punjab Agricultural University. "In feite hebben we een goudmijn ontdekt", zei Simon Griffiths, geneticus en betrokken bij het project, tegen The Guardian. "We hebben ontdekt dat de Watkins-collectie vol zit met nuttige variatie die bij moderne tarwe eenvoudigweg ontbreekt." Zijn tijd ver vooruit "Cruciaal was dat Watkins zich realiseerde dat, toen we begonnen met het kweken van nieuwe tarwevariëteiten, genen waarvan toen werd gedacht dat ze van weinig nut waren en die uit stammen werden verwijderd, in de toekomst nog steeds van waarde konden zijn", aldus Griffiths. “Zijn denken was zijn tijd ver vooruit. Hij realiseerde zich dat de genetische diversiteit – in dit geval van tarwe – werd uitgehold en dat we daar dringend een einde aan moesten maken. Er waren maar weinig wetenschappers die in die tijd aan dit probleem dachten. Watkins dacht duidelijk ver vooruit op zijn tijd, en daar zijn we hem dankbaar voor.” Lees ook: Duizenden voedingsmiddelen dreigen verloren te gaan, maar volgens Dan Saladino kunnen we ze reddenDroogtebestendige tarweplanten in de maakKlimaatverandering gooit roet in ons favoriete eten, maar de teler geeft niet op