Rianne Lachmeijer 18 oktober 2017, 07:10

Geen Nederlands pensioengeld in impactfonds FMO, wel buitenlandse interesse

Nederlands grootste pensioenfondsen PGGM en APG investeren niet in een impactfonds dat FMO samen met vermogensbeheerder NN Investment heeft opgericht. Opmerkelijk, omdat impact investeren aan populariteit wint onder pensioenfondsen.

Shutterstock 707311114

Dat schrijft Het Financieele Dagblad (FD).

De krant interviewt Yvonne Bakkum, directeur vermogensbeheer. Zij is bij de ontwikkelingsbank verantwoordelijk voor het ophalen van geld bij investeerders. Zij denkt dat Nederlandse pensioenfondsen niet in het impactfonds investeren, omdat zij zich aan strikte mandaten moeten houden. Daarnaast stelt zij dat angst voor financiële verliezen en reputatieschade een rol zou spelen.

De woordvoerders van APG en PGGM reageren in het artikel dat zij zelf hun impactbeleggingen regelen. Dit is goedkoper dan uitbesteden aan een partij als FMO. In het buitenland is wel interesse. Zo heeft het grootste Zweedse pensioenfonds Alecta ruim € 84 mln geïnvesteerd.

Investeringen in instabiele landen

FMO investeert in projecten, niet in landen. Dat betekent dat de ontwikkelingsbank soms investeert in projecten die plaatsvinden in politiek en of economisch instabiele landen. De individuele projecten renderen vaak goed, maar soms trekt de bank zich terug.

Zoals bij het Hondurese waterkrachtproject in Agua Zarca. Het project was omstreden, vanwege bedreiging van leefgebied van de Lenca-gemeenschap. De moord op de Hondurese landrechtenactivist Berta Caceres vormde de aanleiding om uit het project te stappen.

Impact investeren

Impact investeerders verwachten niet alleen financieel rendement, maar ook een positief rendement wat mens en milieu betreft. Volgens managing partner Maarten van Dam van impactinvesteringscoöperatie PYMWYMIC zijn we voorbij een tipping point: “Het wordt nu echt veel meer een vast onderdeel in vermogensportefeuilles.”

Lees ook:

Bron: Het Financieele Dagblad | Afbeelding: Shutterstock.com

Unieke IJslandse centrale haalt CO2 uit de lucht en slaat het op in basaltgesteente

Climeworks werkt samen met Reykjavik Energy om dit project, dat wordt gesteund door de Europese Unie, tot een goed einde te brengen. Het bedrijf stelt dat de unieke centrale gebruik maakt van zogeheten Direct Air Capture (DAC)-technologie om CO2 op veilige en economische interessante manier uit de lucht te halen.GeothermieHet project wordt uitgevoerd bij een van de grootste geothermische krachtcentrales ter wereld, genaamd Hellisheidi, in het zuidwesten van IJsland. In deze krachtcentrale wordt CO2 al in de grond geïnjecteerd en gemineraliseerd op industriële schaal.Op het terrein van deze krachtcentrale is nu een DAC-module van Climeworks geïnstalleerd. De CO2 die deze module uit de lucht haalt, wordt verwerkt in water dat vervolgens 700 meter onder de grond wordt opgeslagen. Door het basalt in de IJslandse grond wordt de CO2 omgevormd tot solide mineralen. De CO2 wordt daarmee permanent opgeslagen.Deze infographic laat zien hoe dit werkt:Download de infographicEdda Sif Aradóttir, projectleider bij Rekjavik Energy, in een persbericht: “Met dit project bewijzen we dat we CO2 permanent kunnen opslaan in gesteente, door middel van een natuurlijk proces dat minder dan twee jaar in beslag neemt.” In de aankomende tijd wordt de technologie, in combinatie met CO2-opslag, getest in de specifieke weersomstandigheden van IJsland.ZurichEerder dit jaar opende Climeworks zijn eerste DAC-module in Zürich, die 900 ton CO2 uit de lucht haalt en het vervolgens levert aan een lokale kas. Bron, foto's & infographic: Climeworks