Rianne Lachmeijer 06 maart 2023, 08:00

Gezondere werknemers? Geef vooral geen tips en tricks

“We staan onder druk met zijn allen”, merkt psycholoog Doeschka Anschutz. De verzuimcijfers gaan schommelend omhoog en een op de zes werknemers heeft last van mentale klachten: niet goed kunnen slapen, piekeren, te veel stress… Dit is niet alleen vervelend voor de mensen die hieronder lijden, maar kost werkgevers ook veel geld. Gratis sportschoolabonnementen, informatie over het belang van slaap en goedbedoelde tips en tricks werken volgens haar niet. Wat wel?

Adobe Stock vrouw achter laptop wordt overwhelmed door mensen die haar dingen laten zien op tablets en telefoons 'Iemand kan heel lang onder spanning staan, maar het gaat mis zodra diegene het gevoel heeft de controle te verliezen.' | Credits: Adobe Stock

Op een besloten evenement van verzekeraar Nationale-Nederlanden staat die vraag centraal. Mensen in blazers, comfortabele jurkjes en op sneakers verzamelen zich in een ruimte op de achtste verdieping. De sfeer is ontspannen. Er is water met verschillende smaken en er staan bijzondere hapjes op de statafels.

Eind vorig jaar presenteerde de verzekeraar een trendrapport waaruit blijkt dat het verzuimpercentage voor het eerst in twintig jaar weer boven de 5 procent uitkomt. Tegelijkertijd neemt ook de duur toe. Vooral door psychische klachten die ontstaan op het werk blijven mensen langer ziek thuis. Maar ook financiële zorgen door hogere rekeningen en mantelzorg leveren mensen stress op en kunnen tot mentale problemen leiden. Inmiddels kost ziekteverzuim de BV Nederland meer dan 18 miljard euro per jaar.

Terug naar 2002

In 2002 maakte een wet werkgevers verantwoordelijk voor de re-integratie van hun zieke werknemers. Dat wierp toen vruchten af, zei Igno Schings, directeur collectieve inkomensverzekeringen ter begeleiding van het eerdere trendrapport. “Nu, twintig jaar later, roepen wij werkgevers op om opnieuw meer aandacht aan de werknemer te besteden om ziekteverzuim te voorkomen en zo de dreigende burn-outgolf te reduceren.” Want die golf lijkt eraan te komen.

Psycholoog Doeschka Anschutz toont de Nationale-Nederlanden-medewerkers een grafiek waarop te zien is dat het verzuimpercentage veroorzaakt door psychische klachten schommelend omhoogloopt. Als die lijn doorzet, krijgen we er allemaal mee te maken. “Mentale problemen zijn overal”, benadrukt de psycholoog.

“Ik denk dat mensen onder druk staan op allerlei verschillende vlakken en vooral steeds meer informatie en prikkels te verwerken krijgen waardoor de mentale belasting sterk is toegenomen.” We willen sporten, met vrienden afspreken, stoppen met roken, een studie volgen, het nieuws bijhouden, de rekeningen betalen, zorgen voor een ouder en goed presteren op werk. Daarbij is er altijd sprake van een spanningsveld tussen druk van buitenaf en eigen regie, zegt Anschutz. Iemand kan heel lang onder spanning staan, maar het gaat mis zodra diegene het gevoel heeft de controle te verliezen. Een kleine gebeurtenis kan zo een groot effect hebben.

Zodra iemand in een burn-out terechtkomt, duurt herstel vaak lang. Daarom is het belangrijk om dat moment voor te zijn. Maar hoe? We weten allemaal wat helpt: goed slapen, bewegen en gezond eten. Toch lost voor veel mensen meer beweging het probleem niet op, zegt Anschutz. Daarom is haar eerste advies aan de zaal: “Beslis niet voor de mensen waar mentale gezondheid overgaat.” Het allerbelangrijkste is eigen regie. Geen tips en tricks van buitenaf dus, maar zelfbedachte oplossingen voor eigen problemen. Mentale gezondheid is namelijk complex en daarbij lopen werk en privé door elkaar. Het gaat meer om leren dat je kan veranderen dan wat je kunt veranderen.

Drie beren op de weg

Gedragsverandering lukt niet van de ene op de andere dag. Het is een proces waarbij mensen door verschillende fasen heen moeten. In goed Nederlands gaat het om: reactance, scepticism en inertia. Die weerstanden werken van links naar rechts. “Het is een soort ui, je kunt niet aan inertia werken als reactance er nog is”, legt Anschutz uit.

Dan komt de volgende beer: scepsis. Mensen gaan twijfelen. Is het echt nodig? En is dit de juiste manier? Anschutz geeft stoppen met roken als voorbeeld. De teksten op de sigarettenpakjes zijn vooral voor niet-rokers vervelend. Zoals de plaatjes van mensen met een gat in hun keel. Als je rokers vertelt waarom ze moeten stoppen, komen ze met tegenargumenten. Het werkt veel beter als ze zelf met argumenten komen waarom stoppen een goed idee is. Dan gaat het om dingen die voor hen belangrijk zijn. Niet stinken naar rook kan bijvoorbeeld een motivator zijn. En als mensen argumenten opschrijven, gaan ze geloven dat dit hun mening is. ‘Self persuasion’, heet dat in de literatuur.

Maar zelfs áls mensen willen veranderen, lukt dat niet altijd. Dat komt door de laatste beer: inertie. We zijn gewoontedieren. Dat is handig, want gewoontes zorgen ervoor dat we niet constant over alles hoeven na te denken. Het gaat om kleine dingen als koffie of thee in de morgen of altijd aan dezelfde kant van het bed slapen. Stel je voor dat je opeens aan de andere kant van het bed gaat liggen, dan krijg je discussie met je partner. Reuring; dat willen we niet. Hetzelfde geldt voor twee keer per week sporten terwijl je kinderen hebt. Wie past op, wie maakt het eten op tijd klaar? Alleen daarover nadenken kost al energie. Daarom zeggen je hersenen: doe maar niet. Inertie ligt altijd op de loer, benadrukt Anschutz. Daarom helpt het om kleine stapjes te nemen en te beginnen met een concrete actie op een concreet tijdstip.

Individu versus structuren

Het valt op dat Anschutz zich vooral richt op individuen, terwijl met zulke hoge burn-outcijfers de vraag oprijst of er niet iets structureel mis is met de manier waarop we werken en de maatschappij inrichten. Moeten we niet die structuren aanpakken in plaats van individuen weerbaarder maken? “Het een sluit het ander niet uit”, vindt Anschutz. “Wel is het zo dat de structurele fouten in de samenleving of organisaties vaak heel erg moeilijk (of niet) aan het pakken zijn en dan kun je mensen beter versterken om ermee leren om te gaan.”

Daarnaast denkt ze dat het alléén aanpakken van slechte structuren in de werkomgeving ook niet de oplossing is. “Omdat mentale gezondheid uit heel veel verschillende factoren bestaat.” Het gaat dus niet alleen om werk, maar ook om de privésituatie. In de ideale situatie pakken anderen, zoals organisatiepsychologen en bedrijfskundigen, de omgevingsfactoren aan.

Overigens worden de werkgevers die het programma van The Lab of Life aan hun medewerkers aanbieden ook niet vergeten. Voor hen zijn er kennissessies en trainingen om hun eigen werk te veranderen. Zo kunnen werkgevers helpen door te luisteren naar medewerkers, een goede werk-privé balans te faciliteren, het goede voorbeeld te geven en niet de nadruk te leggen op snelle omzetstijging maar naar de lange termijn te kijken en ervoor te zorgen dat werknemers jaren door kunnen.

Aan de slag

The Lab of Life, Erasmus Happiness Economics Research Organisation en Nationale-Nederlanden rollen het programma ‘Mentale vitaliteit van werkenden’ samen uit bij zeven klanten van de verzekeraar om de effectiviteit te testen. Het is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van ZonMw, een financieringsorganisatie van innovatie en onderzoek in de gezondheidszorg. In december 2023 presenteren ze de resultaten.

Ook medewerkers van Nationale-Nederlanden mogen meedoen aan het programma. In de zaal is de interesse groot. Deze mensen moeten alleen nog even geduld hebben, want voor nu is het programma gevuld.

“Het is een pilot”, benadrukt Frank Brinkmans. “We willen eerst met een pilot onder een representatieve groep aantonen wat de effectiviteit is van deze aanpak.” Brinkmans is hier vanuit Nationale-Nederlanden nauw bij betrokken en hoopt dat het na december vanwege succes in de hele organisatie wordt ingevoerd. “Dat Erasmus zegt: ‘Kijk eens wat die acht werkgevers hebben gedaan! Als je succesvol wil werken aan mentaal welzijn is dit gewoon de methode.’ Dat is mijn droom.”

Milieu-impact warmtepomp kan flink omlaag dankzij de collectieve warmtepomp

Deze bijdrage werd geschreven door Emma Gerritse en Gerben Hofmeijer, beide consultants bij Rebel in het team ‘Circular Economy’. De energietransitie is in volle gang. We stappen massaal over van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen, ook voor het verwarmen van onze woningen. Dit is een belangrijke stap om de klimaatdoelstellingen te halen, maar tegelijk legt de energietransitie een groot beslag op grondstoffen. Gelukkig is er een manier om de impact van warmtepompen te verlagen, namelijk met de collectieve warmtepomp. Met een collectieve warmtepomp bedoelen we een systeem van één of enkele warmtepompen, die samen genoeg water verwarmen voor een hele buurt of gebied. Met een lokaal warmtenet wordt de warmte vervolgens naar de gebruikers getransporteerd.Lappendeken van oplossingen Ons traditionele energiesysteem, op basis van aardgas en elektriciteit, maakt al decennia gebruik van collectieve voordelen. We zijn allemaal aangesloten op het elektriciteitsnet, zodat niemand een eigen transformator of energiecentrale in de achtertuin hoeft te hebben. Desondanks is dit wel de weg die we nu lijken in te slaan voor onze warmtevoorziening: door geen collectieve warmtevoorziening te organiseren creëren we een lappendeken van miljoenen individuele oplossingen. Wie niet de mogelijkheid heeft om een individuele warmte-oplossing te organiseren blijft achter. De weg naar een aardgasvrij Nederland is hobbelig en kronkelend, en het lijkt erop dat ergens onderweg onze kennis over de voordelen van een collectieve energievoorziening uit de wagen is gevallen.Flink besparenIn de mobiliteit is het delen van apparaten waarin veel (niet-hernieuwbare) grondstoffen verwerkt zijn inmiddels al gemeengoed. Doordat niet iedereen op dezelfde tijd de auto nodig heeft, zorgt het delen van auto’s ervoor dat er in totaal minder auto’s nodig zijn. De gelijktijdigheid van het autogebruik is niet 100 procent. Datzelfde geldt voor het energiegebruik: niet elke woning heeft op precies dezelfde tijd energie nodig. Sommige mensen staan wat eerder op of gaan later naar bed. Door als collectief in een gebied één gezamenlijke warmtepompinstallatie te plaatsen en alle woningen hierop aan te sluiten, kan flink bespaard worden op de materiaalkosten en milieu-impact van warmtepompen. De piekvraag van een collectieve warmtepomp is een stuk lager dan de optelsom van de piekvraag van veel individuele warmtepompen. Hoe meer woningen meedoen, hoe groter dit effect zal zijn. Als ook gebouwen met een andere functie worden meegenomen in het collectief, zoals kantoren of winkels, wordt de gezamenlijke piekvraag nog lager.Verminderde belasting op het net Naast de verlaagde piekvraag, levert een collectieve warmtepomp nog meer voordelen op. Deze kan efficiënter aangestuurd worden, kost minder energie, en er kan gebruikgemaakt worden van andere warmtesystemen. Denk aan warmte-opslag en lokaal beschikbare restwarmte, die in de toekomst kan worden gekoppeld. Ook bespaart het kosten, niet alleen voor de gebruikers van de warmte, maar ook voor de beheerders van het lokale elektriciteitsnet. Dat zit zo: voor een collectieve warmtepomp, mits goed geplaatst, is minder uitbreiding van ons overvolle elektriciteitsnet nodig dan voor de aansluiting van individuele warmtepompen. Daarmee kunnen collectieve warmte-oplossingen de energietransitie versnellen. Nu horen wij u al denken: een collectieve warmtepomp heeft toch ook een net nodig? Dat klopt, en de milieu-impact van een nieuw aan te leggen warmtenet moet dan ook meegenomen worden in de afweging. Per situatie zal verschillen of de collectieve voordelen van de warmtepomp samen met de verminderde belasting op het elektriciteitsnet opwegen tegen de aanleg van een warmtenet. Dit moet dus ook goed geanalyseerd worden.Gemeenten aan de slag Voor individuele burgers is het lastig om de eerste stap te zetten naar een gezamenlijk warmtesysteem. Een collectieve warmtepomp kan alleen uit als een groot deel van het gebied meedoet. Wanneer anderen zelf al een individuele warmte-oplossing hebben geplaatst, hebben zij geen reden meer om aan te haken. Hoe verder we komen in de energietransitie, hoe lastiger het wordt om collectieve oplossingen te realiseren. Daarom is het van belang dat gemeenten zo snel mogelijk aan de slag gaan met gezamenlijke warmtepompen. Met individualisme gaan we het in de energietransitie niet redden.