Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 19 september 2012, 15:13

Het duurzame getal van de dag: 7,25

5052840041 61743ec74c b e1348060270305

Het duurzame getal van de dag is 7,25, oftewel het bedrag in euro’s dat CO2-rechten per stuk kosten in het Chinese Guangdong.

Sinds kort werkt de Chinese provincie met een eigen CO2-markt. Onder het systeem vallen 827 bedrijven die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor 42 procent van de CO2-uitstoot van de provincie. Zij moeten voor tien procent van hun verwachte CO2-uitstoot vergunningen kopen.

Vier cementproducenten die van plan zijn hun productie de komende jaren flink uit te breiden hebben samen de eerste CO2-vergunningen gekocht.

Vastgestelde prijs

Het gaat om de bedrijven China Resources Cement, Sinoma, Taipai en Yangchun Hailuo die in totaal 1,3 miljoen vergunningen hebben gekocht voor €7,25 per stuk. Deze prijs ligt op dezelfde hoogte als de Europese emissierechten, maar is hoger dan velen verwacht hadden. Er wordt gevreesd dat de prijs door de regering is vastgesteld, hetgeen het handelssysteem zou ondermijnen.

De provincie Guangdong heeft haar CO2-uitstoot voor 2015 gelimiteerd tot 660 miljoen ton, dat is een toename van 30 procent ten opzichte van het niveau van 2010. De vraag is of het voor bedrijven nog wel een uitdaging is om minder te gaan uitstoten, zeker nu de Chinese economie minder groei vertoont.

Eigenaardigheden

De CO2-markt van Guangdong zal het vijf na grootste ter wereld zal zijn na Europa, Australië, Californië en Zuid-Korea. Het systeem kent meerdere eigenaardigheden. Zo is er geen lijst gepubliceerd van de deelnemende bedrijven en hebben de betreffende bedrijven geen informatie gekregen over hun specifieke doelstelling. Ook kunnen deelnemende bedrijven gratis vergunningen krijgen van de overheid om de verwachte emissies te dekken. Zij zullen dus alleen vergunningen hoeven te kopen als ze meer uitstoten dan voorspeld.

Bron: Reuters Point Carbon

Foto: Remko Tanis

Duitsland lonkt voor Nederlandse cleantech-sector

De grootste schuldige in Nederland is bekend, zegt Simone de Roo van Gateway to Germany. Dat is, ten eerste, het zwabberende overheidsbeleid op het gebied van duurzaamheid. Dat werkt vervolgens door in de private sector. “Stel dat een consument in Duitsland bij een bank komt voor een lening van zonnepanelen. Dan weet de bank dat de komende 20 jaar het feed in-tarief is gegarandeerd. Dat maakt het risico lager en dan geeft de bank dus wél die lening. In Nederland is die ruggengraat er eigenlijk niet.” Volgens De Roo is er in Nederland verder weinig vraag naar duurzame producten. “We hebben niet de juiste mindset.” Neem dan ons buurland. “In de jaren 70 is in Duitsland een omslag gemaakt. Bewustwordingscampagnes hebben ervoor gezorgd dat consumenten actief naar duurzame producten vragen”. Energiewende Veel van bovengenoemde barrières voor duurzame ondernemers zijn er in Duitsland niet. Daarom maakt Gateway to Germany zich sterk om innovatieve, Nederlandse ondernemers te begeleiden om de kansen bij de oosterburen te pakken. Die kansen zijn er zeker. Om haar ambitieuze doelstellingen te realiseren, heeft het kabinet-Merkel veel geld voor innovatie op het gebied van duurzaamheid vrijgemaakt. Om de Energiewende in 2020 te kunnen realiseren is nog €300 mrd aan investeringen noodzakelijk. Zowel overheden als het bedrijfsleven dragen hier aan bij. Het beleid wordt door de centrale overheid uitgevaardigd en door de deelstaten uitgevoerd. Zowel vanuit de centrale als decentrale overheid worden doelstellingen strak gemonitord. De Stadtwerke, de gemeentelijke energie- en waterbedrijven, zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van duurzaam geproduceerde voorzieningen. De resultaten zijn navenant. Waar de omzet van de Nederlandse cleantech-sector tussen 2008 en 2011 met 14 procent daalde, nam die in Duitsland met 60 procent toe. Waar in Nederland het aandeel hernieuwbare elektriciteit rond de 10 procent blijft schommelen, is dat in Duitsland ongeveer 25 procent. Doelen worden continu voor op schema behaald. Niet in je Escort Toch is de weg naar het beloofde land bezaaid met hordes. “Duitse partijen kijken toch naar buitenlandse bedrijven met enige argwaan. Zijn ze betrouwbaar? Daarnaast geldt in elk Bundesland weer andere wet- en regelgeving.” Om nog maar niet te spreken over cultuur. “Kom niet aan in je Ford Escort,” zegt De Roo in volle ernst. “Je moet laten zien dat het goed gaat met je bedrijf. Huur dan een BMW voor de middag.” Kom niet aan in je Ford Escort. Simone de Roo, Gateway to GermanyNederlanders denken ook vaak dat het wel goed komt met de taal. “Ik zat met een Nederlands bedrijf in de auto. Hoe verder we Duitsland in kwamen, hoe slechter hun Duits werd. Uiteindelijk zaten ze met rode oortjes aan de onderhandeltafel en gaven ze alles voor niets weg.” Springplank Om Nederlandse mkb-ondernemingen uit de cleantech-sector te helpen bij het betreden van de Duitse markt organiseert Gateway to Germany zogeheten Innovationstreffens. Daar kunnen zij in contact komen met Duitse afnemers, zoals Stadtwerke en ingenieursbureau’s. De Roo ziet vooral kansen voor Nederlandse innovaties op het gebied van energie- en milieutechnologie. Denk aan afvalverwerking en biogas. “De Duitse biogasmarkt is groot met weinig aanbieders.” Andere kansen liggen in smart grids en waterverzorging – sectoren waar Nederland goed in is. “Zo kan Duitsland een springplank zijn voor innovatieve Nederlandse bedrijven naar de internationale markt.” En, ironisch genoeg, de thuismarkt. Foto: qyphon