Rianne Lachmeijer 27 december 2021, 08:00

‘Het is niet oké als je investeert zonder na te denken over de duurzame impact’

Duurzaamheid en financieel rendement gaan goed samen. Dat credo zingt steeds luider rond in de financiële sector. Degene die daar het hardst op inzetten zijn de zogenoemde impact investeerders. “Als de impact groeit, dan gaat de waardering ook omhoog.”

Adobe Stock oudere hipster strooit met geld "Het is gewoon niet oké is als je investeert zonder na te denken of je daarmee een positieve of negatieve impact op de maatschappij hebt" | Credits: Adobe Stock

Helmer Schukken en Warner Philips van Rubio Impact Ventures zitten in een lichte vergaderruimte met uitzicht op de Amsterdamse dierentuin Artis. Alleen bedrijven met maatschappelijke relevantie mogen zich daar huisvesten. Zegt dat wat over Rubio of meer over de bedrijven waarin zij investeren?

Iedereen heeft het over impact investeren, wat verstaan jullie eronder?

Philips: “Als wij ervan overtuigd zijn dat een bedrijf een belangrijke maatschappelijke of milieu impact gaat hebben, dan kijken we verder als een commerciële investeerder. Omdat we denken dat je als commerciële investeerder de onderneming kritischer bekijkt en er daardoor voor zorgt dat het beter presteert.”

Schukken: “Bij 99 van de 100 fondsmanagers gaat het gewoon om financieel rendement. Bij Rubio kijken we daarentegen echt naar impact én rendement. En daar worden we ook op afgerekend in ons beloningsbeleid.”

Hoe gaan jullie te werk, hoe helpen jullie bedrijven?

Schukken: “Wij nemen altijd een minderheidsbelang. Dus wij gaan nooit in een managementrol zitten. We zitten in het investeringssegment dat venture capital heet. In venture capital zoek je juist naar hele sterke teams die iets nieuws proberen te doen en daarmee een hele keten of hele industrie op een andere manier willen inrichten. Zij doen iets op een duurzamere manier: voor de mens of voor de planeet. Dat is per definitie iets innovatiefs. Als wij daar in het management zouden gaan zitten, dan zou dat veronderstellen dat wij dat beter weten dan zij. En dat is niet zo. Wij zoeken juist mensen die buitengewoon goed zijn. Mensen die in staat zijn om zo’n hele keten te veranderen. Dat is hun baan. Onze baan is dat wij hen daarin ondersteunen met toegang tot andere goede mensen om het team te versterken, toegang tot klanten, partners en leveranciers. En met geld.”

En hoe gaat het tot nu toe met jullie stelling dat impact samengaat met financieel rendement?

Schukken: “We zien dat de bedrijven die groeien en financieel rendement opleveren ook degene zijn die hun impact targets goed halen. Daar meten we op en die correlatie zie je gewoon.”

Kunnen jullie daar een voorbeeld van geven?

Philips: “Sama, Sympower en Olio zijn een paar mooie voorbeelden. (Een data-analysebedrijf, elektriciteitsnet-balanceerder en voedseldeelplatform, red.). Alle drie de bedrijven laten op dit moment zien dat ze heel sterk groeien qua business én qua impact. Bij Sama hebben we bijvoorbeeld van tevoren in kaart gebracht welke stappen ze kunnen zetten. We hadden de hypothese dat ze van een non-profit organisatie naar commercieel bedrijf konden gaan en van een servicegericht bedrijf naar een tech-bedrijf. Dat is gebleken. En de groep mensen in Kenia en Oeganda, die voorheen geen kans op formele jobs hadden, is flink gegroeid. Die drie elementen – business, impact en rendement – groeien gewoon heel goed met elkaar mee.”

Uiteindelijk gaat het erom deze bedrijven met winst door te verkopen. Aan wie verkoop je?

Schukken: “Er zijn denk ik drie typische groepen van kopers. Het kan naar grotere investeerders toegaan als er veel kapitaal nodig is voor groei. Zodat het bijvoorbeeld van Nederland naar Europa gaat. De tweede mogelijkheid is een beursgang. Dan worden het publiek verhandelbare aandelen. Maar wat je het meeste ziet is dat wij een strategische koper vinden. GoodFuels is daar een voorbeeld van. Dat is een bedrijf dat schone brandstoffen voor zwaar transport ontwikkelde en verhandelde. Met name voor scheepvaart. Wij zagen dat de hele grote oliespelers ook die duurzamere kant op gingen. Wij hebben een grote oliehandelaar gevonden die wilde verduurzamen. Zij hadden opslagtanks, laadschepen, een gigantische balans en werkkapitaal. Allemaal dingen die net een stap te groot waren voor ons en GoodFuels om zelfstandig te doen. Deze partij heeft vervolgens GoodFuels gekocht om dat versneld te kunnen doen.”

Jullie willen bijdragen aan verduurzaming. Hoe weet je zeker dat dit soort verkopen daaraan bijdragen?

Schukken: “We hebben uitgebreide gesprekken gevoerd met de kopende eigenaar. Die heeft uiteindelijk toegezegd dat hij de manier waarop wij impact meten gaat overnemen in de bedrijfsvoering. Ook blijven ze daarover terug-rapporteren aan ons: de ex-aandeelhouders. Dat zijn natuurlijk wel indicatoren die wijzen op een oprechte intentie om de eigen activiteiten te verduurzamen. Maar uiteindelijk kan je niet over je graf regeren. Dus als je geen aandeelhouder meer bent dan houdt je invloed ook op. Dat heb je te accepteren. Je kan natuurlijk hele nare scenario’s verzinnen waarbij iemand een bedrijf koopt en vervolgens op de plank legt. Zodat ze daar geen last meer van hebben. Concurrentie opkopen en uitschakelen, zogezegd. Als dat de intentie is dan is dat natuurlijk een heel slecht idee.”

Philips: “Dat kan plaatsvinden, maar het zou kapitaalvernietiging zijn van de kopende partij. Als wij ons werk goed doen dan investeren wij in bedrijven waar impact en waardering aan elkaar zijn gekoppeld. Als de impact groeit, dan gaat de waardering ook omhoog. Als je zo’n bedrijf koopt en daar vervolgens iets niet impactvols mee doet dan ben je kapitaal aan het vernietigen. En als het een goed idee is dan is de kans groot dat het gekopieerd wordt door iemand anders.”

Lees ook: Rubio haalt 110 miljoen euro op om te investeren in ondernemingen die hun ketens blijvend veranderen

Zou impact investeren de enige vorm van investeren moeten zijn?

Schukken: “Absoluut. Het is gewoon niet oké is als je investeert zonder na te denken of je daarmee een positieve of negatieve impact op de maatschappij hebt. Alleen wat is positief? Daar is geen zwart-wit definitie voor, maar ik zou het wel een hele prettige wereld vinden als bij alle grote financiële beslissingen de invloed op de maatschappij wordt meegenomen. Dat zulk soort investeringen in principe een positieve invloed hebben op de maatschappij. Dat lijkt mij een prettig vooruitzicht.”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Gasproducent Neptune ziet toekomst in waterstof en CO2-opslag

CO2 onder de zeebodem Volgens Neptune zijn die platformen, pijpleidingen en gasvelden inzetbaar voor de energietransitie. Bijvoorbeeld voor de opslag van CO2. “De komende 20 jaar zal er nog veel fossiele energie gebruiken waarvan de CO2 afgevangen moet worden om onze emissies zo laag mogelijk te houden”, zegt De Groot. Als de prijs voor CO2 zo hoog blijft als hij nu is, wordt CCS snel rendabel en subsidievrij. Neptune kan binnen vijf jaar met CO2-opslag beginnen. In theorie heeft het bedrijf de mogelijkheid om meer dan de helft van de jaarlijkse CO2-uitstoot die door de industrietafel tot doel is gesteld in het Klimaatakkoord veilig opslaan in lege gasvelden in de Noordzee. Daarnaast ziet het bedrijf veel potentie in het produceren, opslaan en vervoeren van groene waterstof. Volgens Gasunie kan 85 procent van het bestaande gasnetwerk worden hergebruikt voor vervoer van waterstof. De Groot denkt dat dit ook geldt voor de infrastructuur op de Noordzee. Bovendien is het transportnetwerk op de Noordzee behoorlijk fijnmazig en sluit het direct aan op het bestaande netwerk op land. Wind op zee De waterstof moet komen van grootschalige windmolenparken op zee. In 2030 komt naar schatting 40 procent van de elektriciteitsbehoefte van windmolens op zee. Om die stroom aan land te krijgen zijn veel en grote kabels nodig. Het aanleggen daarvan is kostbaar, zeker wanneer de windparken groter zijn en verder dan 100 kilometer uit de kust liggen. Dan is het slimmer om de elektriciteit van de windmolens te gebruiken om via de elektrolyse van gedemineraliseerd zeewater waterstof te maken. Die waterstof kan dan door het bestaande gasleidingenetwerk aan land worden gebracht. Peperdure stroomkabels zijn dan niet meer nodig. “Als je een bestaande gaspijpleiding kan gebruiken dat heeft hij een capaciteit van 10 tot 12 gigawatt. Dat is enorm als je bedenkt dat de grootste elektriciteitskabel op dit moment 2 gigawatt aankan.” Groot voordeel is ook dat de leiding er al ligt en de zeebodem en natuur dus niet extra verstoord wordt. Een geplande route van een stroomkabel ten noorden van Schiermonnikoog naar Eemshaven werd opgeschort na fel protest van natuurorganisaties en eilandbewoners. De beheerder van het stroomtransportnet TenneT moet nu terug naar de tekentafel, terwijl volgens Neptune de oplossing bij wijze van spreken al voorhanden is. Tenminste, als je met elektrolyse de elektronen omzet in moleculen. “Er ligt daar een gasleiding die ze kunnen gebruiken. Deze leiding heeft al een aanlanding. Hierdoor hoef je niet meer extra iets aan te leggen door kwetsbare natuurgebieden”, zegt Van der Meer. “Gebruik van bestaande infrastructuur versnelt de energietransitie en houdt het betaalbaar.” Waterstof op zee Ook zijn er al windturbines in ontwikkeling die worden uitgerust met een elektrolyser die stroom direct in de molen omzet naar waterstof. Die waterstof wordt weer verzameld op een tussenstation en kan via pijpleidingen naar land. Zo’n tussenstation voor het maken of verzamelen van waterstof zou heel goed een van de platforms van Neptune kunnen zijn. “Als je energie uit een windmolenpark verzamelt doe je dat aan het begin van een pijpleiding”, zegt Van der Meer. “Uiteindelijk moet de druk opgevoerd worden om het gas in de pijpleiding te krijgen en naar land te brengen. Dat is onze core business.” Bestaande leidingen Op welke manier het zal gebeuren weet Neptune nog niet maar dat er waterstof op zee geproduceerd gaat worden, daar is het bedrijf vrij zeker van. “Op een van onze platformen zetten we nu een elektrolyser van 1 megawatt neer om dit idee te testen”, zegt De Groot. “Dat is natuurlijk nog een kleine proef. Bij de uitbreiding van windparken op zee praten we al snel over een vermogen van 1 gigawatt, duizend keer zoveel. Maar we leren er veel van: hoe werkt een elektrolyser op zee? En wat zijn de veiligheidseisen in combinatie met het produceren van dit gas? Dat is de eerste stap. Daarna willen we opschalen.” Dat kan volgens Neptune sneller en goedkoper dankzij de bestaande infrastructuur. Op het Nederlandse deel van de Noordzee is al bestaande gasinfrastructuur die loopt van Denemarken naar Den Helder en van de Engelse grens naar Uithuizen in Groningen. Windmolenparken die daar in de buurt komen en waterstof maken kunnen daarop aangesloten worden om het aan land te brengen. “Wij pleiten er ook voor dat bij het plannen van windmolenparken gekeken wordt naar waar de bestaande infrastructuur is zodat hergebruik mogelijk is.” Zonder disruptie Door het tegelijkertijd of hergebruiken van deze installaties wil Neptune dus geleidelijk van het fossiele been op het duurzame been gaan leunen. Zo kan het bedrijf zelf, maar ook de samenleving zonder schokken over op hernieuwbare energie. Neptune verwacht deze transitie van gas naar waterstof in twintig jaar tijd te maken. “De energietransitie moet geleidelijk gaan”, zegt De Groot. “Energie is zo fundamenteel. Disruptie van de gasvoorziening betekent in de praktijk dat mensen hun verwarming niet meer aan kunnen doen, het licht uit blijft en spullen onbetaalbaar worden. Dat kunnen we hiermee voorkomen.” H2opZee Neptune Energy wil samen met RWE en TKI wind op zee de mogelijkheid onderzoeken om 300 tot 500 MW aan waterstof te maken ver weg op zee uit additionele windenergie. De waterstof zal via een bestaande pijpleiding aan land worden gebracht. Het consortium heeft hiervoor 462 miljoen euro aangevraagd uit het Nationaal Groeifonds. Volgens het consortium is H2opZee zoals het project heet 'wereldwijd het eerste op deze schaal.' Het demonstreren van deze technologie op deze schaal kan een belangrijke doorbraak betekenen die nodig is om de grootschalige uitrol van groenewaterstof-uit-zee te versnellen en de klimaatdoelstellingen te halen.