Wilke Wittebrood
04 juni 2026, 11:01

Hoofd duurzaamheid Sandra Phlippen (ABN Amro): 'Ik wilde niet alleen praten over klimaatverandering, maar iets doen'

Sandra Phlippen gaf haar prestigieuze post als hoofdeconoom bij ABN Amro op om de duurzaamheidsafdeling van de bank te gaan leiden. Dat had niet iedereen gedaan, weet ze. ‘Maar ik ben niet zo met mezelf bezig. Ik ben vooral bezig met iets voor elkaar krijgen.’

Hoofd duurzaamheid Sandra Phlippen (ABN Amro) Voormalig hoofdeconoom Sandra Phlippen is nu duurzaamheidsbaas bij ABN Amro. | Credits: Marie Wanders/bewerking Change Inc.

Een stukje New York in Rotterdam. Dat is wat Little C, een nieuwbouwwijk aan de Coolhaven, wil zijn. Het complex bestaat uit vijftien ‘pakhuizen’ van roodbruine baksteen, die zijn verbonden door stalen bruggen. Het buurtje ademt The Village, met een belangrijk verschil: het is een stuk groener. Op de pleinen tussen de woon- en werktorens staan grote plantenbakken, langs de muren kruipen klimplanten omhoog.

Sandra Phlippen – zelf Rotterdammer – komt hier graag. Kijk, wijst ze vanaf het terras waar we zitten, in een koffietent met uitzicht op de haven. ‘Die planten krijgen regenwater. Onder het complex zit een retentielaag, een laag met kratten eigenlijk, waarin dat water wordt opgevangen. Heel ingenieus.’

Een schoolvoorbeeld van duurzaam bouwen, vindt de voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Grappig genoeg is dat precies waarmee ze huiseigenaren in haar nieuwe rol bij de bank helpt.

Sinds januari 2026 is Phlippen chief sustainability officer bij ABN Amro. Die maand kon ze direct haar eerste wapenfeit presenteren: het Beter Wonen-project, dat huiseigenaren met een hypotheek bij de bank zo ongeveer alles uit handen wil nemen bij het verduurzamen van hun woning.

‘Hele slechte kaarten’

Op Linkedin kondigde ze haar overstap bijna achteloos aan (‘Nieuwe baan!’). Maar zo vanzelfsprekend is de stap niet, zeggen mensen om haar heen. De positie van hoofdeconoom is een rol met veel status binnen de bank. Terwijl in de duurzaamheidsafdeling net het mes is gezet; bij een reorganisatie verdwenen vorig jaar bijna 70 van de 400 banen.

Ga er maar aan staan. ‘Sommigen zouden ervoor bedanken’, zegt collega Puk de Jong. ‘Maar zo denkt Sandra niet.’

Phlippen moet erom lachen. ‘Ik weet het: ik geef een prestigieuze baan op en ik ga een kleiner team leiden. Op papier heb ik hele slechte kaarten. En toch zie ik het helemaal zitten. Ik ben helemaal niet zo met mezelf bezig. Ik ben vooral bezig met iets voor elkaar krijgen.’

Ze wil impact maken. Die rode draad valt ook op als je haar carrière bekijkt. Na haar studies sociologie en economie besluit Phlippen de academische wereld met de praktijk te combineren: ze gaat lesgeven bij de Erasmus School of Economics én wordt hoofdredacteur bij economenvakblad ESB. Het grote publiek bereikt ze daar alleen niet, terwijl ze dat wel wil. Dus maakt ze de overstap naar het AD, waar ze chef van de economieredactie wordt.

Het is dan 2016 en Phlippen maakt zich zorgen over het oprukkende populisme in Nederland. Die opmars wordt gevoed, zo is haar overtuiging, doordat mensen zich economisch niet veilig voelen. Als economiechef ontwikkelt ze een ‘groots plan’ rondom zeven thema’s, zoals hoe technologie de arbeidsmarkt verandert en hoe je welvarend oud wordt.

Zo wil ze lezers helpen om meer grip te krijgen op hun financiën, en daarmee op hun leven – om er al doende achter te komen dat het nieuws zich niet zo makkelijk in een keurslijf laat persen.

Sandra Phlippen op Transition2026

Sandra Phlippen is op 23 juni een van de hoofdsprekers tijdens Transition2026. Daar deelt ze haar visie op de duurzame transitie – die volgens haar geen keuze is, maar een economische noodzaak. Verwacht geen abstracte vergezichten, maar een nuchter, prikkelend en data-gedreven betoog over hoe markten, banken en beleidsmakers samen het verschil kunnen maken. ‘Mits we durven erkennen dat echte verandering begingt bij structureel en eerlijk beleid.’ Koop nu je tickets met 50 euro korting met de kortingscode CHANGE50.

Niet praten, maar doen

ABN Amro is dan al een tijdje aan haar aan het trekken. Bij de bank kan ze zich óók richten op de financiële zekerheid van mensen, realiseert ze, en tegelijkertijd werken aan een nieuw onderwerp dat haar heeft gegrepen. Namelijk klimaateconomie, het vakgebied dat de wisselwerking tussen economie en klimaatverandering onderzoekt.

Bij het Economisch Bureau is dat op dat moment nog een blinde vlek. Ook in haar nieuwe rol blijft ze de verbinding met de wetenschap maken, als ze in 2023 wordt benoemd tot bijzonder hoogleraar Duurzaam Bankieren aan de Rijksuniversiteit Groningen.

‘Ik kwam binnen als een econoom die geïnteresseerd was in klimaat, en heb me bij ABN Amro ontwikkeld tot klimaateconoom’, vertelt ze. ‘Maar ik heb de gewoonte om elke vijf jaar iets anders te doen en merkte vorig jaar dat dat weer nodig was. Ik voelde dat ik onrustig werd. Ik had ook het gevoel dat ik de boel een beetje aan het mooipraten was. Ik wilde niet alleen maar praten over klimaatverandering, ik wilde iets doen.’

Met dat verhaal stapte ze naar de toenmalige ceo, Robert Swaak. ‘Ik heb hem drie ideeën voorgelegd en gevraagd in welke van de plannen hij brood zag. Dat was dus het Beter Wonen-project. Je krijgt een half jaar en acht mensen, zei hij. Daar ben ik hem zo dankbaar voor.’ Het moest alleen wel snel. ‘Robert wist al dat hij weg zou gaan. Voor hij de deur achter zich dicht zou trekken, wilde hij weten of het een goed idee was.’

Vergroenen van woningvoorraad

ABN Amro wil in 2050 netto-nul uitstoten. Dat geldt zowel voor de eigen bedrijfsvoering als de leningen- en beleggingsportefeuille. ‘Dat is een juridisch bindend commitment’, zegt Phlippen. ‘Zelf zijn we al in 2030 of 2035 CO2-neutraal. Maar dat komt vooral neer op het vergroenen van onze kantoren en het wagenpark. Dáár zit de uitdaging niet. Die zit bij onze klanten, bij de uitstoot die we financieren.’

De hoofdmoot bestaat uit woninghypotheken: van de 264,1 miljard euro die ABN Amro eind 2025 aan leningen had uitstaan, zit 163,2 miljard euro in huizenfinancieringen. De verduurzaming van die woningvoorraad is een belangrijke knop om aan te draaien om te vergroenen.

De bank heeft daar volgens Phlippen ook een direct financieel belang bij. ‘Zonder neemt het risico op stranded assets toe. We weten dat woningen met een laag energielabel in tijden van recessie als eerste en het sterkst in waarde dalen. Terwijl elke sprong omhoog – van C naar B, van B naar A – gemiddeld een waardestijging van 5 procent oplevert.’

Duurzaamheid als businesscase, in plaats van ideologisch doel. Met die benadering weet Phlippen niet alleen Robert Swaak, maar ook diens opvolger Marguerite Bérard te overtuigen. ‘Marguerite was erbij toen we onze bevindingen aan de raad van bestuur presenteerden; ze was toen al aan het warmdraaien. Ze heeft het initiatief helemaal omarmd. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik me enorm door haar gesteund voel.’

Brug naar de business

In het najaar van 2025 zette Phlippen haar functie als hoofdeconoom twee maanden stop om lijstduwer voor D66 te worden. ‘Waarop Marguerite zei: “Nou, ik ga je tijd goed gebruiken, want ondertussen kun je ook nadenken over de nieuwe klimaatstrategie.” Dat heb ik gedaan, en een voorstel geschreven. Al wist ik toen nog niet dat ik het ook zou gaan uitvoeren. De reorganisatie op de duurzaamheidsafdeling en mijn komst hebben elkaar ook niet gekruist.’

Die ingreep maakte deel uit van de bredere strategie van de nieuwe ceo, gericht op minder kosten en meer rendement. Vooral bij het Sustainability Center of Excellence, dat verantwoordelijk is voor de duurzaamheidsrapportages van de bank, verdwenen banen.

‘Die afdeling was mede door de CSRD-rapportageplicht uitgegroeid tot een team van zo’n honderd mensen’, vertelt Phlippen. ‘Er zat enorm veel expertise over het volledige spectrum van E, S en G (environmental, social en governance, red.). Alleen was daar onder de bankers niet zo’n vraag naar. Al die zorgvuldig opgebouwde kennis landde onvoldoende in de business.’

Hoe dat kwam? ‘Het eerlijke verhaal is dat niet alle aspecten van duurzaamheid binnen de bank even zwaar wegen. In de nieuwe strategie gaan we daarom niet meer op alles focussen. Dan krijg je misschien een groene reputatie, maar kom je niet zo hard vooruit. En ik wil hard vooruit.’

Duurzaamheid nog steeds chefsache

De nieuwe koers sluit volgens Phlippen beter aan op bestaand overheidsbeleid, zodat de bank ‘haar rol kan pakken’ op terreinen waar het kabinet ‘duidelijke kaders’ stelt. ‘We richten ons op wat materieel is: CO₂-reductie, maar ook het terugdringen van biodiversiteitsverlies in sectoren waar dat een belangrijk thema is, zoals de landbouw en scheepvaart.’

Haar opdracht als cso is om te onderzoeken welke ‘grote, impactvolle stappen’ de bank kan zetten, deze samen met de betrokken afdelingen uit te werken tot een businesscase en die vervolgens aan het bestuur voor te leggen.

Dat duurzaamheid ondanks de reorganisatie nog steeds chefsache is, maakte Bérard afgelopen april duidelijk met de aankondiging dat ABN Amro een zogeheten ‘absoluut doel’ stelt voor de hele kredietportefeuille, in lijn met klimaatscenario’s die de opwarming van de aarde tot ‘ruim onder de 2 graden’ beperken. Concreet betekent dit dat de totale uitstoot die de bank financiert, de komende jaren stapsgewijs moet krimpen.

Milieudefensie juicht de stap toe. Duurzame banken als Triodos en pensioenfondsen ABP en PFZW hebben al zo’n doel, maar ABN Amro is de eerste grote Nederlandse bank die dit doet. De milieuorganisatie is wel kritisch op het feit dat het exacte reductiedoel en afbouwpad nog tot drie jaar op zich laten wachten.

‘We beschikken pas sinds drie jaar over goede data’, zegt Phlippen. ‘Dat is genoeg voor een betrouwbare schatting, maar nog wat glad ijs om een hard target op te baseren. Ik denk dat we het al kunnen, maar we willen het eerst zeker weten.’

Niet op een 1,5°C -pad

Milieudefensie plaatst ook een kanttekening bij het ‘ruim onder de 2 graden’-doel. Dat verschilt volgens de milieuorganisatie wezenlijk van het streven naar ‘maximaal 1,5 graden’.

De realiteit is dat de wereld niet op een 1,5°C -pad zit, reageert Phlippen. ‘Wat niet wegneemt dat we er alsnog alles aan moeten doen om onder de grens te blijven. Maar een absoluut doel op basis van 1,5°C voor de héle balans is niet realistisch, en niet sociaal. Het zou bijvoorbeeld betekenen dat we iedereen die een hypotheek wil voor een woning met een energielabel lager dan A+++, moeten afwijzen. Daarmee zouden we de maatschappij van ons vervreemden.’

Het is niet aan de bank om die beslissing voor bedrijven of burgers te maken, vindt Phlippen. Dat is de taak van de overheid. ‘We hebben jaren gezien dat overheden een beetje achteroverleunden vanuit de gedachte: de banken lossen het wel op.’

Ze denkt dat de sector die afwachtende houding deels aan zichzelf te danken heeft. ‘Banken moeten stoppen te doen alsof ze in hun eentje de aarde gaan redden. Ze kunnen de transitie niet sturen, alleen financieren. De overheid moet de vangrails verleggen, zodat de autootjes de goede kant op gaan rijden. De financiële sector moet vervolgens zorgen voor het benodigde kapitaal, tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Dat is onze rol.’

Dit artikel verscheen eerder op MT/Sprout.

Lees ook:

Die koelkast vol plastic flesjes op kantoor is de blinde vlek in je duurzaamheidsbeleid

Terwijl bedrijven hun kantoren aanpakken, hun hr-beleid herzien en hun CO2-uitstoot tot op de gram bijhouden, staat er gewoon nog een koelkast vol plastic flesjes in de keuken. Niemand lijkt zich daar bewust van.De meeste kantoren werken nog steeds volgens een lineair model: dranken worden geproduceerd, verpakt, vervoerd, gekoeld en uiteindelijk geconsumeerd, vaak in single-use verpakkingen. Dat model wringt steeds meer. Zo willen organisaties minder afval en CO2-uitstoot, vragen medewerkers om gezondere opties en worden ESG-doelstellingen meetbaar. Wat eerder 'gewoon werkte', voelt nu inefficiënt en achterhaald. Van product naar infrastructuur De echte verandering zit niet in wát we drinken, maar in hóe het wordt geleverd. Waar de drankindustrie traditioneel draait om losse producten (blikjes, flesjes, verpakkingen), verschuift de focus naar infrastructuur: systemen die ter plekke drank creëren, personaliseren en distribueren. In plaats van transport van vloeistof, verschuift het model naar lokale bereiding op locatie, slimme hardware gecombineerd met software, datagedreven consumptie en optimalisatie en herbruikbare of verpakkingsvrije oplossingen.Tegelijkertijd verandert de rol van drinken zelf. Waar frisdrank en suiker lange tijd de norm waren, verschuift de vraag naar functionele hydratatie: water verrijkt met vitamines, elektrolyten of natuurlijke smaken. Werkgevers spelen daarin een steeds actievere rol. Vanuit zorg voor medewerkers, maar ook vanuit productiviteit en welzijn.Hydratatie wordt daarmee onderdeel van bredere thema’s als vitaliteit, performance, werkgeluk en energie. Wat vroeger een faciliteit was, wordt nu een strategisch onderdeel van de werkomgeving. Minder transport, meer impact De impact van de huidige drankketen is groot, maar vaak onzichtbaar. Denk aan transport van dagelijkse leveringen, koeling en opslag en afvalverwerking van verpakkingen. Door productie naar de plek van consumptie te verplaatsen, verandert die impact drastisch.Minder transport betekent minder uitstoot. Minder verpakkingen betekent minder afval. En minder logistiek betekent meer controle. Voor bedrijven die serieus werk maken van duurzaamheid, is dit een van de meest tastbare veranderingen die ze kunnen doorvoeren op de werkvloer.Wat deze transitie mogelijk maakt, is de combinatie van hardware en software. Slimme systemen kunnen vandaag de dag gepersonaliseerde dranken aanbieden, real-time verbruik en voorkeuren analyseren, integreren met bredere workplace en sustainability tools en automatisch bijsturen op basis van data, zoals ingrediënten aanvullen, downtime beperken en onderhoud en storingen voorspellen.Steeds meer organisaties zoeken actief naar oplossingen die gezondheid, duurzaamheid en gebruiksgemak combineren, zonder extra operationele complexiteit. Aquablu is één van de spelers die inspeelt op die behoefte door hydratatie op locatie slimmer en flexibeler te organiseren, als geïntegreerd onderdeel van de moderne werkplek. Dat bedrijven hierin investeren laat zien dat hydratatie op de werkvloer zich ontwikkelt van facilitaire voorziening naar strategische infrastructuur. Een kantelpunt in zicht De geschiedenis van consumentengoederen laat zien dat markten plotseling versnellen zodra meerdere krachten tegelijk samenkomen. Precies dat gebeurt nu in hydratatie op de werkvloer. De druk op bedrijven om gezonder, duurzamer en efficiënter te opereren neemt toe. Tegelijk verwachten medewerkers meer gepersonaliseerde en hoogwaardige ervaringen op de werkvloer. En technologie maakt het eindelijk mogelijk om drankvoorziening slimmer, lokaal en datagedreven in te richten.Op het moment dat duurzaamheid, gezondheid, ervaring én kostenvoordeel in één oplossing samenkomen, is dat een echte aanjager van verandering. De vraag is hoe snel deze nieuwe standaard gemeengoed wordt. Van gewoonte naar bewust systeem Misschien is de grootste verandering wel deze: drinken op kantoor wordt van een gewoonte een bewust systeem. Een systeem dat raakt aan gezondheid, duurzaamheid, kosten en technologie. Als we eerlijk zijn, is het vreemd dat iets zo alledaags als drinken op kantoor zo lang geen innovatie heeft gekend. Terwijl we onze werkplekken slimmer, gezonder en duurzamer maken, bleef dit systeem grotendeels hetzelfde.Wat we nu zien, is dat die vanzelfsprekendheid verdwijnt. Organisaties stellen andere vragen, medewerkers verwachten meer en technologie maakt nieuwe oplossingen mogelijk. Voor mij is een logische volgende stap. De manier waarop we drinken op kantoor zal fundamenteel veranderen. Het kan simpelweg beter. En als dat besef eenmaal landt, gaat het snel. Dit artikel is gemaakt door onze partner Aquablu en geredigeerd door de expertredactie van Change Inc. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.