Dimitri Reijerman 14 november 2015, 09:30

'Investeerders onvoldoende voorbereid op klimaatverandering'

Een wijziging in het sentiment van beleggers en investeerders ten aanzien van klimaatverandering kan de waarde van aandelenportefeuilles in korte tijd fors verminderen. Verliezen kunnen oplopen tot 45 procent.

Tropicana3

Dat schrijft het Institute for Sustainability Leadership, onderdeel van de Universiteit van Cambridge, in het rapport 'Unhedgeable risk – how climate change sentiment impacts investment'. De onderzoekers stellen dat diverse klimaatgerelateerde gebeurtenissen kunnen zorgen voor een snelle verandering in het sentiment van beleggers met grote gevolgen voor de aandelenkoersen, iets waar zij onvoldoende op zijn voorbereid.

Onder andere een structurele wijziging in het gevoerde beleid om het klimaatprobleem aan te pakken – een mogelijke uitkomst van de COP21-conferentie in Parijs – alsmede weersgerelateerde rampen en technologische veranderingen vormen ook op de korte termijn een potentieel gevaar voor de rendementen van aandelenportefeuilles.

'Unhedgeable risk'

Volgens het Institute for Sustainability Leadership kunnen investeerders hun portfolio's slechts tot 50 procent indekken, waarmee klimaatverandering gezien wordt als een unhedgeable risk. In het ergste scenario moeten investeerders rekening houden met waardedalingen tot 45 procent. "Geen enkele investeerder is immuun voor de risico's die klimaatverandering oplevert", aldus Jake Reynolds van het onderzoeksinstituut.

In het onderzoek worden verschillende scenario's benoemd en daar zijn 'stress tests' op losgelaten. Bij een scenario waarbij de klimaatproblematiek niet wordt aangepakt, het 'business as usual'-scenario, komt de economische groei op de langere termijn – na een periode van 5 tot 10 jaar met weinig groei – uit op 2 procent. Bij een concrete aanpak van de problemen met het streven het klimaat met gemiddeld niet meer dan 2 graden Celsius te laten opwarmen, wordt een groei verwacht van uiteindelijk 3,9 procent per jaar.

Ondanks dat een stevige aanpak van de klimaatproblemen lonend zou zijn, heeft dit wel tot gevolg dat het een aanzienlijke impact zal hebben op de meeste investeerders. Volgens het Institute for Sustainability Leadership wijzen eerder uitgevoerde onderzoeken juist op financiële consequenties op de langere termijn.

Waarschuwende woorden

Het is niet de eerste keer dat er uit de financiële wereld waarschuwende woorden klinken. Vorige maand stelde Mark Carney, de baas van de Bank of England, nog dat er financiële instabiliteit dreigt als gevolg van klimaatverandering. Onder andere verzekeraars en bedrijven die handelen in fossiele brandstoffen kunnen hard getroffen worden.

Bron: Institute for Sustainability Leadership | Foto: via Wikipedia, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Deeleconomie: speeltje voor hoger opgeleiden of ontluikende kans?

In dit opiniestuk houden Tim de Beer en Matthijs de Gier van TNS Nipo de deeleconomie tegen het licht. Aanleiding vormt een enquête van TNS Nipo waarin Nederlanders over diverse aspecten van de deeleconomie zijn ondervraagd.Deeleconomie: ontsporend ‘speeltje voor hoger opgeleiden’, of ontluikende kans?Wat hebben de ophef om de afschaffing van de basisbeurs en de felle emoties bij het migratiedebat gemeen? Toch vooral dat ‘de kloof’ overal is: telkens staan bezorgde, spaarzame bewoners van doorzonwoningen en progressieve, kapitaalkrachtige villawijkbewoners lijnrecht tegenover elkaar. De vrees dat de verliezers van de moderniteit blijvend en in groeiende mate terrein verliezen is groot - daar kan geen oproep van minister Bussemaker voor verzet tegen het dictaat van de diplomademocratie iets aan veranderen.Tel daarbij op dat de door Rutte II uitgeroepen participatiesamenleving vooral wantrouwend – namelijk: als verkapte bezuinigingsmaatregel – wordt ontvangen. Dan valt te begrijpen dat het nog weinig omkaderde begrip ‘deeleconomie’ evenmin met breed enthousiasme wordt ontvangen.Speeltje van bakfietsouders of revitaliseermiddel kapitalisme?Wat is de deeleconomie eigenlijk? De beste beschrijving is vooralsnog ‘alle initiatieven buiten de reguliere economie om die goederen en diensten aanbieden – mét of zonder winstoogmerk, waarbij de nadruk op delen ligt’. Het delen van auto’s (Uber, SnappCar), gereedschap (Peerby) en huisvesting (Airbnb) zijn de meest aansprekende voorbeelden.Hoe wordt over de deeleconomie gedacht? Sommigen lijken het vooral een speeltje voor hoger opgeleiden te vinden, terwijl anderen – bakfietsouders!, zeggen cynici – het niets minder dan een gouden kans noemen om het traditionele, vervuilende, ongelijkheid reproducerende kapitalisme te revitaliseren. Afgelopen maand kon de Sharing week ook in Nederland weer op de nodige bijval rekenen.Duidelijk is dat zeker in het geval van Uber en Airbnb de concurrenten uit de ‘reguliere’ economie niet blij zijn. In het laatste geval beginnen ook burgers zich te roeren. Zo vielen boze buurtactivisten – gesteund door vakbonden – het hoofdkantoor van Airbnb in San Francisco binnen, als protest tegen de snel stijgende huren. San Francisco, met Silicon Valley om de hoek, is het schoolvoorbeeld van de groeiende kloof tussen ‘haves’ en ‘haves not’, niet in de laatste plaats op de huizenmarkt. Voorlopig vergeefs, want hun referendumvoorstel om de verhuurmogelijkheden wettelijk in te perken haalde het niet.Uit academische hoek klinkt al langer kritiek. ‘De deeleconomie leidt niet vanzelf tot meer gelijkheid’, schreef hoogleraar innovatiestudies Koen Frenken in de Volkskrant van 24 augustus 2015. In beginsel beaamt Frenken dat de positieve gevolgen aanzienlijk kunnen zijn – op het gebied van minder milieubelasting, groeiende sociale cohesie op buurtniveau en betaalbare vakanties voor steeds meer mensen.Kapitaalkrachtigen kunnen hun toch al geprivilegieerde positie bestendigen en uitbouwenToch ziet hij zeker zoveel gevaren. Kapitaalkrachtigen kunnen hun toch al geprivilegieerde positie bestendigen en uitbouwen: zo zullen huizenprijzen en uiteindelijk ook de huurprijzen in populaire vestigingsplaatsen zodanig toenemen dat de lagere inkomens nog veel meer dan nu al het geval is massaal naar de randgemeenten worden verdreven. San Francisco is nog maar het begin.Ook zou de ‘natuurlijke’ ongelijkheid in vaardigheden en de ‘sociale’ ongelijkheid tussen mensen deze kloof nog verder vergroten. Een goede presentatie leidt tot goede beoordelingen, vertrouwen en de mogelijkheid om deze positie verder uit te bouwen – terwijl mensen die deze vaardigheden ontberen niet mee kunnen. En gelijkgestemden met veel ‘sociaal kapitaal’ zullen elkaar eerder vertrouwen dan mensen met een andere sociaaleconomische of etnische achtergrond – zij zullen profiteren van eventuele prijsdalingen, waardoor – opnieuw – kwetsbare groepen achterblijven.Sociale klasse, maar vooral vertrouwen en contact bepalen houdingHoe kijkt het algemene publiek tegen deze kwesties aan – zien zij beren op de weg, of vooral kansen? Recent uitgevoerd onderzoek van TNS Nipo laat zien dat de waarheid voorlopig nog in het midden ligt. Saillant: de waarschuwing over mogelijk groeiende ongelijkheid door de effecten van de deeleconomie wordt over het algemeen niet gedeeld - óók niet door de veronderstelde kwetsbare groepen. Slechts 20 procent denkt dat de deeleconomie voor groeiende ongelijkheid zal zorgen, terwijl ruim de helft (55 procent) het daarmee niet eens is.We zien wél significante verschillen tussen de hoogste en sociale klassen als het de deeleconomie ‘an sich’ betreft - waarbij sociale klasse en vertrouwen hand in hand gaan: de hoogste sociale klassen en mensen met vertrouwen in de medemens en samenleving zijn aanmerkelijk positiever over de deeleconomie dan de laagste sociale klassen en de mensen zónder vertrouwen.Verder laat het onderzoek zien dat sociale klasse op allerlei mogelijke (indirecte!) manieren invloed heeft op participatie aan de deeleconomie. Het is vooral vertrouwen, en in mindere mate contact met de naaste omgeving, dat doorwerkt op houding jegens de deeleconomie.Middenklasse voert boventoon binnen deeleconomieZien we de kloof dan wél met betrekking tot gedrag – binnen de ‘markt’ van de deeleconomie? Ook dat valt nog te bezien. Verrassend: mensen uit de hogere sociale klassen zijn slechts zeer selectief aanwezig binnen de deeleconomie. Het zijn vooral de mensen uit de middelste sociale klassen die zowel aan aanbod- als aan vraagzijde goed vertegenwoordigd zijn.Het goede nieuws is dat het niet de elite, maar vooral de middengroepen zijn die de boventoon voerenHet slechte nieuws is dat de deeleconomie eerder een voortzetting van het gebruikelijke ‘onderonsje’ is dan een revolutie die klassen bijeenbrengt en nieuwe emancipatiemogelijkheden brengt. Het goede nieuws is dat het niet de elite, maar vooral de middengroepen zijn die de boventoon voeren.Waarom is dat goed nieuws? Een WRR-rapport uit 2014 stelde dat de middenklasse, geteisterd door robotisering en afkalvende sociale zekerheid, in rap tempo aan het verdwijnen is. Een mogelijke aanpassingsstrategie, aldus WRR-hoofdauteur Van Lieshout: op zoek gaan naar nieuwe manieren om geld te verdienen.De deeleconomie kan een voorzichtige manifestatie van die strategie zijn. Daarnaast kan de deeleconomie de middenklasse in staat stellen om haar brugfunctie tussen elite en laagste klassen te bestendigen. Maar aanwezigheid en goede bedoelingen alléén zijn niet genoeg. Om kwalijke macro-economische neveneffecten te temperen is waakzaamheid van overheidswege geboden. Anders zullen San Francisco-achtige taferelen sneller gemeengoed worden dan ons lief is.Tim de Beer en Matthijs de GierFoto onder: Mary, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven), foto rechts: Toban B, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)