Fitria Jelyta 08 november 2016, 14:45

'Kansen voor miljardeninvesteringen in duurzaamheid'

De ondertekening van het Klimaatakkoord in Parijs heeft geleid tot wereldwijd $ 23.000 mrd aan investeringsmogelijkheden om duurzame projecten te financieren en daarmee klimaatverandering tegen te gaan.

Klimaatverandering

Dat blijkt uit onderzoek van de International Finance Corporation (IFC). Na de ondertekening van het Klimaatakkoord hebben 189 landen plannen ontwikkeld om klimaatverandering als gevolg van broeikasgasemissies te bestrijden. Deze plannen hebben betrekking op de ontwikkeling van hernieuwbare energie, koolstofarme steden, duurzaam bosbeheer en klimaatbestendige landbouw.

CO2-reductie en brandstofbesparing

Wanneer deze plannen in werking treden, verwacht IFC niet alleen een aanzienlijke vermindering van de broeikasgasemissies, maar ook een duurzame infrastructuur, efficiënte bedrijfsvoering en brandstofbesparingen. Het onderzoek van IFC is gebaseerd op de afspraken die in het Klimaatakkoord zijn vastgesteld, zoals het voorkomen dat de opwarming van de aarde met meer dan 2 graden Celsius stijgt.

Daarnaast werd het onderzoek uitgevoerd op basis van de wereldwijde sectoren waarin de meeste kansen liggen om duurzaam te beleggen en daarmee bij te dragen aan de strijd tegen klimaatverandering. Zo blijkt dat er in landen als China, Indonesië, de Filipijnen en Vietnam investeringsmogelijkheden zijn van $ 16.000 mrd om een duurzame bouwsector te realiseren.

Duurzaam investeren

“Er was nog nooit een betere tijd dan nu voor duurzame investeringen tegen klimaatverandering”, zegt Philippe Le Houérou, executive vice president van IFC, in een persbericht. “Deze kansen maken het mogelijk om de prijs van schone technologieën te verlagen en slimme wetgeving te ontwikkelen, die organisaties aanzet tot duurzame beleggingen.”

De IFC heeft zich tot doel gesteld om in 2020 jaarlijks $ 3,5 mrd investeringen te doen om projecten te financieren, die de strijd tegen klimaatverandering bevorderen. De financiële instelling die deel uitmaakt van de Wereldbank, beschrijft in het rapport dat acties van overheidsinstellingen noodzakelijk zijn om de kansen van deze investeringen te grijpen.

Zo kunnen overheidsinstanties strategieën ontwikkelen die prioriteit geven aan het bestrijden van klimaatverandering en hun budgetten daarop aanpassen. Ook verwacht de IFC dat overheden het bedrijfsleven stimuleren om duurzame investeringen te doen.

Emissiehandel

Onlangs gaf de IFC een groene obligatie uit ter waarde van $ 152 mln om ontbossing te voorkomen in de strijd tegen klimaatverandering. De green bond van IFC geeft beleggers de mogelijkheid om de couponrente ter waarde van 1,546 procent per jaar in geld of in CO2-emissierechten te ontvangen.

De zogeheten carbon credits stellen de investeerders in staat om met hun ondernemingen een ton CO2 of een andere broeikasgas uit te stoten, dat gelijk staat aan de uitstoot van een ton CO2. Hiermee kunnen de instellingen die de groene obligatie van de IFC kopen, de CO2-uitstoot van bijvoorbeeld productieprocessen compenseren of de verkregen emissierechten doorverkopen aan andere bedrijven om zelf te investeren in CO2-reductie. 

Bron: IFC, Wereldbank | Foto: NASA via Unsplash.com, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

‘Bied experimenteerruimte voor duurzame landbouwdrones’

Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen Environmental Research (Wer), voorheen Alterra. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken bracht het instituut de toepassingen van drones in de landbouw en natuur in kaart.Duurzame landbouwDaaruit blijkt dat onder meer het milieu kan profiteren van gebruik van drones in de landbouw. Zo kan de toepassing van de nieuwe technologie bijdragen aan minder vervuiling van lucht, water en bodem. Daarnaast kunnen drones helpen verspilling te verminderen, door de landbouw efficiënter te maken.Ook eigenaren en beheerders van natuurgebieden kunnen profiteren van de ondersteuning van drones, stellen de onderzoekers.Experimenteren met dronesOndanks de verwachte potentie van de nieuwe technologie, zijn boeren en natuurbeheerders volgens de onderzoekers nog terughoudend. Daarvoor noemen zij verschillende oorzaken. Zo wijzen de onderzoekers op hoge investeringskosten in relatie tot onduidelijkheid over de (meer)opbrengsten. Daarnaast is er onduidelijkheid over bijvoorbeeld het eigendom van data die met drones kunnen worden verzameld.  Daarom pleiten de onderzoekers voor meer demonstratie- of experimenteerruimte voor agrariërs of eigenaren van natuurgebieden. Daarin kunnen zij samen met aanbieders van drones in een praktijkstudie tonen wat mogelijk is. Een dergelijke ruimte kan ook dienen om de operationele aspecten verder te ontwikkelen.PrecisielandbouwDe onderzoekers doen in het onderzoeksrapport de volgende aanbevelingen voor het ministerie van Economische Zaken (EZ):EZ geeft meer aandacht aan de ontwikkeling van drones als onderdeel van het technologische complex van de precisielandbouw EZ vormt een belangrijke tegenkracht binnen de overheid waar het de ontwikkeling van de regelgeving rond gebruik van drones betreft Precisielandbouw wordt als vergroeningsmaatregel aangemerkt in het Europese landbouwbeleid, of in eigen land wordt de koppeling van precisielandbouw aan milieu- en klimaatdoelen gestimuleerd Een gebied als Living Lab wordt aangewezen en ingericht voor de inzet van drones ten behoeve van landbouw en/of natuur Een verdere verkenning, ook buiten Nederland, van de maatschappelijke consequenties van drones, gekoppeld aan een Living Lab Bron: Wageningen Environmental Research | Foto: Jason Blackeye, via Unsplash Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)