Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 04 april 2013, 13:11

Multinationals falen in uitwerking duurzame ambities

De grootste bedrijven ter wereld doen te weinig om hun duurzame ambities werkelijkheid te laten worden. In alle sectoren wordt slecht gescoord.

Green world 1920x1200 e1365073863437

Dit blijkt uit een onderzoek van oekom research, een Duits analysebureau voor duurzame investeringen. Het bureau beoordeelde de duurzame prestaties van 122 multinationals op de omgang met klimaat, biodiversiteit, water, bosbouw, armoede, demografische veranderingen en corruptie. In totaal was een score van 100 punten mogelijk. Geen enkel bedrijf komt in de ranglijst van het Duitse onderzoeksbureau ook maar in de buurt van dat maximum.

Slechts één op de zes bedrijven – 16,7 procent – krijgt van oekom het predicaat ‘goed’ duurzaam management. Het is bijzonder dat zo weinig bedrijven goed presteren, omdat 62 procent van hen meldt dat duurzaamheid in hun beleid is verweven. Twee derde roept zelfs dat hun duurzame management winst oplevert.

“De industrieën die, meer dan alle anderen, staan voor duurzaam management hebben gefaald door niet eens de helft van de maximale score te behalen,” zegt Matthias Bönning van oekom in een reactie. Het onafhankelijke onderzoek is uitgevoerd om duurzame beleggers en investeerders een waarheidsgetrouwe evaluatie te geven van de duurzame claims van bedrijven.

Europa koploper

De papier- en houtindustrie scoort van alle industriële sectoren het hoogste qua duurzame prestaties: zij behaalden gemiddeld 47,7 van de 100 punten. Er zijn slechts twee andere sectoren die gemiddeld meer dan 40 punten scoren: de auto-industrie en fabrikanten van huishoudelijke producten. Opvallend detail is dat de Franse autofabrikanten in hun sector het beste scoren, terwijl zij momenteel in zwaar financieel weer verkeren.

De twintig best presterende bedrijven zijn allemaal Europees, al is het Griekse Coca-Cola Hellenic onderdeel van het Amerikaanse Coca-Cola Enterprises. Met zeven bedrijven is Groot-Brittannië oververtegenwoordigd. “De kwaliteit van duurzaam management in Noord-Amerika en Azië is aanzienlijk lager dan in Europa,” merkt het rapport op.

De slechtst scorende sectoren zijn die van onroerend goed en de olie- en gasindustrie. Zij behalen niet eens 20 punten, terwijl dit juist de sectoren zijn die een grote rol spelen in de verduurzaming. Ook de financiële sector presteert slecht. Verzekeraars en banken spelen een belangrijke rol in het ondersteunen van bedrijven die duurzaam willen ondernemen, maar vullen die rol – enige uitzonderingen daargelaten – niet op een goede manier in.

Nederland

De best scorende Nederlandse multinationals zijn Philips (Consumer Electronics), Unilever (Food & Beverages) en AkzoNobel (Chemical). Zij leggen het echter allemaal af tegen hun concurrenten. Unilever scoort van alle bedrijven echter wel het beste als het gaat om watermanagement: het bedrijf scoort 72 punten, terwijl het gemiddelde van alle bedrijven op 37 punten ligt. Op het gebied van Fair Trade is Unilever ook koploper, samen met het eveneens Nederlandse D.E. Master Blenders 1753 en het Amerikaanse Starbucks.

Een negatieve vermelding is er voor uitgever Wolters Kluwer. Zij scoren ruim onder het gemiddelde wat betreft maatregelen voor het duurzaam inkopen van papier: het gemiddelde ligt op 27 punten, terwijl de van oorsprong Groningse uitgeverij slechts 13 van de 100 punten scoort. De Britse uitgever Pearson, bekend van de Financial Times en Penguin Books, scoort met een schamele 56 punten het beste van alle grote uitgeverijen ter wereld.

Volgens oekom research liggen de matige duurzame prestaties van de multinationals puur aan hen zelf. “De ideeën, concepten en technische capaciteiten die nodig zijn om de duurzame uitdagingen uit te voeren, bestaan al,” schrijven de Duitsers. Ze wijzen op de voordelen van duurzaam management. “Milieu- en maatschappelijke betrokkenheid zijn niet het product van economisch succes, maar de hoofdoorzaak. [Bedrijven die op alle gebieden duurzaam ondernemen] zullen op de lange termijn economisch succesvol zijn.”

Bron: GreenBiz
Foto: Wallpaper via Google Images

Onderhoud windmolens goedkoper door klimmende robot

Het Amerikaanse bedrijf Helical Robotics ontwikkelde een robot, de HR-MP20, die inspectie- en onderhoudstaken kan doen bij zowel windmolens op land als op zee. Omdat monteurs niet meer omhoog hoeven te klimmen wordt onderhoud dankzij de robot efficiënter, gemakkelijker en dus goedkoper.De robot ziet er uit als een koffer op wielen en is een knap stukje techniek. Met behulp van magneten kan hij namelijk verticaal langs de toren van een windmolen omhoog klimmen. Daarbij kan 9 kilogram aan instrumenten mee omhoog worden genomen, terwijl de robot zelf maar 19 kilogram weegt.Volgens Bruce Schlee, directeur van Helical Robotics, is de robot een belangrijke stap in de transitie naar duurzame energievoorziening. ‘Het succes van windenergie en andere hernieuwbare energiebronnen hangt af van dit soort nieuwe technologieën. Onze robot verlaagt de kosten van onderhoud en inspectie aan windmolens, waardoor windenergie een betere concurrentiepositie krijgt.’Als bergbeklimmersMomenteel is er voor het onderhoud van windmolens ingewikkelde apparatuur en goed opgeleid personeel nodig. Ook zijn de taken vaak nogal omslachtig. Een voorbeeld is de inspectie van de bladen. Dat kan gedaan worden vanaf de grond, maar dan heeft de inspecteur een sterke telescoop nodig. Het kan ook gedaan worden in de toren zelf, maar dan moeten de inspecteurs als bergbeklimmers langs de buitenkant van de toren klimmen.Recent is de HR-MP20 getest in een windmolenpark in de Amerikaanse staat Minnesota. Daar bleek dat de robot inderdaad handiger was dan conventionele onderhoudsmethodes, onder andere omdat de robot beter bestand is tegen wind en slecht weer.Bron: CleanTechnicaFoto: Helical Robotics