Sebastian Maks
12 maart 2025, 13:45

Na een golf van afwijzingen worstelt de Net Zero Banking Alliance met zichzelf

De Net Zero Banking Alliance, een VN-coalitie van klimaatbewuste banken, is aan het wankelen. Nu zes grote Amerikaanse banken hun lidmaatschap hebben opgezegd, overweegt het verbond belangrijke deelnemers-eisen te verslappen. Wat is de NZBA dan eigenlijk nog waard?

Getty Images 2204543552 Begin dit jaar verlieten zes grote Amerikaanse banken de NZBA. | Credits: Getty Images

Het is als een vrijgezel die door de ene na de andere partner wordt gedumpt. Langzaam ebt de eigenwaarde weg en neemt zelftwijfel de overhand. Misschien ligt het allemaal wel aan mij? Ben ik eigenlijk wel goed genoeg? Wat moet ik doen om weer gewaardeerd te worden?

Zo is het ook met de Net Zero Banking Alliance (NZBA), een door de Verenigde Naties gecoördineerd verbond van financiële instellingen. De coalitie is in 2021 ontstaan vanuit het idee dat de financiële sector een leidende rol kan en moet pakken in het afwenden van de klimaatcrisis. Maar sinds enkele maanden lijkt de NZBA in een eigen crisis te zijn beland.

Een coalitie in crisis

Rond de jaarwisseling maakten de zes grootste banken uit de VS bekend hun NZBA-lidmaatschap op te zeggen. Dat waren de banken JP Morgan, Bank of America, Citigroup, Wells Fargo en Goldman Sachs. Hoewel ze het niet expliciet maakten, was de reden van hun vertrek duidelijk: het aantreden van Donald Trump. De Amerikaanse president is een uitgesproken tegenstander van ambitieus klimaatbeleid en stapte bij zijn aantreden direct uit het klimaatakkoord van Parijs. De aanname was destijds dat banken niet zitten te wachten op kritiek van Trump en zich om die reden distantiëren van de VN-klimaatcoalitie.

Experts verwachtten dat het vertrek geen direct effect zou hebben op de rest van de coalitie. Nederlandse banken bleven lid, en ook van de rest van de Europese banken werd geen exodus verwacht. Vooralsnog lijkt die ook niet aanstaande.

Maar de ontwikkelingen hebben de NZBA wel aan het denken gezet. Onlangs meldde het Amerikaanse persbureau Bloomberg dat de coalitie overweegt om een belangrijke deelnemers-eis te laten vallen. Bij de oprichting van de NZBA was het uitgangspunt dat banken hun investeringsportfolio in lijn moeten brengen met een pad om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. Vanwege ‘veranderende omstandigheden’ overweegt het verbond die eis af te zwakken naar ‘onder de 2 graden’. Ook wordt overwogen om ‘gefinancieerde emissies’ – de uitstoot die voortkomt uit de investeringen van banken – niet langer centraal te stellen bij de beoordeling van het klimaatbeleid. Het lijken stuiptrekkingen van een gezelschap dat koste wat het kost leden aan boord wil houden.

Zwakker klimaatbeleid

Bovenal roept het de vraag op: wat is een coalitie die als doel heeft om klimaatbeleid te versterken eigenlijk waard als diezelfde coalitie geen sterk klimaatbeleid van zijn leden eist? Zeker nu er ook verhalen binnendruppelen van Europese banken die duurzaamheid steeds verder naar de achtergrond drukken. Bijvoorbeeld het Britse HSBC, dat zijn netto-nul-doelen met twintig jaar heeft uitgesteld. Een symptoom dat onder vier jaar Trump naar verwachting op steeds meer plekken zichtbaar zal worden.

Gevraagd naar de ontwikkelingen, vertelt oud-bankier Herman Mulder dat hij ondanks alles optimistisch is. Mulder is voorzitter van de Impact Economy Foundation, medeoprichter van SDG Nederland en werkte daarvoor ruim elf jaar bij ABN Amro. Zijn optimisme komt allereerst voort uit een geloof in de effectiviteit van de NZBA.

“De grote angst van banken is dat de één meer actie onderneemt dan de ander wanneer het gaat om klimaatactie. Ze opereren namelijk in vergelijkbare markten en concurreren dus allemaal met elkaar. Het goede van een NZBA is: je maakt afspraken met elkaar, werkt samen en creëert een level playing field.”

Onderstroom

Hoewel dat gelijke speelveld door het vertrek van de Amerikaanse banken aan het wankelen is gebracht, ziet Mulder een sterke onderstroom van welwillendheid om bij investeringsbeslissingen rekening te houden met de klimaateffecten. Hij wijst daarbij op een recente studie van Triodos, waaruit blijkt dat een minderheid van zo’n 25 procent al genoeg is om binnen een samenleving de norm te veranderen.

Oftewel: als 25 procent van de financiële wereld overtuigd is van de noodzaak om klimaatbewust te investeren, dan wordt dat de nieuwe standaard. “In Europa zitten we al tegen die 25 procent aan”, ziet Mulder. Hij denkt dat banken klimaatrisico’s op waarde zullen blijven schatten, ondanks hun openlijke twijfel aan de 1,5 graden-eis. Die lijkt voornamelijk voor de bühne.

“Sommigen zeggen dat het sneller moet, anderen vinden het te snel gaan, maar duurzaamheid is gewoon mainstream
aan het worden. Ik ben dus niet zo pessimistisch over de NZBA. Zelfs als de expliciete verwijzing naar 1,5 graden losgelaten wordt, denk ik dat de aandacht voor het klimaat niet minder zal worden.”

‘Stranded assets’

De overtuiging van klimaatbewuste bankiers komt voort uit de opvatting dat het vanuit financieel perspectief verstandig is om rekening te houden met het klimaat. Investeren in bijvoorbeeld nieuwe olie- en gasvelden wordt steeds riskanter voor financiële instellingen, omdat ze het gevaar lopen ‘stranded assets’ (waardeloze bezittingen) te financieren. Onlangs bleek uit een rapport dat Britse pensioenfondsen daardoor het risico lopen in 2040 maar liefst 18 miljard euro te verliezen. Daarnaast kunnen extreme weersomstandigheden, veroorzaakt door klimaatverandering, schadelijke gevolgen hebben voor de investeringen van banken, zoals infrastructuur, vastgoed en waardevolle bedrijfsbezittingen.

Mulder onderschrijft die theorie. “Het is gewoon goed risicomanagement om rekening te houden met de klimaatimpact. Je moet kijken naar de known unknowns die op ons af komen. Het sologedrag van de Amerikaanse banken die uit de NZBA zijn gestapt, moet geen reden voor ons zijn om dat risicobeleid ineens aan te gaan passen.”

Geitenpaadjes

Hoewel ze een remmend effect hebben op de duurzame transitie, horen tegenslagen als deze er volgens Mulder gewoon bij. “In mijn vijftigjarige loopbaan heb ik veel van dit soort schommelingen gezien. Het is belangrijk om te beseffen: it only gets worse before it gets better.” Hij benadrukt dat vooruitgang nooit in een rechte lijn gaat, en dat het nemen van ‘geitenpaadjes’ onvermijdelijk is. “Misschien wordt het eindresultaat dan nog wel beter ook.”

Lees ook:

Verduurzaming van onze wegen en energienetten? Dat vraagt om ander leiderschap

Nederland leunt op een fijnmazig netwerk van wegen, spoorlijnen, dijken en energienetwerken. Een vitale infrastructuur voor de samenleving, die wordt uitgedaagd door een serie razendsnelle veranderingen. Terwijl de wereld in rap tempo digitaliseert en de energietransitie in volle gang is, worstelen we hier met PFAS, stikstof, Europese regelgeving en dure grondstoffen. En wat te denken van het stroomnet, dat aan alle kanten piept en kraakt. Voor organisaties als ProRail, energiemaatschappijen, Schiphol en de waterschappen is het hollen om bij te blijven. Hun werk is de afgelopen tien jaar heel wat ingewikkelder geworden. Vertraging met veel impact “Als er ergens in de straat een nieuwe kabel moest worden aangelegd, dan zagen we dat voorheen al jaren van tevoren aankomen. Trad er in de uitvoering wat vertraging op, dan was dat niet erg. De hele planning schoof dan gewoon een beetje op”, vertelt Trudy Onland van Stedin. Ze is op dit moment nog operationeel directeur van de netbeheerder en wordt in mei de nieuwe CEO. “Nu er op veel plekken netverzwaring nodig is, gelden er heel andere spelregels. Ons werk is veel tijdkritischer geworden. Als we nu achterlopen, kan het zomaar betekenen dat een industrieterrein niet kan uitbreiden. Zo'n vertraging heeft veel meer impact dan voorheen.” Mensen klaarstomen Het voorbeeld van Onland schetst de nieuwe realiteit waar organisaties zoals Stedin mee moeten dealen. Dat vraagt om een andere manier van werken. Wat tot voor kort nog verkokerd wordt aangestuurd – spoor hier, waterbeheer daar – vraagt inmiddels om veel meer onderlinge afstemming. En dus ook om een andere manier van leidinggeven. Geïsoleerd werken blijkt niet meer van deze tijd. Meer dan ooit draait het voor managers om het verbinden van verschillende partijen en het creëren van gedeelde waarde. “Het is cruciaal dat we onze mensen hiervoor klaarstomen”, vervolgt Onland. “De complexiteit van ons werk is enorm toegenomen en dat vraagt om mensen die kunnen samenwerken, snappen wat er bij transities komt kijken en weten hoe ze nieuwe technologie kunnen toepassen.” Publieke Infrastructuur in transitie Speciaal voor leidinggevenden die werken in deze branche heeft Nyenrode Business Universiteit nu de leergang 'Publieke Infrastructuur in Transitie'. Hier worden de managers klaargestoomd om Nederland toekomstbestendig te maken. Initiatiefnemer van de opleiding is nlmtd. “Wij helpen organisaties met het maken van positieve impact, zodat ze kunnen bijdragen aan een duurzame planeet en betere samenleving”, vertelt co-founder Mike Hoogveld. “We zijn met ons advieswerk erg actief in de energietransitie. Van opdrachtgevers horen we dat ze worstelen met de snelle veranderingen. Dat gaat over zaken als digitalisering, duurzaamheid en innovatie. Dit bracht ons op het idee voor een nieuwe opleiding, speciaal bedoeld voor high potentials bij organisaties die actief zijn in het domein van de publieke infrastructuur.” De één werkt bij Schiphol, de ander voor een energiemaatschappij, waterschap of ProRail. Breng de managers van dit soort organisaties bij elkaar en je ontdekt al snel dat ze tegen soortgelijke uitdagingen aanlopen. Hoe stellen we bijvoorbeeld een juridisch waterdicht contract op, zonder elke vorm van flexibiliteit te verliezen? Op welke manier kunnen we onze werkzaamheden slimmer plannen? Wat is ervoor nodig om nieuwe technologie sneller te adopteren? En zijn er partners met wie we samen kunnen optrekken? Sneller inspelen op veranderingen Bij de opleiding 'Publieke Infrastructuur in Transitie' komen dit soort vraagstukken uitgebreid aan bod. Zo krijgen de managers onder meer les in systeemdenken, persoonlijk leiderschap, verandermanagement en transitiekunde. “Traditionele organisatiestructuren zijn vaak star en traag. Flexibiliteit in denken en handelen stelt organisaties in staat om sneller in te spelen op veranderingen, zoals duurzame wetgeving en de opkomst van AI. Dit vraagt om leiders die adaptief zijn, experimenteren en een cultuur van wendbaarheid bevorderen”, aldus Hoogveld. “Bovendien is sturen op enkel financieel rendement niet meer voldoende. Moderne leiders kijken ook naar sociale en ecologische waardecreatie.”Mike Hoogveld, co-founder nlmtd, en Trudy Onland, operationeel directeur bij Stedin, over het belang van nieuw leiderschap om transities te versnellen.Werken in ecosystemen Verder is er veel aandacht voor – wat Hoogveld de cruciale factor voor de energietransitie noemt – ecosystemen. “Wij geloven erin dat organisaties meer bereiken als ze gaan samenwerken in deze ecosystemen. Dit betekent dat mensen van elkaar gaan leren waardoor ze uiteindelijk tot andere inzichten komen.” Voorbeeld is de WhatsApp-groep die op initiatief van de deelnemers in het leven is geroepen. “Daarin bespreken ze heel praktische zaken. Wat zijn de consequenties als je kantoorpersoneel tijdelijk inzet voor diensten in de operatie, werd er laatst door iemand gevraagd. Al snel volgden er heel nuttige antwoorden van managers van andere organisaties die dat vaker zo doen.” Binnenkijken bij bedrijven Onderdeel van de opleiding is ook binnenkijken bij andere bedrijven. Zo nam Stedin het initiatief voor een kennismiddag over cybersecurity en afgelopen jaar was er nog een werkbezoek bij Schiphol, een van de founding fathers van de leergang. Michiel van Goor werkt voor het projectbureau van de luchthaven en ook hij volgt de leergang 'Publieke Infrastructuur in Transitie'. “We zijn bij Schiphol bezig met grote projecten waaronder een renovatie, het verduurzamen van ons vastgoed en de bouw van een nieuwe pier”, aldus Van Goor. Hij ziet veel gelijkenissen met de uitdagingen waar zijn studiegenoten mee te maken hebben. “We behandelen allemaal een eigen casestudie en lezen elkaars strategieplannen.” Ook hij benadrukt het belang van ecosystemen. “Dit is in de leergang heel duidelijk naar voren gekomen. Waar het om draait is de kwaliteit van verbindingen tussen personen én de organisatie. Die is van wezenlijk belang om transitiestappen te kunnen maken. Ik probeer dat nu steeds meer toe te passen in mijn eigen werkomgeving, door actief het contact te zoeken. Alleen zo kun je de juiste verandering tot stand brengen.” Als treffend voorbeeld noemt Van Goor het succes van Brainport Eindhoven, dat in de leergang uitgebreid aan bod is gekomen. Dit ecosysteem in Noord-Brabant is goed voor 25 procent van alle private R&D-uitgaven in ons land en genereert jaarlijks miljarden aan export. De regio blinkt uit in samenwerking, met bedrijven als ASML en NXP die nauw verbonden zijn met de TU Eindhoven. Mede hierdoor zijn er voortdurend technische doorbraken en komen er jaarlijks duizenden banen bij. “Wij staan met Schiphol voor grote veranderingen, onder meer op het gebied van verduurzaming. We kunnen echt iets leren van de manier waarop ze zo'n transitie in Eindhoven hebben aangepakt”, aldus Van Goor. Change Inc. LABS Wil je ook de overstap maken naar een duurzame wereld, maar kun je nog wat hulp gebruiken? Change Inc. LABS, in samenwerking met nlmtd, kan hierbij helpen. Benieuwd hoe? Kijk op Change Inc. LABS.Lees ook:Changemaker Danny Benima (CFO bij Stedin): 'Hoe eerder we voorop lopen in de energietransitie, hoe meer uitstoot dat scheelt'Duurzame initiatieven: hoe je als leider écht impact kan makenSchiphol test met aggregaat op waterstof en heeft de wereldprimeurDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner nlmtd. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.