Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 02 oktober 2012, 12:06

Nederlandse cleantechbedrijven in de wereld top 100

De Nederlandse bedrijven Avantium en Voltea staan wederom in de Global Cleantech top 100 van de meest innovatieve cleantechbedrijven ter wereld.

Voltea logo RGB POS HR 1 e1349172296715

trong>

Update 17.00 02-10-’12: reactie Topell Energy

De Global Cleantech 100 geeft inzicht in de bedrijven die de komende vijf tot tien jaar de meeste kans maken om een significante invloed uit te oefenen op de markt. De bedrijven worden gerangschikt op de drie hoofdcriteria innovatie, marktgrootte en –groei en bekwaamheid om de innovatieve technologie uit te voeren.

Lemnis en Topell schitteren door afwezigheid

Net als vorig jaar staat het Nederlandse bedrijf Avantium in de top 100. Het bedrijf is de ontwikkelaar van bioplastic voor PEF-flessen. Ook Voltea, ontwikkelaar van een waterontziltingtechnologie, heeft haar plekje in de lijst weten te behouden. De andere twee bedrijven die in 2011 Nederland vertegenwoordigden, LED-ontwikkelaar Lemnis Lightning en pelletfabrikant Topell Energy, schitteren dit jaar echter door afwezigheid.

Een Global Cleantech 100 nominatie is met name zinvol is als je als bedrijf aandacht van investeerders en/of klanten zoekt Algemeen directeur Topell Energy

“Wegens tijdgebrek hebben we deze keer niet meegedaan aan de Cleantech 100 competitie. Op dit moment zijn we onze technologie, en daarmee onze commerciële propositie, aan het vervolmaken.” zegt algemeen directeur Ewout Maaskant. “Bekendheid door middel van bijvoorbeeld een Global Cleantech 100 nominatie is met name zinvol is als je als bedrijf aandacht van investeerders en/of klanten zoekt.”

Meer dan 8.000 nominaties

De twee Nederlandse toppers moesten het dit jaar opnemen tegen 8.285 andere genomineerden. Dat is 25 procent meer nominaties dan in 2011. Om in de Global Cleantech 100 te komen moet een bedrijf onafhankelijk, commercieel en niet beursgenoteerd zijn.

Bron: Guardian

Foto:  Voltea

Vloeibare lucht oplossing voor energieopslag

Het vloeibaar maken van lucht kan uitkomst bieden bij de opslag van overtollige energie. De techniek kan concurreren met de opslag in batterijen en waterstof. Dat stelt The Institution of Mechanical Engineers (IMechE), een technisch instituut in het Verenigd Koninkrijk. De lucht wordt vloeibaar gemaakt met behulp van een techniek waarbij de lucht extreem gekoeld wordt, ofwel cryogenics. Opslag van energie wordt steeds belangrijker bij een toenemend aandeel hernieuwbare energie. Zo wekken windmolens ook ’s nachts energie op, terwijl er weinig vraag is. De nieuwe koeltechniek kan ervoor zorgen dat energie die geproduceerd wordt tijdens daluren efficiënter wordt opgevangen. Thermoskan De techniek koelt lucht tot een temperatuur van -190 graden Celsius, nadat waterdamp en CO2 eerst zijn verwijderd. Door de koeling wordt de overgebleven lucht, vooral stikstof en zuurstof, vloeibaar. Daardoor wordt het mogelijk lucht op te slaan in een gigantische vacuümfles, een soort grote thermoskan,  tot deze nodig is. Wanneer er weer vraag is naar energie wordt de vloeibare lucht verwarmd tot kamertemperatuur. De verdamping van de vloeistof drijft een turbine aan die elektriciteit produceert,  er is dus geen verbranding nodig om energie op te wekken. De techniek koelt lucht tot een temperatuur van -190 graden Celsius De techniek is al twee jaar getest bij een energiecentrale in Buckinghamshire. Een nieuw bedrijf, het Britse Highview Power Storage, gaat de techniek  nu ook daadwerkelijk gebruiken om energie op te slaan die vervolgens weer gebruikt kan worden op het elektriciteitsnet. Highview is van mening dat een efficiëntie van zo’n 70 procent bereikt kan worden. Ook IMechE denkt dat dit een realistisch cijfer is. Op dit moment is de efficiëntie zo’n 25 procent. Maar door een cryo-generator  naast industriële installaties of elektriciteitscentrales te plaatsen kan de efficiëntie sterk verbeterd worden. In de kou Tim Fox, hoofd energie van IMechE, maakt echter wel de kanttekening dat batterijen nog een hogere efficiëntie hebben, zo’n 80 procent. “Maar het Verenigd Koninkrijk heeft geen batterijenindustrie en er zijn meer dan genoeg bekwame technici die een technologie zoals deze kunnen produceren. Door gebruik te maken van standaard industriële componenten is ook het commerciële risico minimaal”, aldus Fox. Peter Dearman, die de techniek in zijn garage heeft uitgevonden, is in ieder geval trots op de vaart die zijn idee heeft genomen: “Ik ben hiermee begonnen toen ik een tiener was omdat ik dacht dat er niet genoeg fossiele brandstoffen in de wereld zouden zijn voor iedereen om een auto te hebben. Er moest een andere manier zijn. Toen kwam ik op een of andere manier op het idee om energie op te slaan in de kou”. Bron: BBC News Foto: Stefan Lins