Rianne Lachmeijer 06 juli 2021, 17:46

Nieuw duurzaam label voor hypotheken Triodos Bank, helpt dit de woningmarkt vergroenen?

De hypotheken van Triodos Bank dragen vanaf juli het Energy Efficient Mortgage Label (EEML). Dit label past binnen de wensen van de Europese Unie om de financiële sector te vergroenen: hypotheken maken een derde uit van de bankportefeuilles. Maar helpt het ook bij het behalen van de klimaatdoelen als alleen al in Nederland minstens twee miljoen huisbezitters buiten de boot vallen?

Adobestock in de rotterdamse wijk nieuw terbregge liggen al zonnepanelen op de daken De huizen in de Rotterdamse wijk Nieuw Terbregge hebben al zonnepanelen op het dak. | Afbeelding: Adobe Stock

Een hypothecaire lening kan het label krijgen wanneer de gefinancierde woning aan de wettelijke Europese voorschriften voldoet óf deze overtreft. Dat betekent dat nieuwbouw tot de beste 10 procent moet behoren in de lokale markt, zoals Nederlandse woningen die bijna energieneutraal zijn of net zo veel energie verbruiken als zij opwekken. Ook hypotheken voor bestaande bouw kunnen onder het label vallen als de huizen minimaal 30 procent zijn verbeterd door verduurzamingsmaatregelen.

Juist het onderscheid tussen bestaande bouw en nieuwbouw maakt het label interessant zegt Jeroen Pels, directeur hypotheken en private banking bij Triodos Bank. "Duurzame hypotheken bij nieuwbouw zijn al veel meer de norm, maar ligt voor de hand. Triodos Bank stuurt daarbovenop met name op het verhogen van de doelstellingen in de richting van (bio-based) materialengebruik en biodiversiteit." 

Duidelijke definitie 

"Mogelijk nog belangrijker is dat er definities bepaald worden voor het waarderen van de energieprestaties van bestaande gebouwen", zegt Pels. Het label is een initiatief vanuit de markt. Het moet ervoor zorgen dat consumenten, kredietverstrekkers en investeerders hypotheken die bijdragen aan duurzamere woningen beter kunnen herkennen. "Triodos beoogt met dit label met name ook om een objectieve norm te hanteren voor verduurzaamd bestaand bezit."

Dit sluit aan bij ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving in de Europese Unie. Zo presenteerde de Europese Unie als onderdeel van de Green Deal plannen om de financiële sector te vergroenen. Europa wil verduurzaming aanjagen door de introductie van regels die financiële instellingen verplicht te bewijzen wat hun fondsen groen maakt. En de lancering van een classificatiesysteem moet helpen om te bepalen wat groen is. Wat dat betreft sluit het EEML aan bij de ambities van de Europese Unie: het biedt een duidelijke definitie van een ‘groene hypotheek’. 

Meer weten over wat een duurzame hypotheek is? Lees dan over de uitkomst van een rondgang langs hypotheekexperts: Wat maakt een hypotheek duurzaam; de herkomst of de bestemming van het kapitaal? 

Niet alleen focussen op nieuwbouw

Pels hoopt dat financiële instellingen verantwoordelijkheid nemen door hun portefeuille niet te vergroenen door zoveel mogelijk nieuwbouwwoningen toe te voegen, maar zich ook in te zetten voor de verduurzaming van bestaand vastgoed. "Ik zou er groot voorstander van zijn dat partijen op basis van de huidige portefeuilles progressiedoelstellingen formuleren en dus actief bijdragen aan verduurzaming. Dat betekent dus dat voor bestaand bezit het doel moet zijn om een bepaald aantal label-stappen (of equivalenten) te verduurzamen in plaats van de ouderwetse ‘uitpond-aanpak’; minder bestaand bezit en meer nieuwbouw. Zo word je onder de streep snel groener maar niet duurzamer.”

Volgens Pels helpt het label Triodos om de eigen progressie te meten. "We willen ons focussen op echt duurzame nieuwbouw (boven de norm) en aantoonbare positieve impact in de bestaande markt, daar moet je wel volgbare spelregels voor hanteren."

Groene woningmarkt?

Pels denkt dat het label kan bijdragen aan de verduurzaming van de woningmarkt doordat het waardering toekent aan verduurzaamd bestaand bezit. Daarnaast maken gelijke spelregels de prestaties van financiële instellingen vergelijkbaar.

"Kernpunt is hoe banken hier zelf op gaan sturen. Iemand die alle kans heeft om te investeren en daarin ruim gefaciliteerd wordt maar dat nalaat mag zich ook beseffen dat dit op termijn een financieel risico vormt. Juist vanuit consumentenbescherming is dat besef belangrijk. Aan de sector is het om te zorgen dat zoveel mogelijk mensen dat zien, handelen en we ook de label-stappen in bestaande bouw in plaats van nieuwbouw stimuleren."

Maar wat als mensen geen geld hebben voor een (aanvullende) duurzame hypotheek of geen spaargeld hebben om verduurzamingsoplossingen voor te schieten? Zo becijferde Vereniging Eigen Huis in 2020 dat minstens twee miljoen huiseigenaren onvoldoende financiële middelen hebben om de verduurzaming van hun huis te betalen. “Er is een hele grote groep mensen die niet kan lenen: niet bij Triodos Bank of bij een andere bank, omdat ze daarvoor onvoldoende inkomen hebben”, reageert een woordvoerder van Vereniging Eigen Huis. Voor die mensen wil de overheid een lening via een warmtefonds aanbieden. Dat vindt Vereniging Eigen Huis krom, omdat de overheid op die manier mensen een lening aansmeert die soms al nauwelijk rondkomen. Banken wijzen die mensen niet voor niets af.

Een andere aanpak

Vereniging Eigen Huis pleit voor aan andere aanpak: financiering vanuit een fonds dat wordt terugbetaald uit de maandelijkse energielasten. “Stel je betaalt nu 200 euro per maand aan gas en elektra in je slecht geïsoleerde woning. Als dat huis helemaal is verduurzaamd halveert dat bedrag naar 100 euro. Houd dan dat maandbedrag op 200 euro, en gebruik die 100 euro die je overhebt om die lening terug te betalen. Dan ben je constructief bezig." Volgens Vereniging Eigen Huis is de overheid op de hoogte van dit idee. "Daar wordt over gesproken, maar nog niet over besloten." Pas na de formatie verwacht de belangenorganisatie dat politiek Den Haag zich weer zal buigen over dit soort verduurzamingsplannen.

Op deze manier duurzaamheid betaalbaar maken? Dit bedrijf doet het voor sociale huurwoningen.

Is grondgebonden boeren een oplossing voor het stikstofprobleem?

De aangescherpte klimaat- en natuurdoelen van de Europese Unie zullen een ongekende verandering van het landelijke gebied in Nederland betekenen. Dat schrijft het PBL in een rapport voor het kabinet. In stikstofgevoelige regio’s zal er bijna geen ruimte zijn voor open vormen van veehouderij en akkerbouw, zelfs wanneer ze biologisch of extensief zijn of gebruik maken van innovatieve technologieën, staat in het rapport. Als de huidige plannen van de Europese Unie in wetgeving worden omgezet, moet een groot deel van de landbouw – en voornamelijk de veehouderij verdwijnen.Inkrimpen veestapelDe zoveelste alarmerende uitspraak van het PBL over de stikstofuitstoot stuit boeren tegen de borst. In een eerder rapport schreef het PBL ook al dat de veestapel moet inkrimpen om de stikstofuitstoot naar beneden te krijgen. Morgen trekken veel van hen – met en zonder trekker naar Den Haag om te demonstreren tegen het landbouwbeleid.Maar niet alle boeren zien een demonstratie als de manier om boosheid te uiten. Boerenbelangenhartiger Caring Farmers is er voor alle boeren die op weg zijn naar een natuurinclusieve kringlooplandbouw. Zij vinden dat de voedselvoorziening sociaal en ecologisch zo efficiënt mogelijk moet zijn. ‘Zoveel mogelijk monden voeden met zo min mogelijk input van gronden en grondstoffen’, is het uitgangspunt van Caring Farmers. Liever zien ze geen input van buitenaf en geen negatieve impact op biodiversiteit, natuur, klimaat en het dier. Een hele waslijst, maar door op die manier te boeren kan het stikstofprobleem worden opgelost, denkt varkensboerin Esther Maarleveld.Maarleveld is varkenshouder bij Poldervarken. Het liefst ziet ze dat mensen minder vlees eten, maar als het dan toch moet, schaart ze zich achter de idealen van Caring Farmers. “We zijn en paar jaar geleden een bepaalde weg ingeslagen door het anders te doen. Niet door schaalvergroting, maar door grondgebonden boeren.” Ze doelt daarmee op het breed gedragen idee achter Caring Farmers. “Wat de grond je niet levert, kun je ook niet weghalen”, legt Maarleveld uit.KringlooplandbouwDe varkenshouderij van Maarleveld is volledig circulair. Haar varkens krijgen reststromen van bakkers, groenteboeren en de lokale bierbrouwer. Eten wat anders weggegooid zou worden. Het drinkwater voor de dieren is opgevangen regenwater. De varkens worden ingezet op stukken grond van overheidsinstanties en particulieren waar het onkruid de overhand heeft. Varkens eten alles op, graven de wortels uit en bemesten de grond. Op die manier is de grond klaar om opnieuw ingezaaid te worden. “Wij vinden dat een varken lekker in het bos moet kunnen wandelen, iets wat bij gangbare boeren die inzetten op schaalvergroting niet aan de orde is. Daar draait het op meer en meer productie.”Dat begon volgens Maarleveld allemaal na de Tweede Wereldoorlog, toen volop werd ingezet op grote hoeveelheden voedsel produceren. “Iedereen richtte zich daarom op schaalvergroting en daar komen we nu van terug.” En dat is volgens Maarleveld goed voor de natuur, maar ook voor de portemonnee. Want met haar circulaire varkensboerderij verdient ze prima. “We doen alles zelf en krijgen zo’n 15 euro voor 1 kilo vlees. In een grootschalige varkenshouderij is dat maar 1 euro en veertig cent. Dit kan natuurlijk niet uit, tenzij de boer alles zo goedkoop mogelijk doet.”De vraag is of deze manier van boeren de oplossing is om de aangescherpte natuur en milieunormen van de Europese Unie te halen. Als we kringloop- en grondgebonden boertechnieken gebruiken wel, denkt kringloopboer Maurits Tepper en vertelt hij in een eerder interview. Zijn melkveehouderij Eytemaheert in Noord-Drenthe heeft een volledig gesloten kringloop: koeien eten alleen gras van het eigen land, er is geen externe input zoals kunstmest, krachtvoer of stro van andere boeren nodig. Om dat goed te laten groeien wordt een aanliggend natuurgebied een paar keer per jaar gemaaid. De maaisels worden gefermenteerd met micro-organismen tot een natuurlijke kunstmest. “Een gesloten en natuurlijk systeem. En ik maak met mijn 150 koeien gewoon winst. De koeien zijn gezond, het bedrijf loopt goed.”Radicaal veranderen Volgens Tepper is Radicaal veranderen de oplossing. “Je kan beter 20 procent van de boeren grote veranderingen laten doormaken, dan alle boeren 3 procent laten inleveren op hun bedrijfsvoering. Want dan verlies je ook die hyperefficiënte boeren die juist wel (relatief) duurzaam produceren.”Meer kringloop – en grondgebonden landbouw zal veel boeren, de natuur, dieren en het milieu goed doen, denken Tepper en Maarleveld. En die kringloop hoeft heus niet binnen het eigen bedrijf gesloten te worden, zoals Tepper doet. “Ik zit aan het eind van het spectrum, dat is niet overal en voor iedereen haalbaar. Maar als je kringlopen op landelijk of zelfs Europees niveau kan sluiten, dan ben je al een heel eind.”