Roy op het Veld
Roy op het Veld
13 januari 2021, 12:00

Ook als het op duurzaamheid aankomt geldt: money talks

De transitie naar een duurzame economie zal niet worden afgedwongen door activisten en idealisten. Ondernemers en hun aandeelhouders zullen de economie en de maatschappij op een duurzamer pad sturen, en dat is goed nieuws.

Beeld nieuwe website roy op het veld

Het was een besluit dat afgelopen week niet werd opgepikt door de Nederlandse media, maar het is het zoveelste signaal dat er iets fundamenteels aan het veranderen is: pensioenuitvoerder MN verkoopt alle aandelen en obligaties in olieconcern ExxonMobil. MN, dat de pensioenpremies van onder meer de metaalsector belegt, oordeelt dat het beleid van ExxonMobil niet in lijn is met het klimaatakkoord van Parijs. Ondanks een ‘intensieve dialoog’ heeft ExxonMobil zijn klimaatbeleid niet aangescherpt, waarna MN heeft besloten het bedrijf de rug toe te keren.

MN staat niet alleen, meer en meer aandeelhouders eisen van bedrijfsbestuurders dat ze een duurzamere koers gaan varen. Vaak zijn dat pensioenfondsen en verzekeraars, die de miljarden aan premies van hun klanten op een verantwoorde manier willen beleggen. Omdat ze het geld van ‘gewone’ burgers beheren kunnen deze institutionele beleggers het zich niet veroorloven om te handelen in strijd met grote maatschappelijk kwesties waar internationale akkoorden over zijn gesloten, zoals het klimaatakkoord. 

Koers van ExxonMobil kan gaan dalen

Een concern als ExxonMobil, tot enkele jaren geleden het waardevolste bedrijf ter wereld, ligt er niet wakker van als er een paar aandeelhouders weglopen. Maar als meer beleggers het voorbeeld van MN volgen, dan ontstaat er een probleem. Als beleggers namelijk massaal hun aandelen gaan verkopen, dan zal de wet van vraag en aanbod ervoor zorgen dat de koers van het bedrijf gaat dalen. En dat vindt geen enkele bedrijfsbestuurder leuk. Een lage beurskoers is ook een risico. Als een bedrijf namelijk ‘goedkoop’ is, dan kan het zomaar worden overgenomen door een concurrent die zijn zaakjes beter voor elkaar heeft. En dat wil geen enkele CEO.

De druk op bestuurders om het klimaatakkoord van Parijs te omarmen en beleid te ontwikkelen om in 2050 CO2-neutraal te zijn neemt dus toe. Maar hoe beoordelen beleggers of bedrijven niet alleen duurzaam praten, maar ook duurzaam doen? Hoe herkennen we het verschil tussen greenwashing en effectief beleid? Op dit moment ontstaat er een wildgroei aan initiatieven en meetmethoden om de CO2-voetafdruk van bedrijven vast te stellen en te monitoren. Adviesbureaus zien er een mooie nieuwe markt in. 

EU Taxonomie veroorzaakt massale kapitaalstroom

Dat komt de onderlinge vergelijkbaarheid niet ten goede. Daarom is de ‘EU Taxonomie’ van grote betekenis. De Europese Commissie heeft regels bedacht waarmee beoordeeld kan worden of een bedrijfsactiviteit het predikaat ‘duurzaam’ verdient. De financiële wereld heeft zich in rap tempo achter deze taxonomie geschaard. Het is de bedoeling dat in 2030 maar liefst 70 procent van de beleggingen moet voldoen aan de duurzame taxonomie. Dat betekent dat pensioenfondsen, verzekeraars, andere grote beleggers en banken massaal op zoek gaan om hun grijze euro’s te vergroenen. 

MN zal dus niet de laatste zijn die z’n miljoenen uit ExxonMobil terugtrekt en een duurzamere bestemming geeft. In de financiële sector valt te beluisteren dat alleen al in Nederland 1.500 miljard euro van grijs naar groen moeten worden geschoven. En dat in tien jaar tijd. Er komt dus een tsunami aan groen kapitaal op gang. 

Perspectief voor duurzaam ondernemen 

Dat is op zichzelf goed nieuws, want beleggingen in duurzame projecten en bedrijven leveren doorgaans een vergelijkbaar of zelfs een hoger rendement op. Het dubbele voordeel is ook dat groene financiering goedkoper wordt dan grijze. Want ook hier is de wet van vraag en aanbod van toepassing. De voorwaarden voor duurzaam ondernemen zien er kortom goed uit. Want als er veel kapitaal beschikbaar is voor duurzame beleggingen, dan zullen de rentepercentages laag zijn. 

Roy op het Veld is hoofdredacteur van Change Inc. Reageren? Mail naar roy@change.inc

Bij het houten woonproject M'DAM worden appartementen als legoblokjes op elkaar gestapeld

Het houten woonproject M’DAM is ontwikkeld door BMB ontwikkeling (onderdeel van VolkerWessels) en vormgegeven door architectenbureau Finch Buildings in Amsterdam. Het appartementengebouw met 62 woningen bestaat bijna volledig uit hout. “Zélfs de constructie is bij dit project van hout: de wanden, de vloeren en de plafonds”, vertelt Daniëlle Rossmeissl van BMB ontwikkeling.Minder CO2De woningen bestaan uit CLT-hout (cross laminated timber), gekapt uit duurzame bossen in Oostenrijk. Het hout bestaat uit verschillende lagen op elkaar geperste stukken, waardoor het materiaal zo’n 20 centimeter dik is en goed dient voor constructie en isolatie. “Vergelijk het met papier: één vel scheur je makkelijk door, maar met een hele stapel lukt je dat niet”, legt Rossmeissl uit.Hout ademt en zorgt voor een goede luchtkwaliteit in huis. Het natuurlijke materiaal houdt warmte vast en reguleert vocht, en hout ademt beter dan beton of gips. “En als bijkomend voordeel  zou hout een positief effect hebben op de mentale gesteldheid van mensen”, zegt Rossmeissl positief. Voor iedere drie gekapte bomen worden er vijf geplant, zodat er netto meer bomen op aarde komen dankzij deze houtbouw. Puzzel op locatieHet bouwen van het appartementencomplex duurt vijf maanden. Ter vergelijking: een regulier project van deze omvang duurt zo’n veertien maanden. Bij het woonproject is alles voorgeproduceerd in de fabriek, waardoor er minder overlast is voor omwonenden. “Daarnaast zorgt het voor minder CO2-uitstoot, omdat alles in één keer op locatie wordt gebracht en alleen maar aan elkaar gekoppeld hoeft te worden.”Lees meer: Modulair bouwen: “We zullen wel moeten als we ons aan Parijs 2050 willen houden”Rossmeissl omschrijft het als legoblokjes. De constructie van ieder appartement, inclusief badkamer en keuken, wordt in de fabriek in elkaar gezet, “Er ontstaat dan een soort kant en klaar woondoosje.” Pas als alles af is, wordt het complete appartement naar de locatie gebracht en daar worden de appartementen op elkaar gestapeld en de leidingen gekoppeld.Als de puzzel in elkaar is gezet moeten de gevels nog geplaatst worden, die ook deels van hout zijn. Alleen de fundering is niet van hout, en bestaat uit beton. “Nederland is te nat om een houten fundering te gebruiken”, legt Rossmeissl uit. Bij de productie van beton komt veel CO2 vrij. “Maar omdat hout lichter is hebben we al veel minder beton nodig voor de fundering dan voor een traditionele woning”.ToegankelijkBMB wil houten woningen toegankelijk maken. De woningen hebben het Woningborg-certificaat ontvangen, een keurmerk voor goedgekeurde woningen. “Hierdoor merken we dat particuliere kopers veel makkelijker een hypotheek bij de reguliere banken krijgen, zoals bij de Rabobank. Dit geeft al aan dat duurzame woningen, zoals die van hout, niet meer alleen voor de elite zijn."In februari start de fabriek met de bouw van het houten woonproject en in april zullen de appartementen worden vervoerd naar de locatie in Monnickendam. Halverwege de zomer zullen de eerste bewoners hun entree maken.  Lees meer: Scale-ups in Nederland: een houten huis voor iedereen dankzij Sustainer Homes