Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 07 december 2012, 13:41

Op de klimaattop in Doha is het arm versus rijk

4630292769 caf3fbcb04 o 1 e1354883752706

De onderhandelingen in Doha lopen spaak door een bekende oorzaak: de tweespalt tussen arm en rijk.

In Doha, de hoofdstad van olieland Qatar, is sinds 26 november de klimaattop bezig. De gesprekken moeten leiden tot een nieuw Kyoto-protocol, het enige verdrag dat landen verplicht om minder CO2 uit te stoten.

Rijke landen stoten het meeste CO2 uit, terwijl arme landen niet de middelen hebben om de gevolgen daarvan op te vangen. Ontwikkelingslanden zeiden deze week tot 2015 minstens $60 mrd (€YY mrd) nodig te hebben. Dat geld is nodig om het hoofd te bieden aan droogtes, overstromingen en stormen. Maar het Westen ziet daar niet veel in. De VS liet weten “zich al aan de afspraken te houden’’ en zich daarbij te laten. Daarnaast weerhoudt de financiële situatie de EU ervan om op korte termijn maatregelen te nemen.

Rijke landen doen te weinig

Volgens Nicholas Stern, voormalig president van de Wereldbank, kunnen “alleen rijke landen klimaatverandering stoppen.”  Daarmee sluit hij aan bij de mening van ontwikkelingslanden, die vinden dat ontwikkelde landen het voortouw moeten nemen. “Zij stoten immers het meeste uit,” lijkt het mantra.

Tegelijkertijd vinden ontwikkelingslanden als India dat broeikasgassen afkomstig van vee niet moeten worden teruggedrongen, omdat het hun industrie schaadt. Het Oosterse land heeft de grootste veestapel ter wereld.

De tijd dringt

Ondertussen worden de gevolgen van de klimaatverandering steeds duidelijker. Het rapport Adaptation to a Changing Climate in the Arab Countries spoort onmiddellijke actie aan, zodat watertekorten en voedselschaarste worden voorkomen. Vooral voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika zullen de gevolgen anders groot zijn.

Nog een rapport, van de National Oceanic and Atmospheric Administration,  berichtte dat de ijskappen het zwaar te voorduren hebben. Sinds de wetenschappelijke wereld is begonnen met meten in 1979 is er nog nooit zo weinig Arctisch zee-ijs geweest.

Bron: Environmentalleader

Foto: Joi

 

Duurzame energie van eigen bodem het slimst

Nederland heeft zich verplicht gesteld om in 2020 14 procent van zijn energie duurzaam op te wekken. Het kabinet Rutte-II heeft dit bijgesteld naar 16 procent, zodat het streven meer in lijn is met de 20-20-20 doelstellingen van de EU. Ecofys, een Nederlands consultancybedrijf dat gespecialiseerd is in duurzaamheid, heeft verschillende mogelijkheden onderzocht waarop Nederland zich aan zijn afspraak met de EU kan houden. Volgens het bedrijf is het zelf produceren van duurzame energie economisch en politiek gezien het slimst. Duurzame energie-import te onzeker Er zijn ook andere opties, observeert Ecofys. Zo geeft de EU lidstaten de mogelijkheid om hun duurzame energiequota af te kopen bij landen die een overschot hebben. Voor Nederland is dat een optie als het kabinet in 2020 de race tegen de klok niet blijkt te hebben gehaald. Volgens Ecofys gaat dit echter gepaard met veel onzekerheid. Waarschijnlijk wordt de duurzame energie uit het buitenland verkocht aan de hoogste bieder. Hoeveel landen in 2020 tegen elkaar op zullen moeten bieden is onzeker, wat deze optie onwenselijk maakt. Er is meer onzekerheid. Een andere mogelijkheid is dat er niet genoeg overschot is vanuit landen als Duitsland om aan de vraag naar duurzame energie te voldoen. In dat scenario kan Rutte-II zich niet aan de afspraak met Brussel houden. Alternatieven Dat laat volgens Ecofys twee alternatieven open. Het eerste is het heft in eigen handen nemen door zelf duurzame energie te produceren en het tweede is in een vroeg stadium inkoopafspraken te maken met landen die een overschot hebben. Volgens het consultancybedrijf is het zelf produceren van duurzame energie economisch en politiek gezien de beste keuze. Duurzame energie afkopen in het buitenland is weinig rendabel. Ecofys schat in dat Nederland een afkoopprijs zal moeten betalen tussen de €50 en €100 per megawattuur. Daar moet de elektriciteit zelfs nog bij worden opgeteld. Die prijs is vergelijkbaar met de kostprijs van het zelf produceren van windenergie op land en op zee. Willen we toch per se andere landen de klus laten klaren, dan zal Nederland in een vroeg stadium afspraken moeten maken, zodat de af te nemen prijs en hoeveelheid van tevoren vastligt. Dan nog mist Nederland de voordelen van het ontwikkelen van een eigen duurzame industrie waar het met het afkoopgeld wél voor betaalt. Foto: Z. Drop