Roy op het Veld
Roy op het Veld
03 september 2021, 10:22

Pensioenfonds PME verkoopt olie- en gasaandelen. Wie volgt?

Pensioenfonds PME heeft afgelopen zomer al zijn beleggingen in de fossiele olie- en gaswinning en -distributie verkocht. PME, dat tot de top-5 van de Nederlandse pensioenfondsen behoort, vindt dat de fossiele bedrijven te traag zijn met hun klimaatbeleid. Het rendement van PME zal er naar verwachting niet onder lijden.

Shell benzinepomp Pensioenfonds PME heeft al zijn fossiele beleggingen verkocht en investeert in hernieuwbare energie

PME belegt het pensioengeld voor de metaal en technologische industrie. Het fonds heeft een vermogen van in totaal 62 miljard euro. PME-voorzitter Eric Uijen zegt in een toelichting op het besluit om olie- en gasbeleggingen dat de verkoop nodig was omdat het ‘klimaatbeleid te traag gaat’. Hij verwijst naar het recente alarmerende IPCC-rapport en de weersextremen, zoals de overstromingen in Limburg en de hittegolven in Canada en op talloze andere plekken op de wereld. “Er moet wat veranderen. Daarom doen wij dit.”

Grote beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeringmaatschappijen, maar ook kleinere activistische beleggers als Follow This, oefenen steeds meer druk uit op olie- en gasmaatschappijen om fossiele activiteiten af te bouwen en versneld te investeren in hernieuwbare energiebronnen. Pensioenfondsen worden op hun beurt weer door hun deelnemers aangespoord om hun geld toekomstbestendiger te beleggen. Dat leidde in juni tot protesten voor de kantoren van ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland.

In januari maakte pensioenuitvoerder MN bekend alle aandelen en obligaties te hebben verkocht in het Amerikaanse olieconcern ExxonMobil. MN, dat de pensioenpremies van onder meer de metaalsector belegt, oordeelde dat het beleid van Exxon niet in lijn is met het klimaatakkoord van Parijs. Ondanks een ‘intensieve dialoog’ heeft ExxonMobil zijn klimaatbeleid niet aangescherpt, waarna MN heeft besloten het bedrijf de rug toe te keren.

Van fossiele naar hernieuwbare energie

In de sector wordt verwacht dat meerdere pensioenfondsen zullen volgen en hun aandelen en obligaties in bedrijven als Shell, ExxonMobil en Total gaan verkopen. Dat zal de aandelenkoersen van die bedrijven drukken, en wellicht een aansporing zijn om alsnog méér te investeren in de energietransitie. Maar het kan oliemaatschappijen ook kwetsbaar maken voor overnames.

De impact is in ieder geval aanzienlijk. PME heeft deze zomer voor 1,2 miljard euro aan beleggingen verkocht in bedrijven als Shell, het Spaanse Repsol en het Amerikaanse ConocoPhillips. Dat geld gaat PME nu beleggen in duurzame energiebedrijven op het gebied van waterkracht, windmolens en zonne-energie.

Eerste gecombineerde energiepark op zee mag zich bewijzen voor de kust van België

Windparken schieten als paddenstoelen uit de zeebodem. Drijvende zonne-energiecentrales zijn allang niet nieuw meer. En ook golfenergie wordt steeds vaker toegepast. Maar nergens in de wereld werden deze technieken ooit gecombineerd. EU Scores, een samenwerkingsverband van Europese bedrijven en onderzoeksinstellingen, waaraan uit Nederland de TU Delft, Oceans of Energy, SBM Offshore en Eneco deelnemen, brengt daarin verandering. Onder aanvoering van het Dutch Marine Energy Centre (DMEC) ontwikkelt EU Scores twee gecombineerde energieparken op zee. Het eerste komt voor de kust van België, waar Oceans of Energy een drijvend zonnepark van 3 megawatt zal bouwen op een testlocatie in de buurt van een bestaand windmolenpark. Het tweede park komt in de Atlantische Oceaan voor de kust van Portugal waar CorPowerOcean een golfenergie-installatie van 1,2 MW zal toevoegen aan een bestaand drijvend windmolenpark. De parken moeten aantonen dat het combineren van de verschillende opwektechnieken voordelen heeft. Het is al bekend dat wind en zon elkaar goed aanvullen, omdat het vaak windstil is als het zonnig is en hard waait als het bewolkt is. Op land worden windmolenparken dan ook steeds vaker gecombineerd met zonneweides. Op zee komt daar de mogelijkheid van golf- of getijde-energie bij, dat niet weersafhankelijk is en dus voor een constante aanvoer van energie kan zorgen. Lees hier meer over het Portugese windpark met drijvende windmolens Constante en betrouwbare elektriciteitsvoorziening “Met dit project willen we laten zien dat de oceanen en zeeën kunnen zorgen voor een constante en betrouwbare elektriciteitsvoorziening”, zegt Britta Schaffmeister. Als directeur van het Dutch Marine Energy Centre is zij mede-initiatiefnemer van het project. “Nu wordt op zee vooral ingezet op wind. Maar de infrastructuur die we daarvoor nodig hebben wordt maar beperkt gebruikt. Want als het hard waait ontstaat zoveel stroom dat het elektriciteitsnet het niet aankan en moeten ze eigenlijk worden stilgezet. En als het niet waait, wordt het net helemaal niet benut.” Door meerdere duurzame bronnen te combineren in een energiepark, wordt de stroom evenwichtiger en constanter opgewekt. Ook scheelt het in kosten per megawattuur. “Het voordeel is dat je voor dezelfde hoeveelheid energie minder hoeft neer te zetten. Daarnaast wordt het net optimaal benut, en zijn er geen dure, zwaardere kabels nodig. En omdat je golfenergie en zonne-energie tussen de windmolens kan plaatsen, heb je minder ruimte nodig om meer energie op te wekken per vierkante meter. Ook de kosten van installatie en onderhoud gaan omlaag, omdat je relatief minder hoeft te varen.” Kostenreductie Veel voordelen dus, die duurzame stroom goedkoper kunnen maken. En dat is nodig, zegt Schaffmeister. “Wind is goed financierbaar, maar de realisatie van innovatievere projecten zoals drijvende zonneparken en golfenergie is nog duur.” Met deze twee demonstraties willen de bedrijven bewijzen dat het combineren veilig is, waardoor de financieringskosten ook omlaag kunnen. Het project kost in totaal 45 miljoen euro, waarvan het leeuwendeel uit Europese subsidie komt. Een kwart wordt bijgedragen door de deelnemende partijen. Het geld wordt gebruikt voor de bouw van de demonstratieparken, die in september 2022 zal starten. Daarna gaan de partijen data verzamelen en analyseren gedurende de vier jaar dat het project loopt. Vliegende start Met de data willen de partners een blauwdruk maken voor heel Europa, die aangeeft op welke locaties energieparken kunnen komen en met welke energiecombinaties. “We hebben drie bronnen, zon wind en golven. En we kijken welke combinatie het beste is voor welke locatie. Bij de een heb je wat meer windmolens nodig, gecombineerd met zon. Bij de ander misschien drijvende wind in combinatie met golfenergie.” "De verwachting is dat we met de resultaten uit dit project een vliegende start zullen geven aan de ontwikkeling van gecombineerde energieparken op zee. Overheden vragen er al om en bedrijven willen het graag. Het moet alleen nog even bewezen worden dat het veilig is, elkaar niet in de weg zit, en dat het elkaar aanvult. Dat kunnen we straks met data onderbouwen.”