Fitria Jelyta 18 juni 2016, 09:30

Wereldbank: ‘Meer duurzaamheid in ontwikkelingslanden'

In het afgelopen vijf jaar zijn investeringen in infrastructuur voor hernieuwbare energie in ontwikkelingslanden aanzienlijk gestegen.

31689571 4375553c67 o 1

Dat blijkt uit de Private Participation in Infrastructure Database van de Wereldbank. Met name investeringen in zonne-energie is met 72 procent toegenomen ten opzichte van het gemiddelde van het afgelopen vijf jaar. De toename in investeringen in duurzame energie zijn voornamelijk te danken aan projecten in Afrika, Europa en Centraal-Azië.

“De data laat zien dat investeringen in opkomende economieën in een rap tempo naar $ 99,9 mrd steeg, dit staat gelijk aan een groei van 92 procent op jaarbasis”, zegt Clive Harris, practice manager Public-Private Partnerships van de World Bank Group.

Grotere acceptatie

De totale investeringen die in 2015 wereldwijd zijn gedaan in duurzame infrastructuur voor ontwikkelingslanden bedragen $ 111,6 mrd. Daarvan ging 63 procent naar de financiering van hernieuwbare energie. Dat betekent dat de toepassing van hydro-, wind-, en geothermische energie in grote mate wordt geaccepteerd, stelt de Wereldbank.

Van de 300 projecten in onder meer Afrika en Centraal-Azië was 205 gericht op hernieuwbare energie. 55 van de totale projecten hadden als doel duurzaam transport en 40 projecten waren gericht op water- en rioolinfrastructuur. De Wereldbank stelt dat ook de omvang van de projecten in het afgelopen vier jaar is gestegen.

Duurzame infrastructuur in Azië

Eerder heeft de Wereldbank een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) om duurzame infrastructuur in Azië te realiseren. Tijdens de samenwerking verwacht de AIIB de komende jaren $ 1,2 mrd toe te kennen aan verschillende projecten die duurzame infrastructuur, energie- en watervoorzieningen en transport in voornamelijk Centraal-Azië, Zuid-Azië en Oost-Azië mogelijk maken. 

Bron: Wereldbank | Foto: hiroo yamagata, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Hoe veevoer van reststromen ons voedsel duurzamer maakt

Dat stelt Hannah van Zanten in haar proefschrift Feed sources for livestock: recycling towards a green planet.Het wereld voedselprobleem kent volgens Van Zanten twee aspecten: we hebben genoeg voedsel nodig om de groeiende wereldpopulatie te kunnen voeden, én we staan voor de uitdaging om dit voedsel zo duurzaam mogelijk te produceren en de impact op het milieu te beperken.Hannah van Zanten, promovenda bij Hoogleraar Imke de Boer aan de Wageningen University presenteert vandaag een oplossingsrichting.Vlees, eieren en zuivelWanneer we ons vee voeden met voedselresten of gras van land dat ongeschikt is voor akkerbouw, dan worden deze reststromen omgezet in hoogwaardige eiwitrijke producten: vlees, eieren en zuivel.Hierdoor kan de veehouderijsector een hoeveelheid eiwit produceren, die kan voorzien in een derde van onze dagelijkse behoefte. Er vindt daarbij geen concurrentie plaats om land tussen veevoer en voedsel. Zo leveren dieren een aanzienlijke bijdrage aan het oplossen van het wereldvoedselprobleem en de milieuproblematiek, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, zo stelt de promovenda.Op dit moment worden reststromen vaak ingezet voor de productie van bio-energie: elektriciteit, warmte of gas die gewonnen wordt uitbiomassa. Gebruik van bio-energie is duurzamer dan het gebruik van fossiele brandstoffen.Is dat niet beter dan de reststromen in te zetten als veevoer? Volgens Van Zanten niet: “Als we onze energie veel meer gaan halen uit zonne-energie, windenergie en waterkracht, hebben we ook minder fossiele brandstoffen nodig. Daarmee is veel meer impact te behalen dan met de huidige inzet van reststromen voor bio-energie. En dan kunnen we die reststromen benutten om koeien, varkens en kippen mee te voeren.”Minder vleesOm een optimale efficiëntie van de voedselproductie per hectare grond mogelijk te maken, zou de gemiddelde consumptie van dierlijk product wereldwijd wel moeten afnemen met ongeveer een derde.We zouden dus met name in Westerse landen per persoon minder vlees moeten eten. In landen waar voedsel schaars is en de bevolking onvoldoende nutriënten binnen krijgt, is een stijging van de consumptie van dierlijke producten echter essentieel. Ook moet de focus van dierlijke productie dan verschuiven van het behalen van de hoogste productiviteit per dier naar het voeden van zoveel mogelijk mensen per beschikbare hectare grond.Hannah van Zanten promoveert vandaag op haar proefschrift ‘Feed sources for livestock: recycling towards a green planet’ aan Wageningen University, Animal Sciences.Bron: Wageingen UR | foto: Neil H, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)