Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 30 juli 2014, 12:08

Witte Huis: uitstel klimaatbeleid kost geld

Wachten met maatregelen tegen klimaatverandering is een kostbare keuze. Daarvoor waarschuwen de economisch adviseurs van de Amerikaanse president Barack Obama.

Glyn Lowev2

De Raad van Economisch Adviseurs (CEA) van het Witte Huis publiceerde het rapport 'The Cost of Delaying Action to Stem Climate Change', dat is gebaseerd op 16 studies naar ruim 100 maatregelen tegen klimaatverandering.

De conclusie van het rapport is kort maar krachtig. Klimaatbeleid is de enige optie tegen droogtes, overstromingen, zware stormen en andere gevolgen van klimaatverandering. Klimaatbeleid is een klimaatverzekering, zeggen de economen. Die ‘verzekering’, in de vorm van emissiereducties, nu afsluiten is verreweg het goedkoopst.

Klimaatschade

De adviseurs plakken een prijskaartje op elke graad extra opwarming. Een gemiddelde wereldwijde opwarming van 3 graden Celsius in plaats van 2 graden, zoals het klimaatbureau van de Verenigde Naties adviseert, komt neer op 0,9 procent schade aan het wereldwijde BNP per jaar. Voor de Verenigde Staten alleen al is dat $ 150 mrd. Een stijging van 4 graden Celsius zorgt voor een jaarlijkse schade van meer dan 2 procent aan het BNP.

Volgens de samenstellers legt uitstel van maatregelen op de korte termijn minder druk op de begroting, maar op de langere termijn stijgen de kosten. Tien jaar uitstel staat gelijk aan 40 procent hogere kosten.

Actieplan

Het moment van publicatie is niet toevallig gekozen. President Barack Obama werkt aan een actieplan om de CO2-uitstoot van energiecentrales de komende 16 jaar met 30 procent te verminderen.

Lobbygroepen uit de industrie zeggen dat die plannen schade toebrengen aan de Amerikaanse economie. Volgens de Britse krant The Guardian moet de studie van de Raad van Economisch Adviseurs tegenwicht bieden aan die opstelling. Na China is Amerika de grootste producent van broeikasgassen ter wereld.

Bron: The Guardian, Cleantechnica, Energieoverheid | Foto: www.GlynLowe.com via Flickr

Kansen voor Nederlandse biomassa-industrie

Dat blijkt uit onderzoek door Partners for Innovation in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO).De wereldwijde energievraag groeit tot 2035 met ruim 40 procent in de OESO-landen en met 95 procent in de niet-OESO-landen. Vooral de vraag uit India en China blijft toenemen. Als onderdeel van de energiemix groeit ook de vraag naar bio-energie. Van 20 procent in 2020 tot zelfs 40 tot 60 procent in 2035, met name in Azië. De markt voor biobased plastics verdrievoudigt in 2020.Hoog niveauDe markt biedt kansen voor Nederland, omdat de kennis op het gebied van agro-food en chemie ruimschoots aanwezig is, stelt het rapport. Nederland bezit een hoog innovatieniveau en een sterke exportpositie. De sectoren kunnen zich meten met de concurrerende markten van Duitsland, Denemarken en Groot-Brittannië.Nederland loopt voorop in innovatietechnieken in de landbouw en is leidend als het gaat om afvalverwerking en recycling. Op het gebied van afvalverwerking doet Nederland het van die vier landen het beste. Voor de verwerking van afval tot brandstof en meststoffen loopt Denemarken echter voorop.Voor een concurrerende positie op de biobased markt hebben de landbouwsector en de chemische industrie veel sterke kanten, maar ook zwakten. Het leggen van verbanden tussen de innovatieve en concurrerende agrofood-sector en de sterke, maar minder duurzaam vernieuwende chemische industrie, zou prioriteit moeten krijgen.VerbeteringenIn de chemische industrie, de olie- en gassector en de metaal zijn nog grote verbeteringen mogelijk. De industrie is energie- en materiaalintensief en efficiëntie heeft geen prioriteit. Nederlandse innovatie beperkt zich tot transport, voedsel en de drankenindustrie, stelt het rapport.Vergeleken met Denemarken, Duitsland en Groot-Brittannië loopt Nederland achter waar het gaat om patentaanvragen voor groene innovatieproducten. Van de OESO-landen slaagt Denemarken daarin het beste. Het land verwerft iets minder dan 150 groene patenten per jaar. Duitsland staat op de vierde plaats, op ruime afstand gevolgd door Nederland en Groot-Brittannië. Nederland krijgt er iets meer dan 80 per jaar en doet het beter dan Groot-Brittannië, dat er precies 80 binnenhaalt.ConcurrerendAls Nederland erin slaagt concurrerender te worden, liggen er vooral kansen bij de ontwikkeling van tweede en derde generatie biobrandstoffen, fabricage en distributie van houtpellets, en duurzaam ketenbeheer voor biomassa.Volgens de onderzoekers zijn bedrijven die hun netwerk internationaal willen uitbreiden, gebaat bij meer financiering voor project- en bedrijfsontwikkeling. Daarnaast kunnen de publieke en de private sector meer informatie uitwisselen. Met name bij ambassades ontbreken een duidelijk inzicht in de markt en een overzicht van betrouwbare mogelijke partners. Terwijl Nederlandse ondernemingen juist grote behoefte hebben aan informatie over de verschillende sectoren en de mogelijkheden.Bron: International market opportunities Biobased Economy | Foto: Essent