Paul van Liempt 11 juni 2020, 12:13

Alles draait om vertrouwen. Waarom dan een Coronawet?

Het kabinet begon voortvarend en slagvaardig aan de crisisaanpak, maar zet de klok nu hard terug met het plan voor een coronawet. Wordt de anderhalve meter toch slinks permanent vastgelegd. Johan ‘de stikstofman’ Remkes laat zien hoe het beter kan, ziet Paul van Liempt.

Adobestock 253071345

Wie voortdurend oproept tot meer saamhorigheid en solidariteit vraagt om vertrouwen in elkaar. En wie om vertrouwen vraagt moet uiteraard zelf het goede voorbeeld geven. Een zware taak voor het kabinet, dat slagvaardig een pakket noodmaatregelen optuigde, geregeld updates verstrekt en durft te benadrukken dat het in dichte mist vaart.

Dat laatste punt is niet te onderschatten als je het afzet tegen felle criticasters van het gevoerde beleid. Je bent aanvankelijk geneigd met ze mee te gaan. Ze formuleren hun kritiek vaak overtuigend, met cijfers en gevoel omkleed. Dat gevoel uit zich vooral door de nauwelijks in te tomen woede die als stoom uit hun oren blaast. En precies daar haak ik vaak af. Want waarom mogen zij wel pretenderen een hermetisch gesloten redenering te presenteren? Hebben zij in onzekere tijden geen last van slecht zicht? Is de mist bij hen dan opgetrokken?

Tijdelijke maatregelen worden permanent

Jammer daarom dat het kabinet (samen met het OMT) van de zuivere koers dreigt af te wijken, met het voornemen tijdelijke maatregelen permanent te maken met een Coronawet. Het begint sympathiek met vragen om eigen verantwoordelijkheid en saamhorigheid, maar verandert al heel snel in het klassieke cynisme van 'vertrouwen is goed, controle is beter.'

Per ministeriële regeling kunnen evenementen worden verboden, kan het openbaar worden stilgelegd en kan het kabinet hygiënemaatregelen verplicht stellen. Op straat is het verboden geen veilige afstand tot anderen te bewaren. Heel verhullend staat de anderhalve meter er niet letterlijk in. Voor je het weet openen de kranten met: 'Anderhalve meter nu per wet verplicht gesteld.' Dit soort halve omschrijvingen voeden het wantrouwen.

Volgens de Leidse hoogleraar staatsrecht Wim Voermans krijgen ministers met deze wet een blanco volmacht. De Nederlandse Orde van Advocaten is bezorgd dat bij handhaving en het opleggen van boetes willekeur kan optreden, omdat regels niet duidelijk genoeg zijn.

Vliegtuigdebat

Daarom maakte het zacht gezegd geen sterke indruk dat het RIVM geen rol wil in het vliegtuigdebat. Want waarom mag je daar wel op elkaar gepakt zitten en in restaurants, bioscopen en theaters niet? Ik weet het, als je de verschillende analyses leest zie je hoe ingewikkeld het ligt, maar neem beslissingen en maak duidelijk waarom je het zo doet. Duik vooral niet weg.

Hoe je slappe plannen moet afstraffen, laat Johan Remkes zien, die als voorzitter van het Adviescollege Stikstofproblematiek zichzelf nieuw leven heeft ingeblazen. Boven de partijen staande adviseerde hij eerder al dat de luchtvaart duurzamer moet en de maximumsnelheid omlaag moet. Nu hakt hij in op het kabinet: "De stikstofaanpak van het kabinet is veel te weinig ambitieus en de plannen zijn te vrijblijvend." Is Remkes een 'Changemaker' met vertrouwen in de toekomst? Natuurlijk, vooral getuige zijn bondige motivatie: "Als de economie straks weer aantrekt, moeten we ervoor zorgen dat stikstof de economische activiteiten niet onnodig hindert."

Beeld: Adobe Stock

Modulair bouwen in de industrie: ‘Maatwerk en versnippering zijn niet meer van deze tijd’

Bouwen met standaard onderdelen die geprefabriceerd en getest zijn en eenvoudig zonder specialistische kennis kunnen worden geïntegreerd in de installatie. Dat is modulair bouwen in een notendop. Het klinkt simpel, maar in de praktijk vergt het nog veel denkwerk. “Het roept op tot het ontwerpen en het ontwikkelen van een hele goede basis die je op allerlei plekken kan inzetten. Daar zit natuurlijk een stuk innovatie in”, zegt Wim de Jong, directeur asset management Industrie bij Croonwolter&dros.Daar ligt nog een uitdaging voor het bedrijf, dat hij omschrijft als een typische projectorganisatie. “We zijn gewend om unica‘s te ontwikkelen: unieke objecten.” Toch verandert dat ook langzamerhand, onder andere bij De Jong zelf. “De gedachte 'het is goed genoeg voor dit project' volstaat niet meer. Het moet passen op een hele reeks aan projecten en toepassingen.” Dat vergt denkkracht, maar tegelijkertijd waarschuwt De Jong dat je daar ook in kan doorschieten. In één keer de module ontwerpen die overal op past en alles dekt is onmogelijk. Hij verwacht dat er zeven tot tien stappen nodig zijn om tot de optimale module te komen. Hij kan het weten, want hij brengt modulair bouwen in de praktijk.Als voorbeeld geeft hij de waterzuiveringsinstallaties van WBL en de hoogspanningsstations van TenneT. Bij beide is de infrastructuur aan vervanging toe. “Er is sprake van een behoorlijke veroudering, dus er moet een inhaalslag gemaakt worden. En om snel en efficiënt te kunnen vervangen, is een slimme bouwmethodiek noodzakelijk. Het is niet meer van deze tijd om dat allemaal als maatwerk en helemaal versnipperd te ontwerpen en uit te rollen.”Lees ook: De rioolwaterzuivering van de toekomst is flexibel inzetbaarDe bouwplaats als pitstopDe hoogspanningsstations zet Croonwolter&dros in de fabriek in elkaar. Het bedraden en testen gebeurt daar ook. De Jong vergelijkt het vervolgproces met het racecircuit. Na de sloop van het oude station zet het bedrijf het nieuwe modulaire station als een pitstop neer. “Zonder een te lange onderbreking van het station en het gekoppelde transmissienetwerk.” Dat is belangrijk, want die onderbreking brengt bedrijfsrisico’s met zich mee. Een ombouw levert een tijdelijke situatie op. TenneT moet alternatieve verbindingen leggen om ervoor te zorgen dat de stroomvoorziening in de regio overeind blijft. Daarom geldt: hoe korter de bouw op locatie, hoe beter. De Jong ziet samen met TenneT grote kansen voor seriematige vervanging van de honderden verouderde hoogspanningsstations. Die kunnen op deze manier in hoog tempo worden aangepakt.Ook de waterzuiveringsinstallaties zijn een goed voorbeeld, omdat Croonwolter&dros daar module-ontwerpen uit eerdere projecten nu al voor de derde keer toepast. “Dat bespaart natuurlijk in de hoeveelheid ontwerpkosten.” Gemaakte fouten in het eerste project komen niet terug in het derde project. “Het leereffect is bij modulair werken gewoon groter”, zegt De Jong. Volgens hem komt normaal gesproken de gemiddelde projectmedewerker aan het einde van zijn loopbaan nog steeds dezelfde fouten tegen als aan het begin. Modulair bouwen kan dat voorkomen.‘Money talks’De Jong moet opdrachtgevers vaak nog overtuigen van de voordelen van modulair bouwen, omdat zij graag hun eigen stempel op ontwerpen drukken. Maar “money talks”, zegt hij daarover. Uiteindelijk werken zijn opdrachtgevers vaak met gemeenschapsgeld. De kostenbesparing die het oplevert om modulair te bouwen, is daarom vaak een reden voor opdrachtgevers om daarvoor te kiezen. Ook gaat het om bewijs leveren. “De successen maken dat je momentum krijgt.”'De successen maken dat je momentum krijgt'McKinsey schreef onlangs in een rapport dat modulaire bouw een marktaandeel van 10 procent kan behalen in de infrastructuur en industrie. En dat dit een kostenbesparing van 10 procent oplevert. “Mijn stellige overtuiging is dat er veel meer uit te halen valt dan 10 procent”, zegt De Jong. Hij wijst erop dat zowel Croonwolter&dros als opdrachtgevers beheersmaatregelingen treffen en rekening houden met mogelijke risico’s. Deze kosten vallen bij modulair bouwen veel lager uit. “Je kunt echt voorspelbaar bouwen. Daar zit een enorme besparing op.”Download het rapportDigitale toekomstDe Jong denkt dat modulair bouwen en de digitaliseringstrend elkaar zullen versterken. “Je kunt met behulp van sensoren leren hoe de modules zich in de praktijk gedragen.” Niet te laat waardoor de module faalt en het proces wordt verstoord, en niet te vroeg waardoor overbodige kosten worden gemaakt. Deze data kan Croonwolter&dros ook gebruiken bij het ontwerp van volgende versies. Nu nog voert het bedrijf bijvoorbeeld kritische onderdelen dubbel (redundant) uit, zoals een bepaalde pomp voor een rioolwaterzuivering. “Als je voordat die pomp faalt een signaaltje krijgt, dan hoef je dat ding helemaal niet meer dubbel uit te voeren. Dat is veel beter beheersbaar en je kunt er ook gigantisch op besparen.”Hij verwacht dat de verdere ontwikkeling van modulair bouwen binnen de sector nog leiderschap en tijd vergt, maar dat het in de toekomst toch de norm wordt, zeker bij programmatische projecten. “Mijn visie is dat het gaat werken. Anders zou ik hier niet aan werken natuurlijk.”Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie over de kansen en uitdagingen voor drie sectoren binnen één bedrijf. Lees ook over modulair bouwen in de utiliteit en infra: “Als de functie van jouw gebouw verandert, dan kunnen de installaties meebewegen” De tunnel ligt er nog niet, maar de technici zitten al aan de knoppen Afbeeldingen: Croonwolter&dros, WBL en Adobe Stock