Sebastian Maks
30 oktober 2024, 11:15

Changemaker Beau-Anne Chilla (FORWARD.one): ‘Helaas denken mensen dat climate tech minder rendement oplevert’

Beau-Anne Chilla staat aan het roer van de klimaatafdeling van durfkapitaal-investeerder FORWARD.one. Daar heeft ze laten zien dat klimaatinnovatie meer is dan een ethische keuze, en dat een investering in climate tech ook een mooi rendement kan opleveren. “Het heeft me best even gekost om dat te bewijzen.”

Beau anne “Logische innovaties worden als het ware automatisch geadopteerd door de markt. Juist als duurzaamheid slechts het bijproduct is van innovaties die gewoon goedkoper zijn.”

Hoe omschrijf je jouw bijdrage aan een duurzamere samenleving?

“Ik geloof dat er binnen het bedrijfsleven twee manieren zijn om een duurzamere samenleving tot stand te brengen. Je kunt de grote vervuilers proberen af te bouwen en van koers te laten veranderen, of je kunt nieuwe, technische innovaties proberen op te schalen en tot nieuwe standaard te maken. Ik geloof heel erg in het tweede. Het vergt dat je goed nadenkt over hoe de wereld er over decennia uit kan zien en op welke technologieën je dan moet inzetten. Het is ook enorm leuk werk om te doen. Het is een optimistische markt en je hebt veel met ondernemers te maken die een mooi plan hebben voor de toekomst.”

Je bent opgeleid tot industrieel ingenieur. Waarom heb je uiteindelijk gekozen voor een carrière in finance?

“Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in wat techniek voor onze samenleving kan doen. Tijdens mijn opleiding zocht ik al naar de meest technische insteek, en ik ben uiteindelijk afgestudeerd in de robotica en control engineering. Maar ik wist wel dat ik niet ingenieur wilde worden van beroep. Daarom was ik op zoek naar een manier om de techniek en het bedrijfsleven te combineren. Bij investeren komen die twee zaken heel erg mooi samen. Ik ben inhoudelijk bezig met nieuwe technologieën, maar alles wat we doen is wel bedrijfsmatig en economisch. Finance is voor mij de makkelijkste manier om met cijfers bezig te zijn in een bedrijfskundige omgeving.”

Ik las dat jij de klimaatinnovatie-tak bij FORWARD.one hebt opgericht. Hoe is dat gegaan?

“Ja, dat klopt. Om het klimaatprobleem op te lossen, hebben we veel hardware-oplossingen nodig. Maar de durfkapitaalmarkt richt zich met name op software. Dat merkte ik al tijdens mijn vorige baan bij de impact-investeerder DOEN Participaties. De oprichters van zulke hardwarebedrijven hebben vaak veel moeite met het ophalen van geld omdat hun innovaties als kapitaalintensief worden gezien en financiers het eng vinden om geld te steken in iets wat ze niet helemaal begrijpen. Hierover was ik eens aan het klagen tegen een vriend van me, wiens start-up net gefinancierd was door FORWARD.one. Hij vertelde me dat FORWARD.one juist gespecialiseerd is in het financieren van hardware en dat ik eens met ze moest gaan praten. Dat heeft ertoe geleid dat ik de climate tech-afdeling mocht vormgeven.”

Wat was daarbij de grootste uitdaging?

“Dat mensen bij climate tech de aanname maken dat het om impact-investeren gaat. Dat heeft helaas heel erg het stigma dat het minder rendement oplevert. FORWARD.one is natuurlijk een commerciële investeerder die als primaire missie heeft om zo veel mogelijk rendement te leveren aan onze investeerders. Mijn geloof is dat duurzame technologieën zich juist vaak in een groeimarkt begeven omdat de hele wereld die kant op beweegt. Het gaat vaak om efficiëntere en goedkopere oplossingen. Het heeft me best even gekost om dat te bewijzen.”

Heb je een voorbeeld van een recent project waar je met FORWARD.one in hebt geïnvesteerd?

“We hebben laatst geïnvesteerd in Nuventura, een Duits bedrijf dat schakelkast-installaties maakt, eigenlijk de meterkasten van je woonwijk. Daarvoor wordt traditioneel het gas SF6 gebruikt, wat zorgt voor thermische en elektrische isolatie. Maar SF6 is een 23.500 keer zo sterk broeikasgas als CO2 en kan niet worden afgebroken door de natuur. Het gas was eigenlijk overal al verboden, behalve bij gebruik in schakelkast-installaties. Er was namelijk tot voor kort geen alternatief. Een Duitse ingenieur is daarom in z’n eentje zo’n alternatief gaan ontwikkelen. Mede door de inzet van dit bedrijf is de regelgeving uiteindelijk aangepast, en wordt de verkoop van schakelkasten met SF6 nu uitgefaseerd. Een goed voorbeeld van een bedrijf dat een duurzame innovatie heeft ontwikkeld in een groeimarkt.”

Welke struikelblokken kom je regelmatig tegen tijdens je werk?

“Bij climate tech-innovaties zie je vaak dat er een technische oprichter een heel mooi idee heeft bedacht, maar niet per se weet hoe hij of zij dat commercieel kan maken. Daar nemen ze dan bijvoorbeeld een specifiek iemand voor aan, die vervolgens ook heel technisch blijkt en toch niet de beste fit is. Onze grootste uitdaging om dit soort technologieën commercieel te maken en ervoor te zorgen dat organisaties op de juiste manier zijn ingericht, met de juiste mensen om het product uiteindelijk te kunnen verkopen.”

Klopt het beeld dat er voor climate tech nog altijd te weinig financiering beschikbaar is?

“Het hangt heel erg af van de fase waarin een bedrijf zit. Voor start-ups in de vroege fase is er best wat geld beschikbaar. Investeerders beginnen zich namelijk te realiseren dat er naast software ook hardware nodig is en dat je daar geld mee kunt verdienen. Maar voor bedrijven in latere fases valt het tegen. Bijvoorbeeld in het geval van bewezen technologieën waarvoor het tijd is om een fabriek neer te gaan zetten. Dan kom je in een kip-ei-verhaal terecht. Klanten zeggen: ik wil het product kopen zodra de fabriek er staat en je het gegarandeerd tegen een bepaalde prijs kunt verkopen. Maar financiers zeggen: wij gaan alleen geld geven als we zeker weten dat je een klant hebt. Dat is een van de moeilijkste bruggen voor climate tech-startups om te overkomen.”

Vorige week liet het PBL weten dat de Nederlandse klimaatdoelen vrijwel volledig buiten bereik liggen als we op de huidige voet doorgaan. Kun je na zo’n bericht de hoop er nog wel in houden?

“Ja, ik hou nog hoop. Natuurlijk zie ik dat we veel te langzaam bewegen. Ik vind dat er meer drijfveren vanuit de politiek moeten komen. Maar ik vind het ook goed om af en toe uit te zoomen en naar bepaalde trends te kijken. Bijvoorbeeld het elektrisch rijden. Het is pas vrij kort dat een elektrische auto de nieuwe standaard is, dat is heel snel gegaan. En ik zie het over tien jaar wel zo zijn dat er echt alleen nog maar elektrische auto’s worden verkocht. Logische innovaties worden dus als het ware automatisch geadopteerd door de markt. Juist als duurzaamheid slechts het bijproduct is van innovaties die gewoon goedkoper zijn.”

Zijn er partijen waar je graag mee zou samenwerken?

“De deur staat altijd open voor grote corporates die willen verduurzamen en willen weten welke innovaties hen geld kunnen besparen. En wat me ook nog leuk lijkt, is om een co-investering te doen met een grote financier uit de Verenigde Staten. De durfkapitaalmarkt in de VS heeft enorm veel geld om uit te geven en kan innovaties daarom vaak sneller opschalen.”

Andere Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Vlaanderen gidsland: OVAM geeft voorzet voor uniforme Europese regels voor plasticrecycling

Om recyclaat te mogen verkopen hebben recyclingbedrijven een ‘einde afvalstatus’ nodig. In Vlaanderen heet dat een ‘grondstofverklaring’. Want dat is wat recyclaat - meestal - is: een grondstof. Maar hoe kan het dat een lading plastic recyclaat in het ene land als grondstof en in het andere als afval wordt gezien? Hoe kan het dat landen binnen de EU elkaars beoordelingen of afgegeven verklaringen niet erkennen of overnemen? Goede voorzet Om dat probleem te verhelpen, is Europese afstemming nodig. Uniforme regels over wat afval is en wat een grondstof. Daarnaast zouden landen elkaars criteria voor een einde-afvalstatus moeten accepteren. Of overnemen, als ze die nog niet hebben. Laat dat nu net hetgeen zijn waar Vlaanderen zich de afgelopen zomer met succes voor heeft ingezet. “We hebben een hele goede voorzet gegeven”, zegt Wouter Dujardin, beleidsadviseur textiel en einde-afvalwetgeving bij de Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij (OVAM). Dat is het centrale loket in Vlaanderen voor duurzaam afval- en materialenbeheer, dat grondstofverklaringen afgeeft. Beter samenwerken België was in de eerste helft van dit jaar voorzitter van de Raad van de Europese Unie. De OVAM organiseerde in dat kader een dag met workshops over afvalwetgeving. Een van de workshops ging over einde-afvalcriteria. Daar waren vertegenwoordigers van veel EU-lidstaten, van de Europese Commissie en van de Europese vereniging van de chemische industrie (Cefic) aanwezig. Wat bleek? “Er zijn zeer weinig Europese einde-afvalcriteria, er zijn weinig nationale einde-afvalcriteria en de ene lidstaat weet niet van de andere welke nationale einde-afvalcriteria er al zijn”, vertelt Dujardin. “Ook is er nauwelijks harmonisatie tussen lidstaten. Mijn vraag was dus: kunnen we niet beter samenwerken? Iedereen van de aanwezigen ging daarmee akkoord.” Wederzijdse erkenning Tijdens de workshops kwam er overeenstemming over twee belangrijke discussiepunten. Het eerste was het gebrek aan wederzijdse erkenning van de beslissingen van EU-lidstaten over de einde-afvalstatus. Zo wordt een besluit van de Nederlandse overheid hierover niet erkend in Vlaanderen en omgekeerd. “Hoe komt dat? We kennen elkaars procedures niet en we weten niet wat de kwaliteit van dat besluit is”, zegt Dujardin. Het tweede punt waar iedereen het over eens was: betere samenwerking tussen lidstaten zou voor bedrijven veel efficiënter zijn. Bedrijven hoeven dan maar één keer aan te tonen dat hun materiaal recyclaat oftewel een grondstof is, en geen afval. Als de Europese Commissie uniforme regels zou opstellen, zou het in heel Europa een stuk sneller gaan om een einde-afvalstatus te krijgen. Dan hoeft niet elk land opnieuw zelf het wiel uit te vinden.Europese landen zouden beter kunnen samenwerken om plastic recyclaat meer te kunnen gebruiken als grondstof.Stappen vooruit Het advies aan de Europese Commissie luidde dan ook: zorg ervoor dat lidstaten elkaars besluiten erkennen. Dat kan bijvoorbeeld door in elk land dezelfde vragenlijst te hanteren waarmee bedrijven de einde-afvalstatus kunnen aantonen. Ook moet er op EU-niveau een duidelijk overzicht komen van Europese en nationale criteria voor de einde-afvalstatus. Daar zou de EU een speciaal platform voor moeten oprichten. De resultaten van de workshop zijn besproken in een vergadering over afvalwetgeving van de Europese Commissie en vertegenwoordigers van alle EU-lidstaten. “Mij lijkt dat veel landen meer samenwerking willen. Ook de Commissie beseft dat einde-afval criteria een belangrijk instrument zijn. Het Joint Research Centre (JRC) onderzoekt bijvoorbeeld op dit moment einde-afval criteria voor verschillende afvalstromen waaronder ook kunststof recyclaten. Het is dus nu een kwestie van uitwerken om effectief stappen vooruit te zetten”, zegt Dujardin.Over deze serie Het Nederlandse platform Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE) streeft naar een circulaire chemie met innovatieve technologieën, zonder fossiele brand- en grondstoffen en zonder CO2-uitstoot in 2050. Daarin speelt recycling van plastic een belangrijke rol. Te vaak nog wordt in Nederland recyclaat als afval bestempeld en niet als grondstof. Recyclingbedrijven moeten zich bij een of meerdere van de 28 omgevingsdiensten melden om een ‘einde afvalstatus’ te krijgen. Daarnaast voert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) controles uit. In Vlaanderen is er slechts één loket, de OVAM, dat een ‘grondstofverklaring’ afgeeft. Volgens GCNE is een paradigmashift nodig: ga ervanuit dat alles een grondstof is, tot op grond van een beslisboom in het kader van de zelfbeoordeling blijkt dat het toch als afvalstof beschouwd moet worden. Voor die zelfbeoordeling zou er een uniforme aanpak voor de hele EU moeten komen, gebaseerd op internationale ISO-standaarden. In elk land zou er dan één loket voor grondstofverklaringen moeten komen. Die oproepen lijken nu dus gehoor te vinden.Zelfbeoordeling Allemaal dankzij het initiatief van de OVAM. Landen die zelf geen systeem voor zelfbeoordeling hebben, zouden de vragenlijst over kunnen nemen van Vlaanderen. Bij het bepalen van wat afval is en niet, kijkt de OVAM daar eerst naar de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. Daarin staan algemene criteria. Elke EU-lidstaat interpreteert deze regels op zijn eigen manier. In België valt afvalbeleid onder de gewesten en kunnen Wallonië, Brussel en Vlaanderen eigen criteria hanteren. Vlaanderen heeft voor een tweevoudig systeem gekozen. Bij optie één kunnen bedrijven kiezen voor een zelfbeoordeling. Met hulp van een handleiding op de website en het beantwoorden van vragen kunnen ze in een document vastleggen of iets afval is of grondstof. Dat document ligt gewoon bij het bedrijf en wordt gecontroleerd als handhaving op bezoek komt. “Het voordeel is: in heel veel gevallen is dat redelijk betrouwbaar en is het heel duidelijk of iets wel of geen afval is. Wij vinden het dan onnodig om hiervoor een heel dossier bij ons aan te leveren”, zegt Dujardin. Grondstofverklaring Bedrijven die twijfelen of iets wel of geen afval is en die meer juridische zekerheid willen hebben, kunnen kiezen voor een tweede optie: het aanvragen van een grondstofverklaring. Dat doen ze via het webloket. Alle aangeleverde gegevens worden nagekeken door de OVAM, die een goedkeuring of een weigering afgeeft. Zo’n grondstofverklaring is een document van zo’n vijf pagina’s, dat ook bij het bedrijf zelf ligt. Een korte samenvatting wordt gepubliceerd. Dujardin: “Het voordeel hiervan is dat het nagekeken is door de OVAM, maar het duurt wel langer: zestig dagen. En als het productieproces of de samenstelling van het materiaal significant wijzigt, moet je weer opnieuw beginnen.” Wouter Dujardin spreekt vaak op events.Bedrijven helpen De OVAM heeft al voor diverse Vlaamse plasticrecycling-bedrijven zo’n grondstofverklaring afgegeven. Zeker nu de markt voor plastic recyclaat onder druk staat vanwege goedkoop geïmporteerd nieuw plastic uit China en de VS, wil de OVAM zich coöperatief opstellen om recyclingbedrijven te helpen. Dujardin staat open voor online vragen, mails, spreekt meerdere malen per jaar op events en gaat wanneer nodig zelfs bij bedrijven op bezoek om advies te geven. “Dat kost soms veel tijd, maar ik vind het belangrijk dat we de Vlaamse bedrijven zo goed mogelijk helpen”, zegt hij. Bewijzen Sommige bedrijven vinden de einde-afvalwetgeving overbodig. “Want het is toch vanzelfsprekend dat hun materiaal geen afval meer is. Daarover verschillen we van opinie. Je moet het wel even bewijzen”, zegt hij. Zo mocht het Vlaamse RAFF Plastics plastic afval van koelkasten van Renewi uit Nederland niet zomaar als grondstof vermarkten. Dat zogeheten ‘maalgoed’ wordt namelijk eerst nog bewerkt en schoongemaakt voordat het als recyclaat wordt verkocht. “Dus is het maalgoed nog niet klaar voor de toepassing en is het nog geen einde afval”, legt Dujardin uit. Expertise nodig Volgens experts werkt dit tweevoudige systeem sneller en eenvoudiger dan in Nederland. Dujardin kan dat niet goed beoordelen, omdat hij te weinig zicht heeft op de Nederlandse situatie. Wat hij wel weet, is dat het beoordelen van een einde-afvalstatus expertise vereist. “Het is geen eenvoudige materie. Het is een risico als het een bijkomstig taakje is van iemand die het niet zo frequent doet. Bij de OVAM hebben we experts die de benodigde kennis van zaken hebben en alle situaties kennen. Als een bedrijf een grondstofverklaring van de OVAM krijgt, dan is het volgens onze interpretatie 100 procent een grondstof”, zegt hij. Lees ook: Vlaanderen gidsland: Renewi ziet dat België zijn nek durft uit te steken voor plastic recyclingVlaanderen gidsland: één loket voor plastic recyclen maakt het niet altijd gemakkelijkerChemie kan veel meer gerecycled plastic gebruiken als het geen afval meer isDrama voor Nederlandse plasticrecycling: Umincorp failliet en andere bedrijven in noodDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.