Sebastian Maks
13 november 2024, 10:30

Changemaker Elles Kempers (Het Goed): ‘Kringloop is veel complexer dan reguliere retail’

Elles Kempers is directeur bij kringlooporganisatie Het Goed. Met ruim dertig winkels door heel Nederland geeft Het Goed per dag tienduizenden spullen een tweede leven. Maar de meeste voldoening krijgt Kempers van het creëren van kansen voor kwetsbare groepen om waardevolle werkervaring op te doen. “Die sociale invulling maakt mijn werk bijzonder.”

Elleskempers “Het wordt steeds vanzelfsprekender om tweedehands te shoppen. Dat is echt een merkbaar verschil met een paar jaar geleden.”

Hoe draag jij met Het Goed bij aan een duurzamer Nederland?

“Door gebruikte spullen een tweede leven te geven in onze kringloopwarenhuizen. Duurzaamheid is voor ons eigenlijk vanzelfsprekend. Onze warenhuizen zijn gevuld met gebruikte artikelen die we allemaal hebben gecontroleerd. Denk aan kleding, serviesgoed, meubels, boeken en speelgoed. Die bieden we aan voor een aantrekkelijke prijs. Alles draait om het verlengen van de levensduur. Als je namelijk kijkt naar het gedrag van de gemiddelde Nederlander, heeft het kopen van spullen de grootste impact op het milieu. We hebben het in de maatschappij vaak over vliegen, autorijden en vlees eten. En ja, het is heel noodzakelijk dat we daarmee gaan minderen. Maar het allerbelangrijkste is dat we minder nieuwe spullen kopen en langer met onze huidige spullen doen.”

Kun je een beeld geven bij de milieuwinsten die Het Goed oplevert?

“In 2023 hebben we ruim 30.000 ton aan spullen ingezameld. Hiervan is 87 procent hergebruikt. Dit heeft geleid tot een CO2-besparing van 34.229 ton, vergelijkbaar met de CO2-opname van ruim 4,5 miljoen bomen. Dagelijks geven we aan 30.000 spullen een tweede leven, dit jaar in totaal zo’n 10 miljoen stuks. 2 miljoen daarvan is kleding. Ik heb ruim twintig jaar ervaring in de retailsector, maar ik heb nog nooit zo’n hoge omloopsnelheid gezien als bij Het Goed. Bij ons is het echt vullen, vullen, vullen. Die winkel moet vol!”

Wat heeft je gemotiveerd om directeur te worden?

“Ik heb voorheen bij andere retailers gewerkt en vind retail een prachtig vak. Maar ik had altijd het idee: dit moet anders kunnen. We kunnen toch niet iedere keer nieuwe handel op de markt blijven brengen, dacht ik. Toen ben ik bij Het Goed aan de slag gegaan, waar ik niet direct als directeur begon. Ik vond het fantastisch om mijn vakkennis te gebruiken om aantrekkelijke winkels te maken met alleen maar gebruikte spullen.

Ik was me destijds niet bewust van het feit dat gecertificeerde kringloopbedrijven ook sociale ondernemingen zijn. Wij zijn Keurmerk Kringloop Nederland-gecertificeerd en dat betekent dat we gericht zijn op arbeidsparticipatie van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Die sociale invulling maakt mijn werk bijzonder.”

Kun je wat meer over het sociale element vertellen?

“Wij zijn een inclusieve organisatie die werkt aan de ontwikkeling van mensen met diverse achtergronden. Bij ons komen mensen binnen die soms lang thuis hebben gezeten, bijvoorbeeld door fysieke of mentale beperkingen. Ze willen graag meedoen, maar dat is niet zo vanzelfsprekend. We helpen onze werknemers werkervaring opdoen, zelfvertrouwen krijgen en daardoor structuur in hun leven. We zoeken werk bij de persoon, in plaats van andersom. Zo kunnen ze zich ontwikkelen in een domein waarin ze zich comfortabel voelen, of dat nu transport, horeca of sortering is. Het is mooi om mensen op die manier op te zien bloeien. Er zijn in totaal zo’n 1.850 medewerkers werkzaam bij Het Goed, een hele grote groep dus.”

Veel mensen zullen bij kringloopwinkels het beeld hebben dat er veel rommel te koop is. Hoe gaan jullie dat beeld tegen?

“Ik wil mensen met dat beeld graag uitnodigen in een van onze winkels. Die zien er namelijk echt aantrekkelijk uit. Kleding is gesorteerd op maat en kleur, serviesgoed staat per artikelgroep bij elkaar. Het is niet stoffig, niet muf, we hebben frisse winkels. Op die manier willen we een winkel zijn voor iedereen. We staan midden in de maatschappij. Mensen die iets minder te besteden hebben, mensen die op zoek zijn naar een bijzonder product, of mensen die op zoek zijn naar dé nieuwe outfit. Allemaal komen ze bij ons winkelen.”

Welke ontwikkelingen herken je in de tweedehandsmarkt?

“Het wordt steeds vanzelfsprekender om tweedehands te shoppen. Dat is echt een merkbaar verschil met een paar jaar geleden. Door de energiecrisis en periode met hoge inflatie, werd de drempel om tweedehands te winkelen ineens een stuk lager. Mensen vinden tweedehands ook steeds ‘normaler’ en zijn trots op tweedehands aankopen. Platforms als Vinted hebben daar een grote bijdrage aan geleverd.”

Wat zijn jouw grootste uitdagingen als directeur?

“Ik heb geleerd dat kringloop veel complexer is dan reguliere retail. Het wordt echt onderschat hoe lastig het is om een winkel aantrekkelijk en gevuld te houden terwijl je geen invloed hebt op het assortiment en mensen passend werk wil bieden. Juist van die combinatie krijg ik veel energie. We zien dat er nog te veel spullen in de markt zijn die een tweede leven zouden kunnen krijgen en dat er nog te veel mensen thuis zitten die we mee willen laten doen. Daarom willen we heel graag verder groeien. Dat kan alleen maar door meer klanten naar onze winkels te trekken. De grootste uitdaging is daarom om tweedehands aankopen nóg vanzelfsprekender te maken, dat tweedehands ‘het nieuwe nieuw’ wordt.”

Met wie zou je graag samenwerken?

“Ik zou meer met retailers willen samenwerken. Levensduurverlening is namelijk voor ons allemaal van belang. Ik doe graag een oproep aan retailers om zo duurzaam en kwalitatief mogelijk te produceren, zodat hun producten lang gebruikt kunnen worden. Wij kunnen daar als sociale onderneming ook een rol bij spelen.”

Hoe zie je die rol voor je?

“We werken bijvoorbeeld al samen met Zeeman. In 22 van hun vestigingen verkopen ze dit jaar tweedehandskleding. Zij zamelen dat in en wij verwerken dat voor ze in onze textielsorteelcentra. Dan gaat het weer terug naar hun winkels. Ook hebben we een samenwerking met Bol.com. Zij krijgen veel retourzendingen en die zijn af en toe beschadigd. Bol doneert zulke retouren aan ons en wij zorgen ervoor dat de producten een tweede kans krijgen binnen ons eigen circuit. Zo leveren we samen een bijdrage aan een circulaire en inclusieve samenleving.”

Meer Changemakers:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Groene chemie bloeit op, maar hoe redt Nederland zijn recyclingbedrijven?

Dat bleek tijdens het congres ‘Transition to Circularity’, dat Platform Groene Chemie, Nieuwe Economie en groeifondsprogramma’s BioBased Circular en Circular Plastics NL voor het eerst samen organiseerden in Amersfoort. De drie streven naar een circulaire, groene economie in 2050, waarin fossiele grondstoffen voor plastic, zoals olie en gas, zijn vervangen door biobased grondstoffen, gerecycled plastic en - in de toekomst - koolstof uit afgevangen CO2 (CCU). In Amersfoort kwamen ruim 400 professionals uit de sector bijeen om te horen hoe die groene chemie daadwerkelijk van de grond komt of, zoals bij de recyclingsector, gered kan worden.Kijk hier naar een videoverslag van het congres:https://www.youtube.com/watch?v=lZrvUkS1xlg Kantelpunt De recycling-tak in Nederland staat op een kantelpunt. Plastic recyclingbedrijven dreigen massaal om te vallen omdat ze niet kunnen concurreren met de import van goedkoop nieuw plastic uit China en de VS. Klanten blijken namelijk vooral naar de prijs van hun grondstof te kijken. Bedrijven zoals Umincorp en PET-flessen recyclelaar Ioniqa zijn al failliet en Healix uit Maastricht heeft zijn productie bijna stilgezet om een faillissement te voorkomen. “Het laatste kwartaal was dramatisch. Terwijl onze productiecapaciteit omhoog ging, gingen de prijzen omlaag”, zegt CEO Marcel Alberts.Healix verwerkt afgedankte touwen en netten uit de visserij en landbouwsector tot circulaire polymeren voor plastic. Het had net Coca-Cola als grote klant binnengehaald, dat zijn rode kratten van gerecycled plastic wil gaan maken. Maar het frisdrankbedrijf doet dat niet allemaal in één keer. “We hebben een proeforder gehad en die deed het goed. We verwachten dat dit heel Europe doorgaat, maar dat kost gewoon tijd. Toch hebben we dit soort partijen nodig, omdat die bereid zijn een premium prijs te betalen”, zegt Alberts. Nu oplossingen nodig Dit voorbeeld geeft precies het probleem in de recyclingsector aan. Door lage plastic prijzen zijn klanten - lees grote bedrijven in de chemie - nauwelijks bereid meer te betalen voor recyclaat. En de verplichting om recyclaat bij te mengen bij de productie van nieuw plastic gaat in Nederland pas in 2027 gelden. Het gevaar bestaat dat als die wettelijke verplichting ingaat, Nederland geen recyclingindustrie meer over heeft. “De bedrijven die dit moeten gaan doen en die we straks nodig hebben zitten in zwaar weer”, zegt directeur Marc Spekreijse van Circular Plastics NL (CPNL). Dit programma is gestart met 220 miljoen uit het Nationaal Groeifonds om bedrijven en instellingen te helpen met opschalen en innovatie. Begin volgend jaar start CPNL een nieuwe subsidieronde van 30 miljoen, maar dat is niet genoeg. “We kunnen wel subsidie geven, maar daar hoort cofinanciering bij. De businesscase is nu negatief, dus gaat niemand erin investeren. Daarom kunnen we niet langer wachten. Er moeten nu oplossingen komen”, stelt hij. Garantieregeling Voor die oplossingen kijkt de sector nadrukkelijk naar de overheid. Staatssecretaris Chris Jansen van Openbaar Vervoer en Milieu liet in een videoboodschap weten veel belang te hechten aan de circulaire economie. Hij ziet met lede ogen recyclingbedrijven failliet gaan. “Het is superlastig concurreren met de huidige lage prijzen van fossiel plastic. We moeten de markt voor circulair plastic verbeteren en daarom grijpen we in. Op Europees niveau en op nationaal niveau”, zegt hij. Jansen is bezig met het ontwerp van een circulaire plasticnorm voor het gebruik van gerecycled plastic. “Dit geeft een boost aan het gebruik van recyclaat. Bedrijven die het nu moeilijk hebben en die extra financiering nodig hebben, kunnen een beroep doen op de garantieregeling en steun uit het Klimaatfonds”, beloofde hij. Beroep op plasticproducenten Karlo Van Dam, directeur verduurzaming industrie bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei, werd na zijn speech zowat belaagd door ondernemers uit de recyclingbranche. Hij had net uitgelegd hoe het kabinet de groene economie wil ondersteunen, mede om de CO2-uitstoot van de industrie in 2030 met 66,5 procent terug te dringen en in 2050 tot nul. Dat gaat via een mix van stimuleren, normeren en beprijzen. Bijvoorbeeld met een bijmengverlichting voor recyclaat en biobased plastic, maar ook door een heffing op nieuw plastic in 2028. "Komend voorjaar komen we met een heel pakket aan instrumenten om de sector te helpen”, beloofde hij. In EU-verband wil Nederland maatregelen nemen tegen de import van goedkoop plastic en recyclaat, maar dat is volgens Van Dam verschrikkelijk ingewikkeld. “Daarom doen we een beroep op de sector om het aandeel van gerecycled plastic te vergroten”, zegt hij. “We moeten in deze moeilijke situatie met elkaar doen wat we kunnen, maar we kunnen bedrijven niet heel lang in de lucht houden met subsidie als er geen gezond bedrijfsmodel is.” Karlo Van Dam moest uitleggen hoe het ministerie van Klimaat en Groene Groei recyclingbedrijven gaat redden Petitie aan de kamer Is dit genoeg om recyclingbedrijven de moeilijke jaren tot de bijmengverplichting te laten overbruggen? De sector denkt van niet. Die vindt dat Nederland nu al zo’n norm moet invoeren en voorop moet lopen in Europa, stelden tal van bedrijven tijdens het congres. Groene Chemie Nieuwe Economie is bezig met een petitie voor de Tweede Kamer over het effectief inzetten van beleidsmaatregelen voor zowel recyclaat als biogrondstoffen. Die petitie bouwt voort op onderzoek van CE Delft, dat concludeert dat er nu een ongelijk speelveld is tussen fossiele en hernieuwbare brand- en grondstoffen. Als dat speelveld eerlijker wordt, hebben ook recyclingbedrijven daar voordeel bij. Alles uit China Een bedrijf als Healix wordt de komende tijd opnieuw gesteund door de LIOF, de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Limburg, maar als de situatie langer dan een half jaar duurt, wordt dat lastig. Staatsinvesteringsfonds Invest-NL is bang dat er niets verandert zolang goedkope fossiele grondstoffen niet hoger worden beprijsd. “Mijn grote nachtmerrie is dat er in 2027 of in 2030, als die bijmengverplichting er is, geen aanbieders van recyclaat meer zijn op de Nederlandse markt. Dan moet alles weer uit China komen en dan zeggen de afnemers: er is te weinig recyclaat. Dat kun je nu al voorspellen, dus moeten we nu handelen”, zegt CEO Rinke Zonneveld van Invest-NL. CEO Rinke Zonneveld (links) van Invest-NL vreest het ergste voor de recyclingbranche Subsidiepot verdubbeld De groene chemie, die richt zich op het maken van plastic uit plantaardige grondstoffen, bijvoorbeeld uit de bos- en landbouw, reststromen en afvalwater, staat pas aan het begin, maar beleeft een mooie start. Het programma Biobased Circular kreeg 338 miljoen euro uit het Groeifonds en daarnaast zegden deelnemende bedrijven en organisaties nog eens 550 miljoen euro aan investeringen toe om deze ontwikkeling van de grond te krijgen. Voor de eerste subsidieronde van 10 miljoen dienden dertig bedrijven een ruw idee in en vroegen uiteindelijk veertien bedrijven subsidie voor een uitgewerkt projectvoorstel. Die kosten meer geld dan er beschikbaar is. “Daarom hebben we besloten het bedrag te verdubbelen, zodat meer projecten kunnen starten”, zegt directeur Herman Wories van BioBased Circular. Succesverhalen Op biobased gebied zijn er grote en kleine succesverhalen te melden. Zo opende koningin Maxima medio oktober de fabriek van Avantium in Delfzijl. De eerste fabriek in Europa die een 100 procent plantaardig plastic gaat maken: PEF. Klanten als Coca-Cola, Louis Vuitton, Albert Heijn en biermaker Carlsberg kunnen daarmee hun PET-flessen vervangen door een duurzaam alternatief. Maar het duurde wel twintig jaar voordat de bouw kon beginnen. Veel start-ups zijn nog lang niet zover. Het Friese Paques Biomaterials opende in mei 2022 zijn eerste demonstratiefabriek in Dordrecht. Die maakt met behulp van bacteriën in afvalwater 100 procent afbreekbaar bioplastic: PHA. “Volgend jaar gaan we bij een papierfabriek onze eerste installatie bouwen”, meldde directeur Joost Paques tijdens het congres. Paques Biomaterials laat bacteriën in afvalwater 100 procent afbreekbaar bioplastic maken Vallei des doods Veel start-ups hebben moeite om de eerste groeifase door te komen en stranden in de beruchte ‘vallei des doods’, blijkt uit onderzoek van TNO. Samen met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen heeft TNO 128 start- en scale-ups geteld die tot de groene chemie in Nederland behoren. Daarvan hebben er 22 meegedaan aan een onderzoek. Gemiddeld hebben die bedrijven acht jaar nodig om door hun eerste groeifase heen te komen. Voor deze groep bedrijven is de brug over de vallei des doods nog langer dan bij andere sectoren. De concurrentie met fossiele grondstoffen is dodelijk. “Ons systeem is nu nog voor 99 procent geënt op fossiele grondstoffen. Er zijn nieuwe bedrijven die het wel proberen, maar die stukslaan op de vallei des doods”, zegt Lotte de Groen van TNO Vector. Uit het TNO-onderzoek blijkt dat 86 procent van de bedrijven moeite heeft om voldoende financiering te vinden om demonstratiefabrieken te bouwen. Bestaande fabrieken Dat probleem heeft start-up Relement niet. Deze spin-off van TNO maakt aromaten voor verf uit biomassa, zoals afval van suikerbieten of cellulose uit zaagsel. Die aromaten gaan bijvoorbeeld in coatings voor stalen bruggen, maar ook in houtlak. Het grote voordeel is dat Relement geen eigen fabrieken hoeft te bouwen, maar zijn producten in bestaande fabrieken laat produceren. Dat moest ook wel. Omdat er geen wet- of regelgeving is die verfproducenten verplicht om biobased grondstoffen toe te passen, waren investeerders voor een eigen fabriek moeilijk te vinden en wachtten grote corporate verfproducenten liever af. “Wij zijn de eerste in Europa die een hernieuwbaar alternatief voor aromaten hebben. Maar zodra klanten de prijs horen zeggen ze: ga eerst maar eens opschalen, volumes maken en laat je prijs zakken. Dan zijn we al tien keer failliet”, zegt CCO en medeoprichter Monique Wekking. “Gelukkig hebben we in Nederland familiebedrijven die wel bereid zijn hier in te investeren.” Daardoor kan Relement volgend jaar zijn eerste biobased coating op waterbasis op de markt brengen. CCO en medeoprichter Monique Wekking van Relement 400 miljoen ton koolstof voor plastic Een belangrijke vraag bij het gebruik van plantaardige grondstoffen voor plastic is of Nederland wel voldoende land heeft om de benodigde gewassen als olifantsgras, suikerbieten of aardappels te verbouwen voor de groene chemie. Ja, stelt Sjoukje Heimovaara, voorzitter raad van bestuur van Wageningen University & Research (WUR), volmondig. “Maar dan moeten we wel ons consumptie- en productiepatroon aanpassen”, zegt ze. Van de 400 miljoen ton koolstof die in de wereld wordt gebruikt voor de productie van plastic, komt nu ruim 90 procent uit fossiele grondstoffen. Bijna 9 procent komt uit recyclaat en 0,5 procent uit biomassa. Voor die 90 procent moet de chemische industrie dus voor 2050 alternatieven vinden. Driekwart akkerland voor veevoer Volgens Heimovaara kan recyclaat maximaal de helft van de benodigde vraag naar grondstoffen dekken. De meeste bouwstenen voor plastic moeten dus uit biomassa komen. Uit de bosbouw, landschapsbeheer, waterzuivering, uit de voedselindustrie, maar vooral uit de landbouw. Veel boeren zijn hier al mee begonnen, bijvoorbeeld met het verbouwen van gewassen voor biobased bouwen. Dat hoeft niet te concurreren met de voedselproductie. Nu wordt driekwart van het Europese akkerland gebruikt voor het verbouwen van veevoer. “Als we één dag per week minder dierlijke eiwitten eten, kunnen we meer land gebruiken voor voedsel en houden we geweldig veel land over voor de productie van biomassa als grondstof voor biobased materialen”, zegt ze. Sjoukje Heimovaara van de WUR liet zien dat 75 procent van het land voor veevoeder wordt gebruikt Groene chemie staat aan het begin De transitie naar een groene chemie komt nu volgens TNO in een competitiefase met de traditionele chemie. “Toch staan we pas aan het begin van de transitie. Er zijn nog hele grote stappen te nemen”, zegt voorzitter Arnold Stokking van Platform Groene Chemie Nieuwe Economie. “De weg naar een duurzame maatschappij is moeilijk en lastig. Er zijn drie dingen waar we ons met zijn allen op moeten richten. We hebben beschikbaarheid van grondstoffen, financiering en nieuw durfkapitaal nodig. En aan de vraagkant hebben we afnemers nodig, zodat de duurzame producten afgenomen kunnen worden. Samen moeten we kijken hoe we fossiel uit de markt kunnen drukken.” Programma voor start-ups Het platform zet in op concrete maatregelen voor ondernemers. Bijvoorbeeld met de petitie aan de Tweede Kamer, waarmee het de vraagkant naar biobased grondstoffen en recyclaat wil stimuleren. Om durfkapitaal los te weken start het platform een campagne waarbij investeerders met tickets van 20 tot 50 miljoen first of a kind fabrieken financieren om hen te helpen opschalen. Verder helpt het platform start-ups met het Green Chemistry Accelerator programma om op te schalen tot een volwaardig bedrijf, zodat ze proeffabrieken kunnen bouwen en de markt op kunnen. De afgelopen twee jaar werden tien bedrijven begeleid en dit najaar beginnen de volgende vijf met het programma. Ook werkt Groene Chemie Nieuwe Economie aan een betere beschikbaarheid van grondstoffen. “Afval moet grondstof worden. Afval is grondstof, tenzij”, zegt Stokking. Lees ook:Groene chemie schiet uit de startblokken, maar heeft lange weg te gaan Chemie vervangt straks Shell, Exxon en BP door boeren en bosbouwers Het is hoog tijd voor een 'Circular Deal' Vlaanderen gidsland: OVAM geeft voorzet voor uniforme Europese regels voor plastic recyclingDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.