Bij de Efteling zullen de meeste mensen niet gelijk aan duurzaamheid denken, maar volgens jou is die combinatie volstrekt logisch. Waarom?
‘Veel mensen weten het niet, maar de Efteling is in 1952 opgericht als natuurpark. Dat zijn we vandaag de dag nog steeds. Slechts 11 procent van ons terrein is bebouwd, de rest is natuur. Maar in onze communicatie gaat het vaak alleen maar over die 11 procent: over de attracties en de horeca. Maar die andere 89 procent is minstens zo belangrijk. Die maakt ons namelijk uniek in de wereld van de attractieparken. Wij vinden het hier normaal dat eenden hun nest bouwen op een huisje in het Sprookjesbos, of dat je overal eekhoorns ziet rondspringen. Maar dat is helemaal niet vanzelfsprekend, dat zie je niet bij andere grote attractieparken.’
Wat is jouw rol binnen de Efteling?
‘De wereld verandert, en daarom krijgen we van bezoekers andere vragen dan vroeger. Ze vragen zich bijvoorbeeld af: als wij ons afval niet hoeven te scheiden in jullie park, regelen jullie de scheiding dan wel goed achter de schermen? Of: nemen jullie wel je verantwoordelijkheid in het terugdringen van de CO2-uitstoot? Voorheen deden we over dit soort zaken geen uitspraken. Mensen komen namelijk naar de Efteling om te ontsnappen aan de waan van de dag en betalen geen entree om te horen hoe slecht het met het klimaat gesteld is. Maar omdat we wel degelijk onze verantwoordelijkheid nemen, willen we daar meer over gaan vertellen. Daar ben ik verantwoordelijk voor. Maar mijn rol is ook om alle duurzaamheidsinitiatieven binnen de Efteling samenhang en richting te geven. Er gebeurt hier namelijk van alles om te verduurzamen, en ik moet ervoor zorgen dat alle neuzen in dezelfde richting staan.’
Wat gebeurt er dan zoal?
‘We zoeken altijd naar manieren om te verduurzamen zonder dat de beleving van de bezoekers daaronder lijdt. Een voorbeeld is onze Aquanura-watershow, waar voorheen vuur-effecten in zaten op propaan. Dat is een fossiele brandstof en die willen we juist uitfaseren. Maar je kunt niet zomaar het vuur weghalen, de lat van de Efteling-bezoeker ligt namelijk hoog. Daarom hebben we de vuureffecten uiteindelijk vervangen door ‘Bakens van Licht’, speciale lantaarns van acht meter hoog.
Een ander voorbeeld is onze klassieke stoomtrein, die al meer dan honderd jaar oud is en altijd op steenkool heeft gereden. In plaats van simpelweg een nieuwe elektrische trein te kopen, hebben we ervoor gekozen om de bestaande trein om te bouwen. Dat is technisch ingewikkelder en duurder, maar het past bij onze wens om ons erfgoed te behouden én te verduurzamen. Daarnaast investeren we flink in warmte-koudeopslag. Door gegenereerde warmte van de ene attractie te hergebruiken voor het verwarmen van andere, oudere attracties, besparen we fors op gas. Inmiddels is daardoor een groot deel van het park al volledig gasloos.’
Een groot deel van jullie uitstoot zit in het vervoer van bezoekers naar de Efteling. Proberen jullie hier ook iets aan te doen?
‘Mobiliteit is een belangrijk en tegelijk ingewikkeld thema. We kunnen ons best doen om het gedrag van onze bezoekers te beïnvloeden, maar onze invloed op het regionale OV-netwerk is beperkt. Wij bepalen niet hoe de gemeente de omgeving indeelt. Er zijn wel goede busverbindingen van en naar het treinstation in Tilburg, maar verder liggen er geen stations in de buurt. Daarnaast bestaat het grootste deel van onze bezoekers uit gezinnen met jonge kinderen, vaak uitgerust met buggy’s en koelboxen. Je kunt je voorstellen dat het openbaar vervoer voor die groep lastig is. Wel staan er inmiddels ruim tweehonderd laadpalen op ons parkeerterrein en voeren we gesprekken met vervoerders zoals Arriva om de bereikbaarheid te verbeteren. Ook stimuleren we onze medewerkers om op de fiets te komen. Maar het blijft een uitdaging.’
Wat drijft jou om dit werk te doen?
‘Als we geen oog hebben voor duurzaamheid, dan komt dat de Efteling niet ten goede. Daar ben ik echt van overtuigd. Een toekomstbestendige onderneming moet z’n zaken op orde hebben. Wij dus ook. Werknemers van de Efteling vinden het altijd geweldig om over nieuwe attracties te praten en zijn enorm trots wanneer die de kranten halen. Ik hoop dat ze net zo trots zijn op het feit dat wij fossiele brandstoffen uit willen faseren, en dat ze daar met hetzelfde enthousiasme over vertellen op verjaardagsfeestjes. Dat is mijn persoonlijke missie. Het is misschien iets minder sexy, maar ik zie het als mijn taak om dat sexy te maken.’
Wat is jouw grootste uitdaging?
‘Het gedrag van onze gasten. We ontvangen jaarlijks ruim 5 miljoen bezoekers, en op die schaal is gedragsverandering ontzettend lastig. We zijn daarin niet uniek, partijen als Ikea en Schiphol hebben ook grote bezoekersaantallen. Ik denk dat we goed van elkaar kunnen leren. We moeten durven erkennen dat we met hetzelfde probleem worstelen, en daarom juist kennis gaan uitwisselen en gezamenlijk gaan optrekken.’
Zijn er beslissingen waarop je terugkijkt en denkt: dat had ik anders moeten doen?
‘ESG is breder dan alleen onze ecologische voetafdruk, het gaat ook over sociale inclusiviteit. Daar hebben we als organisatie ook veel aandacht voor. We hebben de afgelopen jaren bewust stappen gezet om de Efteling inclusiever en diverser te maken, omdat we willen dat alle bezoekers zich welkom voelen in de Efteling. We hebben bijvoorbeeld aanpassingen gedaan aan attracties die culturele aspecten bevatten, omdat we vinden dat iedereen zich moet kunnen herkennen in onderdelen van ons park. Maar daarover hebben we vervolgens te krampachtig gecommuniceerd, vind ik.’
Heb je het dan over Carnaval Festival en Monsieur Cannibale, de twee attracties waar ophef over ontstond omdat ze kwetsende stereotypen bevatten?
‘Precies. We hebben toen besloten om de stereotypen eruit te halen en te vervangen door elementen waar iedereen in zich kan vinden. De reacties op dit soort beslissingen kunnen heel heftig zijn. ‘Nu pakken ze ook nog de Efteling af’, hoor je dan. Dat heeft ons wat voorzichtig gemaakt in onze berichtgeving, maar achteraf vind ik die té voorzichtig. We hadden gewoon moeten zeggen: wij willen dat iedereen zich hier welkom voelt en zich herkent in ons product. Soms verandert er daardoor iets, so be it. Dat vinden wij oké. Onze keuzes zijn weloverwogen en gemaakt met oog voor ons erfgoed en de maatschappij van nu.’
Met wie zou je graag nog eens samenwerken?
‘We gaan voor het eerst kennis uitwisselen met Ikea. Daar ben ik heel erg blij mee, aangezien we allebei grote groepen bezoekers aantrekken en dus veel van elkaar kunnen leren. Op het gebied van mobiliteit, maar ook alles wat te maken heeft met inclusiviteit of het scheiden van afval. Ik vind het daarnaast interessant dat Ikea Scandinavische wortels heeft. Scandinavië is een regio die in mijn ogen op veel vlakken vooruitloopt en ons dus op nieuwe ideeën kan brengen.’
Lees ook:
- Changemaker Lorenzo Engelen (Qarry): ‘Een duurzaam product kan alleen slagen als het ook prijsconcurrerend is’
- Changemaker Kitty Smeeten (Hands Off My Chocolate): ‘Wanneer je iets half doet, voeg je niet zo veel waarde toe’
- Changemaker Joris Bijdendijk (Low Food): ‘De transitie moet stap voor stap; voor een rigoureuze ommezwaai is de consument niet klaar’




