Sebastian Maks
28 augustus 2024, 10:45

Changemaker Mark Boode (Teachers for Climate) wil duurzaamheid het klaslokaal in brengen: ‘Het is heel erg dom om hier niks over te doceren’

Mark Boode is voormalig leraar, schrijver van toekomstromans, en de mede-oprichter van Teachers for Climate. Met een landelijk kennisnetwerk rust hij docenten uit met voldoende middelen om de volgende generatie klaar te stomen voor klimaatactie. “Dat is namelijk de grootste opgave waar we als mensheid voor staan.”

Markboode "De grootste angst van docenten is om weggezet te worden als subjectief of politiek getint."

Waarom heb je Teachers for Climate opgericht?

“Voor mijn roman Vogelkinderen, die zich afspeelt in het jaar 2143 en waarin mensen kunnen praten en samenwerken met dieren, deed ik onderzoek naar wat ons nu eigenlijk drijft in het leven. Ik kwam eigenlijk snel al uit op een open deur: we willen gewoon gelukkig zijn. En geluk heeft veel te maken met een veilige leefomgeving waar we deel van uitmaken, gezien worden en ertoe doen. Het uitkomen van Vogelkinderen viel toevallig samen met de eerste Nederlandse demonstraties van Youth for Climate (een wereldwijde scholierenorganisatie die zich inzet voor het klimaat, red.). Deze ‘klimaatspijbelaars’ kregen veel kritiek. Vreemd, vonden een paar collega’s en ik. We roepen als docenten namelijk dat jongeren betrokken moeten zijn bij de wereld, maar ze worden terug naar de schoolbanken gestuurd als ze dat ook echt doen. Toen zijn we achter ze gaan staan. Letterlijk! We liepen achter ze aan bij hun klimaatmars. Dat was de start van Teachers for Climate.

Dat was natuurlijk hartstikke leuk, maar het voelde ook hypocriet. Want eigenlijk was die oproep van de jeugd een hulpkreet. Ze vroegen om verandering. Toen zijn we kritisch naar het onderwijscurriculum gaan kijken. Kinderen willen namelijk middelen om voorbereid te zijn op de toekomst. Ze vragen om kennis over klimaatverandering, willen emoties kwijt en zoeken handelingsperspectief. Maar dat zat allemaal niet in ons onderwijs.”

Wat is er op duurzaamheidsgebied volgens jou mis met het onderwijs?

“We moeten op zoek gaan naar een nieuw verhaal. Bij ons ontstond het besef: er bestaat geen objectief onderwijs. Al het onderwijs berust op subjectieve keuzes. Waarom geven we wel biologie en geen psychologie, waarom is Duits verplicht en Spaans niet, waarom doceren we wel groei-economie en geen circulaire economie? Alles berust op keuzes die ooit gemaakt zijn of nu gemaakt worden. De verhalen van nu zijn vooruitgangsdenken, economische groei, vrijheid, meetbaarheid, meer is beter, mens boven natuur. Een transformatie in gang zetten is daarom beginnen bij het creëren van een nieuw verhaal. Geen mensgericht, maar ecocentrisch verhaal. Dat vraagt dat je samen nadenkt over nieuwe normen en waarden.”

Wat voor initiatieven neemt Teachers for Climate om dat nieuwe verhaal vorm te geven?

“We merken dat docenten heel erg behoefte hebben aan ondersteuning. Ze willen graag iets met duurzaamheid doen in de klas, maar voelen zich een eenling. Zodra ze zich bij Teachers for Climate aansluiten, ontmoeten ze gelijkgestemden. Dat is heel fijn voor ze.

Een van de mooiste dingen die we organiseren is de Duurzame Docent-verkiezing. Daarbij zetten we docenten die pionieren op het gebied van duurzaam onderwijs in het zonnetje. Het begon als een klein initiatief waarbij we zulke docenten een bloemetje gaven, en is nu uitgegroeid tot een landelijk evenement in Pakhuis de Zwijger met een inhoudelijk debat vooraf. Het is mooi om te zien dat we daarbij al zo’n schaalvergroting hebben kunnen maken.

Ook geven we masterclasses aan docenten om ze te ondersteunen en te professionaliseren. We helpen docenten met emoties in de klas en de koppeling van klimaatthema’s aan exameneisen. Schaarste kun je bijvoorbeeld heel makkelijk koppelen aan de kerndoelen van het vak economie. Denk bijvoorbeeld aan schaarste van landbouwgrond, water of energiebronnen. Daar helpen we ze bij.”

Onlangs werd het landelijke Klimaatexamen georganiseerd. Een schoolexamen-achtige toets, open voor iedereen, om aandacht te vragen voor klimaatverandering.

Lachend: “Zeker, ik heb eraan meegedaan en ben geslaagd!”

Een ludieke actie natuurlijk, maar zou zoiets volgens jou een officieel onderdeel van de schoolexamens moeten worden?

“Ja. Het is de grootste opgave waar we als mensheid nu voor staan. Dus het is heel dom om er niks over te doceren. De Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) is nu samen met de overheid de kerndoelen voor het onderwijs aan het herzien, maar ze zijn heel bang om politiek te worden. En dat terwijl klimaatverandering geen politiek probleem is, het is een wetenschappelijk probleem. Het is zo ongeveer de meest exacte wetenschap van heel het onderwijs. Economie, iets wat mensen eigenlijk zelf hebben bedacht, zien we dan als heiligdom, terwijl mensen klimaatverandering in twijfel gaan trekken. Dat vind ik heel vreemd.”

Er zijn mensen die vinden dat duurzaamheid niet in het onderwijs thuishoort en die het thema afdoen als propaganda. Deze opvattingen komen ook in de klas terecht, wat tot frictie kan leiden. Hoe kunnen docenten met deze weerstand omgaan?

“De grootste angst van docenten is om weggezet te worden als subjectief of politiek getint. Dat is ook de reden waarom duurzaamheid lang gemeden is binnen het onderwijs. Het thema is ook gewoon met succes gepolitiseerd. De eerste stap die je daarom als docent moet maken is je baseren op de wetenschap. En onze eerste masterclass aan docenten is simpelweg: klimaatverandering, hoe zit dat in elkaar? Er zijn namelijk docenten die bang zijn om het onderwerp in de klas aan te halen, omdat ze er zelf onvoldoende van weten. Als leerlingen dan bijvoorbeeld het broeikaseffect wegzetten als onzin, hebben ze niet genoeg kennis om dat te weerspreken.

Een ander belangrijk punt is dat je als docent ook gewoon moet erkennen dat klimaatverandering emoties oproept. Het is een groot, angstaanjagend vraagstuk. Als ik lees dat de Golfstroom deze eeuw mogelijk stilvalt door klimaatverandering, komt er bij mij ook een hoop naar boven. Ook dát nog, denk ik dan. Ik wist wel van de temperatuurstijging en afname van de biodiversiteit, komt dit er óók nog eens bij. Ik krijg dan gewoon zin om de krant weg te smijten. In de klas wordt er ook zo gereageerd. Als je dat benoemt als docent, ontstaat er ruimte om met zulke emoties te dealen. Maar ja, dat is natuurlijk wel erg lastig.”

Tegen welke struikelblokken loop je als initiatiefnemer van Teachers for Climate wel eens aan?

“In het begin kreeg ik de vraag: wil je dat Teachers for Climate wordt gezien als Mark en een paar vrienden, of wil je dat het een zelfstandige, professionele organisatie wordt. Ik wil dat laatste. Ik zie mijn rol in dit project namelijk als iets tijdelijks en wil me ook op andere dingen kunnen gaan focussen. Maar het is moeilijk om te bepalen hoe je zoiets dan gaat organiseren. In het begin was het goed te overzien, maar nu de groep vrijwilligers hard groeit, is het moeilijk om iedereen erbij te blijven betrekken en zichtbaar te maken.

We hebben het al even over politiek gehad, dat was in het begin ook lastig. We kregen veel kritiek. In 2019 heeft De Telegraaf twee journalisten al mijn contacten laten uitpluizen om te proberen aan te tonen dat de klimaatbeweging zich via docenten infiltreerde in het onderwijs. Er zijn uiteindelijk zelfs Kamervragen over gesteld. Gelukkig is de relatie inmiddels hersteld en hebben ze me gevraagd een opinieartikel te schrijven over Extinction Rebellion. Nou, prima! Inmiddels denken we mee met docenten, schoolleiders, docentenopleidingen, koepelorganisaties, en zelfs met de SLO en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. We zijn dus gewoon uitgegroeid tot een expertiseorganisatie.”

Lees ook:

De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.

Ondernemer Roebyem Anders over energiearmoede: ‘Ik wilde iets doen voor de mensen die verduurzaming het hardst nodig hebben’

Slecht geïsoleerde woningen, een salaris dat voor een groot deel op gaat aan energiekosten, en een gebrek aan middelen of invloed om daar iets aan te doen. Een giftige cocktail die ook wel energiearmoede heet. Waar het begrip voor sommige mensen slechts een fenomeen is wat ze af en toe op het journaal voorbij zien komen, is het voor anderen een pijnlijke werkelijkheid waar ze dagelijks mee te dealen hebben. Die laatste groep is groter dan je misschien zou denken, weet KnopOm-oprichter Roebyem Anders. Eén op de acht “Toen ik me erin ging verdiepen, schrok ik er heel erg van. De meest recente studie op het gebied van energiearmoede is uitgevoerd door TNO en laat zien dat 400.000 van de acht miljoen Nederlandse huishoudens in energiearmoede leven. En dan heb je het alleen over de zichtbare gevallen. Bij nog eens 116.000 huishoudens is namelijk sprake van verborgen energiearmoede. Die hebben een lage energierekening omdat ze geen geld hebben voor energie en dus gewoon de verwarming niet aanzetten. En dan zijn er ook nog veel huishoudens die gered zijn, doordat de overheid hun energierekening heeft betaald. Denk bijvoorbeeld aan het Tijdelijk Noodfonds Energie. Wanneer die steun wegvalt, glijden al die gezinnen af. En als we al die groepen bij elkaar optellen, zien we dat ongeveer één op de acht Nederlandse huishoudens energiearm is.” Ongelijkheid in de transitie Het thema energiearmoede begon bij Anders te dagen tijdens de coronapandemie. Ze dacht in die tijd veel na over de energietransitie en waarom die maar niet de gewenste snelheid bereikt. “Dat zit eigenlijk in twee dingen. Allereerst zijn mensen gewoon niet meegenomen in de transitie. Bij de onderhandelingen over het Klimaatakkoord zat iedereen aan tafel, behalve de mensen die daadwerkelijk iets moeten gaan doen met het verduurzamen van hun woningen. Dan krijg je met weerstand te maken. Je ziet ook dat energiearme huishoudens die huren bij woningcorporaties, maar beperkt betrokken worden bij verduurzamingstrajecten. En ten tweede is er ongelijkheid ontstaan. Daar hebben wij ons bij Sungevity (het zonnepanelenbedrijf dat Anders in 2012 oprichtte, red.) ook schuldig aan gemaakt. We begonnen in een tijd dat zonnepanelen producten waren voor een kleine groep mensen die het aandurfden. Wij hebben er toen aan bijgedragen dat zonnepanelen voor een brede groep toegankelijk werd door het proces radicaal te versimpelen. Maar erop terugkijkend besefte ik dat we daarmee vooral de mensen hebben geholpen die het kunnen betalen. De mensen met een kleine portemonnee bleven achter. Ik wilde juist iets gaan doen voor de groep die verduurzaming het hardst nodig heeft.” Gericht op woningcorporaties En zo ontstond KnopOm. Een organisatie die woningcorporaties helpt hun panden te verduurzamen, zodat energiearme bewoners in beter geïsoleerde huizen leven en toegang hebben tot duurzame technologieën waardoor hun energierekening daalt. Volgens Anders zijn alle ingrediënten om dat te doen ruim voorhanden: de wil om het probleem aan te pakken (“want wie is er nu vóór energiearmoede?!”), technologische oplossingen zoals isolatie, zonnepanelen en warmtepompen, en financiële middelen. Het enige dat mist, vindt ze, is een adequate aanpak om die ingrediënten bij elkaar te brengen. “Er is in de afgelopen twee jaar door de overheid ruim 8 miljard euro uitgegeven aan steunfondsen om te voorkomen dat mensen afglijden naar energiearmoede. Maar dat zijn geen gerichte maatregelen. Als die steun stopt, gebeurt het afglijden alsnog. Er is dus een reallocatie nodig. Het geld moet worden gebruikt om de woningen waarin mensen leven op te knappen en te verduurzamen.” Ook ziet Anders veel inefficiëntie bij woningcorporaties. Die gaan volgens haar ieder voor zich bedenken hoe een gebouw verduurzaamd kan worden, zonder daarbij de samenwerking met collega-bedrijven op te zoeken. Daardoor gaat er onnodig veel geld naar proceskosten en adviesbureaus die hen met zulke kwesties moeten helpen. AI-model KnopOm heeft als doel om alles bij elkaar te brengen. Het initiatief betrekt huurders bij het proces, zorgt voor samenwerking tussen woningcorporaties en koppelt bruikbare oplossingen aan woningen die daarvoor geschikt zijn. Een AI-model, ontwikkeld door TNO, helpt daarbij. “Het model kijkt naar oplossingen die bij andere corporaties hebben gewerkt, analyseert de eigenschappen van een gebouw die bij deze oplossing passen, en zoekt vervolgens naar gebouwen met identieke DNA”, zegt Anders. “Dat kunnen uiteindelijk wel 120 verschillende kenmerken zijn. Bijvoorbeeld hoeveel centimeter de balkons uitsteken. Daardoor hoeft een woningcorporatie niet meer zelf op zoek naar wat werkt, maar kan die zich aansluiten bij verbouwstromen die wij organiseren.” Inside-out KnopOm is pas in november officieel begonnen, dus afgeronde projecten om mee te pronken zijn er nog niet. Wel heeft het initiatief al 6,5 miljoen euro subsidie ontvangen om de eerste duizend woningen mee aan te pakken. “We gaan bijvoorbeeld een paar flats van zo’n vierhonderd appartementen uitrusten met een oplossing die Warme Flat heet. Die oplossing bestaat uit een grote container met warmtepompen op het dak, waarop alle appartementen aangesloten zijn. Ook worden er op het dak, aan de façade en op balkons zonnepanelen geplaatst. En het water gaat verwarmd worden met een zonneboiler.” Om de kosten te drukken, wil Anders met zoveel mogelijk woningcorporaties samenwerken. “De eerste keer dat deze oplossing is ingezet, kostte hij nog 20.000 euro. De fabrikant zegt dat we deze kosten kunnen halveren als we drieduizend woningen bij elkaar kunnen krijgen. Ik zou dus graag een oproep willen doen aan woningcorporaties die willen samenwerken, zodat we deze oplossing gezamenlijk kunnen inkopen. Dan zijn we voor 5.000 euro per woning klaar.” Steward owned Net als veel ondernemingen die primair ideologisch gedreven zijn, is KnopOm sinds kort ‘steward owned’. Dat wil zeggen dat het stemrecht binnen de onderneming bij aangewezen personen of stichtingen ligt – zeggenschap dat niet verkocht kan worden. Daarnaast wordt winst geherinvesteerd in het bedrijf. “Dat brengt vooral veel rust”, meent Anders. “Ik heb KnopOm opgericht met een missie, namelijk om een einde te maken aan het probleem van energiearmoede. Door de steward ownership ben ik ervan verzekerd dat er nooit iets gaat komen wat dat gaat verstoren. Dat is heel fijn. De stichting voorkomt dat er een commerciële club komt die alles gaat veranderen. Dus ons doel is nu helemaal in de organisatie verankerd.” Lees ook: Van parapluverkoper in Jemen naar sociaal ondernemer in NederlandNederlands bedrijf helpt boeren met fabriek voor cacaovruchtensap in Afrika, en Chocolonely betaalt meeHoe gaat het nu met: de prijswinnende start-up die met AI de natuur een stem geeft