Paul van Liempt 06 oktober 2022, 11:00

De lessen van Patagonia: hoe zuiver op de graat kun je zijn?

Drie weken geleden maakten de LA Times en de New York Times bekend dat oprichter Yvon Chouinard van outdoorbedrijf Patagonia zijn bedrijf, dat 3 miljard dollar waard is, weggeeft om klimaatverandering tegen te gaan. Zelfs hier kwam kritiek op. Wat moet je nog meer doen?

Liempt Elke week schrijft Paul van Liempt een column over leiderschap

De ene crisis stapelt zich op de andere en iedereen wordt er nu door geraakt. Zelfs de kleine groep zeer welvarenden, waarvoor het ‘all the time partytime’ is, kan er haast niet meer om heen, omdat iedereen buiten die bubbel het heeft over dure boodschappen, hoge energierekeningen of ‘een oorlog die wel heel dichtbij komt nu er met inzet van kernwapens wordt gedreigd.’ Het verpest een deel van je plezier als je enthousiast over je jetski vakantie in Saint-Tropez begint, of over je waterbungalow op de Malediven, wanneer het gepeupel alleen maar over crises kan praten.

Het grote voordeel dat iedereen erdoor geraakt wordt, is een grotere betrokkenheid bij maatschappelijke verhalen. De honger naar oplossingen neemt ook toe. En waar veel verschillende belanghebbenden ieder vanuit hun eigen schuttersputje aan het strijden zijn, zwelt ook de roep om een goede leider, of een leidende partij aan.

Ik hoorde afgelopen weken vertwijfelde pogingen een voorbeeldpoliticus uit heden of verleden te vinden die als witte raaf voor de troepen uit kon lopen. Die moed, visie en inzicht paarde aan de vastberadenheid zich niet als een slaaf van de peilingen te gedragen. Bij gebrek aan Nederlandse voorbeelden viel de naam Winston Churchill weer heel vaak, vooral als het over de oorlog ging natuurlijk. Churchill wordt altijd herinnerd als de man die als oorlogspremier van Groot-Brittannië een beslissende rol in de ondergang van Hitler speelde. En als de man die na de oorlog begreep dat een goed samenwerkend Europa de beste remedie is tegen een nieuwe oorlog, ‘de herschepping van de Europese familie, zo goed als we kunnen.’

Uiteraard had hij ook een andere kant, zoals Arend Jan Boekestijn op npo.nl zegt: ‘Er is ook nog gifgas gegooid op Irak, hij heeft in Afghanistan en Pakistan vreselijke dingen gedaan, in Sudan zijn er afschuwelijke dingen gebeurd en in Zuid-Afrika noemde hij mensen “kaffers.” Hij was een echte imperialist.’ (…) ‘Iemand kan én slecht én goed zijn. Bij de meeste mensen is dat zo. Zijn bijdrage aan de bevrijding van West-Europa is natuurlijk in goud opgeschreven.’

De zoektocht naar een voorbeeldbedrijf was ook lastig. Dat de eigenaar van Patagonia zijn bedrijf weggaf aan ‘de planeet aarde’ verschafte het bedrijf de glans van leidende partij. Belangrijke lessen: wees transparant over alle productiestappen, van grondstof tot eindproduct; vermijd anonieme geldschieters die op de achtergrond zakelijke beslissingen beïnvloeden; relativeer kritiek niet weg, maar voer zo nodig veranderingen door; verdoezel je fouten of nalatigheid niet; ga alleen in zee met bedrijven die ook willen bijdragen aan een betere wereld, of zoals Patagonia zelf omschrijft: ‘Mission-drive companies that prioritize the planet.’

Ook Patagonia is niet helemaal zuiver op de graat. Bloomberg schreef na de transitie van het bedrijf over ‘handige belastingconstructies’, die de weg vrijmaakten voor rijke miljardairs om ongelimiteerde politieke donaties te doen. Ook Marketingfacts, in een hergeplaatst artikel van de blog van de vooraanstaande marketingman Tadek Solarz (DWVTS) maakt zich hier druk over: ‘Dat je bedrijven de macht geeft om invloed uit te oefenen op de politiek…’ Belangrijk punt, maar zo kan niemand meer iets doen. De directeur filosofie van Patagonia zei in De Correspondent: ‘We hebben ons wel eens afgevraagd of het niet beter zou zijn om met Patagonia te stoppen, aangezien alles wat we doen schade aanricht. Maar we hebben het niet gedaan, omdat we denken dat we op deze manier druk kunnen blijven uitoefenen op onze omgeving om het goede te doen.’

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Goedkope 'CO2-vrije gouden’ waterstof dankzij olie-etende microben

De belofte van Cemvita is niet bescheiden: het bedrijf streeft naar een waterstofprijs van 1 dollar (inmiddels gelijk aan 1 euro) per kilo waterstof. Dat is een stuk lager dan de inschatting die het Amerikaanse onderzoeksinstituut RMI onlangs maakte; zij gaan uit van een kiloprijs van 3,75 dollar in 2024 en 2 dollar in 2030. Cemvita benut voor zijn technologie de honger van microben naar koolwaterstoffen. Het bedrijf selecteerde micro-organismen die ruwe olie opeten. De olie fermenteren ze waarna de beestjes via hun celwand waterstof en CO2 uitscheiden. Cemvita vangt deze gassen op. De waterstof kan na verwerking verkocht worden en de CO2 slaan ze op. Lees ook: Ondergrondse micro-organismen als ‘bodembatterij’ voor opslag zonne-energie Microben in oliebronnen Het bedrijf begon met het testen van de eetlust van deze microben in het lab. Daar presteerden de microben ruim zes keer beter dan verwacht. Daarom besloot Cemvita snel over te gaan op testen in de praktijk in een bestaande oude oliebron. Samen met een oliebedrijf pompte ze een mengsel van gerecycled water, microben en nutriënten (om de microben te ondersteunen) in een lege bron in west-Texas. Het resultaat: drie keer zoveel waterstof als het bedrijf van te voren had berekend. 1 dollar per kilo waterstof "In zeer korte tijd verhuisden onze microben van het laboratorium naar het veld”, zegt Zach Broussard van Cemvita in een persbericht. “De waterstofproductie in deze proef overtrof onze verwachtingen. Aangezien we doorgaan met het gebruik van waterstof-producerende microben in dit boorgat, verwachten we opbrengsten die leiden tot productiekosten van 1 dollar per kilo waterstof of minder.”Lege olievelden genoeg Lege olievelden zijn een veel beschikbare bron voor Cemvita. Wanneer een nieuwe bron olie wordt gevonden spuit de fossiele brandstof onder hoge druk letterlijk de grond uit. Naarmate de bron leeg raakt is er steeds meer energie nodig om druk te creëren waarmee de olie wordt opgepompt. Op een gegeven moment wordt het punt bereikt waarop het meer geld en energie kost om olie op te pompen dan het oplevert. Er zijn wereldwijd genoeg lege putten, vaak met achterblijvende infrastructuur, die Cemvita wil benutten als ‘biologische waterstofboerderijen’. Lees ook: Thuisbatterij van Amerikaanse start-up Zendure moet de wereld van stroom voorzien ‘Gouden’ waterstof Uitdagingen zijn er echter ook, erkent Cemvita. Het bedrijf moet instanties als de Environmental Protection Agency nog overtuigen dat het de microben op grote schaal kan gebruiken zonder schadelijke gevolgen voor het milieu. Verder mag Cemvita hun waterstof niet ‘groen’ noemen, omdat de microben nog steeds CO2 uitscheiden. Als de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen, spreken we in feite van blauwe waterstof. Zelf noemt Cemvita hun waterstof ‘goud’. Goud of blauw, de CO2 moet dus worden afgevangen. En de praktijk leert ons dat dat niet altijd met succes gepaard gaat. Tot slot is Cemvita voor hun innovatie nog steeds afhankelijk van fossiele bedrijven, die vaak eigenaar zijn van de uitgeputte oliebronnen die het bedrijf zo hard nodig heeft. Een ‘deal met de duivel’ valt dus niet uit te sluiten.Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.