Nancy Kabalt 13 mei 2026, 14:57

Donald Pols slaagt, als de ceo van Tata Nederland zonder probleem het boegbeeld van Milieudefensie kan worden

De overstap van Donald Pols naar Tata Steel Nederland roept enorm veel discussie op. Nancy Kabalt toont zich in een column op grond van haar eigen bestuurservaring sceptisch, maar benoemt ook hoe de keuze van Pols aan geloofwaardigheid kan winnen.

Nancy-Kabalt-columnist-Change-Inc Nancy Kabalt.

Donald Pols gaat naar Tata Steel Nederland, tot woede van zijn oude club, Milieudefensie, die hem gelijk de deur heeft gewezen. Hij is niet de eerste actievoerder die de overstap maakt naar het andere kamp.

Zijn voorganger bij Milieudefensie, André Maning, vertrok naar Gasunie. Een staatsbedrijf, maar wel een markante overstap. Faiza Oulashen ging van Greenpeace naar KPMG. En Tom Burke, directeur van Friends of the Earth werd board-adviseur bij BP.

Van buitenaf kun je actievoeren, maar van binnenuit kun je pas écht aan de knoppen draaien, is het idee.

Hoe kritisch kun je zijn als geïncorporeerde actievoerder?

Zelf heb ik dat ook een keer geprobeerd, als beoogd commissaris van Shell. Maar na twee kritische vragen van mijn kant (‘wat gaan jullie doen met de rechterlijke uitspraak in de Milieudefensie-zaak?’ en ‘waarom is de vergoeding van dit commissariaat zo belachelijk hoog?’) werd ik vriendelijk bedankt en stopte het gesprek.

Het maakt mij wat cynisch over hoe kritisch je kunt zijn, als geïncorporeerde actievoerder. Zeker in het geval van Tata Steel. Het staalbedrijf doet al jaren vrijwel niets aan verduurzaming. Een Zweedse potentiële koper haakte af vanwege de achterstallige investeringen en uitblijvende modernisering van deze staalfabriek. De uitstoot in de omgeving wordt niet aangepakt, behalve dan dat ze de speeltuintjes schoonmaken van fijnstof, lood, roet, grafiet en andere zware metalen.

In mijn ogen is hun strategie: afwachten, totdat de overheid met een grote zak geld over de brug komt om de transitie te financieren. Wie kan hen daar beter bij helpen dan Pols, om naar de overheid met een geloofwaardig plan te komen waar de portemonnee voor getrokken moet worden? Dus zijn opdracht zou best eens kunnen luiden: maak onze ambities geloofwaardig en haal dat geld binnen.

Van binnenuit impact maken bij Tata Steel Nederland

Tegelijkertijd geloof ik ook dat Pols goed onderzoek heeft gedaan voordat hij zijn handtekening zette. Hij zal zeker geen ‘green wash pop’ willen zijn. Zijn conclusie is blijkbaar dat hij iets kan bereiken en wezenlijke verandering kan brengen.

Ik ben daar oprecht benieuwd naar. Het zou baanbrekend zijn. Dus, ik geloof dat Donald Pols een kans ziet om van binnenuit impact te maken, maar ik wantrouw Tata.

Mijn ideaal hierin? Dat Tata zó groen en duurzaam wordt, dat een overstap van hún Nederlandse ceo naar Milieudefensie een compleet vanzelfsprekende carrièremove zou zijn.

We gaan het zien!

Nancy Kabalt heeft ruim twintig jaar ervaring in de energiesector en was onder andere algemeen directeur van netbeheerder Stedin. Inmiddels is ze als toezichthouder tberokken bij diverse energiebedrijven, zoals FastNed en Sympower. Ze is ook oprichter van consultancy- en interimbedrijf Windkracht5.

Lees ook:

Het bedrijventerrein van de toekomst: 'Groen is een soort wondermiddel om heel veel problemen tegelijk op te lossen'

De meeste mensen die op een bedrijventerrein werken, zouden er niet willen wonen. En dat is gek, vindt Hugo Kranenburg. Niet omdat hij graag huizen wil bouwen tussen al het grijs, wel omdat veel mensen meer tijd op hun werk doorbrengen dan thuis.En dus mogen bedrijventerreinen best wat groener, vindt hij. 'Thuis wil je toch ook een mooie tuin?' Samen met Gert-Jan Hubers richtte hij Greendustry op. Kranenburg werd directeur, Hubers voorzitter van het bestuur van de stichting.Greendustry ontwerpt en ontwikkelt 'bedrijfsnatuur': natuur op bedrijventerreinen. Dat heeft grote voordelen voor werkgevers en werknemers. Toch ziet Kranenburg zichzelf niet echt als changemaker, zegt hij aarzelend als Change Inc. hem voor deze rubriek benadert.Dat is wel erg bescheiden.'Ik heb niet de illusie dat ik in mijn eentje de wereld ga veranderen. Sterker nog: ik zou Greendustry in mijn eentje nooit bedacht hebben. Het ontstond tijdens een gesprek met mijn medeoprichter Gert-Jan, toen ik zei dat ik meer voor het klimaat wilde doen.' Lachend: 'Ik gebruik graag goede ideeën van anderen. Ik heb het slechts uitgewerkt.'Waarom wilde je 'meer voor het klimaat doen'?'We hebben Greendustry opgericht in de periode dat er veel klimaatdemonstraties en -protesten waren. Het was de tijd van soep op schilderijen gooien. Ik vind het klimaat ook belangrijk, maar maak liever iets nieuws dan dat ik iets kapotmaak. Protesteren is niet zo mijn ding, constructief bijdragen wel.'Greendustry is een stichting. Waarom niet 'gewoon' een commercieel adviesbureau?'Dat vragen mensen vaker, maar ik vind het heel logisch. Bedrijven worden opgericht om winst te maken, maar onze winst zit in het groen. Dáár moet het geld heen. Dat moet niet ergens aan de strijkstok blijven hangen. We doen gewoon mee in het economisch verkeer, maar mogen geen winst maken.Het was wel in het begin wel een tegenvaller dat we geen ANBI-status konden krijgen. Die aanvraag is afgewezen omdat wij bedrijven helpen. Mensen zouden hun giften aan ons daardoor niet kunnen aftrekken bij de Belastingdienst.'Hoe gaan jullie te werk?'Onze klanten zijn meestal gemeenten die een bedrijventerrein willen vergroenen en ondernemers ervan willen overtuigen dat ook zij daar baat bij hebben. Het gebeurt ook weleens dat bedrijven zelf het initiatief nemen, maar in dat geval gaat het moeizamer.De gemeente bezit weliswaar een minderheid van de grond op bedrijventerreinen, maar is wel cruciaal bij groenontwerpen die een erf overschrijden. Als een gemeente zelf nog geen geld gereserveerd heeft voor zo'n project, duurt het vaak lang tot er wel geld kan worden vrijgemaakt.Greendustry adviseert over het goede groen op de goede plek. Maar belangrijkste nog is dat we ondernemers en gemeenten bij elkaar brengen. Dat vind ik het leukst om te doen. Ik ben geen ecoloog – daar heb ik collega's voor – maar ik weet wel hoe ik mensen moet verbinden.Bij dat verbinden is vooral taal belangrijk. Je moet beide doelgroepen kunnen aanspreken. Een gemeente nodigen we bijvoorbeeld uit voor een co-creatiesessie; bij een ondernemer noemen we het een pizza-avond. Een gemeente wil een klimaatbestendige omgeving, een ondernemer gewoon een koele auto na een lange werkdag.'Waarom focussen jullie specifiek op bedrijventerreinen?'Vooral omdat daar heel veel winst te behalen is. Bedrijventerreinen zijn over het algemeen gigantisch versteend. Daardoor kan water er niet weglopen en wordt het er snel heel warm.Daarbij zijn bedrijventerreinen economisch extreem belangrijk. Ze moeten dus aantrekkelijk zijn en blijven voor werknemers. Dat zijn ze nu niet.'Lukt het altijd om alle ondernemers mee te laten doen?'Wat ik tof vind aan groen is dat het een soort wondermiddel is om heel veel problemen tegelijk op te lossen. Het gaat hitte en wateroverlast tegen, stimuleert biodiversiteit en zorgt voor een gezonde leefomgeving.Op die manier kun je altijd wel een argument bedenken waarmee je iemand kunt overtuigen. Vinden mensen natuur en biodiversiteit niet per se belangrijk, dan willen ze wel een goede werkgever zijn. Op die 'harde' kant van winst maken moet je ook kunnen inspelen om bedrijven te kunnen overtuigen.Ondernemers die niet meteen overtuigd zijn, haken in een later stadium toch vaak aan als ze zien wat anderen doen. Maar er zullen er altijd een paar blijven die hun hele perceel besteend willen houden. Het heeft weinig nut om daar dan veel energie aan te besteden.'Op welke voorbeelden ben je trots?'In de Zuid-Hollandse gemeente Molenlanden hebben we een 'parkeerbos' aangelegd. Dat is een mooi voorbeeld van hoe je natuur kunt combineren met activiteiten die toch al plaatsvinden. We willen economie en ecologie verbinden.'[caption id="attachment_178704" align="alignnone" width="900"] Het 'parkeerbos' in de gemeente Molenlanden. | Credits: Greendustry[/caption]Gaat het ook weleens mis?Grijnzend: 'Ik heb een presentatie van twintig minuten over al onze fouten. Die geef ik weleens aan gemeenten, zodat zij ervan kunnen leren.Het gaat vooral fout als je belangrijke mensen vergeet te betrekken. Of als je gemeenten en ondernemers niet snel genoeg bij elkaar in een ruimte zet. Dan hebben beide al zo hun eigen gedachten, en de kans is groot dat die niet matchen.Fouten als deze hebben we meerdere keren gemaakt. Maar van fouten leert men. Ik werd laatst een rasoptimist genoemd; ik denk wel dat dat klopt.'Met wie zou je graag nog samenwerken?'Ik zou wel wat meer invloed willen hebben op het beleid van gemeenten, te zorgen dat vergroening hoger op de agenda komt. We hebben recent kennissessies georganiseerd in de provincie Noord-Holland. Het zou mooi zijn als we dat ook op andere plekken mogen doen.' Lees ook:Bedrijventerreinen moeten rigoureus anders in circulaire economie: 5 belangrijke veranderingen Zo ziet de stad van de toekomst eruit: 'Er zijn geen argumenten tégen meer groen' Nieuwbouw wordt steeds groener, maar juist in bestaande wijken valt veel winst te behalen voor biodiversiteit