Paul van Liempt 20 mei 2022, 11:00

Een gaaf land zonder plan en hoe het ook kan

De mogelijke coronagolf voor de zomer maakt iets heel duidelijk. Het is iets wat we nu tijdens de groene en digitale transitie ook waarnemen. Nederland is ondanks alle kritiek nog steeds een gaaf land, maar er is heel snel een goed plan nodig om dat ook te blijven. Gelukkig wijst een Afrikaanse vrouw ons de weg.

Liempt Elke week schrijft Paul van Liempt een column over leiderschap

Opeens werd Nederland ruw wakker geschud door een rapport van de Europese ziektedienst ECDC. Europa verwacht nog voor de herfst een nieuwe golf aan besmettingen. Ernstig genoeg, want het gaat om een besmettelijker variant van Omikron. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer twijfelden deskundigen er aan of Nederland wel voldoende is voorbereid op deze ziekmakender variant. Er lag in ieder geval geen plan klaar van zorgminister Ernst Kuipers,

Hoe anders was dat in Duitsland, waar minister van Volksgezondheid Karl Lauterbach een maand geleden al waarschuwde voor dit scenario en meteen met een plan kwam. Hij zei tegen Duitse kranten: ‘We hebben al een vaccin tegen deltavarianten. Ons doel is om voor elke burger zoveel mogelijk vaccins te hebben, welke variant er ook opduikt.’ En hij gaf openlijk toe dat het steeds lastiger wordt voor de regering je echt grondig voor te bereiden. ‘Het is goed mogelijk dat we in de toekomst te maken krijgen met een variant die net zo besmettelijk is als omikron en net zo dodelijk als delta. Dat zou een absolute killervariant zijn.’

Van leiders wordt in deze tijd veel gevraagd, maar in duidelijkheid en openheid goede plannen opstellen is wel de belangrijkste vereiste. Waarbij Lauterbach scherp voor ogen heeft dat je plan voor iedereen bedoeld is. Zonder vergaande samenwerking, zonder onvermoede coalities sluiten, lukt het niet. Dat zie je ook terug in de groene en digitale transitie. In het Policy Paper van ISPI (Institute of International Political Studies in Milaan) wordt erop gewezen dat deze transitie een zaak van ‘pan-Europees’ belang is. De ambities worden nooit gerealiseerd als landen als Duitsland en Nederland de doelen voor duurzaamheid en kleine nationale schulden wel halen, terwijl Zuid-Europa achterblijft. In het paper van het invloedrijke instituut wordt daarom een plan voorgelegd om de ‘green en digital transition’ te financieren: ‘A way to organise this is to create additional dedicated European Funds.’

Het heeft geen zin het beste jongetje of meisje van de klas te zijn, als anderen niet mee kunnen of mogen doen. Daarom investeert oud-burgemeester van New York en miljardair Michael Bloomberg ook 242 miljoen euro in een plan om Clean Energy te verspreiden. The New York Times schrijft: ’The money will fund programmes in 10 developing countries.’ Landen als Bangladesh, Brazilië, Nigeria, Pakistan en Zuid-Afrika. Het doel is de kolenproductie, in samenwerking, wereldwijd omlaag brengen. Het plan met het fonds, dat de landen toegang tot duurzame energie moet geven: ‘Succes in the 10 nations would demonstrate to other countries that renewable energy can help, not hinder, economic growth.’

Het brein achter dit plan is de in Nigeria geboren CEO van ‘Sustainable Energy for All, Damilola Ogunbiyi. Ze is ook co-voorzitter van UN-Energy en commissaris bij de internationale denktank ‘Energy Transitions Commission.’ Haar plan: ‘We have a unique opportunity to drive that energy source being renewable from the start instead of going back in another 30 years and try and transition them out of unsustainable sources of power.’ Het is de enige aanpak die werkt. Zo creëer je niet alleen een gaaf land, maar ook een gave wereld.

En de boer, hij ploegde voort… maar dan onder de zonnepanelen

We gaan er de komende jaren steeds meer van horen: Agri-PV. Groente, fruit en bloemen verbouwen onder of naast zonnepanelen. Dubbelgebruik van boerenland is namelijk van groot belang om in 2050 voldoende hernieuwbare energie te kunnen opwekken, zonder alle agrarische gronden op te eisen voor zon- en windparken. Want naast alle zonnepanelen op daken van huizen, bedrijven, gebouwen en boerenschuren, in zonneweides of drijvende zonneparken, is er meer nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. Daarbij is het zaak om zoveel mogelijk schaarse landbouwgrond te behouden om de voedselproductie op peil te houden. Proeven met fruit en vollegrondsgroente In Nederland lopen momenteel drie ontwikkelingen op het gebied van Agri-PV door elkaar. Het grootste project is Sunbiose. In dit consortium hebben onder andere wetenschappers van TNO en Wageningen Universiteit (WUR), ingenieurs, projectontwikkelaars als GroenLeven, LTO en fruittelers hun krachten gebundeld om in Nederland de ontwikkeling van zonne-energiesystemen in combinatie met landbouw te versnellen. In het project worden verschillende proefopstellingen getest bij vijf telers. Ten eerste transparante zonnepanelen waaronder aardbeien, frambozen, rode bessen, blauwe bessen, kersen, appels en peren worden geteeld. Daarnaast een verrijdbare gebogen tunnel met zonnepanelen op rails voor akkerbouw en grasland. En tenslotte een transparante overkapping met zonnepanelen waaronder vollegrondsgroente zoals asperges worden verbouwd. Het doel is om met de resultaten van die proefopstellingen systemen te ontwikkelen die grootschalig toegepast kunnen worden. Het project duurt vier jaar, kost bijna 5 miljoen euro en krijgt ruim 3 miljoen euro subsidie van RVO. Lees hier over de start van de pilots om fruit te telen onder zonnepanelen Fruitopbrengst lager In het eerste jaar van Sunbiose zijn in Nederland Aardbeien (in Boekel) en Frambozen (in Babberich) getest. Dit jaar wordt er getest met rode bessen en peren. GroenLeven test samen met tuinders ook nog de teelt van appels en kersen. Van de eerste Sunbiose projecten zijn de resultaten inmiddels bekend. Projectleider Wilma Eerenstein van Renergize Consultancy presenteerde ze onlangs op de InterSolar-beurs in München. Daaruit blijkt dat de opbrengst van onder zonnepanelen geteelde frambozen 5 procent per hectare minder is dan in de open lucht. Bij aardbeien is dat zelfs 20 tot 25 procent per hectare. “Dat is op zich logisch, want als je zonnepanelen over gewassen heen zet krijgen ze altijd minder licht dan zonder overkapping en dus groeien ze minder”, legt Eerenstein uit. De truc is om het gebrek aan licht zo klein mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door de panelen wat verder uit elkaar te zetten. “We zijn nu bezig de proefopstelling bij de aardbeien aan te passen, zodat er meer licht bij komt. Van de andere kant kan de lagere opbrengst ook komen door de slechte en koude zomer van vorig jaar. Daarom bekijken we de resultaten over meerdere jaren”, aldus Eerenstein.Het Sunbiose-project test ook gebogen zonnepanelen op verrijdbare railsVoordelen compenseren nadelen Tegenover die lagere opbrengst staan legio voordelen. De zonnepanelen beschermen de gewassen tegen vorst, hagel en stormschade. Het risico om de oogst te verliezen wordt dus kleiner. Daardoor dalen in de toekomst wellicht ook de verzekeringspremies van de boeren. Verder levert de opgewekte zonnestroom extra inkomsten op. “Dat moet je allemaal meenemen in de berekening van de businesscase. Het is nu nog veel te vroeg om conclusies te trekken”, zegt Eerenstein. Verbeteringen en innovaties De komende drie jaar wordt het project op alle fronten verbeterd. De wetenschappers in het project berekenen per gewas de precieze lichtbehoefte en maken met behulp van data modellen over de gewasgroei. Een volgende stap is de verbetering van de zonnepanelen zelf. Een nieuwe coating op de panelen zet het onbruikbare UV-licht om naar gewoon zonlicht voor de planten beneden, waardoor die 8 tot 9 procent meer licht krijgen. Verder gaat Sunbiose verbetering aanbrengen in de PV-constructie boven het veld. Die wordt lichter, flexibeler qua vorm, geschikt voor alle soorten panelen en kan uitgerust worden met beregening. Binnenkort start hiermee een proef bij de teelt van rode bessen. Rond de zomer begint ook een test met een beweegbare boog over rails. Die Agri-PV variant wordt gebruikt boven grasland. Ook testen telers binnenkort zonnepanelen in een verticale opstelling, zodat er niet onder maar tussen de panelen geboerd kan worden. Bij het project is vooral voor fruit gekozen omdat fruittelers niet met zware machines over hun land hoeven te rijden. “Bovendien is die sector het gewend om onder een overkapping te werken, zoals in kassen of in plastic tunnels tegen regen en hagel. Vanwege de grote ploeg- en oogstmachines in de akkerbouw is Agri-PV daar nu nog te ingewikkeld en te duur”, stelt Eerenstein. Eerste rijdende zonnepark ter wereld Als het om innovatie in de Agri-PV gaat is boer Jacob Jan Dogterom uit Oude-Tonge een van de koplopers. Hij heeft samen met zijn familie, een constructeur en een leverancier van zonnepanelen het eerste rijdende zonnepark ter wereld ontwikkeld. Minister Henk Staghouder van Landbouw stelde de installatie in april in gebruik. Het zonnepark rijdt over de akkers met tulpenbollen en suikerbieten van het boerenbedrijf. “De modules rijden met een snelheid van 5 meter per uur, zodat steeds maar 6 procent van het gewas schaduw heeft. Dat is alsof er een wolk voor de zon komt. Je moet zorgen dat je steeds onder de 10 procent schaduw blijft”, legt hij uit. De panelen leveren 60 kilowatt zonnestroom op, een schijntje vergeleken met de 1,3 megawatt die Dogterom op zijn daken opwekt. “Maar dit is een testinstallatie. We zijn al bezig om een groter prototype te ontwikkelen”, zegt hij. Omdat er onder de installatie een pomp en waterslangen hangen, kan hij er ook water mee uit de sloot halen en zijn land mee beregenen. “Je wilt gewassen altijd in de schaduw water geven, dus dan is dit een goede combinatie”, zegt Dogterom. Ook aan extreem weer is gedacht: bij storm kan de installatie veilig opgevouwen en opgeborgen worden. CO2-neutraal boerenbedrijf Voor Dogterom en zijn familiebedrijf is niet alleen het dubbelgebruik belangrijk. Hij wil op deze manier zelfvoorzienend en energieneutraal worden. Door al zijn eigen stroom op te wekken en een deel op termijn om te zetten in waterstof voor de tractors en machines, wordt het bedrijf CO2-neutraal. “Op deze manier kunnen we als agrarische sector het bewijs leveren dat we in Nederland klimaatneutraal en duurzaam kunnen zijn. Wij denken hiervoor de oplossing te hebben”, stelt hij.Dubbel gebruik land noodzakelijk Dubbel gebruik van land is nodig om in Nederland de klimaatdoelstellingen te halen. Dat stelt ook kennisinstituut TNO. Hoewel het vermogen aan zonnestroom in Nederland het afgelopen jaar met 3,6 gigawatt groeide naar 14,3 gigawatt, wil TNO het mogelijk maken om in 2030 al een vermogen te hebben van 50 gigawatt en in 2050 zelfs 200 gigawatt. Meer dan een vertienvoudiging dus. De combinatie tussen land- of tuinbouw en zonne-energie is een van de wegen daar naartoe. In het kleine, volle Nederland is dubbel gebruik van land een thema, in warmere landen bieden panelen juist bescherming tegen de brandende zon en krijgen gewassen toch genoeg licht om te groeien. Lees hier hoe professor Wim Sinke denkt dat we zonne-energie kunnen vertienvoudigenIngo Daniël (rechts) en Katrin Heym van MKG GöbelDuitsland en Oostenrijk al stapje verder Worden in Nederland proeven gedaan met Agri-PV, in Duitsland zijn ze al een stapje verder. Het Duitse bedrijf MKG Göbel heeft bij de oosterburen en in Oostenrijk al laten zien dat landbouw en zonne-energie prima samen kunnen gaan. Zijn innovatieve GMS Double-systeem won 2021 de Duitse zonne-energieprijs. Het ‘dubbel’ in de naam staat voor dubbel landgebruik. Tijdens Solar Solutions International, de grootste zonnevakbeurs van Noordwest-Europa die in de Expo Haarlemmermeer werd gehouden, presenteerde het Duitse bedrijf het systeem aan de Nederlandse markt. Op maat gemaakte open kas “Het is een soort open kas die we helemaal op maat kunnen maken”, vertellen Ingo Daniël en Katrin Heym van MKG Göbel. “Als er trekkers onderdoor moeten kunnen rijden, kunnen we het dak vier of vijf meter hoog maken. Als de planten meer licht moeten hebben of als er meer regenwater doorheen moet vallen, kunnen we de panelen op het dak verder uit elkaar leggen. Ook de intensiteit van de lichtbalken kunnen we afstemmen op de behoefte van de gewassen.” In Noord-Europa beschermt het dak van zonnepanelen de gewassen bovendien tegen hagelbuien of storm, in warme zuidelijke landen tegen extreme hitte. Appels, frambozen, blauwe druiven en bosbessen In Duitsland en Oostenrijk wordt deze vorm van Agri-PV al toegepast. Daar telen boeren onder meer appels, frambozen, blauwe druiven en bosbessen onder de zonnepanelen. Ook in Frankrijk is MKG Göbel actief. In Nederland nog niet, maar die stap wil het bedrijf wel maken. “De eerste projecten met bosbessen hebben een superopbrengst gehad”, stelt het tweetal. “Daarom denken wij dat het ook in Nederland een succes kan worden.” Ontwikkelaar van zonne-energie GroenLeven doet mee aan het project Sunbiose, en heeft zelf nog andere proefopstellingen staan.