Rianne Lachmeijer 02 oktober 2021, 16:21

Een virtuele ruimtereis om leiders liefde voor de aarde bij te brengen. Werkt dat?

Op een grijze zaterdag reist Change Inc. af naar Laren. Niet voor een boswandeling of een theehuisbezoekje, maar voor een trip naar het heelal. Virtueel, dat wel. Het doel van het programma is om een bewustzijnsverschuiving te creëren bij leiders en beslissers waardoor zij hun kortetermijnbelangen aan de kant schuiven en zich gaan inzetten voor de planeet. Gaat dit helpen om de mensheid te redden?

Adobe Stock 341007016 aarde vanaf maan gezien Astronauten omschrijven vaak een gevoel van ontzag voor de aarde als zij de planeet vanuit het heelal aanschouwen. | Credits: Adobe Stock

Een select gezelschap heeft de kans om “de wereldpremière” van het programma bij te wonen. De verwachtingen van de virtual reality-voorstelling zijn hoog. “Ik hoop dat ik emotioneel word”, zegt theatermaker Hans Sibbel. “Als je de tranen zo bij mij ziet lopen, dan weet je dat het gelukt is.” En Huub van Zwieten van Talent First is benieuwd of het bij hem de paradigmashift oplevert die ook astronauten ervaren: the overview effect.

The overview effect

The overview effect is de term die gebruikt wordt voor de perspectiefverandering die veel astronauten ervaren bij het zien van de aarde vanuit het heelal. Gemeenschappelijke kenmerken van die ervaring zijn een gevoel van ontzag voor de planeet, een diepgaand begrip van de onderlinge verbondenheid van al het leven en een hernieuwd verantwoordelijkheidsgevoel om voor het milieu te zorgen.

Dertig minuten in de ruimte

Na een introductie van locatie De Groene Afslag, een presentatie van initiatiefnemer Egbert Mulder van Circular Leadership, en een heuse veiligheidsboodschap begint het spektakel. De lichten gaan uit, de VR-brillen mogen op en veertien mensen vertrekken op hun persoonlijke, virtuele, ruimtereis.

De aarde komt tevoorschijn vanachter de maan en terwijl de stem van Gaia tegen de VR-brillendragers spreekt komt de planeet dichterbij. De ongemakkelijke bril zorgt ervoor dat je als kijker bewust blijft van je daadwerkelijke locatie: op een stoel in Laren, maar dat doet niets af aan de pracht van de beelden. De blauwe planeet met de wolken die eroverheen trekken en het dunne laagje atmosfeer dat de bewoners beschermt. Op een bepaald moment poppen beelden op van de negatieve impact die wij als mensheid hebben op de planeet. Brandende bossen, rokende fabrieken, en smeltende ijskappen.

Als kijker wil je de beelden het liefst negeren. In de eerste plaats omdat ze de mooie visuals van de planeet onderbreken. Ten tweede omdat ze je letterlijk met je neus op de feiten drukken. “We onderzoeken nog wat het beste werkt”, zegt initiatiefnemer Mulder daar later over. Hij doelt daarbij op het oproepen van negatieve gevoelens als angst en frustratie of positieve emoties als hoop en blijdschap. Op het einde trekt het VR-ruimteschip zich weer terug het heelal in en zakt de blauwe planeet terug in de diepte van het universum.

Roept een virtuele ruimtereis verantwoordelijkheidsgevoel op om voor het milieu te zorgen? | Credit: Circular Leadership

Verdriet, kwetsbaarheid en blijdschap

Als de VR-brillen afgaan, is het eerst even stil. Dan trapt Sibbel af met zijn reactie. Hij voelde het meest toen het ruimteschip zich terug het heelal in trok en de aarde een steeds kleiner blauw bolletje werd. “Ik wilde niet weggaan”, merkte hij. De zaal knikt instemmend. Anderen voelden verdriet, kwetsbaarheid en de wil om in actie te komen. Tegelijkertijd heerste er een gevoel van onmacht. Wat kun je als individu nou eigenlijk bereiken? “Inzicht is één ding”, reageert Mulder daarop. “Stap twee is handelingsperspectief.” Naast de negatieve gevoelens voelden mensen ook blijdschap. Eregast Kate Raworth, econoom bekend van de donuteconomie, noemt de ervaring “aw inspiring.”

Het zijn allemaal gevoelens waarvan Mulder hoopte dat mensen ze zouden beleven. “Voor ons was de grote vraag of je met een techniek zoals virtual reality de wereld zo kunt nabouwen dat mensen dit ervaren.” Mulder wil het programma specifiek voor leiders inzetten. “Dat je mensen niet de ruimte in hoeft te schieten, maar ze op een vrij simpele manier dit gevoel kunt geven.”

Het leiderschapsmodel dat Mulder ontwikkelde onderstreept een aantal leiderschapskwaliteiten, zoals hoop, optimisme, moed en compassie. “Ook die kun je trainen met virtual reality. Compassie bijvoorbeeld.” Compassie met de aarde is iets anders dan empathie, legt hij uit. “Empathie is dat je ziet dat iemand lijdt en dat je mee lijdt. Dat je medelijden hebt. Compassie is dat je ziet dat iemand lijdt en dat je iemand wil helpen. Compassie voor de aarde betekent dus dat je ziet dat dingen niet goed zijn en dat je in actie komt om die dingen te veranderen.”

Hij denkt dat deze ervaringen ervoor zorgen dat mensen in actie komen. “Ik denk dat als je de aarde aanschouwt en je voelt wat eraan de hand is en een handelingsperspectief krijgt aangereikt tijdens die ervaring dat je dan letterlijk handen en voeten kunt geven aan die compassie.”

Bewustzijnsverschuiving voor sceptische leiders?

Bij de mensen die er vandaag werkte het. Zij waren in ieder geval enthousiast en geroerd. Maar werkt het ook bij sceptische leiders die het goed uitkomt om het klimaat te negeren? “We zijn nu aan het kijken hoe het werkt, bij wie het werkt, of het een zinvol leiderschapsinstrument is, et cetera”, reageert Mulder. En hij hoopt de virtuele film op de klimaattop in Glasgow te kunnen tonen.

Of de film echt impact maakt op de leiders van vandaag is dus nog afwachten. Misschien dat daar na de top in Glasgow wat over te zeggen valt, maar voor de veertien aanwezigen vandaag leverde het in ieder geval een mooie zaterdagactiviteit op.

Meer weten over Kate Raworth en haar donuteconomie? Lees dan dit interview of leer over de donuteconomie in zeven stappen. Wil je liever weten hoe haar visie in de praktijk wordt toegepast? Kijk dan deze korte documentaire over de stappen die ondernemers in Amsterdam zetten.

Producenten verantwoordelijk voor afgedankte kleding: gaat deze maatregel de kledingsector dan eindelijk verduurzamen?

De textielsector is een van de meest vervuilendste sectoren. Ieder jaar worden honderd miljard nieuwe kledingstukken gemaakt en meer dan de helft daarvan wordt binnen een jaar na productie al weggegooid. Mede door dit soort fast fashion is de kledingindustrie na de olie-industrie de meest vervuilende sector. De productie van kleding en schoenen zorgen samen voor zo’n 8 procent van de uitstoot van wereldwijde broeikasgassen. Wat is een Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid? Om dit te veranderen wil de Nederlandse overheid in 2023 een Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) invoeren voor fabrikanten. Daarmee worden kledingbedrijven verantwoordelijk voor wat er na het gebruik met hun eigen producten gebeurt. En dat is hard nodig, ziet Michiel Kort, projectleider van het onderzoek bij Rebel, die een voorstel schreef voor een UPV. “Met een UPV ben je als producent ook verantwoordelijk voor wat er met een product gebeurt, nadat je het op de markt hebt gebracht”, legt Kort uit. Op dit moment zijn gemeenten nog verantwoordelijk voor de inzameling en kosten van het afgedankte textiel van hun inwoners, maar de maatregel moet de branche een financiële prikkel geven om kleding te produceren van hoge kwaliteit die zich goed leent voor recycling.Inzameling en recycling voor andere sectoren Zo’n UPV is niet nieuw: voor onder meer plastic verpakkingen en elektronica geldt ook al een verplichting voor inzameling en recycling. Daarbij kunnen bedrijven zelf invullen hoe ze die inzamelingen willen regelen. “Een goed voorbeeld is het Afvalfonds verpakkingen. Alle producenten die plastic verpakkingen verkopen hebben zich verbonden via het fonds. Producenten betalen een bepaald bedrag en het afvalfonds zorgt voor de inzameling en recycling”, zegt Kort. In de kleding- en textielbranche zou zo’n UPV ook goed kunnen werken. “De textielketen kun je opsplitsen in twee delen: een voorkant en een achterkant. De voorkant van de keten gaat over de productie, de milieu-impact, de hoeveelheid kleding die wordt gemaakt en de discussie rondom fast-fashion. De achterkant gaat over de afdanking, inzameling, sortering en recycling en daar richt het instrument UPV zich op”, legt Kort uit. En als je doelen wil opstellen voor de achterkant van de keten, kun je volgens Kort het beste kijken naar de recycling van textiel. “Er wordt schrikbarend weinig kleding gerecycled tot nieuwe kleding.” De Correspondent schreef eerder dat minder dan 1 procent van al het materiaal dat wereldwijd voor de productie van kleding en textiel wordt gebruikt, ook gerecycled wordt tot nieuwe kleding. De rest eindigt deels als poetslap, isolatiemateriaal, matrasvulling of een andere laagwaardige toepassing. “Het recyclen van textiel tot nieuw textiel is iets dat nog niet vaak genoeg gebeurt, omdat de kosten hoog zijn en de beschikbare technieken beperkt”, licht Kort toe. Downcyclen gebeurt wel – dan wordt kleding gebruikt in bijvoorbeeld autobekleding, waardoor de waarde van de grondstof zakt. Toch zijn er ook positieve geluiden: Alle landen in de Europese Unie zijn vanaf 2025 verplicht om textiel in te zamelen. Daardoor komt er in één keer veel meer aanbod. Anderzijds kan het leiden tot een enorme prijsdruk op minder goed ingezameld textiel dat niemand wil hebben voor verdere verwerking - als de capaciteit niet wordt opgeschaald. “En als we straks meer recyclaat hebben, moeten producenten het ook wel willen gebruiken. Anders werkt het systeem alsnog niet.” Virgin materialen zijn té goedkoop “De prijs van virgin – nieuw geproduceerd - materiaal is zo ontzettend laag en de schaal waarop het gemaakt wordt zó veel groter dan gerecycled materiaal”, licht Kort toe. “Soms kun je niet eens aan gerecycled materiaal komen, omdat het te schaars is.” Toch heeft Kort goede hoop. “Er gaat ook steeds meer veranderen omdat er meer inzamelings- en verwerkingscapaciteit bij komt.” En er wordt gesproken over een verplichting van gerecycled materiaal in producten, maar dat is volgens Kort niet via een nationale UPV te regelen. “Je creëert een ongelijk speelveld als je dit alleen in Nederland zou verplichten. Je wil dat eigenlijk op Europees niveau regelen.”Een andere uitdaging zit in het percentage textiel dat in het restafval belandt. In Nederland wordt slechts 45 procent van het afgedankte textiel gescheiden ingezameld via kledingbakken of kringloopwinkels. Zo’n 55 procent komt in het restafval terecht en wordt verbrand. “Daar valt echt nog heel veel te winnen”, zegt Kort. In veel andere landen is het inzamelingspercentage veel lager, maar Kort verwacht dat de Europese verplichting dat wel gaat veranderen. Samenwerking is essentieel voor succes Voordat de UPV wordt ingevoerd moet er nog heel wat gebeuren. Er zijn een heleboel betrokken ketenpartijen, zoals inzamelaars, sorteerders, recyclers, overheden, handhavers, vergunningverleners, groothandelaren en tussenhandelaren. En dan zijn er nog de producenten zélf. Samenwerking is volgens Kort essentieel. “Al die partijen moeten de samenwerking opzoeken. En als er eenmaal doelen zijn gesteld, moet je inzicht hebben in wat er gebeurt. Producenten kunnen dat niet alleen. Alle partijen zijn nodig om de doelstellingen te behalen.” Kledingproducent Zeeman ziet veel potentie in de UPV. “Het zal de sector stimuleren om stappen te maken naar circulariteit. Grondstoffen zijn schaars en worden duurder. Daarom is het noodzakelijk om circulariteit aan te moedigen en een nieuwe impuls te geven”, zegt Arnoud van Vliet, duurzaamheidsmanager bij Zeeman. Waar volgens hem de grootste uitdaging ligt? “Bij voorlichting en recycling. Het is een soort gedragsverandering. Mensen hebben geleerd om batterijen in te leveren en glas naar de glasbak te brengen. Dat moet ook met kleding gebeuren.” In zo’n 50 Zeeman filialen kan al gebruikte kleding ingezameld worden en tegen het einde van het jaar zal dit in alle filialen mogelijk zijn. Voor Zeeman is duurzaamheid een belangrijk thema. Zo zijn ze aangesloten bij het Bangladesh-akkoord en de Fair Wear Foundation, dat toeziet op veilige arbeidsomstandigheden voor arbeiders. Ze werken ook met gerecycled materiaal, maar alleen wanneer het product het toelaat. “Gerecycled materiaal is niet geschikt voor ieder product. Een gerecyclede katoenen vezel is een stuk grover dan een virgin vezel. Dan zijn grove vezels veel geschikter voor bijvoorbeeld sokken.” Intrinsieke verandering Of de UPV een wondermiddel is om de achterkant van de textielketen te verduurzamen, betwijfelt Van Vliet. “Maar het kan wel helpen om sneller stappen te zetten. Ik vind het mooi als bedrijven vanuit intrinsieke motivatie hun grondstoffengebruik minderen en dat daar niet eens een UPV voor nodig is.” Een hoopvolle gedachte, maar Kort vindt dat UPV nodig is om de boel in beweging te zetten. Partijen die zelf al iets willen, kunnen deze beweging versnellen. Daarnaast verwacht hij dat er naast de UPV ook andere beleidsinstrumenten nodig zijn. “Met een UPV kun je slechts één deel van de keten verbeteren: de inzameling en recycling van afgedankt textiel. Er zijn nog veel meer verbeterpunten in de gehele textielketen.” Wil je meer lezen over de ontwikkelingen van duurzame kleding? Je leest het in dit dossier.