Paul van Liempt 17 februari 2023, 11:00

Gebalanceerd vergroenen of hard blijven duwen?

De druk op de olie- en gasreuzen wordt flink opgevoerd, door rechtszaken, activistische aandeelhouders en aanzwellende maatschappelijke druk in veel versplinterde vormen. Maar waar precies moet je duwen om de druk op te voeren? Of zijn er nog andere mogelijkheden?

Liempt Elke week schrijft Paul van Liempt een column over leiderschap

Bij het afscheid van Marjan van Loon als directeur van Shell Nederland viel op hoe mild de kritiek was, ook in media die doorgaans wel raad weten met het olieconcern. De Volkskrant prees haar benaderbare houding tot de media en schreef dat ze bij haar aantreden in 2016 ‘beschouwd werd als het gezicht van een vernieuwend Shell.’ In een profiel in dezelfde krant noemde hoofd Klimaat en Energie bij Greenpeace Nederland Faiza Oulahsen haar ‘een aimabel persoon en capabele topvrouw met groene ambities voor een fossiele mammoettanker.’

Opvallend is dat aan de groene ambities van Shell al twee decennia niet of nauwelijks wordt getwijfeld door kritische media. In het boek “Geen vak voor bange mensen” uit 2015, dat ik samen met Bernard Hammelburg schreef, mochten een aantal CEO’s, experts en politici reflecteren op hun ervaringen met de media. Ik interviewde Jeroen van der Veer, oud-topman van Shell, die besmuikt lachte om de kwalificatie ‘Groene Jeroen.’ Een typering die hem een paar keer ten deel was gevallen. ‘Haha, ik wil niet onbescheiden zijn, maar dat mocht ook wel een keer, want dat hele onderwerp van klimaatverandering staat al lang op mijn netvlies.’

Geen bluf, want boven een profiel uit 2004 in nota bene De Groene Amsterdammer prijkt de kop: ‘De Shell-baas met het groene hart.’ Het gaat over ‘Groene Jeroen, zoals Van der Veer vanwege zijn nadruk op duurzaam beleid door sceptische beleggers wordt genoemd.’ En daarna wordt het nog mooier voor Groene Jeroen: ‘In Pernis is het groene hart van Van der Veer sneller gaan kloppen. Binnen Shell wordt hij de personificatie van een duurzame koers.’ (…) “Wij werken met schaarse grondstoffen uit de aarde”, zegt Van der Veer over die koers. “Als we die winnen, heeft dat invloed op mensen en het klimaat. Wij opereren wereldwijd en we moeten een reputatie hebben dat we zorgvuldig met de omgeving omgaan.”’

Twintig jaar later is de kritiek vooral dat het veel sneller moet. Niet voor niets kreeg de klimaatzaak van Milieudefensie tegen Shell Nederland veel (internationale) aandacht. De uitkomst van het hoger beroep laat nog even op zich wachten, maar Milieudefensie zegt dat Shell lang niet genoeg doet om zelfs maar in de buurt van de eis van de rechter te komen: namelijk 45 procent CO2-reductie voor 2030. Mark van Baal van Follow This maakt zich ook zorgen, vanwege een draai bij de aandeelhouders. Hij vreest voor een ‘klimaatpauze’ bij Shell, dat de energiecrisis als argument aanvoert. En de nieuwe topman van Shell Nederland Frans Everts gaat het tempo ook niet opvoeren. NRC schrijft dat Everts tien jaar geleden al voorspelde dat ’de energievraag tot in ieder geval 2050 (fors) zou blijven stijgen, en dat dit consequenties zou hebben voor de snelheid van de transitie.’

Onder huidig topman Bernard Looney werd ook door BP in 2020 een klimaatvriendelijke strategie aangekondigd: ‘Looney is het nieuwe gezicht voor een nieuwe toekomst van BP. Een mooie, succesvolle en vooral duurzame toekomst die goed is voor mensen, bedrijven en de planeet.’ Drie jaar later ziet ook daar de wereld er heel anders uit. In The Wall Street Journal maakte Looney een terugtrekkende beweging vanwege de energiecrisis en de oorlog: ‘We must not just deliver cleaner energy, we must also deliver affordable energy.’

Als je de grote olieconcerns als deel van de oplossing ziet, en ook ziet dat fossiel nog even nodig is (zie de Statistical Review of World Energy), rest alleen nog, naast hard blijven duwen, het antwoord van Paul Polman (boek ‘Net Positive): ‘Vraag hoe je de juiste weg kunt bewandelen, niet wat ideaal is. Elke dag iets beter doen is al een deel van de oplossing. Technologie ontwikkelt zich snel en er is meer mogelijk. Begin daarmee. En dan langzaam de moed vinden om onverwachte coalities te sluiten, ook met concurrenten.’

Kom je met de fiets, auto of trein naar je werk? Vanaf 2024 moeten bedrijven dat vastleggen

Vanaf januari 2024 moeten bedrijven met meer dan honderd werknemers bijhouden hoeveel CO2-uitstoot de medewerkers veroorzaken met vervoer. Officieel heet dat: de Normerende Regeling Werkgebonden Personenmobiliteit. Uitstoot verminderen De nieuwe regeling komt voort uit het Klimaatakkoord en moet tegen 2030 de CO2-uitstoot met 1 megaton hebben teruggedrongen. Dat is 1 miljoen ton, vergelijkbaar met de uitstoot van zo’n 230 retourvluchten van Amsterdam naar Nieuw-Zeeland. Hoewel de ingangsdatum nog ver weg lijkt, zouden bedrijven nu al voorbereidingen moeten treffen, ziet Arjos Bot, mobiliteitsexpert bij mobiliteitspartner Arval. Toch ziet Bot dat een aantal bedrijven al vragen stelt. “Oorspronkelijk zou de regeling namelijk ingaan per januari 2023, maar dat is inmiddels al twee keer uitgesteld.” Eerst met een half jaar, en nu met een jaar. “De veelgehoorde reden voor het uitstel is dat de regeling hand in hand gaat met de nieuwe Omgevingswet. En die is ook uitgesteld.”Omgevingswet De Nederlandse overheid werkt al jaren aan een nieuwe Omgevingswet. Met die wet wil de overheid regels voor ruimtelijke ontwikkeling eenvoudiger maken en samenvoegen. Het doel is daarbij dat de leefomgeving optimaal wordt benut, maar ook wordt beschermd. Dat is geen makkelijke opgave, want het gaat om tientallen wetten en honderden regels die uiteindelijk onder één wet moeten komen. In eerste instantie zou de wet, die in 2014 is ingediend, in 2019 in werking treden. Maar ook dat moment is al meerdere keren uitgesteld. Volgens Bot hangt de omgevingswet samen met de normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit en wordt die laatste daarom ook uitgesteld.Bot ziet wel een verband tussen die twee, maar volgens hem hoeft dat geen reden te zijn voor uitstel. “Ik adviseer werkgevers om hier wel nu al mee te starten”, zegt Bot. “Het gaat er tóch een keer van komen en dan kun je maar beter goed voorbereid zijn.” Voorbereiden op wat gaat komen Om die reden is het volgens Bot verstandig om je als bedrijf voor te breiden op de nieuwe regel. “Je kunt niet pas beginnen als het zover is.” Zo kunnen bedrijven zich voorbereiden op het administratieve deel van de regeling: het vastleggen van het vervoersmiddel van iedere medewerker. Advies van Bot: “Begin op tijd. Want het in kaart brengen hoe je medewerkers reizen is al een flinke klus.” Mobiliteitsbeleid onder de loep Ook kunnen werkgevers volgens Bot hun eigen mobiliteitsbeleid onder de loep nemen. “Welke acties worden er al genomen om de zakelijke mobiliteit van medewerkers te verduurzamen, en zijn die maatregelen ambitieus genoeg?” Als de maatregel ingaat op 1 januari 2024 zijn werkgevers verplicht om vanaf dat moment duidelijk te hebben hoe de medewerker reist. “Je bent als werkgever verplicht om dan te rapporteren. Houd er rekening mee dat een inspecteur een boete kan opleggen. Kom je er niet uit? Dan zijn er genoeg partijen in de markt die je hierbij kunnen helpen”, weet Bot. Meer lezen? Waterstofwagen moet honderd keer zuinig worden dan stadsauto Dankzij deze Nederlandse start-up schieten straks de waterstoftankstations als paddenstoelen uit de grondHoe de elektrische auto file op het elektriciteitsnet oplost