Marc Seijlhouwer 30 maart 2020, 15:23

Hoe ervaart Green Leader Roebyem Anders de coronacrisis?

De coronacrisis zorgt ervoor dat duurzame energieprojecten stil komen te liggen, meldde de NVDE vorige week. Hoe ervaart Roebyem Anders, oprichter van zonnepaneelleverancier Sungevity, de crisis? We belden haar op.

Roebyem anders celine wagenmakers

Hoe gaat het?

“Er is op dit moment veel onzekerheid en het is koffiedik kijken hoe erg het nog wordt. Maar vooralsnog hebben we er niet veel last van. De installaties gaan voor het grootste deel door, alleen komen de installateurs nu met twee busjes in plaats van één, om genoeg afstand te houden. En ze leggen de mensen niet meer face-to-face uit hoe de zonnepanelen werken; dat gaat nu allemaal telefonisch.

Het scheelt dat we een online bedrijf zijn, waardoor thuis en op afstand werken makkelijk was. We hebben in no-time een nieuw werksysteem opgezet, zodat iedereen veilig zijn werk kan blijven doen.”

De Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie merkte dat er problemen waren met de levering van zonnepanelen. Hebben jullie daar last van?

“Voorlopig gaat dat goed. Het scheelt dat we al leveranciers uit verschillende delen van de wereld hebben. Dat deden we met het oog op eventuele handelsconflicten, maar dat komt ook nu goed uit. En de productie in China is inmiddels alweer bijna op het oude niveau. Wat ook scheelt is dat de klanten begrip hebben voor de situatie. Als een specifiek soort paneel niet leverbaar is, begrijpen ze dat. Voor ons persoonlijk verandert er momenteel dus weinig; we zijn eigenlijk al voorbereid op dit soort crises.”

Lees ook het interview met Olof van der Gaag, directeur NVDE: Duurzame energie loopt vertraging op

Wat zijn dan de grootste risico’s van de coronacrisis voor de energietransitie?

“De interessantste vraag: hoe gaat het met de markt? De helft van onze business komt van woningcorporaties. Die gaan de transitie niet stopzetten, ze hebben targets om te halen. Daar verwachten we hooguit een vertraging. Maar eigenlijk is het juist goed als de corporaties nu panelen neerleggen. Als er straks door de pandemie een recessie komt, is het goed als huurders een lagere energierekening hebben dankzij zonnepanelen.

De enige klap zie ik bij de verkoop van zonnepanelen aan huiseigenaren. In de dagen vlak nadat de crisis begon kregen we veel afzeggingen; mensen waren in shock. Maar ook daar trekt het weer aan. Mensen zitten nu veel thuis en pakken projecten aan om het huis te verbeteren – zoals zonnepanelen. Wat de gevolgen van de crisis op langere termijn zijn, weet ik natuurlijk niet.

Wel denk ik dat mensen die in de toekomst gaan investeren eerder voor de grotere leveranciers gaan. Die zijn immers stabieler. Sungevity valt onder Engie en is daarmee robuust. Daardoor zijn wij ook toekomstbestendiger.”

Levert een recessie, als die er komt, ook kansen op?

“Duurzame energie installeren is arbeidsintensief, het levert een hoop banen op. Dat wil je bij een recessie. Ik hoop dus dat de kapitaalinjecties die nu gedaan worden, uiteindelijk bij groene bedrijven terechtkomen. Ook omdat je daarmee de volgende crisis, die van het klimaat, kan voorkomen. En zoals we nu leren van deze pandemie: voorkomen is beter dan genezen. Dat vraagt om een systeemverandering, en het vraagt om samenwerking tussen alle landen.

Roebyem Anders was te gast in onze Green Leaders podcast. Hier vertelde ze over duurzaam leiderschap en over de missie van Sungevity: alle huizen in Nederland voorzien van zonnepanelen.

Luister de podcast: Roebyem Anders wil mensen in het hart raken

Beeld: Céline Wagenmakers

Energietransitie: ‘We laten een heel groot potentieel liggen’

De energietransitie betekent dat meer dan zeven miljoen Nederlandse woningen en een miljoen overige gebouwen voor 2050 overstappen op andere verwarmingsvormen en duurzame elektriciteit. De huidige coronacrisis verandert niets aan die opgave. Tijdelijke vertraging betekent dat we de jaren erop alleen maar sneller moeten. De Nederlandse regering wil namelijk voor 2021 50.000 bestaande woningen per jaar verduurzamen. Voor 2030 wil de overheid het tempo opvoeren naar 200.000 woningen per jaar. Dat komt uit op minstens 961 woningen per week voor 2021 en 3.846 voor 2030. Kortom, een immense opgave voor de bouwsector.Om die opgave succesvol het hoofd te bieden, is innovatie nodig van een sector die door velen nog als traditioneel wordt gezien. Edwin Normann van Croonwolter&dros beaamt dat: “Veel bedrijven, met name in de bouw en de installatietechniek, zijn gericht op de korte termijn. Zij kijken van project naar project. Innoveren is niet iets wat traditioneel al aanwezig was in de bouwsector. Daarom moet je dat de ruimte en mogelijkheid geven om zich te ontwikkelen.”Ruimte bieden aan innovatieCroonwolter&dros is één van de bedrijven die daar een manier voor heeft gevonden. “Het innovatieve zit zeker niet alleen in de techniek, maar vooral in nieuwe businessmodellen”, zegt Normann. Hij leidt de ‘venture’ Smart Energy. Deze maakt onderdeel uit van Croonwolter&dros, maar krijgt tegelijkertijd meer bewegingsvrijheid. Zo kan het makkelijker focussen op innovatie en ontwikkeling. Normann: “Omdat je in een nichemarkt zit en een hogere toegevoegde waarde levert, zal dat zeker op termijn tot hoger rendement leiden. Maar in het begin nog even niet. Die ruimte moet je die nieuwe activiteit wel geven.”Lees ook: Directeur Croonwolter&dros: ‘Gebouwen gaan energie leveren’Warmte als een serviceDoor de vrijheid die ‘ventures’ binnen Croonwolter&dros krijgen, kan Smart Energy experimenteren met het aanbieden van warmte als een service. Daarbij neemt het bedrijf alles uit handen voor de klant: van het opwekken van duurzame warmte tot aan de exploitatie. Ook de financiering regelt Smart Energy. “De klant koopt geen installatie meer, maar die koopt warmte-koude”, aldus Normann. Overigens zijn er ook klanten die kiezen voor de traditionele werkwijze: zij kopen de installatie en beheren deze vervolgens zelf.'De klant koopt geen installatie meer, maar warmte-koude'Momenteel rondt Smart Energy vooral nieuwbouwprojecten af, omdat de vraag daar nu het grootst is. Dat komt doordat aardgasloos bouwen voor nieuwbouw sinds anderhalf jaar de norm is, maar sommige bouwplannen nog van voor die tijd stammen. De ontwikkelaars en aannemers moeten in die plannen alsnog aardgasloze oplossingen toepassen, waardoor hun bedrijfsmodel in de knel komt.De werkwijze van Smart Energy zorgt ervoor dat ontwikkelaars en aannemers zonder al te hoge meerkosten de meest geschikte aardgasloze verwarmingsoplossingen kunnen toepassen. Het bedrijf biedt advies over de mogelijkheden en kan deze vervolgens ook concretiseren, realiseren en exploiteren. Vooral dat laatste helpt om de initiële kosten lager te houden. Kantoren, appartementencomplexen of zelfs hele wijken: deze manier van werken is op alle soorten gebouwen toepasbaar, stelt Normann.Standaardisatie én maatwerkOm te kunnen voldoen aan de toenemende vraag uit de markt moet Smart Energy zelf ook innoveren. Door het ontwerpproces te automatiseren en installaties op te bouwen uit een gelimiteerd aantal modules versnelt het ontwerpproces, verkort de bouwtijd en worden faalkosten voorkomen. Terwijl modulebouw vaak geassocieerd wordt met standaardisatie, benadrukt Normann dat de oplossingen juist om maatwerk vragen. “Gebouwen zijn nou eenmaal verschillend.” Zo verschilt het per gebouw waar ruimte is voor een installatie en welke toepassing het meest logisch is.Ook de omgeving heeft invloed op de beste oplossing. Zo kijkt Smart Energy bijvoorbeeld niet alleen naar de beschikbare energiebronnen, maar ook naar de bodemsituatie. “We zijn nu bezig met heel veel projecten in binnenstedelijk gebied en in stadsvernieuwingsgebieden waar kantoren verdwijnen en waar hoogbouw en woningbouw terugkomen. Daar is de bebouwingsdichtheid zo groot dat je moet opletten of je nog wel voldoende ruimte in die bodem hebt om al die projecten op elkaar af te stemmen. Standaardoplossingen zijn er eigenlijk niet.”Bestaande bouwVerduurzaming van bestaande gebouwen kan ook met behulp van warmtekoude-installaties, stelt Normann. Dat geldt vooral voor gebouwen die na het jaar 2000 zijn gebouwd, maar gebouwen van voor die tijd sluit hij niet uit. Sommige gebouwen worden niet direct aardgasloos, maar dat ziet hij niet als een probleem. “Je maakt sneller 100 procent van de gebouwen 80 procent gasloos, dan dat je 80 procent van de gebouwen 100 procent gasloos maakt.”'Met wat we al hebben kan nog veel meer'Als aardgas compleet wordt uitgebannen, moet ook die laatste 20 procent aardgasloos worden, maar daar maakt Normann zich nu nog niet druk over. “Ten eerste is het de vraag of het gebouw er dan nog staat, want we praten nog steeds over een hele lange termijn. Ten tweede kunnen er in een later stadium nog aanpassingen in het gebouw plaatsvinden waardoor de energievraag daalt, zoals nog betere isolatie. En ten derde kan er natuurlijk een alternatief voor die 20 procent aardgas komen. Het kan bijvoorbeeld dat er een ander gas komt of dat je er nog een warmtepomp bijplaatst. Maar het kan ook zijn dat er nog technieken komen die we nu nog helemaal niet in het vizier hebben.”Normann merkt dat veel mensen praten over innovatieve oplossingen voor de lange termijn, maar hij gaat liever aan de slag met dingen die nu al kunnen. Hij ziet nog veel kansen voor de toepassing van warmtepompen in de bestaande bouw. Zo ontwikkelen leveranciers warmtepompen die geschikt zijn voor hogere temperaturen; cruciaal voor oudere gebouwen. Daarnaast kan standaardisatie de kostprijs naar beneden brengen, waardoor warmtepompen rendabeler worden. Daar liggen dus nog volop kansen, concludeert Normann. “Het verbeteren van wat we al hebben vind ik eigenlijk net zo belangrijk als hele nieuwe innovaties ontwikkelen, want met wat we al hebben kan nog veel meer.”Ook energiemaatregelenDie kansen ziet Normann niet alleen op het gebied van warmte, maar ook op het gebied van energiebesparing. “Niet geheel toevallig zijn dat nou net de dingen waar wij mee bezig zijn”, geeft hij toe. Zo biedt Smart Energy ook energieadvies aan, bijvoorbeeld op het gebied van energiemonitoring en energiebesparing. “Er wordt heel veel nagedacht over de lange termijn, waardoor de 'quick win’-oplossingen onderbelicht blijven”, vindt Normann.'De 'quick win’-oplossingen blijven onderbelicht'Vorig jaar moesten bedrijven voor het eerst rapporteren over de energiebesparingsmaatregelen die zij al hadden genomen. Normann wijst erop dat uit deze informatieplicht bleek dat veel bedrijven simpele oplossingen laten liggen. Hij stelt dat er landelijk wel 15 procent CO2-besparing mogelijk is met maatregelen die weinig geld kosten. Het gaat om zaken als het licht uitschakelen en de temperatuur in gebouwen beter regelen. “Het zijn doorgaans kleine maatregelen die vrij snel terugverdiend zijn. Ik zou zelfs zeggen dat ze eigenlijk geen geld kosten, want binnen een paar jaar heb je de kosten er alweer uit.”Zonde dat bedrijven daar niets mee doen, vindt Normann. “We laten een heel groot potentieel liggen.” Volgens hem zijn bedrijven bang om hun concurrentiepositie te verslechteren door kosten te maken die concurrenten niet maken. Hij hoopt dat het Activiteitenbesluit milieubeheer voor een gelijk speelveld zorgt. Deze energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren.Een kijkje in de toekomstWelke innovaties ervoor gaan zorgen dat de gebouwde omgeving in de toekomst energieneutraal is, daar doet Normann liever geen uitspraken over. “Ik ben niet zo’n glazen bol figuur.” Maar één ding weet hij wel zeker: “We zullen 100 procent CO2-neutraal niet met één oplossing bereiken.”Lees meer over de energietransitie op onze themapagina.Afbeelding: Adobe Stock.