Anna Roos van Wijngaarden 25 januari 2023, 17:00

Hoe is het nu met de Nederlandse schoenen-recyclemachine van FastFeetGrinded?

Sinds 2017 staat er in Nederland een schoenenmonster. FastFeetGrinded ontwikkelde een machine die oude schoenen verpulvert tot bruikbare materialen voor bijvoorbeeld nieuwe schoenen. Aan het hoofd van de circulaire business staat Danny Pormes. Change Inc. vroeg hem om een update.

Fast Feet Grinded machine aan het werk Samen met Heilig ontwikkelde FastFeetGrinded een grote recyclemachine voor schoenen.

Na vijf jaar ontwikkelen begint de uitvinding van FastFeetGrinded nu voet aan de grond te krijgen. “Er is echt een heleboel gebeurd”, luidt de openingszin van Pormes. Hij doelt daarmee op een fabrieksramp, rappe wederopbouw, een door de staat gesteunde missie in Australië en nieuwe samenwerkingen met grote schoenenmerken.

Julie zouden gaan verhuizen naar Wieringerwerf…

“Vanuit Zwaag, om daar zelf een recyclefabriek te beginnen. We hebben daar alles opgezet en een paar maanden productie gedraaid, tot ik een belletje kreeg tijdens mijn vakantie: we weten niet hoe, maar ‘s nachts was er brand ontstaan. Alles was verwoest.”

En toen?

“In die periode van Zwaag hadden wij al contact met machinebouwer Heilig.

Als een grote broer heeft Heilig ons toen bij de hand genomen: joh, hup, we gaan door. Door hen hebben we weer een doorstart kunnen maken. Nu zeven maanden verder hebben we een hele nieuwe fabriek uit de grond weten te stampen. We zijn van proof of concept naar een productieomgeving gegaan.”

Dat klinkt als een grote uitdaging.

“Ja, zeker in deze tijd waarin materialen niet altijd op tijd komen. Heilig heeft gekeken naar een ander pand en dat bleek ook niet makkelijk, vanwege de stroomvoorzieningen op industrieterreinen. Heel toevallig was daar ineens een groot pand met voldoende capaciteit. Nu zitten we in Heerhugowaard, bij Alkmaar.

We zijn van Tweede klasse voetbal naar de wereldkampioenschappen gegaan en door die brand is dat direct sneller gegaan. Er staat nu een splinternieuwe installatie die vele malen groter is dan wat er kort in Wieringerwerf stond.”

Krijgen jullie al bezoek?

“We hebben al allerlei merken over de vloer gehad. Vanuit Den Haag is ook eindelijk interesse in wat we kunnen, want we doen niet alleen sportschoenen – we kunnen álle schoenen verwerken tot grondstoffen. We zijn op handelsmissie geweest naar Australië en die mensen zijn weer deze kant op gekomen. Vanuit Australië is weer interesse gewekt in Indonesië.”

Hoe zit de nieuwe Shoe Recycle Machine precies in elkaar?

“Eigenlijk is het een straat van machines achter elkaar. Je gooit er schoenen in en aan de andere kant komen daar automatisch materiaalstromen uit. We sorteren aan de voorkant, dus alle leren schoenen bij elkaar, stof bij stof.

Het rubber moet uiteindelijk meer dan 90 procent schoon zijn, wil het weer terug naar de industrie kunnen. We hebben grote machines om aluminium en koper te verwijderen – zelfs de nietjes gaan uit het materiaal. In het proces ontstaat ook stof dat moet worden afgezogen.

De eisen vanuit de merken worden ook groter. Ze willen bijvoorbeeld alleen wit of zwart of bepaalde materiaalsoorten. We zijn daar nog steeds op aan het door-ontwikkelen.”

Zijn er plannen voor een FastFeetGrinded in het buitenland?

“In Duitsland zijn we al bezig met schone stukken leer, zonder al die die ringetjes voor veters. Daar worden sheets van gemaakt die je kunt hergebruiken.”

Oude schoenen worden korrels. Daarmee worden bijvoorbeeld nieuwe schoenen gemaakt. | Credit: FastFeetGrinded

Stel ik ben een merk met veel retour-gestuurde schoenen. Kan ik ze dan bij jullie laten recyclen tot een nieuwe collectie?

“Als bedrijven een nieuwe schoen willen maken van onze materialen, hebben we een agente in Portugal. Zij neemt hen bij de hand om hun producten op een makkelijke manier met onze materialen laten maken.”

Hoe circulair is zo’n schoen precies? Hoeveel procent ‘virgin’ materiaal is nog nodig?

“In Portugal hebben ze getest met 30 procent van ons materiaal. Dat geeft dezelfde veerkracht en vastheid als 100 procent virgin materiaal. We proberen onze materialen zo schoon mogelijk te krijgen, dan maakt het eigenlijk niet zo gek veel uit.

Toch zien we dat merken met hyper-performance hardloopschoenen dit bijvoorbeeld nog niet willen, omdat het materiaal niet voldoet aan de standaarden van het merk. Daar zijn ze nog een beetje voorzichtig.”

Welke merken durven al wel te springen?

“Met Asics werken we al wereldwijd. Zij zijn toevallig onderweg naar ons vanuit Japan. We nemen ze mee naar Portugal. We hebben ook samenwerkingsverbanden met high fashion merken. We zijn partner van Fashion for Good, dus via hen komen ze allemaal deze kant op.

We werken inmiddels samen met heel veel retailers. Zij sturen hun schoenen rechtstreeks vanuit winkels en webshops, gedragen en oud, maar ook retours, defecten en overstock (voorraden die niet meer verkocht kunnen worden, red.).”

Waar zit de grote uitdaging om op te schalen?

“Neem Australië. Daar is het probleem groot met jaarlijks 110 miljoen geïmporteerde schoenen. Daar kunnen we wel schoenen verwerken, maar waar moet het dan naartoe? Het heeft geen zin om die schoenen hierheen te halen, er korrels van te maken en die weer naar Vietnam te versturen om er daar nieuwe schoenen van te maken.”

In Europa hebben we het goed geregeld. We hebben partners die de materialen hier weer kunnen gebruiken. Binnen Europa is het geen probleem korrels te versturen, maar het is vanwege regelgeving nog wel een probleem om het naar bijvoorbeeld Vietnam of Indonesië te sturen. Het wordt namelijk nog steeds gezien als afval en dat mag zo’n land niet in. Zo komt die circulariteit niet van de grond, dus we zijn daar wel mee bezig.”

What’s next?

“Uiteindelijk is het gewoon een schaalkwestie. Heilig maakt grote recyclefabrieken, overal ter wereld. Er worden tien schoenen per seconde weggegooid, dus je kunt nagaan dat de industrie zit te springen om een goede oplossing. Die hebben wij.”

Meer lezen?

Podcast: Kartrekkers, experts, starters, groeiers en switchers

Sustainable Talent helpt professionals en organisaties bij het vinden van de juiste match. Werving en selectie dus. Maar Sustainable Talent biedt ook coaching en advies op het gebied van duurzaamheid en leiderschap op dat terrein. Die twee soorten activiteiten hebben alles te maken met de twee centrale transitievraagstukken die Annick Schmeddes onderscheidt. Van beginners naar experts Aan de ene kant heb je organisaties die aan het begin van het transitietraject staan. Vragen die bij hen spelen, zijn: ‘Hoe gaan we onze transitie inrichten?’ en ‘Hoe krijgen we onze mensen daarin mee?’ Aan de andere kant heb je zogeheten ‘B Corps’ en scale-ups die volgens Schmeddes duurzaamheid “in de kern van hun propositie hebben”. Die zijn dus al een paar stappen verder. Deze organisaties hebben verschillende behoeftes als het gaat om de mensen die nodig zijn om de transitie vorm te geven. De B Corps en scale-ups zoeken experts, zoals stifstofexperts of deskundigen op het gebied van ESG. Schmeddes noemt dit een “nichevijver” die door een groot tekort aan geschikte mensen “aan het ontploffen is”. De eerste groep is op zoek naar wat Schmeddes “kartrekkers” noemt: duurzaamheidsmanagers die onder andere “rapporten maken, nieuwe kennis van de toekomst bouwen, intern mensen trainen en het MT adviseren hoe zij hun rol moeten veranderen.” Welke rol speelt Sustainable Talent hierbij? De verdeling is 50-50: dus het vinden van professionals die de kar binnen een organisatie gaan trekken en het coachen en trainen van interne mensen. Annick helpt organisaties die een “change-traject” in gaan om aantrekkelijker te zijn voor professionals en biedt ondersteuning bij het inrichten van functieprofielen voor de toekomst en het intern trainen van mensen. Zo heeft ze een bijdrage geleverd aan de intensieve training “Sustainable MBA in one day”. Ze heeft ook meegewerkt aan een boek over dit onderwerp: Impactvol ondernemen in de praktijk. Daarin beschrijft ze wat de transitie betekent voor bijvoorbeeld de marketeer, de HR-manager of iemand van finance. Starters, groeiers en switchers In de vijver waarin Schmeddes en haar klanten vissen, ziet ze drie soorten professionals. “We zien veel starters die duurzaamheid hebben gestudeerd, maar nog geen werkervaring hebben. Dan zien we groeiers, die bijvoorbeeld al vijf jaar in sustainability hebben gewerkt. En we zien veel switchers: zij-instromers. Die hebben vaak fantastische ervaring, maar zijn zelf nog op zoek naar wat ze onder duurzaamheid verstaan. Dat zijn heel competente mensen, zoals marketeers.” Getalenteerde starters willen volgens Schmeddes “en-en” en niet “of-of”: ze willen graag bij een duurzaam bedrijf werken, maar willen ook een goed salaris en een hypotheek. Zij-instromers willen eerder concessies doen: “Mensen die een MBA-titel hebben, zijn bereid een daling van zo’n 25 procent van hun inkomen te accepteren als ze bij een duurzaam bedrijf kunnen werken. Jongeren hebben dat niet. Die willen ook goed betaald worden. En ook wel minder werken. Bij arbeidskrapte gaan jongeren wel eerder bij een duurzaam bedrijf werken. Maar als je een slecht-betalende duurzame werkgever bent…”Annick Schmeddes: Van IT naar duurzaamheid Annick Schmeddes is van huis uit IT-deskundige en begon ooit als IT-consultant bij het Kadaster. Ze vond het heerlijk om IT-puzzels op te lossen en processen te optimaliseren, maar al snel worstelde ze met de vraag: “Waarom doe ik dit?” Ze zette een dappere stap en vertrok naar Costa Rica, waar ze eerder voor haar studie aan de Wageningen Universiteit stage had gelopen. Ze werkte in Costa Rica op de ambassade en hield zich bezig met ontwikkelingssamenwerking en armoedebestrijding. Dat voelde goed, maar de organisatie was te hiërarchisch. Na een jaar ging ze terug naar Nederland, waar ze vijf jaar in de ontwikkelingssamenwerking werkte. Rond 2001 kwam de filantropische rol van het bedrijfsleven op en dit mondde uit in de Sustainable Development Goals van de VN. Van maatschappelijk betrokken ondernemen ging het in 2006 vervolgens naar maatschappelijk ondernemen. Al snel zag Schmeddes dat er in die tijd wel een visie werden ontwikkeld, maar dat high potentials die zich in het onderwerp verdiepten, al snel vastliepen. Er was geen “inbedding” van duurzaamheid in de ondernemingen waarvoor ze werkten: “Er was geen gedeelde urgentie.” Dit betekende dat deze mensen teleurgesteld vertrokken. “Toen dacht ik: dit zijn heel slimme gasten. Die moet ik gaan helpen. Ik ga ze wegwijs maken.”