Paul van Liempt 01 november 2020, 12:00

Kan een sterke leider empathisch zijn?

In crisistijden weerklinkt altijd de roep om een sterke leider. De politicus met de redelijke toon heeft in die omstandigheden afgedaan. En de CEO die zich kwetsbaar opstelt moet ook oppassen. Hoe kun je het tij keren?

Column paul van liempt

Ton Büchner was in de nasleep van de kredietcrisis in 2012 net aangetreden als nieuwe topman bij de beursgenoteerde verfmultinational AkzoNobel. Een op het oog sympathieke, frisse CEO bij een belangrijk bedrijf. Die wilde ik graag als gast in het dagelijkse ochtendprogramma dat ik op BNR Nieuwsradio presenteerde.

Eindelijk stond hij in de studio, na een paar afzeggingen. Want hij was pas vijf maanden in dienst, toen hij zich plotseling ziekmeldde. Officieel omdat hij last had van vermoeidheidsklachten. Na drie maanden rust ging hij weer aan de slag, na een mediabombardement over zijn afwezigheid. En hij kwam ook naar de studio waar hij, zij het na lang aandringen, iets over zijn burn-out, want dat was het, vertelde.

Het burn-out verhaal keerde zich niet tegen hem. Büchner, met zijn vriendelijke en rustige voorkomen, was een ferme leider die de touwtjes in handen nam en zijn managers hard afrekende op de meerjarenafspraken die ze moesten nakomen. Omdat hij goed presteerde bleef hij vijf jaar aan, tot hij te maken kreeg met de agressieve Amerikaanse durfinvesteerder Elliott. Toen was het was einde verhaal. Maar anderen hadden hierover ook kunnen struikelen.

In alle redelijkheid terugkijkend kun je Büchner als een sterke leider beschouwen: hij stelt zich kwetsbaar op en durfde stevig op te treden om een doel te bereiken. Maar we leven nu in een andere wereld, waar redelijkheid even niet helder op de radar staat. Sterke leiders worden anders gedefinieerd. Viroloog des vaderlands Ab Osterhaus roept steeds vaker en luider dat hij klaar is met dat laffe afwachten in Den Haag. Waar blijft die harde klap met de hamer op de volledige lockdown?

En een columnist in de Volkskrant, die ziet dat we geen afstand houden, droomt ook voorzichtig van een (tijdelijke) dictatuur: "Het is vast onverstandig, een eerste stap richting tirannie wellicht, maar al die zijden handschoentjes doen mij verlangen naar een overheid die ouderwets de gebiedende wijs hanteert." Tamelijk dichtbij huis, in Hongarije en Turkije, zien we sterke leiders aan het werk, die ondanks afschrikwekkende voorbeelden uit het verleden, flink hun gang kunnen gaan.

Je kunt het tij niet keren met oude verhalen, maar ook niet met oude termen. Hoe goed bedoeld ook, buiten je eigen bubbel maakt de roep om dienstbaar-, verbindend of -empathisch leiderschap weinig indruk. In dit tijdsgewricht hangt er een te weeïge geur omheen. De premier van het derde land van Europa heeft dat goed begrepen. Giuseppe Conte werd bij zijn aantreden in Italië in 2018 met argwaan bekeken. De partijloze professor, met de kalme stem, onberispelijke maatpakken en pochets, werd als een wereldvreemd watje weggezet.

Maar hij bleek een snelle leerling. Live op tv maakte hij zijn luidruchtige tegenstrever Matteo Salvini voor een 'opportunistische egoïst zonder loyaliteitsgevoel' uit, wat meer indruk maakt dan 'u bent niet eerlijk.' Deze zomer stond hij met gebalde vuist op de foto na de EU-top over het herstelfond, omdat hij voor zijn land een geweldig resultaat had geboekt. En deze week gaf hij aan empathisch leiderschap, voor hem liever ‘leiderschap met voorstellingsvermogen’, een nieuwe dimensie.

Op een vraag over de onlusten in Rome en Napels volgde geen machteloze woede in de trant van 'stelletje aso's' maar: "Als ik aan de andere kant zou staan, zou ik waarschijnlijk ook woede voelen over de maatregelen van de regering." Daarna bekritiseerde hij de beroepsprotesteerders 'die inspelen op frustratie en psychologische vermoeidheid onder de bevolking', las ik in NRC Handelsblad. Om vervolgens 'de getroffen horeca-uitbaters te bezweren dat er snel geld' op hun rekening komt.

Een vorm van genuanceerd leiderschap die zich ook voor de premier snel uitbetaalt. Een voor Italiaanse begrippen ongekend hoog percentage van 71 procent van de bevolking heeft vertrouwen in hem. Conte wijst ons de weg.

Bavaria brouwt bier met ijzerpoeder als energiebron

Nederland heeft de primeur met de bouw van de eerste industriële installatie voor de verbranding van ijzerpoeder. Om van ijzerpoeder energie te maken wordt het gemengd met lucht en aangestoken in een verbrandingskamer. Hierbij komt geen CO2 vrij. De warmte die van de vlam ontstaat kan electriciteit opwekken. Na de verbanding blijft er roestpoeder over, dat met waterstof weer kan worden omgezet in ijzerpoeder. Een groene én circulaire brandstof dus. Studententeam TU EindhovenDaan de Waard maakt sinds begin dit jaar deel uit van studententeam Solid, onderdeel van de TU Eindhoven, dat zich stort op de ontwikkeling van ijzerpoeder tot brandstof. “Hoogleraar Philip de Goey had eind 2015 gelezen over metaalpoeder als potentiële energiebron. Om dat verder te onderzoeken startte hij een honoursprogramma. Die resultaten waren succesvol, van daaruit is het studententeam ontstaan. Dit is het derde jaar waarin we kijken hoe we de techniek kunnen toepassen in de industrie.”Lees ook: Brabant investeert in ijzerpoeder als energiedragerWaarom ijzerpoeder?De voordelen van ijzer zijn dat het niet giftig en niet duur is. Het poeder wordt gemaakt van afvalstaal, beter bekend als schroot, dat wordt gesmolten in een elektrische boogoven en vervolgens fijngemalen tot poeder. “Ja, dat kost ook energie, en ook al is die boogoven elektrisch, hij draait nog wel op grijze elektriciteit. Maar je moet ergens beginnen”, zegt De Waard.Het voordeel van ijzerstof is ook dat het makkelijk kan worden getransporteerd en opgeslagen. Voor de opslag van waterstof is veel ruimte nodig. Ook moeten waterstoftanks goed worden afgesloten, terwijl je volgens De Waard prima kunt slapen met een potje ijzerbrandstof op je nachtkastje, omdat het niet licht ontvlambaar is. Voor de grootschalige opslag en transport van energie komt ijzerbrandstof dus goed uit de verf. IJskoud bierDe Bavaria-brouwerij van Swinkels Family Brewers is de eerste fabriek waarbij een deel op ijzerbrandstof zal draaien. Voorheen draaide het op aardgas. Met deze installatie, die 100 kilowatt opwekt, kunnen per jaar 15 miljoen glazen bier worden gebrouwen. “Met deze innovatieve technologie willen wij ons brouwproces minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen en zullen we hier verder in investeren,” zegt CEO Peer Swinkels in het persbericht.Lees ook: Studenten presenteren hun van afval gemaakte autoHet doel van de studenten van de TU Eindhoven is om te laten zien dat het kan: een fabriek op ijzerpoeder. Er wordt hard gewerkt aan de opschaling van de installatie zoals bij de Bavaria-brouwerij. Volgend jaar staat er een installatie van 1 megawatt gepland, in 2025 is het doel de eerste industrie volledig te laten draaien op ijzerbrandstof en in 2030 moet er een kolencentrale worden omgebouwd tot ijzerbrandstofcentrale.Beeld: Unsplash en de ijzerpoederinstallatie bij Bavaria