Rianne Lachmeijer 25 januari 2021, 19:32

Michel Scholte verkozen tot minister van de nieuwe economie: “Het moet nu echt gebeuren”

Michel Scholte, directeur van True Price, is maandagavond verkozen tot minister van de nieuwe economie. Daarmee wordt Scholte het gezicht van een toekomstbestendige economie voor MVO Nederland. Na de bekendmaking volgde een verkiezingsdebat, waar Scholte als kersverse minister gelijk zijn vragen voorlegde aan politici van negen politieke partijen.

Michelscholte hires minister van nieuwe economie

“Er hangt heel veel van af voor mijn gevoel”, zei een licht-geëmotioneerde Scholte na de bekendmaking. “Het moet nu echt gebeuren.” Als minister van de nieuwe economie wil hij ervoor zorgen dat Nederland zich gaat richten op een 'echte prijs' en 'echte winst'. Dat betekent dat de sociale en milieukosten van alle producten transparant worden. Hij wil dat ons land daarin het voortouw neemt en zich niet verschuilt achter Europa.

Als kersverse minister van de nieuwe economie kreeg hij van MVO Nederland gelijk de kans om zijn boodschap bij de aanwezige politici voor het voetlicht te brengen. Mona Keijzer (CDA), Raymond Brood (50PLUS), Lammert van Raan (PvdD), Chris Stoffer (SGP), Sophie Hermans (VVD), Hans Vijlbrief (D66), Mahir Alkaya (SP), Joris Thijssen (PvdA) en Tom van der Lee (GroenLinks) betraden namelijk direct na de verkiezing het podium voor een debat.

Niet of, maar hoe

"Het is niet meer de vraag of we iets aan het klimaat moeten doen, maar alleen nog maar de vraag hoe we dat doen”, zegt Vijlbrief (D66). Het geeft de toon van het debat goed weer: alle aanwezige partijen zeggen voor verbetering van het klimaat te zijn, maar over de manier waarop en het tempo ervan verschillen zij van mening. Na een eerste duurzaam voorstelrondje, waarin de afgevaardigden vertellen hoe hun verkiezingsprogramma bijdraagt aan de versnelling naar een nieuwe economie, stelt Scholte zijn eerste vraag. “Hoe gaan we zorgen dat er een prikkel komt om echt lokaal waarde toe te voegen?”

“Daar ben ik de afgelopen jaren mee bezig geweest”, reageert Keijzer. Zij wil via Europese aanbestedingswetgeving de Ubers en Amazones van deze wereld aanpakken. “Ik hoop dat het CDA de gelegenheid krijgt om dat komende jaren te doen; om nou echt eens een keertje die grote platformen aan te pakken.” Het aanpakken van de multinationals vindt weerklank bij de SP. Hoewel Alkaya wel stelt dat de overheid niet bij elke onderneming de vinger aan de pols kan houden. Hij benadrukt de rol van aandeelhouders. Hij wil dat aandeelhouders die voor de langere termijn in een bedrijf zitten een sterkere stem krijgen.

Hervorming van het belastingsysteem en eerlijke prijzen

Een echte prijs en echte winst zijn de stokpaardjes van Scholte. Daarbij horen een ander belastingsysteem en eerlijke prijzen. Het zijn thema’s die Scholte niet zelf hoeft aan te snijden, omdat ze al als stelling terugkomen in het debat. De afgevaardigde politici lijken daar niet van terug te schrikken. “Je moet rekenschap afleggen”, vindt Stoffer (SGP). Maar de overheid moet alleen daar ingrijpen waar de markt faalt. Zo pleit hij bijvoorbeeld voor belasting op vliegtuigbrandstof (kerosine). Thijssen (PvdA) vindt dat er zowel een CO2-prijs als een stikstofprijs moet komen.

‘Veelbelovende ambitie’

Na afloop van het debat reageert Scholte enthousiast over het ambitieniveau en over de interesse die de politici tonen voor transparantie. “Voor mijn gevoel is er een gemeenschappelijke deler en dat is dat iedereen voor transparantie is”, zegt hij. Dat zichtbaar wordt wat de prijs en wat de echte winst is. “Daar lijkt iedereen het over eens dus dat boezemt mij echt vertrouwen in.” Tegelijkertijd benadrukt hij het belang van het beantwoorden van de hoe-vraag. “Dat is natuurlijk de cruciale vraag: we moeten kijken wat precies in de partijprogramma's staat, zodat we het ook in de praktijk gaan doen.”

Lees hier meer over de ambitie van Michel Scholte én die van de andere twee finalisten.

Afbeelding: MVO Nederland

Waterstof in Nederland: gasnet ombouwen en meer prijsvoordelen

De RLI ziet dat groene waterstof, gemaakt in waterstoffabrieken die draaien op groene stroom, niet vanzelf een plek vinden in het Nederlandse systeem. Daarvoor zijn investeringen van de overheid nodig, want bedrijven zullen niet vanzelf overstappen. Daarvoor is groene waterstof simpelweg te duur, zeker in vergelijking met de alternatieven.Lees ook: In 2030 kan waterstof concurreren met aardgasWaterstof kan zowel als grondstof (voor producten als kunstmest) en als brandstof worden ingezet. De eerste toepassing is de meest hoogwaardige, waardoor die de meeste kans maakt om echt te gebeuren. Toepassingen zoals verwarming van huizen of brandstof voor (vracht)wagens zijn verder weg, en komen alleen binnen bereik als er een heleboel waterstofproductie is.Gasnet is te grootHet RLI heeft meerdere aanbevelingen voor de regering. Allereerst kan Nederland een waterstof-infrastructuur opzetten, met pijpleidingen en opslagplekken. Het gasnet is veel te groot voor de almaar kleiner wordende hoeveelheid gas die we gebruiken. Door de pijpen om te bouwen kan er waterstof doorheen en is Nederland klaar voor de toekomst.Om vervolgens te zorgen dat groene waterstof een kans maakt, is er stimulering nodig. Het RLI denkt dat een CO2-heffing hiervoor een goed instrument is, maar wel op Europees niveau. Als alleen Nederland een (hoge) heffing invoert, zal er industrie en daarmee CO2-uitstoot weglekken naar het buitenland.Blauwe waterstofMet subsidies voor de productie van groene waterstof, en door ook ruimte te bieden aan andere, minder duurzame manieren om waterstof te maken (in het bijzonder blauwe waterstof, gemaakt met aardgas maar waarbij de vrijgekomen CO2 opgeslagen wordt) moet de waterstofmarkt groeien. De overheid moet daarbij zorgen dat veiligheid en draagvlak belangrijk blijven, want alleen dan kan een transitie naar een waterstofeconomie succesvol worden.De adviezen van de RLI sluiten aan op eerdere rapporten, en op de plannen die andere EU-landen al aankondigden. Nederland heeft ook grote ambities op het gebied van waterstof, maar houdt - in tegenstelling tot Europa en onze buurlanden - de hand vooralsnog op de knip. Het RLI-advies laat zien dat er geen Nederlandse waterstofeconomie kan bestaan zonder overheidsgeld, en dat de regering dus snel moet gaan investeren.Lees ook: Kunnen we waterstof winnen uit zeewater? Bron: RLI | Beeld: Adobe Stock