Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 16 mei 2019, 15:43

Nederland en de SDG's: “Kunnen we, maar zullen we ook?”

De dag na de publicatie van de Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2019 kwamen tweehonderdvijftig vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de overheid en NGO’s bijeen in Den Haag. Samen keken zij hoe Nederland ervoor staat op het gebied van de Sustainable Development Goals (SDG). De vraag die naar boven kwam: “Kunnen we, maar zullen we ook?”

Adobestock wereld handen

Geschreven door: Stephanie Roggekamp en Cédric Broodman​

Eppy Boschma van VNO-NCW, MKB-Nederland en Global Compact Netwerk Nederland meldt dat de SDG’s steeds meer bekendheid krijgen bij bedrijven en dat er ook meer in geïnvesteerd wordt. Vooral aan de doelen waardig werk en economische groei (SDG 8), verantwoorde consumptie en productie (SDG 12) en klimaatactie (SDG 13) wordt meer aandacht besteed. Ook willen steeds meer jongeren en jong-professionals hun stem laten horen en zich inzetten voor de zeventien doelen.

Lees ook: Hogescholen zetten opnieuw stappen met de Sustainable Development Goals

SDG in bedrijfsstrategie

“Bedrijven zijn zich meer bewust van de SDG’s, maar vinden het nog moeilijk om het toe te passen in hun beleid,” zo vertelt Eppy Boschma. “Bedrijven kunnen de doelen op drie niveaus toepassen. Zo kan het in het bestuur, in ketens of in samenwerkingsverbanden. Pak bijvoorbeeld Heineken, die heeft de SDG’s in zijn bedrijfsplan opgenomen, maar heeft ook in zijn keten gekeken hoe ze dit eerlijker en transparanter kunnen weergeven.” Door op deze manier te werken ontstaat er binnen een bedrijf een doel waar ze naartoe kunnen werken.

KPN pakt gendergelijkheid aan

Tijdens de bijeenkomst waren er drie panels aanwezig om verschillende SDG’s te belichten en daarover te debatteren. Eén van de panels ging over de gendergelijkheid in Nederland. Panelleden Edith van der Spruit (WO=MEN) en Brechtje Spoorenberg (KPN) vertelden over de stappen die KPN maakt. “Wij willen het makkelijker maken voor het personeel om thuis te werken. Daarnaast hebben wij de beloningen voor vrouwen en mannen gelijk getrokken en de sollicitatieprocedure gaat eerlijker”, vertelt Spoorenberg.

Zo concludeerde het publiek op het einde dat Nederland, het bedrijfsleven en de overheid al een goed begin hebben gemaakt, maar om de doelen in 2030 te halen zal er een sprintje getrokken moeten worden.

Ook de samenwerking tussen het bedrijfsleven en onderwijs is van belang om voortgang te boeken met de SDG’s. Daarom lanceerden vier hogescholen vorige week het platform SDGs on Stage. Dit content- en stageplatform brengt studenten en duurzame ondernemingen bij elkaar rondom SDG’s.

Geschreven door Stephanie Roggekamp en Cédric Broodman | Afbeelding: Adobe Stock

Rekenkamer: uitgave SDE+-subsidie te hoog ingeschat

Deze conclusie trekt de Algemene Rekenkamer, die de subsidies en geldstromen voor duurzame energie in kaart bracht. De verwachte subsidie-uitgaven zijn bepalend voor de hoogte van de opslag duurzame energie (ODE). Bedrijven en burgers betalen deze heffing via de enegienota. Subsidieregelingen als de SDE+-regeling worden deels gefinancierd vanuit de opbrengsten van de ODE-heffing. “Dat maakt realistisch begroten extra belangrijk”, stelt de Rekenkamer. Duurzame energie opwekkenDe SDE+-subsidie is bedoeld om het opwekken van duurzame energie te faciliteren; ondernemers kunnen subsidies aanvragen op onder andere windparken, zonneparken, biomassa-installaties, waterkrachtcentrales en geothermieprojecten die voor het onrendabele deel nog subsidie nodig hebben. Van de regeling werd de afgelopen jaren gretig gebruik gemaakt; in de laatste ronde werd voor € 4,8 miljard aan subsidies aangevraagd. In 2020 wordt de SDE+-regeling uitgebreid naar een SDE++-regeling, die richt zich op CO2-reductie en is breder inzetbaar.Hoe de SDE+-regeling en de dekking vanuit de ODE-heffing samenhangen, is volgens de Rekenkamer onduidelijk voor bedrijven, burgers en het parlement. “Zeker nu de uitgaven de komende jaren flink zullen toenemen, is het nodig dat parlement, huishoudens en bedrijven inzicht hebben in de geldstromen. De minister is in zijn verantwoording niet altijd consistent en volledig over die stromen, waardoor onduidelijkheid kan ontstaan”, stelt Collegelid Francine Giskes.Duidelijkheid over ODE-heffing nodigOok wil de Rekenkamer dat er duidelijkheid komt over de verdeling van de inkomsten. Bedrijven en huishoudens betalen nu nog ieder 50 procent van de ODE-heffing, maar het kabinet is van plan om die lasten te verschuiven naar 66 procent voor bedrijven en 33 procent voor de huishoudens.Bron: Algemene Rekenkamer | Afbeelding: Adobe Stock