Sebastian Maks
15 januari 2025, 14:55

NVDE geeft kabinet ‘menukaart’ om klimaatdoelen te halen: welke gerechten staan erop?

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) heeft een keuzemenu aan het kabinet gegeven met daarop verschillende maatregelen om de Nederlandse klimaatdoelen te halen. Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) nam het rapport in ontvangst. Welke maatregelen schotelt de NVDE voor?

Menukaart voor groene groei KJB 2395 1536x1022 Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) neemt de menukaart van de NVDE in ontvangst. | Credits: NVDE

Het Planbureau voor de Leefomgeving was eind vorig jaar glashelder: het is heel onwaarschijnlijk dat Nederland het afgesproken CO2-reductiedoel van 55 procent in 2030 gaat halen. Dat stond in de Klimaat- en Energieverkenning 2024. Met de huidige koers stevent het kabinet af op een reductie van 44 tot 52 procent. Minister Hermans moet dus flink aan de bak om het beleid recht te trekken, zo luidt de conclusie.

Maar in een coalitie met de partijen PVV en BBB – uitgesproken tegenstanders van vergaand klimaatbeleid – wordt het trekken van de portemonnee een lastige zaak. Door middel van een nieuw rapport wil de NVDE aan minister Hermans laten zien dat investeren in duurzame oplossingen niet alleen geld kost, maar ook kan opleveren. Zelf noemt de vereniging het rapport een ‘menukaart’; een uitgebreide set maatregelen die het kabinet kan nemen om de Nederlandse klimaatdoelen weer binnen bereik te brengen.

25 megaton reductie

De NVDE vertegenwoordigt zo’n 1.600 bedrijven uit verschillende sectoren. In het specifiek gaat het om bedrijven die zich bezighouden met de productie en het gebruik van hernieuwbare energie, in de sectoren elektriciteit, industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving. De NVDE reageert vaak op kabinetsplannen en draagt daar dan oplossingen bij aan waarmee het gebruik van hernieuwbare energie in Nederland een zetje kan krijgen. Nu komt de organisatie dus met volledig pakket aan maatregelen.

Voor een fifty fifty-kans om het CO2-doel van 55 procent in 2030 te halen, is volgens het PBL 16 megaton extra uitstootvermindering nodig. Om die kans te verhogen naar 95 procent, moet die reductie stijgen naar 24 megaton. De maatregelen op de menukaart van de NVDE zijn naar eigen zeggen bij elkaar goed voor zo’n 25 megaton reductie, al overlappen sommige besparingen elkaar.

Wat zijn de plannen?

In totaal bestaat de menukaart uit 20 maatregelen, verdeeld over de verschillende sectoren die de NVDE vertegenwoordigt. Per maatregel zet de vereniging uiteen hoeveel minder gas of olie er verbruikt hoeft te worden, wat de bijbehorende CO2-reductie is en hoeveel investeringen er kunnen worden ‘uitgelokt’. Dat wil zeggen: hoeveel economische activiteit er op gang wordt gebracht door de maatregel.

Het meest effectief blijkt de maatregel om sneller maatwerkafspraken met grootvervuilers in de industrie te sluiten. Het kabinet is al lang in gesprek met partijen als Tata Steel, bp en Shell om hen te helpen versneld hun klimaatdoelen te halen. Daarbij wil de overheid financiële steun bieden. Volgens de NVDE kan het intensiveren van deze maatwerkafspraken 4 megaton CO2 besparen en kost dit de overheid 800 miljoen euro per jaar. De opbrengsten voor de samenleving zijn in potentie groot: 8 miljard euro.

Ook kan het veel zoden aan de dijk zetten als het kabinet gaat handhaven op de Europese regel dat 42 procent van de industriële waterstof in 2030 van ‘groene’ komaf moet zijn. Dat betekent dat de waterstof geproduceerd is met hernieuwbare energie. Het doel raakt steeds verder uit zicht, maar zou 2,4 megaton CO2 en 42 petajoule aardgas kunnen besparen.

De economie in

In de sector mobiliteit is het vooral de kilometerheffing die het grootste effect kan sorteren. Door het gebruik van benzineauto’s per kilometer te belasten, neemt niet alleen de fileproblematiek in Nederland af, maar ook de milieu-impact van het wegvervoer. Daarbij wijst de NVDE erop dat elektrische voertuigen een korting moeten krijgen op de heffing. In totaal kan de maatregel 2,5 megaton CO2 besparen.

De maatregel die de meeste marktinvesteringen op gang lijkt te kunnen brengen, is er één in de sector van de gebouwde omgeving. Volgens de NVDE moet de overheid 3,35 miljard euro uitgeven om huizen te verduurzamen. Denk daarbij aan woningisolatie en het vervangen van cv-ketels door bijvoorbeeld warmtepompen. Het geld zal een stimulans zijn voor huishoudens om te verduurzamen, maar zal slechts een deel van de werkzaamheden dekken. Naar verwachting zal er dus verder in totaal 11 miljard euro door de maatschappij geïnvesteerd worden; geld dat regelrecht de duurzame economie in vloeit. Bovendien is de maatregel goed voor een megaton CO2-reductie.

‘Zeker gebruiken’

Tegen Trouw zei minister Hermans dat ze gaat onderzoeken welke maatregelen van de menukaart bruikbaar zijn. Ze gaat het rapport van de NVDE “zeker gebruiken om met een gedragen én uitvoerbaar pakket te komen.”

Lees ook:

Changemaker Kiki Hagen (Collectief Circulair Textiel): ‘Er is nu al genoeg kleding voor de komende zes generaties’

Ze wordt er boos en strijdbaar van. Jaarlijks belandt 92 miljoen ton textielafval op stortplaatsen wereldwijd, volgens cijfers van de Verenigde Naties. “Veel daarvan is synthetisch en breekt nooit af, waardoor miljoenen microplastics de aarde en oceanen blijven vervuilen en in onze voedselketen terechtkomen", zegt Kiki Hagen, directeur van het Collectief Circulair Textiel (CCT). "De rest belandt op grote afvalbergen of wordt verbrand. Het is tijd om deze vicieuze cirkel te doorbreken. De cijfers liegen niet. De textielindustrie heeft zijn prijs, en wij betalen die met onze planeet. We moeten anders gaan denken. Een visie ontwikkelen op een toekomstige bestendige economie. In Nederland promoten we wel het start-up-klimaat, maar laten we bedrijven in de cruciale opschaalfase aan hun lot over.” We weten dat de textielindustrie een vervuilende sector is. Hoe erg is het? “Zet je schrap, het is altijd nog erger dan je denkt. Er is op dit moment al genoeg kleding voor de komende zes generaties en toch blijven nieuwe items de markt maar overstromen. Elk jaar meer. Per jaar worden er tussen de 80 en 150 miljard kledingstukken op de markt gebracht. Daarvan wordt tot 40 procent niet eens verkocht, maar gewoon de markt opgepompt zodat er zoveel mogelijk aangeschaft wordt. Slechts 1 procent van al het textielafval wordt weer kleding.” Kleding maken voor de massa, verhandelen en duurzaam zijn. Is dat überhaupt mogelijk?“Er is een aantal fundamentele principes die we opnieuw moeten omarmen: kwaliteit boven kwantiteit, levensduur boven trends, en het waarderen van kledingstukken door kennis over het product en de maker. De hoeveelheid kleding die we gemiddeld aanschaffen, is overbodig. Er is bewust een eindeloze cyclus gecreëerd van kopen en weggooien. Dit systeem is niet duurzaam en is niet houdbaar. Het is tijd dat we stilstaan bij de échte waarde van kleding.” Jij wil verandering afdwingen. Hoe pak je dat aan? “Als Tweede Kamerlid heb ik veel voorstellen gedaan die ervoor zorgen dat de kledingindustrie verantwoordelijk is voor de bergen afval die ze produceert. Vanaf 2025 moeten kledingproducenten ook zorg dragen voor het textiel dat door de consument wordt weggegooid. Ze moeten bijvoorbeeld zorgen voor inzamelingsbakken, sortering en recycling. Bij onze productenorganisatie Collectief Circulair Textiel kunnen producenten zich aansluiten om die wetmatige doelstellingen te behalen. Waar ik eerst de kaders neerlegde in de wet, werk ik nu samen met duurzame spelers in de markt.” Je post op sociale media over bedrijven met circulaire principes die aan het kortste eind trekken door oneerlijke prijsstelling en een overheid die scale-ups verzuipt in regelgeving. Kun je dat toelichten? “Op dit moment is het goedkoper om nieuwe materialen te importeren dan om secundaire grondstoffen te gebruiken. Het alternatief – werken met duurzame materialen en eerlijke lonen – lijkt duurder, en dat schrikt producenten af. In Nederland promoten we wel het start-up-klimaat, maar laten we bedrijven in de cruciale opschaalfase aan hun lot over. Het ministerie van Klimaat, dat nu zogenaamd inzet op ‘groene groei’, heeft geen visie op een toekomstbestendige economie. Het is bizar dat bedrijven die bijdragen aan een duurzame economie niet de steun krijgen die ze nodig hebben. Recyclebedrijven vallen om omdat ze niet rendabel kunnen draaien. Duurzame bedrijven komen niet op het energienet. Nederlandse duurzame bedrijven verliezen aanbestedingen, hebben geen bijzondere status waardoor bijvoorbeeld financiering en verzekering een grote uitdaging is.” En dus...?“Is het tijd voor een nationale grondstoffenstrategie die verder gaat dan behoud van raffinagecapaciteit. Een rode loper voor bedrijven die werken aan een circulaire economie. En een overheid die kiest voor échte groene groei: innovatief, eerlijk en duurzaam. Er is wet en regelgeving nodig om de productie van niet duurzame producten en overproductie aan banden te leggen. Nu gaan we als tweede land van Europa gelukkig wel voor in wet en regelgeving op het gebied van textiel en per 2026 volgt dat voor schoenen.” En hoe draagt CCT daaraan bij? “We brengen innovatieve en duurzame textielproducenten samen om een circulaire toekomst te creëren. We zien het speelveld veranderen en betrekken bijvoorbeeld ook basis- en hogescholen door voorlichting. We geloven in actie, in verandering en in impact. Samen met onze partners bouwen we aan een rechtvaardig systeem waarin de échte duurzame spelers worden beloond, niet belast. Wij staan voor de pioniers in duurzame textielproductie – en maken ons sterk in het maatschappelijk debat met ministeries en beleidsmakers. Geen oneerlijke concurrentie meer. Vervuilers dragen voortaan de lasten van hun keuzes, terwijl duurzame spelers de ruimte krijgen om op te schalen. We werken daarnaast aan een bruisende kruisbestuiving tussen visionairs, ondernemers, impactpartners en creatieve denkers. Samen maken we niet alleen textiel circulair, maar creëren we een beweging die de textielwereld verandert.” Met wie zou je willen samenwerken? “United Repair in Amsterdam, een plek waar kleding en items namens prachtige merken worden gerepareerd. Wat het outdoor kledingmerk Patagonia doet, is ook briljant. Dit bedrijf biedt een levenslange reparatieservice, waarbij de experts van United Repair beschadigde items nieuw leven inblazen. De waarde van het kledingstuk én het merk groeien. Het merk Bever past ook perfect in dit plaatje, met hun bedrijfsvoering en innovatieve projecten, zoals het actieve aanbod van tweedehands artikelen. Daarnaast zou het concept van statiegeld invoeren op kleding ook goed aansluiten bij duurzame spelers zoals het Amsterdamse New Optimist. Dat bedrijf heeft zich inmiddels aangesloten bij ons collectief, net als United Repair.” Als ouder weet ik hoe uitdagend het is om duurzame babykleding te vinden. En het is vaak kostbaar. Er zit net zoveel werk in een shirtje voor een baby als voor een volwassene, wat het produceren van duurzame babykleding extra complex maakt. Toch zien consumenten een klein item en verwachten een lagere prijs. Merken die tegen de stroom toch een duurzaam product met waarde creëren zoals Grey Label, Donsje en Mini Rodini, staan dan ook hoog op mijn wensenlijst. Ik ben ervan overtuigd dat door deze kinderen- en babykledingbedrijven met elkaar te verbinden, we samen kunnen zorgen dat deze duurzame niche de norm wordt.” Meer Changemakers: Changemaker Suzanne Debrichy (PostNL): ‘In de toekomst gaat de logistieke wereld er anders uitzien’Changemaker Kiki Lauwers (Thorizon): ‘We kunnen het ons niet veroorloven om kernenergie uit te sluiten’Changemaker Nicole Freid (HAK): ‘Waarom zijn peulvruchten nog niet waanzinnig populair?!’