Jeroen de Boer
05 februari 2026, 11:00

Peter Bakker (WBCSD): 'Vol blijven kiezen voor fossiel gaat de economische positie van de VS op lange termijn schaden'

Wie alleen naar de VS kijkt, krijgt de indruk dat de duurzame transitie flink onder druk staat. Ceo Peter Bakker van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) ziet heel andere dingen: ‘De wereld is veel groter. In Azië wordt duurzaamheid gezien als cruciaal voor je concurrentievermogen.’

Peter Bakker Voorzitter Peter Bakker van de Worldl Business Council for Sustainable Development. | Credits: WBCSD

‘Je hoort mensen vaak zeggen dat ze duurzaamheid belangrijk vinden, omdat ze de wereld beter willen achterlaten voor hun kinderen of kleinkinderen. Dat is allang niet meer de discussie. Nog tijdens mijn leven gaan dingen al in ons gezicht exploderen. Ik wil toch zo veel mogelijk hebben bijgedragen aan het tegenhouden van de meest negatieve effecten van klimaatverandering.’

Peter Bakker (64) bruist van de intrinsieke motivatie. Sinds 2012 is hij ceo van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD), en hij heeft getekend voor een nieuwe termijn tot 2030. Daarmee is de voormalige ceo van TNT (de voorloper van PostNL) een flink eind op weg om achttien jaar vol te maken bij het internationale netwerk van ceo’s dat zich inspant om een duurzame bedrijfsvoering bij grote multinationals te verankeren.

Wat hem zo aantrekt in deze functie? ‘Kapitalisme op een spandoek bekritiseren is makkelijk. Echte verandering teweegbrengen is minder eenvoudig. Dat is een lange reis. Ik merk dat ik in deze rol en met deze organisatie veel invloed kan uitoefenen om ceo’s te mobiliseren. Dat doe ik natuurlijk niet alleen, maar als je ergens langer zit bouw je een persoonlijke geloofwaardigheid op. Dat helpt om dingen onder de aandacht te brengen bij ceo’s.’

Duurzaamheid in Davos

Bakker is net terug van het World Economic Forum in Davos als Change Inc. hem spreekt over de actuele uitdagingen voor corporates bij verduurzaming. ‘In Davos heb je een lange winkelstraat, de Promenade. Elke groot merk heeft daar tijdens de conferentie een stand. Tot een jaar of vier geleden was dat allemaal beplakt met “Sustainability’” of “Climate Action”. Dat is nu helemaal verdwenen. Dit jaar was sowieso een beetje bijzonder, omdat de Amerikaanse president bepaalde eisen had over wat er wel en niet op het programma mocht komen.’

Het World Economic Forum in Davos (2026).

In de hotels rondom het congrescentrum waar het World Economic Forum plaatsvindt, worden ook allerlei lunches en vergaderingen georganiseerd. Daar merkte Bakker heel andere dingen. ‘Je zag dit jaar veel aandacht voor natuur, dat had ik niet eerder in die mate gezien. En de ceo’s die ik daar sprak zijn allemaal committed als het gaat over duurzaamheid. Alleen gebruiken partijen die handel drijven met de VS of daar gevestigd zijn, niet meer het woord “sustainability”, omdat… laten we zeggen, het daar momenteel niet zo aanslaat.’

Waar praten ze dan wel over?

‘Het gaat over de energietransitie en fysieke risico’s in toeleveringsketens. Je hebt ook veel verzekeraars en herverzekeraars die daar nu uitgebreid en open over spreken. Die zien dat de risico’s die ze in hun eigen modellen al langer waarnemen zo groot zijn geworden, dat ze daar openheid over moeten geven en aandacht voor vragen.

Daar komt bij dat er vlak voor de start van Davos vanuit de wetenschap een heel duidelijke boodschap kwam over de grens van 1,5 graden opwarming van de aarde. Waar eerder werd gedacht dat we die niet voor 2040 gingen overschrijden, is de consensus nu dat dat binnen drie tot vijf jaar gaat gebeuren.

Daarmee komen ook risico’s rond tipping points in beeld, zoals het smelten van de Groenlandse ijskap en het verdwijnen van koraalriffen. In combinatie met de fysieke risico’s die extreme weersgebeurtenissen meebrengen, is dat een boodschap die heel goed wordt begrepen door bedrijfsleiders.’

Wat doen multinationals daarmee?

‘De discussie concentreert zich veel meer op de korte termijn. Dus in plaats van te kijken naar wat het doel moet zijn voor 2050, wordt de vraag: welke acties kun je nu ondernemen om de komende vijf jaar op de goede koers te komen?

Dan kom je uit bij vragen als: kunnen ceo’s duidelijker maken dat de energietransitie positieve impact heeft op de weerbaarheid en het risicoprofiel van hun bedrijf? Heb je daar een businesscase voor? En kunnen ze kapitaalmarkten zover krijgen dat die investeringen op dit vlak belonen in plaats van afstraffen? Dat zijn belangrijke aandachtspunten voor de komende jaren.’

Hoe helpt WBCSD ceo’s om die vragen te beantwoorden?

‘Afgelopen jaar hebben we in september tijdens de New York Climate Week een handboek voor ceo’s gepresenteerd over fysieke risico’s en weerbaarheid in waardeketens. Dat is één van de meest gedownloade publicaties ooit van WBCSD.

De boodschap die we geven is dat dit niet alleen de ceo of de sustainability officer raakt. De hele organisatie moet gaan meedenken: van inkoop en operations tot finance. We hebben aangegeven welke vragen je moet stellen, zodat dit bij verschillende afdelingen op de agenda komt. Dat is heel goed opgepakt.

We zijn nu bezig met een tool om de vervolgvraag te beantwoorden: hoe maak ik er een businesscase van? Dan gaat het erom hoe je risico’s kwantificeert, want dan weet je of een investeringscasus hebt die je kunt uitvoeren en waarmee je aandeelhouders kunt overtuigen. We brengen die tool dit jaar naar buiten. Dat zal tot heel concrete aanbevelingen leiden.’

Het blijkt nog altijd lastig om één van meest voor het hand liggende acties in gang te zetten: het gebruik van fossiele brandstoffen serieus afbouwen. Nederland en Colombia willen daar in april een internationale conferentie voor organiseren. Wat is de positie van WBCSD in dit dossier?

‘De energietransitie en het terugdringen van CO2-emissies kunnen niet worden gerealiseerd zonder vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen. Het initiatief van Nederland en Colombia is belangrijk, omdat je daarmee een ‘coalition of the willing’ bij elkaar kunt brengen in de hoop dat die genoeg momentum krijgt. Helemaal nu de VS zich hebben teruggetrokken uit het Klimaatakkoord van Parijs moeten we op andere manieren gaan samenwerken.

Als de VS zich willen positioneren als het land dat vol blijft gaan voor fossiel, is dat hun keuze. Mijn stelling is dan heel simpel: die keuze gaat de economische positie van de VS op de lange termijn enorme schade toebrengen. Op een gegeven moment zal de wereld die producten niet meer willen kopen.

Vanuit WBCSD hebben we samen met anderen al veel langer geroepen dat fossiele brandstoffen moeten worden afgebouwd. De vraag is natuurlijk: hoe dan? We zetten nu veel zwaarder in op elektrificatie, want bijna alles kan geëlektrificeerd worden. Dat geldt voor het transport, maar ook voor de industrie, waar je voor allerlei processen elektrische ovens kunt gebruiken.

Op systeemniveau moet je enorm investeren in elektriciteitsnetwerken, batterijopslag en hernieuwbare energie. En AI biedt veel kansen voor efficiëntiewinst door vraag en aanbod slimmer op elkaar af te stemmen. Zo kun je enorme stappen zetten. Wij proberen bedrijven te helpen om scherp te krijgen hoe ze die kant op kunnen bewegen.’

Tot de leden van WBCSD behoren ook grote olie- en gasconcerns als Shell en BP. Hoe verloopt de interne discussie met bedrijven uit de fossiele sector?

‘De bedrijven op onze ledenlijst zijn supergroot en behoren tot de belangrijkste ter wereld. Ik zal nooit zeggen dat elk bedrijf op de ledenlijst helemaal in overeenstemming handelt met dat wat we als bestuur uitdragen. Onze houding is dat je bedrijven beter binnen dan buiten de tent kunt hebben, want dan kun je veel effectiever de dialoog opzoeken.

De olie- en gasbedrijven onder onze leden zijn volop betrokken bij het debat over elektrificatie en de conversatie over carbon capture, het afvangen en opslaan van CO2. Het is wel zo dat bedrijven in de fossiele sector een keuze moeten maken: gaan ze mee in de transitie en stemmen ze hun investeringen daarop af? Of blijven ze zo lang mogelijk bij het huidige businessmodel?

Je zult een splitsing gaan zien. Bedrijven die kiezen voor doorgaan op de huidige voet zullen zich uiteindelijk minder thuis voelen bij ons en mogelijk vertrekken. Anderen zullen concluderen dat de transitie onherroepelijk moet plaatsvinden. En dan kun je er maar beter op tijd bij zijn om te begrijpen wat de consequenties zijn voor jouw bedrijfsvoering.’

In de Visie 2050 pleit WBCSD voor een ander soort kapitalisme, gebaseerd op duurzame waardecreatie. Dat lijkt nogal haaks te staan op het transactionele kapitalisme van Donald Trump, met nadruk op het recht van de sterkste. Hoe schat je de kansen voor een duurzame transitie momenteel in?

‘Er is een sterke neiging om te focussen op alles wat er in de VS gebeurt, maar de wereld is echt veel groter. In Azië zie ik geen enkele terughoudendheid op het gebied van duurzaamheid. Dat wordt gezien als cruciaal voor je concurrentievermogen. China loopt vele jaren vooruit op de rest van de wereld en heeft zeer succesvolle bedrijfsmodellen ontwikkeld. Veel Chinese elektrische auto’s zijn op dit moment bijvoorbeeld gewoon beter dan Europese en Amerikaanse modellen.

In Amerika zie je een groot verschil tussen Noord en Zuid. Zuid-Amerika neemt de duurzaamheidsagenda uiterst serieus, omdat men weet dat de risico’s van klimaatverandering daar zwaar gevoeld gaan worden. In de VS is sustainability met veel kabaal aan de kant gezet, maar grappig genoeg was meer dan de helft van onze aanwas van nieuwe leden afgelopen jaar afkomstig uit de VS. Ze lopen er alleen niet erg mee te koop, om begrijpelijke redenen.

Europa hangt een beetje tussen de VS en Azië in. Er moet een duidelijke keuze worden gemaakt. Gaan we de Green Deal doorzetten of laten we het allemaal een beetje verwateren, tot er weinig meer van over is? Daar doorheen speelt natuurlijk ook de vraag bij welke grootmachten we ons een beetje comfortabel voelen en dat gaat allemaal vrij langzaam.

Ik heb de Davos-speech van de Canadese premier Mark Carney inmiddels vier keer bekeken, omdat ik vermoed dat dat over twintig jaar een historische toespraak zal blijken te zijn. Het punt dat hij maakt over het einde van de oude wereldorde en de noodzaak voor middelgrote mogendheden om een eigen radar te ontwikkelen, zal heel relevant worden.’

Lees ook:

Cosmeticasector introduceert eigen milieuscore: 'We moeten het samen doen'

Een leverancier presenteert een nieuwe bodylotion als 'duurzaam'. Maar wat betekent dat? Minder plastic? Natuurlijke ingrediënten? Lagere CO2-uitstoot? Voor retailers die hun assortiment willen verduurzamen, maar ook voor consumenten, is het lastig navigeren door de wirwar aan claims.De EcoBeautyScore wil daar verandering in brengen. Een label van A tot E moet inzichtelijk maken hoe een product scoort op milieu-impact. Vergelijkbaar met de Nutri-Score, maar dan voor verzorgingsproducten. Beiersdorf implementeert als een van de eersten de EcoBeautyScore voor NIVEA en Eucerin. Sectorbrede samenwerking Het systeem kijkt naar zestien verschillende milieudimensies: van klimaatimpact en waterverbruik tot landgebruik en luchtvervuiling, over de hele levenscyclus van een product. De methodologie is gebaseerd op de wetenschappelijke Product Environmental Footprint-aanpak van de Europese Commissie.Het bijzondere is dat dit geen initiatief van één bedrijf is. Meer dan zeventig partijen uit de beauty-industrie hebben er meer dan drie jaar aan gewerkt. Grote merken, kleinere spelers, brancheorganisaties. Ze ontwikkelden samen één geharmoniseerde standaard op het gebied van milieu-impact.‘Het is uniek dat een hele sector samenwerkt aan transparantie’, zegt Jean-Baptiste Massignon, directeur van de EcoBeautyScore Association. Dat concurrenten samen optrekken om meetbaarheid en transparantie te creëren, gebeurt inderdaad niet vaak. De vraag is wel of die samenwerking voortduurt als het gaat om het daadwerkelijk delen van alle scores, ook de minder fraaie. Eerste implementatie Beiersdorf behoort tot de eerste bedrijven die de score implementeren. Op de NIVEA-websites in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en het VK zijn scores al zichtbaar op productpagina’s. Bijvoorbeeld voor de dagcrème. Andere productcategorieën volgen nog, net als dat voor Eucerin de uitrol later dit jaar is.De resultaten zijn veelbelovend: 99 procent van de NIVEA gezichtsverzorgingsproducten scoort een A of B. Bij Eucerin is dat 100 procent. Die scores komen niet uit de lucht vallen. Beiersdorf werkt al jaren aan duurzamere formules en verpakkingen, wat concrete resultaten oplevert.De Nivea Soft bijvoorbeeld. Door aanpassingen in de formule daalde de CO2-uitstoot met 40 procent, wat wereldwijd 8.000 ton CO2 per jaar bespaart. Bij de deodorantlijn zorgde gerecycled aluminium voor 58 procent minder uitstoot: 30.000 ton CO2 op jaarbasis.‘De EcoBeautyScore maakt transparant waar we staan’, zegt Rogier Bart de Jonge, country manager bij Beiersdorf. ‘Niet alleen naar consumenten, maar ook naar retailers.’ Praktisch instrument voor retailers Voor retailers biedt de score houvast bij inkoop. Geen vage duurzaamheidsclaims meer, maar objectieve data om producten te vergelijken. Welk merk presteert daadwerkelijk beter? Welke producten verdienen schapruimte in een duurzaam assortiment?Carlijn von Devivere, Net Zero Ambassadeur van Beiersdorf: ‘Retailers willen hun assortiment verduurzamen, maar hebben objectieve criteria nodig. De EcoBeautyScore kan dat bieden.’Het zou ook communicatie naar klanten kunnen vergemakkelijken. Winkelpersoneel kan uitleggen waarom bepaalde producten anders scoren, met concrete argumenten in plaats van marketingtaal. Of dat in de praktijk gebeurt, hangt af van hoe actief retailers het systeem omarmen. Gebruiksvriendelijk systeem De tool zelf is toegankelijk. Bedrijven in de cosmetica voeren productdata in: ingrediënten, verpakking, productieproces. Het systeem berekent de milieu-impact en geeft een score van A tot E. Daarnaast krijgen bedrijven gedetailleerd inzicht in waar de grootste milieubelasting zit, zodat gericht verbeterd kan worden. Momenteel werkt het voor vier categorieën: shampoo, conditioner, douchegel en gezichtsverzorging. Uitbreiding naar make-up en parfum staat op de planning. De tool werd in maart 2025 gelanceerd en is beschikbaar voor de Europese cosmeticasector. Kanttekeningen Dat vooral voorlopers als eerste hun scores tonen, is logisch maar ook strategisch. Het creëert een gunstig beeld van de mogelijkheden. De échte test komt als ook bedrijven met mindere prestaties transparant moeten zijn.Zullen zij vrijwillig meedoen? En hoe wordt voorkomen dat bedrijven selectief scoren, alleen hun beste producten, terwijl de rest buiten beeld blijft? Die vragen zijn relevant voor de geloofwaardigheid van het systeem.Een andere uitdaging is het effect op consumentengedrag. De Nutri-Score bestaat al jaren, maar prijs en gewoonte blijken vaak doorslaggevender dan een label. Of de EcoBeautyScore wel impact heeft op aankoopbeslissingen, moet nog blijken.Daar ligt mogelijk een grotere rol voor retailers en wetgeving. Als retailers actief sturen op scores bij inkoop, of als Europese regelgeving het verplicht stelt, wordt adoptie breder. Vrijblijvendheid werkt zelden voor hele sectoren. Ketensamenwerking nodig Beiersdorf benadrukt samenwerking in de keten. Met AS Watson werkt het bedrijf aan duurzamer transport: biobrandstof, optimaal gevulde vrachtwagens. Die aanpak helpt, maar is niet uniek voor dit label. Het zijn maatregelen die sowieso genomen moeten worden.‘We moeten het samen doen’, zegt Rogier Bart de Jonge (country manager Beiersdorf Benelux). ‘We hebben allemaal hetzelfde doel.’ Dat klinkt overtuigend, maar de praktijk is weerbarstiger. Concurrentie blijft bestaan, ook op duurzaamheid. Of bedrijven daadwerkelijk kennis en data blijven delen als het om marktaandeel gaat, zal blijken. Werkgeverschap Voor medewerkers en potentiële collega’s van Beiersdorf biedt de score inzicht in waar hun werkgever staat. Vooral jongere generaties willen werken voor organisaties die hun verantwoordelijkheid nemen. Meetbare scores zijn daar duidelijker in dan algemene duurzaamheidsambities.Dr. Gitta Neufang, verantwoordelijk voor R&D bij Beiersdorf: ‘Dit gezamenlijke initiatief toont dat we als industrie serieus werk maken van duurzaamheid. Voor onze mensen is dat relevant.’ Wat staat er op het spel? De EcoBeautyScore heeft potentie als het breed wordt omarmd en streng wordt gehandhaafd. Het dwingt tot transparantie en maakt vergelijking mogelijk. Dat zijn waardevolle eigenschappen in een sector waar greenwashing niet onbekend is.Voor retailers betekent het een concreet criterium voor assortimentskeuzes. Voor consumenten zou het keuzevrijheid kunnen vergroten, mits de scores begrijpelijk worden uitgelegd. Voor werkgevers biedt het een meetbaar verhaal over verantwoordelijkheid.Maar het is geen wondermiddel. Labels veranderen gedrag alleen als er voldoende druk is om ernaar te handelen. Dat vraagt commitment van retailers, aandacht van consumenten en mogelijk dwang via wetgeving.Beiersdorf loopt voorop met scores die uitstekend zijn. Dat verdient erkenning. De vraag is of de rest van de sector volgt, ook als de scores minder flatterend zijn. Pas dan wordt duidelijk of de EcoBeautyScore een instrument voor échte verandering is. De basis is er. Een hele sector werkt samen aan een meetbare standaard. Dat is een stap vooruit. Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Beiersdorf. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.