Jeroen de Boer
03 maart 2026, 15:56

Minder afhankelijk van grillige prijzen fossiele energie? Waarom de EU juist nu moet doorpakken met de energietransitie

De oorlog in het Midden-Oosten heeft binnen twee dagen gezorgd voor een sterke stijging van gas- en olieprijzen. Hoe pijnlijk ook, een scherpere aansporing om versneld in te zetten op hernieuwbare energie van eigen bodem kan Europa niet krijgen, betoogt redacteur Jeroen de Boer.

EU energietransitie duurzaam prijzen olie gas crisis midden-oosten | Credits: Getty Images

De militaire escalatie in het Midden-Oosten die de Amerikaanse president Donald Trump heeft ontketend, zorgt voor forse stijgingen van olie- en gasprijzen. Op de Europese groothandelsmarkt is sprake van een verdubbeling van de gasprijs naar zo’n 60 euro per megawattuur in twee dagen. Olieprijzen zijn met zo’n 20 procent gestegen. Als prijzen voor langere tijd hoog blijven, gaat dat doorwerken in de inflatie. Tegelijk versterkt dit mogelijk het strategische besef in de Europese Unie om vaart te maken met de duurzame energietransitie. En dus ook: geen gehoor geven aan lobbygroepen die aansturen op afzwakking van het tempo van CO2-reductie.

Inzetten op een energiesysteem dat zo veel mogelijk op CO2-arme bronnen draait, is niet alleen noodzakelijk voor het halen van klimaatdoelen, maar maakt Europa ook minder kwetsbaar voor de grillen van de fossiele energiemarkt. Europa beschikt immers over beperkte reserves van olie en gas en leunt zwaar van de import van fossiele brandstoffen.

Dure fossiele energie kost Europa honderden miljarden

Energiedenktank Ember becijferde onlangs dat de Europese Unie een forse meerprijs heeft betaald voor fossiele brandstoffen na de Russische inval in Oekraïne. Tussen 2021 en 2024 kostten importen van fossiele energie de EU liefst 930 miljard euro extra, vergeleken met de prijsniveaus van vóór 2021.

Credit: Ember

Met prijzen van 60 euro per megawattuur voor aardgas zitten we nog niet op de crisisniveaus van 2022 en 2023. Destijds kwamen Europese gasprijzen gemiddeld genomen fors boven de 100 euro per megawattuur uit, met een piek van meer dan 300 euro per megawattuur in de tweede helft van 2022.

Toch bevindt Europa zich allerminst in een comfortabele positie, nu de afhankelijkheid van Russisch gas is ingeruild voor verhoogde importen van vloeibaar aardgas uit de Verenigde Staten.

Hoge kapitaalinvesteringen voor goedkope, hernieuwbare energie

Stijgende prijzen van aardgas en olie maken hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind in principe aantrekkelijker. Bij het versneld inzetten op CO2-arme bronnen speelt echter mee dat je in eerste instantie forse kapitaalinvesteringen moet doen om het systeem om te katten.

Hierbij gaat het niet alleen om de kosten voor de bouw van nieuwe wind- en zonneparken. Ook de uitbreiding van elektriciteitsnetten en de toevoeging van grootschalige batterij-opslag is hard nodig om het variabele aanbod van hernieuwbare bronnen in goede banen te leiden.

Het vervelende hierbij is dat investeringen in infrastructuur voor duurzame energie duurder worden, als fossiele energieprijzen stijgen. Vooral hogere olieprijzen hebben doorgaans een breder inflatoir effect, wat kapitaalinvesteringen voor de duurzame energietransitie raakt: denk aan hogere materiaal- en arbeidskosten, maar ook aan stijgende rentes die leningen duurder maken.

Een fossiele energiecrisis werkt zodoende als een tweesnijdend zwaard: dure fossiele energie geeft een aansporing om over te stappen op goedkopere energie uit zon en wind. Tegelijk stijgen de kosten van investeringen die nodig zijn om een duurzamer energiesysteem soepel te laten functioneren.

Tweestrijd EU: duurzame focus en fossiele lobby

In de Europese Unie is er momenteel duidelijk een tweestrijd gaande. Aan de ene kant worden serieuze programma’s opgetuigd om fors te investeren in nieuwe energie-infrastructuur, waaronder elektriciteitsnetten. Ook willen Noordzeelanden extra stappen zetten om de capaciteit van offshore windparken te vergroten tot in eerste instantie 100 gigawatt, en daarna 300 gigawatt in 2050. En voor zonne-energie mikt de EU op een groei van de totale capaciteit van 406 gigawatt in 2025, naar minimaal 700 gigawatt in 2030.

Tegenover deze inspanningen staat een krachtige lobby van een deel van de Europese zware industrie. Die klaagt dat de beprijzing van de CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen het steeds lastiger maakt om rendabel te blijven en te concurreren met China.

Onder meer Italië en Tsjechië roepen op om het Europese emissiehandelssysteem (ETS) af te zwakken. Bijvoorbeeld door bedrijven meer gratis emissierechten te geven, zodat Europese CO2-prijzen dalen. Met als voorspelbaar gevolg dat de omschakeling van basisindustrieën naar CO2-arme productieprocessen vertraagt.

Nu is verduurzaming van onder meer de basischemie, staalsector en cementproductie allesbehalve simpel. Als de EU echter gaat morrelen aan de afbouw van emissierechten voor CO2, komen juist bedrijven die daar hun langetermijninvesteringen op hebben afgestemd, in de problemen.

Verduurzaming: industrie heeft gerichte steun nodig

Om de industrie te helpen zijn grofweg twee dingen nodig. Het eerste is uitbreiding van de Europese CO2-heffing aan de grens (CBAM), zodat Europese bedrijven die verduurzamen geen nadeel hebben van goedkope importen met een hoge CO2-voetafdruk.

Op de tweede plaats moet vaart gemaakt worden met verplichtingen voor afnemers om bepaalde hoeveelheden groen staal of bioplastics in te kopen. Ook de overheid zelf kan hier een rol spelen als ‘groene inkoper’.

Juist door de sterke afhankelijkheid van geïmporteerd aardgas voelt de Europese basisindustrie de pijn, als prijzen plotseling hard stijgen door een externe crisis. Dat zou een prikkel moeten zijn om in Brussel te pleiten voor gerichte steun om sneller te verduurzamen, en niet voor afzwakking van het tempo van CO2-reductie.

Lees ook:

De blinde vlek van de tech-industrie: 'klimaatneutraal' is niet hetzelfde als 'onschadelijk'

We vieren het massaal als we een stapje dichter bij een klimaatneutrale toeleveringsketen zijn. Maar terwijl we racen om die belangrijke 'net zero'-doelen te halen, draagt de productie van onze zogenaamd 'groene' technologieën op wereldschaal bij aan de vernietiging van ecosystemen. Grotendeels buiten het zicht en ongemeten. De gevaarlijke tunnelvisie op CO2 We zijn als techsector zo gefocust op het optimaliseren van koolstof dat we de ecosystemen negeren die de planeet daadwerkelijk in leven houden. We moeten beseffen dat zelfs als producten het label 'groen' krijgen, ze enorm destructief kunnen zijn voor de natuur als we niet verder durven kijken dan alleen onze uitstoot.Begrijp me niet verkeerd: het verminderen van CO2-uitstoot en het hergebruiken van materialen is cruciaal. Grote spelers in onze industrie streven ernaar om in 2030 uitsluitend nog gerecyclede materialen te gebruiken in hun productie. Dat is een nobel streven, maar het vertelt simpelweg niet het hele verhaal.Uit Fairphones allereerste Nature Report blijkt namelijk dat zo'n 75 procent van de totale milieu-impact van een smartphone al plaatsvindt tijdens de mijnbouw- en productiefases, vóórdat het toestel de consument überhaupt bereikt. De mythe van 'onschadelijke' productie Zelfs met een hoog gehalte aan gerecyclede materialen legt het fabricageproces zélf een gigantische druk op de natuur. Denk aan het produceren van nieuwe chips voor in onze telefoons. Het dagelijkse waterverbruik van één grote productiefaciliteit voor microchips kan vergelijkbaar zijn met de behoeften van een kleine tot middelgrote stad. De fabricage vervuilt het water en de bodem, die meer dan de helft van de wereldeconomie ondersteunen.'Lage CO2-uitstoot' betekent niet per definitie 'onschadelijk'. De harde realiteit is dat de populatie van wilde dieren in de afgelopen vijftig jaar met bijna 70 procent is afgenomen. Toch is veel van de publiek beschikbare biodiversiteitsdata die onze industrie gebruikt tien tot twintig jaar oud. Dat maakt de data volstrekt ongeschikt om beslissingen op te baseren in onze snelle, wereldwijde toeleveringsketens. We sturen op kaarten uit het stenen tijdperk. Eerlijkheid boven perfectie We kunnen de problemen niet oplossen als we ze niet nauwkeurig in kaart brengen. Daarom zijn we bij Fairphone veel dieper in onze keten gedoken en hebben we een methodologie ontwikkeld voor 24 'prioriteitsmineralen'. Dat heeft geleid tot het identificeren van 11 mijnbouwhotspots wereldwijd waar de biodiversiteit zwaar onder druk staat door de winning van materialen die essentieel zijn voor moderne elektronica.Denk hierbij aan gebieden zoals Maluku, Sulawesi en de Bangka-Belitungeilanden in Indonesië, die onder druk staan door de winning van kobalt, nikkel en tin. Of aan de Bauxietgordel in Guinee, waar veel aluminium wordt gewonnen. En de natuur in Minas Gerais (Brazilië) staat onder druk door de winning van goud en ijzer.Uiteindelijk gaat deze transitie niet over perfectie, het gaat over pure eerlijkheid. Als we niet precies begrijpen wáár in onze toeleveringsketen de schade ontstaat, kunnen we ook niet beginnen met het herstellen ervan. We moeten als industrie afstappen van strategieën die zich uitsluitend op het klimaat richten, en biodiversiteitsverlies gaan behandelen als een fundamenteel bedrijfsrisico in plaats van een secundair probleem. Raymond van Eck is ceo van Fairphone.Lees ook:Geen coöps, maar zoöps: zo nemen bedrijven de natuur mee in hun besluitvorming Nu koffie en cacao schaarser worden moeten topmanagers als systeemleiders werken, zegt ceo Rainforest Alliance Changemaker Jessica den Outer (Rechten van de Natuur): ‘Een 200 jaar oude boom heeft net zoveel bestaansrecht als wij'