Nancy Kabalt 14 november 2024, 10:30

‘Vrouw, wat zit je nou te zeuren met zo’n prima salaris?’

Het is vandaag Equal Pay Day, de dag dat vrouwen tot het einde van het jaar ‘gratis’ werken, vergeleken met hun mannelijke collega’s. Dat vrouwen nog altijd minder verdienen dan mannen, maakt columnist Nancy Kabalt boos. “Equal Pay Day zou geen jaarlijkse reminder moeten zijn, maar iets wat we met razende vaart de wereld uit moeten helpen.”

Nancy Kabalt columnist Change Inc Durf afscheid te nemen van een ongelijkwaardig bedrijf, adviseert columnist Nancy Kabalt.

Het is weer half november en dus is het: Equal Pay Day. De dag, dit jaar 14 november, markeert dat vrouwen tot het einde van het jaar ‘gratis’ werken, vergeleken met hun mannelijke collega’s. Een gelijkwaardig salaris is daarmee nog steeds een illusie voor veel vrouwen, ondanks alle ophef, debatten en bewustwordingscampagnes. Het voelt wrang. Het is 2024, hallo! Hoeveel generaties moeten dit nog meemaken?

De genadeloze cijfers

Sophie van Gool schreef er een vlijmscherp boek over: Waarom vrouwen minder verdienen en wat we eraan kunnen doen. Ze legt pijnlijk helder uit dat vrouwen nog altijd structureel minder betaald krijgen voor hetzelfde werk. Dat is niet alleen een kwestie van bedrijfscultuur, maar van diepgewortelde scheve verhoudingen in onze maatschappij.

Van Gool illustreert hoe zelfs (of misschien wel juist) in een land als Nederland vrouwen gemiddeld 14 procent minder verdienen dan mannen voor vergelijkbare banen. En ja, daarbij is rekening gehouden met de parttime-factoren. Reken dat maar eens uit voor je hele werkende bestaan: het is alsof er elk jaar een dikke anderhalve maand salaris wordt weggegooid. Bovendien, het zijn niet alleen de euro’s, het gaat ook om de impliciete boodschap: “Je bent minder waard.”

Mijn eigen ervaring in de rat race van de loonkloof

Voor iedereen die denkt dat het probleem vooral leeft in andere bedrijven of sectoren: denk maar opnieuw. Ik zeg het uit ervaring. Ik werkte bij een bedrijf dat diversiteit heel hoog in het vaandel had. ‘Hier is geen loonkloof’, dacht ik. Na keihard werken en dezelfde prestaties leveren als mijn mannelijke collega’s (of zelfs betere), ontdekte ik het wrange feit dat zij simpelweg meer betaald kregen. Transparantie werd mijn wapen. Ik wist nu hoe het zat en daar kon ik wat mee. Althans, dat dacht ik… want HR reageerde met: “Wat zit je ineens te zeuren, je krijgt toch een prima salaris?” Nou, nee dus. Niet gelijkwaardig. Dus niet prima.

De strijd voor gelijkwaardigheid die daarop volgt, is zwaar, kan ik je vertellen. Er zijn bewijsstukken nodig en je moet ook jezelf keer op keer bewijzen. Al had ik dat allang gedaan. Het gesprek aangaan, eisen stellen en niet wijken. Geloof me, dat is geen prettig proces. Het voelt alsof je constant moet uitleggen waarom je salaris overeen moet komen met wat anderen verdienen. Alsof je letterlijk je waarde moet bewijzen terwijl die allang glashelder op tafel ligt. En ze zetten me neer als een soort rupsje-nooit genoeg.

Durf afscheid te nemen van een ongelijkwaardig bedrijf

Soms moet je de moed hebben om te zeggen: tot hier en niet verder. En om te vertrekken bij een organisatie die jou niet op waarde schat. Niet makkelijk, want je hebt vast en zeker hard gewerkt omdat je van je baan hield. Maar een bedrijf dat jou structureel minder betaalt en niet bereid is dat te corrigeren, is jouw talent niet waard.

Beide situaties heb ik meegemaakt. Zowel een fraaie aanpassing van mijn salaris, als afscheid nemen van mijn rol. Het is een harde realiteit, maar er zijn bedrijven die gelijkwaardigheid niet kunnen of willen begrijpen. Die wel mooie praatjes houden over gelijke kansen en diversiteit, maar intussen stiekem aan salarisdiscriminatie doen. Ik kan je verzekeren: in die gevallen is afscheid nemen geen verlies voor jou, maar voor hen. Een gemiste kans om een waardevolle kracht binnen te houden die weet wat hard werken én rechtvaardigheid werkelijk betekent.

Waarom blijven we dit accepteren?

Het blijft bizar dat we anno 2024 nog steeds Equal Pay Day nodig hebben. Vrouwen moeten nog altijd extra scherp zijn op hun salaris en als er een kloof is, is het gesprek daarover in de regel nog altijd ongemakkelijk. Ik vraag mij af: waarom moet dit gevecht er zijn? Waarom moeten wij constant onderhandelen en onszelf bewijzen om hetzelfde te krijgen als onze mannelijke collega’s? Waarom geen volmondig excuus en directe correctie?

Equal Pay Day zou geen jaarlijkse reminder moeten zijn, maar iets wat we met razende vaart de wereld uit moeten helpen. Voor alle vrouwen die nu vastlopen of zichzelf onderschatten: durf je stem te laten horen, trek je grenzen en onthoud dat een bedrijf dat niet bereid is om jou gelijkwaardig te betalen, jouw tijd en talent niet waard is. En mannen, help met de transparantie, geef openheid over jouw salaris als je vrouwelijke collega daarom vraagt. Sta achter je collega als ze (her)onderhandelt. Dat is goud! Nog beter: neem zelf het initiatief, vraag vrouwen om je heen wat zij verdienen en als dat minder is, stel het aan de kaak.

Laat 2024 dan het laatste jaar zijn waarin vrouwen de laatste anderhalve maand gratis werken, terwijl mannen tot 31 december krijgen doorbetaald.

Nancy Kabalt heeft ruim twintig jaar ervaring in de energiesector en was onder andere algemeen directeur van netbeheerder Stedin. Inmiddels is ze als toezichthouder betrokken bij diverse energiebedrijven, zoals FastNed en Sympower. Ze is ook oprichter van consultancy- en interimbedrijf Windkracht5.

Meer columns van Nancy Kabalt:

Bénédicte Ficq: ‘Ik trek het niet om te doen alsof het niet allang vijf over twaalf is’

Change Inc. sprak met Bénedicte Ficq voor de rechterlijke uitspraak Shell vs. Milieudefensie van 12 november 2024. Kunnen de directeuren van Tata Steel en Chemours strafrechtelijk vervolgd worden voor de vervuiling aan de omgeving die de industriereuzen veroorzaakt hebben? Dat is de vraag die het OM op dit moment onderzoekt. Het is moeilijk in te schatten hoelang dit onderzoek nog precies gaat duren, zegt Ficq. Het wordt in ieder geval niet makkelijker gemaakt doordat er steeds nieuwe informatie naar buiten komt. Zoals het onderzoek van het RIVM waaruit blijkt dat Tata Steel net zo vervuilend is als de voormalige Italiaanse staalfabriek Ilva. Leidinggevenden van dat bedrijf werden uiteindelijk door een lokale rechtbank veroordeeld tot ruim 20 jaar cel. Dat CEO Hans van den Berg van Tata Steel in de periode dat de kritiek aanzwol veel in de media was om op een aimabele manier uit te leggen hoe de situatie hem aan het hart ging, verbaast Ficq niks. “De door Tata verzochte subsidies voor de vergroening van het bedrijf komen uiteindelijk uit onze portemonnee. Dan heeft Tata uiteraard wel de sympathie van Nederland nodig. Dat is natuurlijk best wel wrang voor een bedrijf dat al zolang de omgeving vergiftigt.” Eerder deze maand maakte het PBL bekend dat de zware industrie tekortschiet in het halen van de duurzaamheidsdoelstellingen. Dit moet voor jou geen verrassing zijn geweest. “Nee, totaal niet. Wat ik dan gelijk denk: de vraag naar staal neemt wereldwijd iets af. Tegelijkertijd gaan de ontwikkelingen voor staalfabrieken op waterstof, zoals het Zweedse SAAB, sneller dan gedacht. Dan ligt het voor de hand om te onderzoeken of onze behoefte in staal niet daar opgevangen kan worden door schone fabrieken. Dan hoeft de belastingbetaler hier ook niet op te draven voor de kosten van het achterstallige onderhoud van Tata Steel. En de omwonenden uit de IJmond blijft die perversiteit dan al helemaal bespaard.” Het argument tegen sluiting van Tata Steel is dat gezegd wordt dat het staal anders op een nog vervuilendere manier in het buitenland gemaakt wordt. “Dat is een soort mantra geworden. Ik ben ervan overtuigd dat dat niet zo is. De staalindustrie is allang niet meer vanzelfsprekend winstgevend. En als er een schone – tussen aanhalingstekens – staalfabriek in Zweden wordt ontwikkeld, dan kan de productie daarnaartoe verschuiven. Ook het verlies aan werkgelegenheid kan gewoon opgevangen worden, alleen al door het saneren van de enorme fabriek hier. En het vertrek van Tata zal juist weer ruimte bieden voor nieuwe huizen, zodat de plek een bijdrage levert aan de woningnood. Voor elk argument vóór Tata Steel, is een heel realistisch tegenargument aan te leveren.” Ik volg je al een tijdje op LinkedIn en het viel me pas laatst op dat ik niet de enige ben. Je hebt zo’n 26.000 volgers en geeft regelmatig commentaar op nieuws rond klimaatverandering en vervuiling door grote bedrijven. Hoe is dat zo gekomen? “Ik was nooit zo met social media bezig. Al helemaal niet op X van die vreselijke Musk. Dus ik dacht, laat ik eens op LinkedIn kijken. Daar wordt minder geschreeuwd en gehaat. Tot mijn stomme verbazing werd ik steeds vaker gevolgd.” Waarom verbaasde je dat? “Omdat ik er eigenlijk niets extra’s voor gedaan heb. Het is vrij vanzelf zo gegaan. Ik wil een bijdrage leveren aan bewustwording rond klimaatverandering en wat vervuiling doet met onze planeet. Ik vind dat iedereen een plicht heeft om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen. Ik doe dat door privé en zakelijk bepaalde keuzes te maken. Dat kan ik doen door me uit te spreken over bepaalde onderwerpen. En het is ook nog eens een instrumentarium dat onderdeel is van mijn vak.” Het valt me op dat veel van je berichten een nogal negatieve teneur hebben: klimaatdoelen die we niet halen, weersextremen die steeds erger worden, bedrijven die blijven vervuilen. Word je er nooit helemaal moedeloos van? “Ja, het is ook ontzettend deprimerend allemaal. Ik kan moeilijk meegaan in de hype dat je niet meer durft te benoemen dat het slecht gaat. Dat is ook voer voor mensen die denken dat het wel meevalt. Terwijl, het valt juist helemaal niet mee. Het valt ontzettend tegen. Ik ben me er bewust van dat schrijven over de realiteit misschien wel contraproductief is. Dat men daardoor de ogen sluit. Maar ik trek het gewoon niet om erover te liegen. Ik trek het niet om te doen alsof het niet allang vijf over twaalf is. Vooral als de wetenschap daar volstrekt duidelijk over is en je klimaatverandering om je heen ziet gebeuren. Ik wil niet meedoen aan de roep om zaken positiever voor te stellen dan ze zijn.” Het gevaar bestaat dat mensen ‘apocalyps-moe’ worden. Het klimaatprobleem is zo groot dat ze zelf toch niks meer kunnen doen. Dus waarom zouden ze dan wat doen? “Als je kinderen hebt en je een klein beetje verantwoordelijk voelt voor de kinderen van anderen, dan kun je toch niet zo kinderachtig je ogen sluiten. Om maar weer de oogkleppen op te zetten en te denken: het gaat toch allemaal kapot, jammer maar helaas. Ik vind het ook niet het juiste signaal, in ieder geval naar de politiek. Want die kunnen behoorlijk pittige maatregelen nemen als ze dat willen. Kijk maar naar corona. Je kunt toch niet meegaan met die bizarre ontkenning van de realiteit.” Hoe is dat in je eigen omgeving? “Ik hoor het ook aan de lunchtafel. Jongeren die over een maand op vakantie gaan en dan zeggen dat ze vliegen. Ze hebben het gevoel dat ze daar recht op hebben. Dat is toch een beetje de gedachte die veel mensen hebben. Het is des mens om te denken dat het wel mee zal vallen. Om de consequenties niet te aanvaarden en te denken: na mij de zondvloed. Tijdens een demonstratie op de A12 in Den Haag sprak ik een bioloog. Die zei: als organismen eenmaal hun habitat hebben uitgebreid, dan geven ze die niet meer af. Het is toch wel erg stupide dat we als mens deels besluiten kunnen nemen, maar dat we gelijktijdig zo onverantwoord zijn om dingen maar gewoon op z’n beloop te laten.” Is dat onvermogen van de mens een extra reden om juist grote bedrijven aan te pakken, omdat we het als individu niet voor elkaar krijgen? “Het individu heeft een sturende overheid nodig en natuurlijk een rechtssysteem waar grote bedrijven naar moeten luisteren. Wij kunnen als mens inderdaad moeilijk veranderen zonder de verplichting om dat te doen. In het recht vind ik in ieder geval een manier om de grote multinationals bij de les te trekken.” Straks moeten bedrijven via de CSRD verplicht rapporteren over hun duurzaamheidsinspanningen. Denk je dat het makkelijker wordt om bedrijven voor de rechter te slepen als ze niet kunnen voldoen aan de eisen van deze transparantieverplichting? “Ik denk het wel. Maar het valt of staat natuurlijk wel bij het eerlijk rapporteren door bedrijven. Er schuilt een gevaar in de CSRD dat de papieren werkelijkheid positiever wordt weergegeven dan de realiteit is. Als ik dan kijk naar Tata Steel: die leveren nog altijd hun eigen data aan. De provincie kijkt vervolgens of die aangeleverde data binnen de marges van de vergunning vallen. Maar de tijd dat bedrijven het vertrouwen krijgen hun eigen data aan te leveren, is wat mij betreft allang voorbij. Die controles moeten gewoon onverwacht en onafhankelijk plaatsvinden door de decentrale overheid. Die moet reëel geïnformeerd zijn over wat daar dag en nacht de lucht en het water in gaat.” Wat verwacht je in dit licht wat de toekomst van klimaatzaken gaat zijn? “Ik denk dat rechters een steeds grotere taak krijgen. De centrale overheid laat het natuurlijk compleet afweten. Europa wil ook dat klimaatdoelen bereikt worden, zoals de lidstaten hebben afgesproken. Dus de rechter zal het toetsingskader langslopen als de lidstaten het laten afweten. En op een gegeven moment zal de wal het schip keren. Klimaatverandering is natuurlijk een mondiaal probleem. Als straks wordt vastgesteld dat het allemaal gierend uit de klauwen loopt, zullen overheden – en vooral de mensen die van veel geld houden – zich realiseren dat het menens is en dat het een klimaatchaos wordt die niet alleen onwaarschijnlijk veel geld gaat kosten, maar vooral de mens enorm zal schaden. En als alles in elkaar klettert, dan hebben we plotseling weer een gemeenschappelijk doel. En dan hoop ik dat het niet te laat is. (Vriendelijk lachend:) Leuk positief interview hè?” Lees ook: Shell wint tijd met zege op Milieudefensie, maar zal hoe dan ook moeten vergroenenHogere importtarieven voor Chinese EV’s slecht voor transitie: ‘Ze gaan vertragend werken’Greenwashing Shell verzakt van doortrapt en frustrerend naar ronduit gênantAanmelden Nationaal Sustainability Congres Bénédicte Ficq is een van de sprekers op het Nationaal Sustainability Congres dat plaatsvindt op 21 november in Den Bosch. Het congres kent een rijke historie met vele hoogtepunten. Als toekomstmakers bij verschillende organisatie willen we elkaar eraan herinneren waar we het allemaal voor doen. Een nieuwe periode van innovatie komt eraan, waarbij harmonie een belangrijke rol speelt. Alleen zo kunnen we vanuit het bedrijfsperspectief positieve invloed hebben op het bestaansrecht. Kunnen we later trots op onszelf zijn als we terugkijken naar de impact die we hebben gemaakt? Keynote lezingen worden verzorgd door Peter Bakker (WBSCD), Bénédicte Ficq (Ficq & Partners), Edwin van Houten (ACM), Louise Vet (NIOO-KNAW). Ben jij de manager, beleidsmaker of professional die het verschil wil maken? Registreren kan nog via deze link.