Sebastian Maks
26 november 2024, 14:15

Wat werd er (niet) afgesproken tijdens de klimaattop in Azerbeidzjan?

Vanwege de bijnaam ‘finance-COP’ waren de verwachtingen van COP29 in Bakoe hooggespannen. Er móest een nieuw financieringsdoel op tafel komen, ambitieuzer dan het vorige. Welke akkoorden werden uiteindelijk gesloten? En misschien wel belangrijker: welke niet?

Getty Images 2186499580 COP29-president Mukhtar Babayev tijdens het slot van de klimaattop in Bakoe, Azerbeidzjan. | Credits: Getty Images

Chaotisch, zo kun je de klimaattop in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe het beste omschrijven. De 29e
klimaattop van de Verenigde Naties vond plaats gedurende de afgelopen twee weken en bereikte tegen het einde van het weekend zijn summum. Rond het hoofdthema van de top – het mobiliseren van meer geld voor klimaatactie in ontwikkelingslanden – liepen de gemoederen zeer hoog op.

Ontwikkelingslanden vonden namelijk dat rijke lidstaten te weinig ambitie en bereidwilligheid toonden. Ze meenden dat ze jaarlijks minimaal 1.300 miljard dollar aan klimaatsteun nodig hebben, terwijl rijke landen niet veel verder wilden gaan dan het huidige doel (100 miljard dollar). Het zorgde voor dusdanig veel ergernis dat de vertegenwoordigers van ontwikkelingslanden op een bepaald moment de onderhandelingstafels verlieten. Zo dreigde er na weken vol felle discussies geen akkoord bereikt te worden. Iets waarover klimaatwetenschapper Pieter Pauw van de TU Eindhoven voorafgaand aan de COP duidelijk was: dat kan gewoon niet. “Er móet iets uitkomen”, zei hij. “Niemand kan het zich permitteren dat er niets uitkomt. Al helemaal ontwikkelingslanden niet.”

Marginale verbetering

Uiteindelijk werd er in de Ja blessuretijd toch een akkoord gesloten. Rijke landen beloofden vanaf 2035 jaarlijks minimaal 300 miljard dollar aan klimaatsteun naar ontwikkelingslanden te sturen. Sec gezien is dat een verdrievoudiging van het vorige doel, maar critici wijzen erop dat het bedrag slechts een marginale verbetering is wanneer je corrigeert voor inflatie. 300 miljard dollar is in 2035 dan eigenlijk nog maar zo’n 200 miljard dollar waard. Niets vergeleken met de jaarlijkse 1.300 miljard die ontwikkelingslanden vroegen en die door academici vooraf werd aangeraden. De eindtekst van COP29 bevat wel een oproep aan alle landen om het totaalbedrag in 2035 op te krikken naar die 1.300 miljard. Maar omdat de oproep vrijblijvend is, bestempelen velen de ‘finance-COP’ in Bakoe als mislukt.

Koolstofmarkten

Lidstaten bereikten overeenstemming over het oprichten van een internationale koolstofmarkt. Dit is een mechanisme waarbij landen CO2-reductie als kredieten met elkaar kunnen uitwisselen. Landen die weinig CO2 uitstoten of meer reductie hebben bewerkstelligd dan ‘nodig’, kunnen deze inspanningen als krediet verkopen aan landen met een te hoge uitstoot. Het idee erachter is dat CO2-reductie financieel wordt beloond en dus aantrekkelijk gemaakt wordt voor lidstaten. Ook zou het landen moeten aansporen om samen te werken in het gevecht tegen klimaatverandering.

Koolstofmarkten zijn een onderdeel van het Parijsakkoord en zijn al bijna tien jaar het onderwerp van veel discussie. Eerdere pogingen om tot een akkoord over een internationale markt te komen, liepen telkens uit op een fiasco. Nu zijn VN-lidstaten het eens geworden. De reacties op het akkoord zijn wisselend. Sommigen vinden het een significante stap voorwaarts in het terugdringen van de CO2-uitstoot, zoals
Axel Michaelowa van de Universiteit van Zurich. “Ze zijn een krachtig instrument om de verspreiding van koolstofarme technologie over de hele wereld te versnellen. De internationale koolstofmarkt is nu klaar om in 2025 van start te gaan. Het kan de mitigatie versnellen en zo helpen de emissiekloof te dichten.” Anderen zijn juist bang dat koolstofkredieten ‘lege hulzen’ zijn. “Er bestaat veel twijfel over kredieten en of ze wel doen wat ze beloven”, zegt
expert Isa Mulder van Carbon Market Watch. In het verleden is namelijk gebleken dat sommige koolstofkredieten minder CO2-reductie veroorzaakten dan de bedoeling was.

Loss and damage?

Verder bleven grote doorbraken op COP29 uit. Bijvoorbeeld op het gebied van het loss and damages-fonds, een pot met geld bedoeld voor arme landen om klimaatschade te repareren. Het fonds werd tijdens de vorige COP in het leven geroepen, en experts hoopten dat de top in Bakoe zou leiden tot toezeggingen van rijke landen om meer geld in het fonds te storten. Tot op zekere hoogte gebeurde dit: enkele landen beloofden meer geld in te leggen, waardoor het totaalbedrag van de pot steeg naar 759 miljoen dollar (volgens de VN is er vanaf 2030 jaarlijks 300 miljard dollar nodig). Toch bleef een collectief doel uit. Wel werd het fonds ‘operationeel’, een formaliteit die betekent dat het fonds vanaf 2025 ook echt geld kan gaan verstrekken aan door klimaatschade getroffen lidstaten.

Fossiele brandstoffen

Ook op andere onderwerpen deed het Azerbeidjaanse presidentschap oproepen die uiteindelijk niet tot unanieme besluiten leidden. Bijvoorbeeld op het gebied van het ‘wegbewegen van fossiele brandstoffen’, een afspraak gemaakt tijdens COP28 in Dubai. Hoewel verschillende groepjes landen samen intentieverklaringen publiceerden om bijvoorbeeld te stoppen met fossiele subsidies of het opwekken van energie uit steenkool, bleef een collectieve afspraak uit.

Hetzelfde geldt voor de uitstoot van methaan, een broeikasgas dat 34 keer sterker is dan CO2. Een groep van zo’n 30 landen sprak af om methaanreductiedoelstellingen op te nemen in de nieuwe Nationally Determined Contributions (nationale klimaatdoelstellingen die in 2025 gesteld moeten zijn). Ook werd er door een groep landen in totaal 500 miljoen dollar beloofd om de wereldwijde methaanuitstoot te beperken. Maar wederom was de steun niet groot genoeg voor een akkoord onder alle VN-lidstaten.

Lees ook:

73 miljoen voor eiwit-hacker Cradle: ‘We opereren aan het front van AI én biologie’

Cradle gaat het opgehaalde geld in ieder geval niet uitgeven aan zitmeubilair. “Die bankjes heb ik vorige week geregeld bij een tweedehandswinkel”, wijst medeoprichter Jelle Prins links en rechts in zijn hoofdkantoor bij Amsterdam Sloterijk. “Maak maar een mooie prijs, zei ik, en we waren voor een prikkie klaar. Zo zie je maar: we blijven voorlopig nog wel een start-up.” Oké, maar dan wel een start-up die Amerikaans hard gaat, met dito kapitaal.73 miljoen dollar Dinsdag maakte Cradle een series B-ronde bekend van 73 miljoen dollar, geleid door IVP, een van de grootste venture capitalinvesteerders uit de VS en een expert in grote vervolgrondes. Bestaande aandeelhouders Index Ventures en Kindred Capital lapten ook bij. In totaal heeft het Nederlands/Zwitserse bedrijf daarmee al meer dan 100 miljoen dollar binnen voor zijn AI-platform, waarmee R&D-afdelingen van bedrijven het ontwerp van nieuwe eiwitten kunnen versnellen. Cradle is pas in 2021 opgericht door Prins, Stef van Grieken, Elise de Reus, Harmen van Rossum en Eli Bixby, maar maakte al flink meters. Zijn generatieve AI wordt inmiddels gebruikt door Big Farma-namen als Novo Nordisk en Johnson & Johnson. Die ontwikkelen er nieuwe medicijnen mee, maar in andere bedrijfstakken, zoals chemie, voeding en landbouw is evengoed behoefte aan gereedschap dat het bouwen van nieuwe eiwitten kan maanden tot soms jaren kan versnellen.Eiwitten voor het klimaat Eiwitten vormen namelijk de basis van veel producten, en het aanpassen van hun eigenschappen kan leiden tot nieuwe medicijnen, vleesvervangers, milieuvriendelijke bestrijdingsmiddelen of biochemicaliën. Volgens Cradle kan zijn AI-platform in potentie ook een bijdrage leveren aan het bestrijden van klimaatverandering en milieuvervuiling. “Dat is waarom we dit zijn begonnen”, zegt Prins, die zelf onder meer product manager bij Uber was. Zijn medeoprichters werkten eerder bij AI-activiteiten van Google. “We zeiden tegen elkaar: laten we niet alleen binnen de farma gaan werken. We geloven ook dat als je de ontwikkelkosten van nieuwe eiwitten drukt, je productiemethoden efficiënter kan maken, ook die van kweekvlees, of het kan leiden tot duurzamere verpakkingsmaterialen, materialen en chemische stoffen. Dat je straks veel minder fossiele chemie krijgt, maar meer gebruikmaakt van efficiënte productie met enzymen.”AI spreekt de taal van eiwitten Traditionele R&D van betere eiwitten vergt veel tijd en daarmee geld, en leidt niet altijd tot resultaat. Cradle leerde AI-taalmodellen ‘de taal van eiwitten’ spreken, zodat onderzoekers hun ideeën voor een nieuw eiwit kunnen toetsen. Dankzij de suggesties die Cradle doet voor het ideale ‘recept’ zijn veel minder testrondes in het lab nodig en dat versnelt de ontwikkeling tot een factor 10, claimt het bedrijf. Met een grotere kans op resultaat, zodat de R&D-kosten flink worden gedrukt. Prins: “We hebben een klant die maar moeizaam vooruitgang boekte met de ontwikkeling van een eiwit, tot ze na 10 testronden onze software gebruikten en die met iets kwam waar ze zelf nog niet aan hadden gedacht. Tja, je bent op een gegeven moment wel door je ideeën heen. En toen zag je de grafiek met gewenste eigenschappen – poef! – ineens een sprong maken.” Lab om software te testen Op de vijfde verdieping van een anoniem kantoorgebouw kan Prins laten zien hoe dat werkt. Daar is het lab gevestigd waarin Cradle voor intern gebruik tests doet om zijn software door te ontwikkelen. Er staat een batterij machines die de samples vullen. “Toen we net begonnen, zaten de founders hier nog handmatig met pipetjes te werken.” Dat zijn letterlijk de buisjes die we maar al te goed kennen van onze coronatestkits. Per 96 of een veelvoud daarvan gaat het materiaal de teststraat in, waar verschillende kasten uiteenlopende eigenschappen van de eiwitten testen. Hoe stabiel zijn ze? Hoe binden ze aan andere moleculen?“Die 96 eiwitformules worden door onze software gesuggereerd aan de hand van de eigenschappen waarnaar je op zoek bent. Eerst rollen er 2 miljoen mogelijke eiwitten uit, maar die snoeit het AI-model terug door te berekenen welke combinatie van aminozuren, de bouwstenen van eiwitten, waarschijnlijk de meeste kans op succes heeft.” Die kansrijke varianten worden als DNA-materiaal besteld en grof gezegd gevoerd aan bacteriën die de eiwitten produceren. Volgens Prins kan binnen 2 weken na het ontwerp al een nieuw eiwit uit zijn lab rollen.Groei Voor de goede orde: Cradle wil niet concurreren met zijn klanten, die het AI-platform op abonnementsbasis afnemen. Zij houden alle data waarmee ze hun model trainen in eigen huis en ook de intellectuele eigendom blijft bij de klant. De Cradle-vriezers met bacteriën en ander materiaal zijn alleen voor eigen gebruik bevatten dus niet het ‘gouden eiwit’ dat straks plastic afbreekt, of juist zorgt voor fossielvrije kunststof. De vraag naar het SaaS-platform groeit snel en daarvoor is die nieuwe sloot geld nodig: Cradle wil commercialiseren, uitbreiden naar andere klanten en branches. Het gaat achter de top 20 in chemie en de agrisector aan, om te beginnen. Daarvoor zal het team, ook in de VS, groeien van de huidige 45 mensen naar 60 rond de volgende zomer. Toptalent van pakweg Google is niet goedkoop, maar waar gaan al die andere miljoenen naartoe? “We kunnen hiermee vele jaren vooruit, dat klopt. Ik weet niet eens uit mijn hoofd hoe lang.”Aan het front van AI en biologie Het is ook niet zo dat Cradle bloedspoed heeft om concurrenten voor te blijven. Er zijn genoeg bedrijven die generatieve AI inzetten voor hun R&D, vooral in de farma. “Maar dat is vaak voor eigen gebruik, of specifiek voor een bepaalde toepassing. Wij pitchen nooit tegen een partij die op ons lijkt, zover ik weet zijn wij de enige die het als SaaS-dienst leveren in de breedte.” De knappe koppen die Cradle in huis heeft, zijn experts in AI of juist in biochemie of farma. “Dat maakt ons wel redelijk uniek: we opereren aan het front van twee verschillende complexe ontwikkelingen’, zegt Prins. Beide bloedgroepen komen ook regelmatig bij elkaar. “Ik ga binnenkort een deel van mijn tijd reserveren om me te verdiepen in antilichamen, samen met wat collega’s.” Zijn mensen doen interne R&D, maar helpen ook klanten op gang. “We willen begrijpen welk probleem ze met AI proberen op te lossen. We willen ook kunnen inschatten hoe goed onze AI daarin is. Als als we denken: daar zijn we nog niet klaar voor, dan zeggen we dat ook gewoon. Het is voor beide kanten natuurlijk ook nieuw, hoewel ik met een ander soort software ook intensief contact met de klant zou willen hebben. We leren er veel van.” Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij MT/Sprout. Lees ook:Wereldprimeur: Nederlandse bedrijven halen CO2 uit de lucht met behulp van windenergie In Breda wordt straks in een fabriek koraal gekweekt om wereldwijd stervende riffen te reddenGevolgen klimaatverandering op extreem weer veel scherper duidelijk dankzij nieuwe simulatie