Paul van Liempt 24 maart 2023, 11:00

Zonder innige vriendschap aan de race beginnen

Terwijl het VN-klimaatpanel opnieuw een alarmerende boodschap af gaf en de oorlog in Oekraïne voortwoekert, legde de Chinese president Xi Jinping een driedaags ‘bezoek van de vrede’ af aan Moskou. Rusland noemt het bezoek een samenkomst ‘die de wereldorde voor de komende jaren kan veranderen.’ Welk leiderschap stelt Europa hier tegenover?

Liempt Elke week schrijft Paul van Liempt een column over leiderschap

Politieke spindoctors weten dat als het erop aankomt de meeste kiezers vooral aan hun eigen portemonnee denken. Mooie woorden over een schone wereld zonder CO2-uitstoot, waar we in vrede met elkaar kunnen leven, vallen daarbij in het niet. Dat je weinig opschiet met een goed gevulde bankrekening in een wereld die geteisterd wordt door natuurrampen en oorlogen, maakt blijkbaar geen indruk zolang de afgrond niet heel dichtbij komt. Het is de zwaarste opgave voor leiders in deze tijd om lange en korte termijn bij elkaar te brengen. Om de sleutel te vinden naar steeds groter draagvlak voor urgente bedreigingen die we graag willen afwenden.

Wat niet helpt is voortdurend roepen dat we nu eenmaal in complexe tijden leven. Een open deur die vooral gebruikt wordt om tijd te winnen. Natuurlijk is het complex, maar van wie zich geroepen voelt tot de boven-ons-gestelden toe te treden mag je iets verwachten. Maak bijvoorbeeld duidelijk dat klimaat en defensie de prioriteiten voor de komende decennia zijn. Dat ze onderling samenhangen en dat ze ook over de wezenlijke vraag gaan hoe we in vrijheid kunnen leven. Niet voor niets zei de hoogste baas van de krijgsmacht in NRC dat ‘we in een existentiële oorlog zitten – existentieel omdat die onze waarden en normen bedreigt, nu een soeverein land wordt aangevallen.’

Tegelijk zul je op klimaatgebied de juiste keuzes moeten maken. En dat is geen klimaatactivisme, zegt co-auteur van het klimaatrapport van klimaatpanel IPCC Aimée Slangen in de Volkskrant: ‘Dit rapport bevat de meest recente wetenschappelijke informatie die we hebben. Alles wat erin staat, is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.’ Dat is waar en herkomst van de informatie is volstrekt transparant. Er staat zelfs een cijferlijst in, zodat we weten dat het kernteam van het rapport uit 49 schrijvers bestond en 44 bijdragende auteurs. Zelfs de verdeling man-vrouw is erin opgenomen: 41 vrouwen en 52 mannen.

Door de oorlog in Oekraïne weten we nu zeker dat de weg naar de betere wereld, met een klimaatneutraal Europa in 2050, het beste op een onafhankelijke manier kan worden bereikt. Je wil niet meer afhankelijk zijn van Russische energie en van Chinese grondstoffen. Het toneelstuk in Moskou helpt vooral Xi en Poetin vooruit. NRC citeert China- en Ruslandkenner Aleksandr Gaboejev uit Foreign Affairs: ‘Economisch vullen ze elkaar perfect aan. Rusland is rijk aan natuurlijke hulpbronnen en heeft de technologie en investeringen nodig die China, dat om zijn natuurlijke hulpbronnen verlegen zit, kan bieden.’ Aan de vooravond van de Olympische Winterspelen in Peking, dus voor het uitbreken van de oorlog, loofde Poetin in een gesprek met Xi ‘de innige vriendschap met China.’ Het AD schreef: ‘De Russische president zei dat de banden tussen Rusland en China zich voortvarend ontwikkelen op weg naar vriendschap en een strategisch partnerschap.’

Het enige krachtige antwoord zijn twee recente wetsvoorstellen van de Europese Commissie: de Net Zero Industry Act en de Critical Raw Materials Act, gericht op strategische autonomie. De ‘race om een groot stuk taart uit een lucratieve wereldmarkt is begonnen’, citeert de Volkskrant Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie. Zeg dat wel, want de wereldwijde productie van elektrische auto’s is volgens de Commissie in 2050 ‘vervijftienvoudigd, er worden zes keer zoveel warmtepompen gebruikt en er komt veel meer energie uit zon, wind en waterstof.’

Ondernemen in Afrika: 'het is niet óf maar wanneer’

“Het is niet óf, maar wanneer Nederlandse ondernemers gaan nadenken over Afrika”, zei Irene Visser als directeur van het Netherlands-African Business Council vaak. Inmiddels heeft ze al een paar jaar een andere baan, maar ze gelooft hier nog steeds in. “Afrika is het continent met de grootste bevolkingsgroei, de opleidingsniveaus lopen enorm op en er is een jonge beroepsbevolking.” Visser woonde en werkte jarenlang in Afrika. Zij gelooft sterk in de zelfvoorzienendheid. “Vroeger werden er vooral aardappels, melkpoeder en plofkippen verscheept naar Afrika. Daar moet je het niet bij laten”, vindt Visser. Daarom is zij blij om voor een bedrijf te werken dat bijdraagt aan voedselzekerheid in opkomende markten door ervoor te zorgen dat er kapitaalgoederen die kant op gaan. “Spullen die helpen om de productiesectoren dáár op te zetten.”Exportkredietverzekeraar Atradius Dutch State Business biedt een breed scala aan verzekeringen en garanties om de risico’s af te dekken van internationaal ondernemen. Zij zijn er voor exporteurs van kapitaalgoederen, internationaal opererende aannemingsbedrijven, banken en investeerders.Minder volume, meer waarde ‘Ongeveer 70 procent van de export naar Afrika bestaat uit geraffineerde aardolieproducten, gespecialiseerde machines, geneesmiddelen en zuivel’, schrijft het CBS op basis van cijfers uit 2019. Bulkgoederen zal Atradius DSB niet van een exportkredietverzekering voorzien, omdat de reguliere kredietverzekeraars dat wel aandurven. In plaats daarvan focust Atradius DSB - zoals bepaald door een overheidsmandaat - op kleinere volumes van hoogwaardige producten. Volgens Visser is er sinds de coronapandemie wel iets veranderd in de denkwijze van landen over het importeren van belangrijke bulkgoederen: landen over de hele wereld willen minder afhankelijk zijn van het buitenland. Bijvoorbeeld als het gaat om medicijnen en voeding. Invloed op Nederland “Wij voorzien als klein landje de rest van de wereld van voedsel, maar is dat reëel?”, vraagt Visser zich hardop af. “Is het niet reëler als dat dichter bij huis gebeurt? Dus daar zullen we een verandering in gaan zien.” Een productgroep waar Visser die verschuiving nu al ziet, zijn eieren. Die vormen volgens haar de goedkoopste bron voor hoogwaardige eiwitten. “Daarvoor willen landen niet afhankelijk zijn van import. Dus je ziet dat dat meer en meer lokaal gebeurt.” Die voedselzekerheidstrend zal doorzetten, verwacht Visser. “We zullen dat in Nederland ook wel gaan merken.” Zo denkt zij dat andere landen minder interesse zullen hebben in grote hoeveelheden voedsel uit ons land. “Not the green peppers, but the greenhouses”, aldus Visser. Daar liggen volgens haar volop kansen: van chips-snij-machines tot duurzame oplossingen zoals irrigatie. “Alleen maar doorvoer en low-value-high-volume producten: dat heeft zijn beste tijd gehad.” Energietransitie in Afrika Op het gebied van de energietransitie ziet Visser meerdere kansen voor Nederlandse bedrijven in Afrika. Maar het wordt dan al gauw specialistisch, bijvoorbeeld als om zonne-energie gaat. “Nederland is natuurlijk geen wereldspeler op het gebied van solar, maar heeft wel ondersteunende oplossingen in huis.” Zo ondersteunt Atradius DSB twee ondernemers die off-grid zonne-energiesystemen leveren in Afrika, waaronder in Oeganda en Liberia. “Heel mooie producten, maar het zijn wel slechts heel kleine stukjes van de puzzel.” Zij ziet ook mogelijkheden voor een sector die Atradius DSB lange tijd voorzag van exportkredietverzekeringen: de offshore fossiele industrie. “Hun expertise is net zo goed inzetbaar in de offshore windindustrie.” Zij denkt dan bijvoorbeeld aan de aanleg van funderingen, maar ook aan de schepen van Nederlandse makelarij die complete windmolens vervoeren. Die laatste worden in Nederland gemaakt. “In Azië is de vraag groeiende en Afrika zal snel volgen.” Visser benadrukt dat het in Afrika nu vooral gaat om de toegang tot energie. “Veel mensen hebben daar nog niet eens elektriciteit in huis.” Vanuit het gelijkheidsprincipe gaat het erom dat die mensen vooral toegang tot elektriciteit krijgen. Denken dat het handig zou zijn als ze ‘daar in Afrika’ gelijk alles met hernieuwbare energie opzetten, vindt Visser een beetje paternalistisch. “Dat wij denken dat wij wel weten hoe het beter moet in de rest van de wereld.” Sowieso vindt Visser dat we ons in het Westen niet te veel moeten bemoeien met wat opkomende landen zouden moeten doen. “Daar hebben ze zelf heel capabele mensen voor.” In plaats daarvan zouden we vooral zélf aan de slag moeten. Tips voor ondernemers Ondernemers die aan de slag willen op het Afrikaanse continent raadt Visser vooral aan om goede relaties op te bouwen en goed te onderzoeken hoe de markt daar werkt door adviseurs in de arm te nemen, en te praten met Nederlandse bedrijven die al in die sector en in het beoogde land werken. “Begin klein en bouw dan op. Maar dat geldt, denk ik, overal.” Als het gaat om duurzame ondernemers merkt Visser dat er best veel Nederlanders in de afvalverwerking actief zijn. Ook de activiteiten in de transportsector nemen toe. “Er zijn veel sectoren die groeien.” Genoeg kansen in Afrika dus. Lees ook: Waterstof uit de Sahara: Duitse mega-investering in MauritaniëMoet het oerwoud verdwijnen voor onze windturbines en batterijen?Maatregelen tegen klimaatverandering versterken ongelijkheid in Afrika en Azië