Marc Seijlhouwer 09 april 2021, 10:49

Crypto moet in 2040 draaien op groene stroom, vinden grote spelers uit de wereld van Bitcoin en andere cryptomunten

Cryptomunten zoals Bitcoin en Ethereum moeten in 2040 klimaatneutraal zijn en 100 procent draaien op hernieuwbare energie. Dat staat in het Crypto Climate Accord, een afspraak van een grote spelers uit de wereld van datacenters en energievoorziening. De opstellers van het akkoord hopen hiermee de kritiek over het energieverbruik van cryptomunten het hoofd te bieden.

Bitcoin bril vrouw adobe stock Is Bitcoin een nieuwe goudkoorts of een serieus nieuw geldsysteem? Beeld: Adobe Stock

Het akkoord zegt dat de vergroening van de cryptosector al in volle gang is, maar dat er nog werk aan de winkel is. Ze willen de filosofie van cryptomunten en blockchain gebruiken om sneller te vergroenen: door open te staan voor innovaties en deze open source te maken zodat iedereen ervan kan profiteren.

Bitcoin met groene stroom

Op die manier moet 100 procent van de cryptomunten straks gewonnen worden met groene stroom. Hoeveel procent op dit moment groene stroom krijgt, is niet helemaal bekend. Cryptomunten vragen om een heleboel rekenkracht van computers, en vaak gaat dit via datacenters. Nieuwe datacenters draaien vaak op groene stroom, regelmatig afkomstig van zonnepanelen of windturbines in de buurt. Maar het komt ook genoeg voor dat datacenters gewoon stroom van het net gebruiken, en deze is veelal grijs en afkomstig van kolen of gas.

Lees ook: Hoe maak je een milieuvriendelijke cryptomunt?

Vergroening van de cryptomunt betekent dus vergroening van het hele energie-aanbod. De wereld heeft met het klimaatakkoord van Parijs al afgesproken dat alle elektriciteit in 2050 groen is, dus het akkoord van de cryptosector loopt tien jaar op de zaken vooruit. Dat is mogelijk omdat datacenters relatief makkelijk te vergroenen zijn.

Stroomverbruik van cryptomunten

Waar het akkoord niet over spreekt is het energieverbruik van cryptomunten. Zelfs als er alleen maar groene stroom nodig is, verbruiken de munten een ontzagwekkende hoeveelheid stroom, en is het hele systeem bijzonder inefficiënt. Een recente studie in wetenschappelijk tijdschrift Nature voorspelt dat de cryptomunt Bitcoin in 2024 evenveel stroom verbruikt als Italië. Stroom die ook een nuttiger of efficiënter doel zou kunnen dienen.

Bovendien is het de vraag of de oproep tot groene cryptomunten overal opgevolgd wordt. In Europa werkt men hard aan de vergroening van elektriciteit, maar in China bouwt men naast veel wind- en zonneparken ook nog volop kolencentrales, om de groeiende energievraag van het land bij te benen. Een deel van die kolenstroom gaat ook naar de Bitcoin toe. Het akkoord zet in op vrijwillige, door de markt ingegeven veranderingen. In het verleden en het heden van andere sectoren blijkt zulke vrijwilligheid maar mondjesmaat te werken. Of dat voor Bitcoin anders is moet de toekomst leren.

Dagelijks het nieuws van Change Inc. in je mail? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

PBL waarschuwt voor uitputting Nederlandse grond bepleit meer aandacht voor natuur en burger

41.528 vierkante kilometer. Dat is het totale oppervlak van Nederland inclusief de binnenwateren. Trek je die ervan af dan houd je 33.883 vierkante kilometer over. Nederland is een klein en dichtbevolkt land en elke vierkante centimeter is al in gebruik. Tegelijkertijd staat Nederland voor grote opgaven zoals de energietransitie, het woningtekort en klimaatverandering die stuk voor stuk om ruimte vragen. Woonwijken, windmolens, waterberging, natuur, landbouw, infrastructuur, alles moet een plek krijgen in ons dichtbevolkte land.Lees ook: Regionale energie strategie kost onnodig ruimteEn dat terwijl de kwaliteit van de leefomgeving toch al ondermaats is. Door intensieve landbouw en verstedelijking zijn de grenzen van de draagkracht van de bodem waarop wij alles bouwen bereikt of zelfs al gepasseerd. Het PBL waarschuwt in het rapport dat de ecologische duurzaamheid ernstig onder druk staat. Dit komt door 'de eenzijdige oriëntatie op het maximaliseren van de economische gebruikswaarde van stedelijke gebieden en landbouwgrond', ofwel geld is het belangrijkst. Volgens het rapport zijn daardoor de toekomstbestendigheid van de ondergrond, het watersysteem en de biodiversiteit aangetast.Lees ook: Wordt 2021 het kanteljaar voor biodiversiteit?Risico’sBovendien zijn zowel steden als landelijke gebieden door de huidige manier van inrichten niet berekend op de gevolgen van klimaatverandering, zoals afgelopen jaren bleek uit de problemen door extreme droogte. Dit heeft nu al negatieve economische, ecologische en sociale consequenties, en die zullen, als daar niks aan gedaan wordt, verder toenemen. Het World Economic Forum rekent de opgaven rond klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit niet voor niets tot de grootste risico’s voor de komende tien jaar wereldwijd.Naast het vinden van ruimte voor bestaande en nieuwe functies, is het verlichten van de druk op het onderliggende fysieke systeem dus minstens zo urgent, stelt het PBL. Met het oog op klimaatverandering is het daarbij essentieel dat het ruimtegebruik de fysieke structuur van bodem en water volgt, in plaats van andersom. Bodemkenmerken en waterstromen in een gebied bepalen hoe functies op elkaar kunnen worden afgestemd.Protesten en wantrouwenOok kampt de ruimtelijke inrichting met een gebrek aan sociaal draagvlak, stelt het PBL. Dat komt doordat de effecten van overheidsmaatregelen die verschillende departementen los van elkaar voorbereiden, in de dagelijkse leefomgeving van burgers samenkomen. Daar komt bij dat hun ervaring en waardering van de omgeving (de belevingsfactor) bij het maken van beleid nauwelijks een rol speelt. Dat leidt tot protesten en in combinatie met falende participatietrajecten tot wantrouwen van burgers tegen de overheid.Lees ook: Burgerforum goed idee om het klimaat te redden?Het PBL pleit er dan ook voor om keuzes voor ruimtelijke inrichting niet alleen vanuit economisch perspectief te benaderen maar integraal, met oog voor de waarde die de ruimte heeft voor omwonenden en de ecologische duurzaamheid. Want die ecologische duurzaamheid én de ervaring en waardering van de ruimte zijn van belang voor de fysieke draagkracht en het sociale draagvlak.Echte participatieDaarnaast is het volgens het PBL hoog tijd voor echte participatie. Het betrekken van alleen gemeentes en belangenorganisaties bij de uitwerking van beleid is hiervoor onvoldoende, vinden de onderzoekers. Ook gemeenteraden, woningeigenaren, omwonenden en ondernemers moeten actiever worden betrokken. Alleen op die manier kan draagvlak voor ruimtelijke inrichting ontstaan.Lees ook: Nederland krijgt meer dan genoeg duurzame stroom in 2030Tegelijkertijd blijven keuzes noodzakelijk, en die zullen altijd pijn doen, denken de onderzoekers. Zo zal de landbouw, dat nu 60 procent van het landoppervlak inneemt, tot 2050 180.000 hectaren moeten inleveren ten gunste van andere functies zoals wonen en energieopwek. Iets dat onmiddellijk op verzet kan rekenen vanuit Land- en Tuinbouworganisatie Nederland, dat bij monde van zijn voorzitter Sjaak van der Tak juist meer ruimte zegt nodig te hebben.Pakken wat je pakken kanEn dat is precies het soort ‘politiek hamstergedrag’ waar we vanaf moeten, vindt Ed Anker. De wethouder ruimtelijke ordening van Zwolle was uitgenodigd door het PBL om zijn visie te geven op het rapport. “We kunnen het ons niet meer permitteren om het eigen belang voorop te zetten.” Volgens Anker moet de mentaliteit van pakken wat je pakken kan, plaatsmaken voor het besef dat de schaarse ruimte zo goed en toekomstbestendig mogelijk moet worden ingericht.  Zo’n integraal toekomstgericht beleid vraagt om samenwerking tussen overheden, sectoren, steden en regio’s. “Een samenwerking in partnerschap waarbij je afspraken maakt en iets voor elkaar over hebt”, benadrukt Anker. Omdat je gezamenlijk streeft naar een hoger doel. “Op dit moment zijn het teveel economische deals. Voor wat hoort wat. En dat lokt geen partnerschap uit.”Volgens David Hamers, een van de hoofdauteurs van het onderzoek, is dit precies de cultuuromslag die noodzakelijk is om dit soort complexe opgaven op te lossen. Want we hebben allemaal een gevoel bij het landschap, onze dagelijkse leefomgeving. Dat maakt ons in zekere zin allemaal eigenaar, ook van de problemen, de opgave en de oplossingen. Dat kan alleen in partnerschap en in openheid.”