Fairphone-ceo Raymond van Eck
Raymond van Eck
03 maart 2026, 14:04

De blinde vlek van de tech-industrie: 'klimaatneutraal' is niet hetzelfde als 'onschadelijk'

De tech-industrie heeft een enorme focus op het terugdringen van CO2-uitstoot. Maar dat maskeert een veel diepere milieucrisis, schrijft ceo Raymond van Eck van Fairphone. ‘Ook groene producten kunnen enorm destructief zijn voor de natuur als we niet verder durven kijken dan alleen onze uitstoot.’

Mijnbouw Congo De winning van mineralen voor smartphones zorgt voor grote milieuschade, bijvoorbeeld in de Democratische Republiek Congo. | Credits: Getty Images

We vieren het massaal als we een stapje dichter bij een klimaatneutrale toeleveringsketen zijn. Maar terwijl we racen om die belangrijke ‘net zero‘-doelen te halen, draagt de productie van onze zogenaamd ‘groene’ technologieën op wereldschaal bij aan de vernietiging van ecosystemen. Grotendeels buiten het zicht en ongemeten.

De gevaarlijke tunnelvisie op CO2

We zijn als techsector zo gefocust op het optimaliseren van koolstof dat we de ecosystemen negeren die de planeet daadwerkelijk in leven houden. We moeten beseffen dat zelfs als producten het label ‘groen’ krijgen, ze enorm destructief kunnen zijn voor de natuur als we niet verder durven kijken dan alleen onze uitstoot.

Begrijp me niet verkeerd: het verminderen van CO2-uitstoot en het hergebruiken van materialen is cruciaal. Grote spelers in onze industrie streven ernaar om in 2030 uitsluitend nog gerecyclede materialen te gebruiken in hun productie. Dat is een nobel streven, maar het vertelt simpelweg niet het hele verhaal.

Uit Fairphones allereerste Nature Report blijkt namelijk dat zo’n 75 procent van de totale milieu-impact van een smartphone al plaatsvindt tijdens de mijnbouw- en productiefases, vóórdat het toestel de consument überhaupt bereikt.

De mythe van ‘onschadelijke’ productie

Zelfs met een hoog gehalte aan gerecyclede materialen legt het fabricageproces zélf een gigantische druk op de natuur. Denk aan het produceren van nieuwe chips voor in onze telefoons. Het dagelijkse waterverbruik van één grote productiefaciliteit voor microchips kan vergelijkbaar zijn met de behoeften van een kleine tot middelgrote stad. De fabricage vervuilt het water en de bodem, die meer dan de helft van de wereldeconomie ondersteunen.

‘Lage CO2-uitstoot’ betekent niet per definitie ‘onschadelijk’. De harde realiteit is dat de populatie van wilde dieren in de afgelopen vijftig jaar met bijna 70 procent is afgenomen. Toch is veel van de publiek beschikbare biodiversiteitsdata die onze industrie gebruikt tien tot twintig jaar oud. Dat maakt de data volstrekt ongeschikt om beslissingen op te baseren in onze snelle, wereldwijde toeleveringsketens. We sturen op kaarten uit het stenen tijdperk.

Eerlijkheid boven perfectie

We kunnen de problemen niet oplossen als we ze niet nauwkeurig in kaart brengen. Daarom zijn we bij Fairphone veel dieper in onze keten gedoken en hebben we een methodologie ontwikkeld voor 24 ‘prioriteitsmineralen’. Dat heeft geleid tot het identificeren van 11 mijnbouwhotspots wereldwijd waar de biodiversiteit zwaar onder druk staat door de winning van materialen die essentieel zijn voor moderne elektronica.

Denk hierbij aan gebieden zoals Maluku, Sulawesi en de Bangka-Belitungeilanden in Indonesië, die onder druk staan door de winning van kobalt, nikkel en tin. Of aan de Bauxietgordel in Guinee, waar veel aluminium wordt gewonnen. En de natuur in Minas Gerais (Brazilië) staat onder druk door de winning van goud en ijzer.

Uiteindelijk gaat deze transitie niet over perfectie, het gaat over pure eerlijkheid. Als we niet precies begrijpen wáár in onze toeleveringsketen de schade ontstaat, kunnen we ook niet beginnen met het herstellen ervan. We moeten als industrie afstappen van strategieën die zich uitsluitend op het klimaat richten, en biodiversiteitsverlies gaan behandelen als een fundamenteel bedrijfsrisico in plaats van een secundair probleem.

Raymond van Eck is ceo van Fairphone.

Lees ook:

Een nieuw oer-Hollands exportproduct: ‘Circulaire economie kan het nieuwe watermanagement van Nederland worden’

Freek van Eijk, directeur van stichting Holland Circular Hotspot en daarmee ambassadeur van het circulaire Nederlandse bedrijfsleven, heeft een volle agenda. Afgelopen week was hij nog in Saudi-Arabië. ‘Een fascinerend, kapitaalkrachtig land met enorme ambities dat beseft dat de economie niet langer op olie en gas kan draaien. Met grote evenementen zoals de World Expo en het WK voetbal van 2034 groeit de druk om te laten zien wat ze doen. Dat momentum maakt het land zeer interessant voor circulaire samenwerkingen.’In de week na ons interview vliegt Van Eijk naar Zuid-Afrika. Zolang Europa voor 90 procent afhankelijk blijft van kritieke grondstoffen uit China, is het belangrijk dat samenwerkingen met andere mijnbouwlanden worden opgezet, zegt hij daarover. Tijdens Mining Indaba, een mijnbouwbeurs in Kaapstad, hoopt Van Eijk Nederlandse technologie en diensten te koppelen aan lokale transities.Daarna gaat de reis naar Nigeria. ‘Een land met enorme afvaluitdagingen, maar ook veel ondernemerschap’, zegt Van Eijk. Afvalstromen kunnen daar ook een economische kans worden. Denk aan cassave: 25 procent bestaat uit schillen die nu vaak problemen veroorzaken, maar eenvoudig te verwaarden zijn. In Nigeria bouwen we al zeven jaar lang consequent aan een circulair programma, wat inmiddels is uitgegroeid tot de Lagos Circular Strategy Week. Ook hier proberen we contracten binnen te halen tussen plaatselijke partijen en Nederlandse bedrijven.’Aan handelsmissies, potentiële samenwerkingen en momenten om te laten zien wat Nederlandse circulaire bedrijven te bieden hebben geen gebrek dus. Want alleen als circulaire economie over landsgrenzen heen kijkt, kan het een succes worden, aldus Van Eijk. ‘Het heeft geen zin om van Nederland een circulair eiland te maken als de rest van wereld naar de verdoemenis gaat. Grondstoffenketens zijn internationaal verbonden en klimaatimpact stopt niet aan de grens.’ Holland Circular Hotspot Holland Circular Hotspot wil de transitie naar een circulaire economie te versnellen door bedrijven, kennisinstellingen en lokale autoriteiten aan elkaar te koppelen over landsgrenzen heen. De stichting helpt Nederlandse bedrijven voet aan de grond te krijgen in het buitenland. Tegelijkertijd haalt het buitenlandse bedrijven naar Nederland waar ze kunnen proeftuinen en opschalen. Nederland mag graag zeggen dat het koploper is in de circulaire economie. Zie jij dat ook zo?‘Ja, absoluut. Niet zozeer door circulaire producten, maar eerder door geïntegreerde oplossingen: de samenhang tussen technologie, beleid en businessmodellen. Die aanpak komt voort uit onze geschiedenis, bijvoorbeeld in watermanagement. Samenwerking tussen publiek en privaat is hier sterk ontwikkeld.Circulaire economie vraagt systeemverandering: nieuwe technologieën en een circulair ecosysteem opbouwen én de lineaire economie afbouwen. Nederland is goed in die integrale benadering. Andere landen zijn vaak sterker in het exporteren van één specifieke technologie, maar minder in het aanpassen aan lokale context, regelgeving en cultuur.Maar er is wel een kanttekening: Nederland heeft die koploperspositie goed opgebouwd, maar investeert de laatste jaren minder in internationalisatie. Circular economy is minder ‘hot’ als exportproduct. Andere landen, zoals België en Finland, springen in dat gat. Dat is zonde, juist nu we kunnen opschalen.’Waarom is die vaart eruit geraakt?‘De politieke focus was de laatste jaren meer naar binnen gericht: “The Netherlands first”. Maar weinig mensen beseffen dat eenderde van onze economie uit export komt.Verder is Nederland goed in het knuffelen van startups, maar minder sterk in het selecteren en financieren van scaleups. Terwijl internationaliseren kansrijke scaleups juist kan helpen groeien.’Waarom is het belangrijk om de circulaire economie niet uit het oog te verliezen?‘Ongeacht wat de Trumps van deze wereld zeggen, gaat de wereld verduurzamen. Het is een kans en in toenemende mate een wet en regelgevingsrealiteit. Wie met Europa wil handelen, moet aan Europese wet- en regelgeving voldoen. Dus moet je als buitenlands bedrijf investeren: in CBAM (CO2-grensheffing, red.), productontwerp en specifieke normen en standaarden. De circulaire economie biedt een markt die enorm gaat groeien. Circulaire economie kan het nieuwe watermanagement van Nederland worden en voorlopers hebben de grootste marktkansen.Kijk naar crises als de oorlog in Oekraïne. De energietransitie is toen enorm versneld. Als morgen China de toevoer van kritieke grondstoffen stokt, zal circulariteit in recordtempo worden opgeschaald. De circulaire economie is essentieel voor onze strategische autonomie. Dat thema heeft momentum.’Waar moet je als bedrijf rekening mee houden als je circulaire oplossingen internationaal wilt opschalen?‘Circulariteit wordt pas een exportproduct als het lokaal werkt én economisch rendeert. Je moet als bedrijf de juiste partner vinden, het lokale ecosysteem leren kennen, van wet- en regelgeving tot politiek.En ergens moet je ook streetwise zijn. Je moet weten dat er een informele sector is in Nigeria en doorhebben dat Vietnam misschien wat meer top-down werkt. Wie wil samenwerken in het buitenland moet de juiste poppetjes kennen en geldstromen aan elkaar kunnen verbinden.’Wat vraagt dit speelveld van instituten die circulaire ondernemers willen helpen in het buitenland?‘Deze aanpak vraagt vooral een sterk Europa. Een Nederlandse minister opent deuren, maar een Eurocommissaris met het volume van de EU achter zich opent er nog veel meer. De onderhandelingspositie van Europa is een stuk sterker.Aan de ene kant gaat de circulaire economie over handel. Maar minstens zo belangrijk is kennisuitwisseling en een juiste uitleg van wet- en regelgeving, zodat bedrijven buiten Europa met ons kunnen handelen. Dat samen creëert marktvraag. Nederland is nog steeds gidsland in Europa en kan die rol nu verzilveren.’ Plasticrecycling in het buitenland Jan Jaap Folmer is één van de vele Nederlandse ondernemers die meermaals op handelsmissie naar onder andere Zuidoost-Azië is geweest. Als medeoprichter van UPPACT wil hij moeilijk recyclebaar plastic afval en textielstromen verwerken tot solide, recyclebaar bouwmateriaal. ‘Op een handelsmissie met Holland Circular Hotspot in Vietnam kwam ik in contact met een Australische partij die een innovatieve technologie heeft voor het verwerken van complexe afvalstromen’, zegt Folmer. ‘Deze techniek paste perfect in mijn bedrijfsplan.’Na een pilotproject in de Eemshaven, waar de technologie werd gevalideerd, bouwt Folmer nu met UPPACT nu een demofabriek in Delfzijl. Die moet later dit jaar volledig operationeel zijn en jaarlijks 4.000 ton afval verwerken. Uiteindelijk wil Folmer vergelijkbare fabrieken in het buitenland opzetten.Daarnaast is Folmer met zijn andere onderneming Upp! al zo’n tien jaar actief in Zuidoost-Azië, waar hij gemixte stromen plastic recyclet tot nieuwe materialen. De eerste Upp!-fabriek herrijst binnenkort in Indonesië en er zijn plannen voor een nieuwe locatie in Vietnam.[caption id="attachment_174927" align="aligncenter" width="900"] Circular Hotspot Event in Taiwan, met 500 deelnemers uit 50 landen, georganiseerd door Holland Circular Hotspot. | Credits: Holland Circular Hotspot[/caption] Duurzaamheid en circulariteit De internationale projecten en samenwerkingen zijn cruciaal voor het bestaansrecht van Folmers ondernemingen. Maar hoewel hij inmiddels een aantal kansrijke projecten heeft lopen, ging dit niet zonder slag of stoot. ‘Zakendoen in het buitenland is een vak apart’, zegt Folmer. ‘Door cultuurverschillen en een andere kijk op duurzaamheid en circulariteit wordt het in landen buiten Europa al snel ingewikkeld.’Folmer haakte aan bij verschillende Nederlandse handelsmissies van ministeries, ambassades en Holland Circular Hotspot. ‘Tijdens zo’n missie merk je dat deuren opengaan. Je komt bij bedrijven en overheden binnen waar je normaal niet snel toegang toe krijgt. Uiteindelijk leidden deze missies geregeld tot intentieverklaringen om projecten te starten.’Maar alleen een intentieverklaring is geen garantie voor succes, weet Folmer. ‘Het is meerdere keren gebeurd dat gemaakte afspraken niet werden nagekomen. Dan was mijn contactpersoon in Vietnam ineens onbereikbaar. Vaak haakten ze af als duidelijk werd dat ik niet met een grote zak geld aan zou komen.’ Vind gelijkgestemden Toch leidden de connecties die Folmer tijdens handelsmissies opdeed uiteindelijk tot een samenwerking met zijn huidige zakenpartner in Indonesië. ‘Het is belangrijk om gelijkgestemden te vinden. Mijn zakenpartner werkt in een familiebedrijf dat gerecycled materiaal gebruikt in bouwmaterialen. Hij begrijpt plasticrecycling en extrusie en wilde zelf gemengde plastics verwerken tot bouwmaterialen. Hij had de motivatie én de middelen.’Zijn tip voor Nederlandse ondernemers die zaken willen doen buiten Europa: ‘Doorzettingsvermogen is essentieel. En zorg ervoor dat je businessmodel in Nederland bewezen werkt voordat je internationaal uitbreidt. Internationale geloofwaardigheid bouw je op met concrete projecten. Zodra je tastbare resultaten kunt laten zien, word je serieuzer genomen.’ Sterke thuisbasis Volgens Van Eijk is het verhaal van Folmer een schoolvoorbeeld van hoe internationale connecties kunnen bijdragen aan de groei van circulaire verdienmodellen. Maar net als Folmer is Van Eijk van mening dat circulair succes begint bij een sterke thuisbasis.‘Wat Nederland sterk maakt is de mentaliteit van learning by doing. Falen mag. Dat maakt ons een uitstekend living lab. Niet alleen voor circulaire initiatieven die succesvol kunnen worden in het buitenland, maar ook als proeftuin voor buitenlandse initiatieven hier.Maar bovenal moeten we inzetten op een sterk en een meer verenigd Europa. Nederland is te klein om de circulaire economie te versnellen. Alone you go fast, together you go far.’En zijn reisplan na Nigeria? ‘Daarna ga ik naar China als coördinator van een Nederlandse waste-to-resource-cluster’, zegt Van Eijk enthousiast. ‘Voor veel bedrijven geldt: 1 procent marktaandeel in China is groter dan de hele Nederlandse markt. China móét verduurzamen, en daar liggen enorme kansen voor Nederlandse technologie.’ Lees ook:Hoe houdt Nederland zijn basischemie groen, circulair én winstgevend? Overheid en bedrijven moeten samen aan de bak In de strijd om kritieke grondstoffen wordt circulariteit een geopolitiek wapen: deze Nederlandse bedrijven lopen voorop Nieuwe strategieën kunnen groene startups in de chemie sneller de markt op helpen