Hidde Middelweerd 08 november 2016, 07:23

Eric Boonstra, Evoswitch: ‘Anders omgaan met data’

Evoswitch levert datacenter-diensten en doet dat vanaf dag één met duurzaamheid in het achterhoofd. Eric Boonstra, directeur van Evoswitch, lichtte in DuurzaamBV-radio toe hoe dat in zijn werk gaat: “Verduurzaming van datacenters is niet alleen goed voor het milieu, maar ook kostenbesparend op de lange termijn.”

Eric

Doordat het gebruik van internet exponentieel toeneemt, neemt de hoeveelheid data in de wereld ook toe. Datacenters worden daarom steeds groter. Daarnaast neemt het aantal datacenters in de wereld drastisch toe. Boonstra: “We zitten in een bedrijfstak die ontzettend veel energie gebruikt. Momenteel is het vergelijkbaar met de gehele luchtvaartindustrie. Wat je ziet is dat steeds meer datacenters daarom groener en duurzamer worden.”

Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee, stelt Boonstra: “Een groot deel van onze kosten is stroom. Als je daarop kan verduurzamen, werkt dat kostenbesparend op de lange termijn. Daarnaast kiezen partijen voor ons juist omdat we duurzaam zijn.”

Luister hier de volledige uitzending terug:

Duurzame datacenters

Evoswitch is volledig CO2-neutraal. Dat streven we na vanaf dag één. We gebruiken duurzaamheid niet als marketinginstrument, maar we doen het uit volle overtuiging”, zegt Boonstra. Die uitspraak komt niet uit de lucht vallen. Boonstra ziet namelijk dat veel providers van datacenter-diensten zeggen dat ze duurzaam zijn, maar dat niet zijn. Boonstra: “Ik noem dat ‘greenwashing’.”

Een voorbeeld is het dak van datacenters gebruiken voor zonnepanelen. Een mooi initiatief, stelt Boonstra, maar te verwaarlozen als je bedenkt dat een gemiddeld datacenter 10 tot 20 megawatt aan energie verbruikt. “Dan wordt het een marketinginstrument. Het initiatief is niet in verhouding met het energieverbruik van datacenters.”

Hoe kunnen datacenters dan wel effectief verduurzamen? Volgens Boonstra zit de grote winst in de koeling: “Een datacenter is in principe een gigantische ruimte waar duizenden servers staan te werken. Die moeten gekoeld worden. Van oudsher gebruiken datacenters daar airconditioning voor: de stekker erin en koelen maar. Bij Evoswitch gebruiken we de buitenlucht. Waar nodig springen we bij door middel van waterkoeling. Daardoor gebruiken we veel minder stroom.”

Toekomst van datacenters

Boonstra verwacht dat het dataverbruik in de aankomende jaren alleen maar verder toeneemt, onder andere door Internet of Things (IoT). Dat betekent dat datacenters steeds groter zullen worden. Boonstra: “Servers worden in de toekomst weliswaar energie-efficiënter, waardoor we met minder apparatuur steeds meer data kunnen verwerken, maar het dataverbruik neemt ook steeds meer toe. Er komen in de aankomende jaren dus ongetwijfeld veel datacenters bij.” Ook Evoswitch heeft uitbreidingsplannen: “We kijken momenteel naar nieuwe locaties in Amsterdam en Frankfurt.”

In de toekomst zullen consumenten ook anders om moeten springen met data. Boonstra: “Iemand die oude foto’s en e-mails in de cloud bewaart, moet zich gaan realiseren dat dit ergens op een server staat te draaien. Dat kost allemaal stroom.”

Lees ook:

Duurzame datacenters: 7 innovatieve oplossingen

Business check-up: Transgene gerst is bestand tegen water

Business caseGerst, een belangrijk ingrediënt van bier, is gevoelig voor wateroverlast. Omdat veel gerst wordt geproduceerd in gebieden met hevige regenval, wordt de kwaliteit en kwantiteit van bier in toenemende mate bedreigd. Zo zou tot 50 procent van de gemiddelde opbrengst worden vernietigd als gevolg van wateroverlast. Gebruik van planten met een verhoogde tolerantie voor wateroverlast zou de opbrengst aanzienlijk kunnen verhogen, zonder extra kosten. Onder meer bierproducent SabMiller investeerde in een onderzoek naar het overlevingsgedrag van gerst bij overstromingen. Hierbij onderzochten wetenschappers aan de University of Nottingham of ze gerst beter bestand konden maken tegen overstromingen.Als planten onder water staan, reageren bepaalde soorten met een rust-reactie. Daarbij schakelt de plant over op een lage energie-modus, waarbij de groei wordt onderdrukt en de fermentatie wordt geminimaliseerd. Met deze reactie, vergelijkbaar met mensen die hun adem inhouden, kan een plant uren of zelfs dagen overleven. Wanneer de overstroming verdwijnt, kan de plant zonder veel opgelopen schade zijn groeiproces hervatten.Uit onderzoek blijkt dat gerstplanten bij overstroming een gen activeren dat de rust-reactie tegenhoudt. Door gebruik te maken van geavanceerde veredelingstechnieken wisten onderzoekers transgene gerst te ontwikkelen, die dit gen bij overstromingen deactiveert. Daardoor kon de plant zijn 'adem veel langer inhouden' dan zijn niet-transgene soortgenoten. Daarnaast bleek de plant ook zijn fotosynthesevermogen te behouden, wat betekent dat de plant zijn groeiproces na het verdwijnen van het water zonder schade kan hervatten.SchaalbaarheidKlimaatverandering leidt tot een toename van wateroverlast en overstromingen. Naar schatting wordt circa 10 procent van het wereldwijde landoppervlak negatief beïnvloed door onvoldoende bodemdrainage. Voor bepaalde regio’s, zoals Oost-Europa, zou dat zelfs 20 procent zijn. Om adequate opbrengsten voor verschillende gewassen veilig te stellen, is het belangrijk dat er manieren worden gevonden om gewassen beter bestand te maken voor overstromingen. Verdeling van gewassen voor betere overlevingsmechanismen in dit soort omstandigheden, biedt dan ook kansen.Vooralsnog is het de wetenschappers ‘enkel’ gelukt om het mechanisme van overstroming-ontwijkende reacties te ontrafelen. De rem voor een overstroming-ontwijkende reactie is in planten die niet tolerant zijn voor wateroverlast constant actief, in plaats van alleen wanneer nodig. Dit gewas vertoont dus altijd een overstroming-ontwijkende reactie. Dat betekent dat verder onderzoek nodig is om het rem-gen in de gerst alleen te deactiveren wanneer het gewas ondergelopen is.Als dat lukt, kan de techniek ook worden gebruikt om andere, vergelijkbare gewassen te transformeren tot waterresistente gewassen. Dat kan op termijn een stabiele voedselaanvoer opleveren. Nadeel is de sociale kritiek die hiermee samengaat. Kleine boeren en boeren in ontwikkelingslanden kunnen zich gemodificeerde zaden mogelijk niet veroorloven wanneer deze worden gepatenteerd. Dat zal de kloof tussen arm en rijk vergroten. Wanneer genetisch gemodificeerde gewassen echter worden ontwikkeld door non-profitorganisaties, zoals Rice science for a better world (IRRI), dan worden ze gemakkelijk beschikbaar. Dat kan de opbrengsten van deze boeren optimaliseren en stabiliseren, wat betere bestaansmiddelen oplevert.MilieuwinstHet verbeteren van de plantfunctionaliteit kan interessant zijn, omdat het een mechanisme biedt dat planten geen energie kost, maar planten wel beschermt tegen overstromingen. Dit tackelt het probleem van het toegenomen aantal overstromingen, zonder dat er dure gronddrainagesystemen nodig zijn.Daarnaast gaan er minder gewassen verloren. Dat betekent niet alleen een hogere opbrengst uit een gewas, maar ook meer opbrengsten uit grondstoffen en hulpbronnen die worden gebruikt voor de teelt van de gewassen. Daardoor gaat minder voedsel verloren en houden ook de gebruikte grondstoffen voor het groeien van die gewassen hun waarde. Het gebruik van verbeterde plantfunctionaliteit leidt tot een efficiënter gebruik van grondstoffen door grotere opbrengsten veilig te stellen.Zoals eerder al werd gesteld, bestaat er echter maatschappelijke onrust over genetische modificatie van gewassen. Niet alleen op sociaal, maar ook op ecologisch vlak. Zo zijn verschillende organisaties bang dat genetisch gemodificeerde voeding risico’s met zich meebrengt voor voedselveiligheid, het milieu en de gezondheid. Ze vrezen dat genetische modificatie leidt tot verlies van biodiversiteit, de opkomst van ‘superonkruid’ en ‘superpesten’, een verhoging van antibioticaresistentie, voedselallergieën en andere onbedoelde effecten.Verschillende onderzoeken wijzen echter uit dat er geen significante risico’s direct aan genetisch gemanipuleerde gewassen kunnen worden gelinkt. Bovendien bestaan er diverse regulerende wetten om negatieve effecten te voorkomen. Dat neemt niet weg dat de toepassing ervan met zorg moet worden bekeken. Maar als na nauwgezet onderzoek blijkt dat gebruik van een transgeen gewas geen gevaren oplevert, is het zinnig gebruik van het betreffende gewas te overwegen.Deze Business check-up is tot stand gekomen in samenwerking met Rutger Baar.Header-foto: Benjamin Linh VU, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven), In tekst-foto: public domain, Footer-foto: public domain