Dimitri Reijerman 14 september 2015, 07:00

Fujitsu scherpt CO2-reductiedoelen verder aan

Het Fujitsu-concern scherpt zijn doelen voor het terugdringen van de CO2-uitstoot verder aan. Ook wil het bedrijf de milieuprestaties van zijn datacenters verbeteren en producten duurzamer maken.

4295757161 79ae2473ce o

In boekjaar 2015 moet er 38 miljoen ton aan CO2-emissies worden voorkomen, zo heeft Fujitsu bekendgemaakt. Voorheen was het doel nog 26 miljoen ton. De plannen maken onderdeel uit van het Milieu Actie Plan van Fujitsu. In het afgelopen boekjaar, dat tot maart van dit jaar liep, heeft de Fujitsu Groep zijn CO2-emissies ten opzichte van peiljaar 1990 met 20 procent kunnen reduceren.

Fujitsu zegt ook verder in te zetten op het eco-vriendelijker maken van zijn producten. In 2014 heeft het bedrijf gepoogd om het aantal onderdelen in nieuwe producten te verminderen. Ook beperkt Fujitsu de grootte, dikte en het gewicht van zijn producten. Zo zijn er minder grondstoffen nodig. 

Efficiëntere datacenters

Een onderdeel waar het concern zich nog meer op wil gaan richten zijn de datacenters. Om verder energie te besparen in de rekencentra heeft het bedrijf een nieuwe tool ontwikkeld die het energiegebruik inzichtelijker maakt. Het bedrijf zegt dat de tool al daadwerkelijk besparingen heeft opleverd.

Bron: Fujitsu | Foto: Fujitsu

Ondernemers windrijk Zeewolde verschuiven verbruik vrijwillig

In het proefproject Inzet (Intelligent Net Zeewolde Energietransitie) hebben zeven bedrijven uit Zeewolde meegedaan. De bedrijven speelden op vrijwillige basis in op de beschikbaarheid van duurzame elektriciteit.“Of flexibiliteit realiseerbaar is, hangt af van de financiële waarde, de menselijke factor en het technische potentieel.”“We hebben de bedrijven op verschillende momenten gevraagd om gedurende enkele uren meer of juist minder elektriciteit te verbruiken,” zegt Jochem Garthoff, projectmanager bij Alliander. “De deelnemers konden 5 tot 600 kilowattuur afschakelen, maar ook tot 500 kilowattuur aan stroomverbruik bijschakelen.”In de proef deden onder meer koelvrieshuizen, een zuivelverwerker, een kantoor en een waterschap mee.De laatste kon in de waterzuivering het stroomverbruik van de pompen met 13 procent verschuiven. “En dat had geen enkel ongunstig effect op het zuiveringsproces”, zegt Garthoff.VraagsturingMet demand side management, flexibel en deels stuurbaar stroomverbruik, kunnen afnemers van elektriciteit de variabele opbrengst van windmolens en zonnepanelen zoveel mogelijk lokaal inzetten. Voor de netbeheerder kan dat investeringen schelen in distributiecapaciteit of accuopslag.Alliander stelt dat er drie aspecten belangrijk zijn om vraagsturing tot een succes te maken, het netwerkbedrijf spreekt van de ‘Trias Flexibilica’. Garthoff: “Of flexibiliteit realiseerbaar is, hangt af van de financiële waarde, de menselijke factor en het technische potentieel.”Techniek, samenwerking en vergoedingTen eerste moet het technisch mogelijk zijn om de stroomvraag in de tijd te verschuiven. In plaats van enkel op de thermostaat te sturen, kan een koelhuis als het hard waait bijvoorbeeld iets verder doorkoelen en de koelmachines later als de wind gaat liggen even stilzetten.Ook pompen en compressoren zijn op die manier flexibel in te zetten.De tweede factor is de menselijke medewerking. Niet alle vraagsturing is te automatiseren, maar werknemers kunnen het gebruik van apparatuur die veel stroom vraagt wel deels plannen. Dat kan bijvoorbeeld met handbediende schoonmaakmachines, ovens en mixers.De derde factor is de financiële waarde. Bij welke korting op de kilowattuurprijs wordt het in het bedrijfsleven interessant om actief de elektriciteitsvraag naar boven of beneden bij te stellen?“Het is voor netbeheerders niet toegestaan kostenbesparingen in het netwerk aan te wenden om de aanbieders van flexibiliteit te belonen”, zegt Garthoff. “Daarvoor zou een fundamentele wijziging in nettariefstructuur nodig zijn.”VrijwilligheidTijdens de proef kregen de deelnemende bedrijven geen financiële vergoeding. Niet kunnen sturen op de financiële waarde, heeft volgens Garthoff voordelen."De intrinsieke motivatie bij de deelnemende bedrijven is scherp naar voren gekomen.""Juist door niet op voorhand met een financiële vergoeding te komen, is de intrinsieke motivatie bij de deelnemende bedrijven scherp naar voren gekomen", zegt Garthoff. "Dat neemt niet weg dat als we wel een prijs op de flexibiliteit hadden gezet er mogelijk meer ondernemers hadden willen deelnemen."Vooral voor de koelhuizen en het waterschap heeft de pilot mooie aanknopingspunten voor kostenbesparingen opgeleverd. Het stroomverbruik van deze partijen is hoog genoeg om wel actief op de elektriciteitsmarkt te kunnen handelen.In de toekomst wil Garthoff toetsen of waardering van flexibiliteit mogelijk is op specifieke netwerklocaties met knelpunten: “Dan kijken we naar het economisch potentieel van maatwerkoplossingen én naar de maatschappelijke wenselijkheid van significant verschillende nettarieven per locatie.”Naast de zeven deelnemende bedrijven heeft Alliander in het project samengewerkt met de lokale energiecoöperatie Zeenergie, Leon Zeewolde, energiebedrijf Raedthuys en technisch dienstverlener Cofely. Ook is nauw samengewerkt met Provincie Flevoland en de gemeenten Almere en Zeewolde.Foto: Floris Oosterveld (main) & Metropolitan Transportation (side), via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)