Martijn van der Donk 01 oktober 2018, 14:45

HP: '3D-printen heeft komende 10 jaar grote impact op duurzaamheid'

IT-gigant Hewlett Packard heeft de afgelopen jaren een grote verandering doorgemaakt. In november 2015 werd het bedrijf opgesplitst in Hewlett Packard Enterprise en HP Inc. Die afsplitsing werpt zijn vruchten af, zeker ook op het gebied van duurzaamheid, zegt Rob Idink, managing director van HP Inc. in Nederland.

Hpnews via flickr

 

Idink houdt ervan om het thema duurzaamheid concreet te maken. In het innovatiecentrum in het Amstelveense hoofdkantoor laat hij meteen een voorbeeld zien van duurzame innovaties waarmee het IT-bedrijf de markt wil veroveren. Uit een kastje haalt hij twee blokken tevoorschijn, het zijn printeronderdelen. Het ene blok is van massief metaal en weegt zeker drie keer zwaarder dan het andere blok van kunststof dat door een 3D-printer van HP qua vorm is teruggebracht tot de essentie om aan zijn functie te kunnen voldoen. Idink: “Het kunststofexemplaar doet in geen enkel functioneel opzicht onder voor het traditionele blok.”

Impact 3D-printen

3D-printen gaat de komende 10 tot 15 jaar een grote impact hebben op de manier waarop de industrie produceert en dus op duurzaamheid, is de verwachting van Idink. “Het efficiënter gebruik van materialen is een voorbeeld. De techniek maakt het ook mogelijk om veel vraaggerichter te produceren. Dat leidt weer tot minder fysieke voorraad en daardoor minder transportbewegingen.” De techniek heeft zich dusdanig ontwikkeld dat in korte tijd grote series van producten kunnen worden geprint.

'3D-printen is voor veel productiebedrijven een businesscase'

Door dat volume is het meer dan een innovatieve gadget, maar voor veel productiebedrijven is het ook een businesscase. “Veel mensen denken bij een 3D-printer aan zo’n apparaat dat je wel eens op scholen ziet. Hij doet er twee uur over om een beker te printen. In omvang, techniek en snelheid niet te vergelijken met onze HP Jet Fusion printers die voornamelijk worden gekocht door zakelijke klanten in de maakindustrie. Zij willen deze invoegen in de productieprocessen. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden voor middelgrote bedrijven, zoals Hulotech. Dat gebruikt onze printer om protheses te maken.”

Innovatiekracht

Idink: “Als IT-bedrijf moet je altijd innovatief zijn en ik constateer dat we sinds de splitsing in 2015 aan innovatiekracht hebben gewonnen.” Hij doelt op de splitsing van HP in in Hewlett Packard Enterprise, dat acteert aan de datacenter en infrastructuur kant van IT en HP Inc dat zich primair richt op de Personal Systems en Printing. “Er is daardoor meer focus. In de oude situatie was de variatie aan diensten en producten dusdanig groot dat die focus nog weleens ontbrak. De marktdynamiek van computing en printing is niet te vergelijken met die van infrastructuur, networking en storage.” Splitsing was kortom een noodzakelijke stap om meer slagkracht en gerichtere innovatie mogelijk te maken. Toen in 2014 de internationale CEO bij hem aanklopte om de splitsing in Nederland te leiden, wist hij wel dat hem een helse klus stond te wachten. “Er moest allereerst een compleet nieuwe blueprint van de organisatie komen. Daarna moeten ook medewerkers en partners worden meegenomen in het verhaal. Dat we de afsplitsing en start van het nieuwe HP Inc. binnen 10 maanden hebben voltooid, daar ben ik wel trots op.”

Duurzaamheid op de agenda

Duurzaamheid heeft altijd hoog op de agenda bij HP gestaan. Het is niet toevallig dat Idink naast zijn functie van managing director ook al jaren voorzitter is van ICT-Milieu, onderdeel van Nederland ICT. De splitsing heeft er volgens Idink voor gezorgd dat de duurzaamheidsgedachte nog meer tot in de haarvaten van de organisatie is doordrongen. “Het is echt een onderdeel geworden van ons businessmodel. Denk bijvoorbeeld aan concepten zoals Device as a Service (DAAS, red.) en managed print services. Deze groeien gestaag binnen onze organisatie en spelen direct in op duurzaamheid. ”Producten worden namelijk niet op de traditionele manier verkocht, maar als dienst aangeboden. “Een voorbeeld voor de consumentenmarkt is HP Instant Ink. Waar in het traditionele businessmodel de klant een cartridge koopt, daar neemt hij nu voor een vast bedrag per maand de inkt af die hij nodig heeft, HP stuurt een nieuwe cartridge op het moment dat hij ziet dat de oude leeg raakt. Wij zorgen ervoor dat de printer van een klant nooit zonder inkt komt te zitten en sturen met de nieuwe cartridge meteen een recycle-enveloppe mee. Zo houden we de cartridge in eigen beheer.”Het circulaire voordeel van dit nieuwe businessmodel is dat HP volledige controle heeft over de recycling van de cartridges. “Natuurlijk weten de meeste van onze klanten wel dat je lege cartridges niet in de prullenbak moet gooien, maar dit maakt het wel gemakkelijker om een bijdrage te leveren aan het verder verminderen van e-waste.”

Circulaire uitdaging

Op het vlak van recycling staat de sector de komende jaren voor een aardige uitdaging. Europese richtlijnen schrijven voor dat 45 procent van het gemiddelde gewicht aan elektronische apparaten moet worden teruggehaald en op een goede manier moet worden verwerkt via gecertificeerde partijen. Vanaf 2019 wordt die doelstelling verder verhoogd naar 65 procent. Idink: “We zijn volop bezig om onze bijdrage daaraan te leveren. Samen met Wecycle werken we eraan om het aantal inzamelpunten van e-waste te vergroten. Zo zijn er samenwerkingen gesloten met scholen, gemeentes en retailers zoals Albert Heijn-vestigingen. Daarnaast doen we ook mee aan bewustwordingscampagnes om de consument aan te zetten om zijn oude elektrische apparaten in te leveren bij de verzamelpunten.” Daar valt volgens Idink nog een wereld te winnen. Het verhogen van de circulariteit van producten bereik je niet alleen door de focus te leggen op de laatste fase van de levenscyclus van een product. “Juist bij het ontwerp van een product kun je al heel veel doen om duurzaamheid  vroeg in de keten te borgen. Zo zijn we bezig onze producten modulair op te bouwen.”

Energiebesparing ICT-sector

Het hergebruik van grondstoffen is een van de twee opgaves waar de ICT-sector zijn schouders onder moet zetten om de doelstellingen uit het klimaatakkoord te halen. Een andere pijler is energie. “IT is een belangrijke enabler van duurzaamheid. Dankzij ICT-toepassingen wordt er in andere sectoren meer energie bespaard dan de ICT-sector zelf verbruikt. Er worden ontzettend veel slimme ICT-technologieën ontwikkeld om bijvoorbeeld gebouwen energiezuiniger te maken. Datzelfde geldt voor apparaten. We hebben zelf met onze PageWide technologie een printer ontwikkeld die 70 procent minder energie verbruikt.”

De mate van duurzaamheid gaat volgens Idink steeds meer het bestaansrecht van een bedrijf bepalen. “Voor medewerkers, zeker de jonge generatie wordt het een steeds belangrijker criterium voor waar ze willen werken. Ook voor klanten wordt duurzaamheid een steeds belangrijkere factor. Bij HP hebben we naast private klanten ook veel klanten in het publieke domein. We zien dat in de aanbestedingen duurzaamheid een steeds belangrijker criterium wordt. Als je daar niet aan kunt voldoen, verlies je steeds meer business.”

"Niet-duurzame bedrijven verliezen steeds meer business"

Digitalisering gaat een cruciale rol spelen in de transitie. Daarvan is Idink overtuigd. Om zijn visie kracht bij te zetten, verplaatsen we ons weer naar het innovatiecentrum. Hij wijst naar een aantal bekende producten, zoals een pot chocopasta of een fles bier. De etiketten zijn voorzien van de bekende merken, maar zien er qua look and feel net even anders uit. Bij het ene etiket zijn wat kleuren toegevoegd, bij het andere is een naam toegevoegd. Het past volgens Idink bij de trend waarin producenten producten steeds persoonlijker maken en toch op grote schaal produceren. Zo kun je bij Coca-Cola een flesje bestellen met je eigen naam op het etiket. Idink: “Daarin gaat printing steeds meer de rol overnemen van de traditionele offset-druktechniek.”Idink ziet dezelfde ontwikkeling in de maakindustrie. Zelf noemt hij het de digitalisering van manufacturering. “Geen grote voorraden meer die veel ruimte en energie kosten om op te slaan, maar vraaggericht produceren, dichter bij de eindklant. Een digitale supply chain in plaats van een geografische. Op die manier kan digitalisering een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming.”

Lees ook: 

Afbeeldingen: HP Inc. 

Croonwolter&dros: 'We zijn echt met missionarissenwerk bezig om proptech te embedden'

Proptech is een buzzword in de vastgoedwereld. Het is een veel besproken begrip waar hele congressen aan worden gewijd. Dit doet vermoeden dat het om iets compleet nieuws gaat, maar technologische toepassingen die een gebouw verbeteren bestaan al jaren. Wel heeft internet gedreven technologie, Internet of Things, de proptech ontwikkelingen de laatste jaren versneld. Niet alleen start-ups, maar ook grote bedrijven zetten hierop in.“Je ziet steeds meer technologie opkomen, die toegespitst is op het beter gebruik van gebouwen”, zegt Ralf Daggers van Croonwolter&dros. Vanuit zijn rol als Smart Buildings Directeur vindt hij het belangrijk dat beter gebruik van gebouwen mede gefaciliteerd wordt door technologie gebaseerd op data. “Dus dat door data uiteindelijk alle stakeholders beter worden bediend.” Vaak denkt men bij proptech aan hippe start-ups. Wat is de meerwaarde van ‘een oude rot in het vak’ zoals Croonwolter&dros?“Eén dilemma van proptech start-ups is dat ze vaak maar één smaak hebben, maar banken willen bijvoorbeeld andere dingen dan ziekenhuizen.Ook bieden ze vaak een oplossing op een deelaspect. Een start-up kan dan bijvoorbeeld heel goed room booking of energiebesparingen doen, maar dat betekent dat een facility manager uiteindelijk 16 apps of 16 interfaces op zijn computer heeft. Dat is niet werkbaar. Eigenlijk zoekt hij gewoon een ‘one stop shop’; Wij kunnen die realtime beheerder zijn voor het totale beheer. Iedere grotere partij is ermee bezig om dat in te regelen.”In hoeverre draagt proptech bij aan het verduurzamen van de gebouwde omgeving?“Het wordt nu nog vaak ingezet als een marketinginstrument voor bewustwording bij klanten. Er zijn wel kleine partijen die zeggen dat zij met optimalisaties tegen de 25 procent besparing kunnen realiseren, maar links- of rechtsom zijn er nog wel heel veel hardware-aanpassingen nodig om te verduurzamen. Als je bijvoorbeeld naar een ander energielabel wil dan moet je nog steeds aan de slag met bijvoorbeeld isolatie, ledverlichting en PV-panelen.Mijn stelling is dat je revitalisatie, dus het verduurzamen van panden, moet koppelen aan smart buildings, omdat je dan de mogelijkheid hebt om het gebruik van een gebouw bijvoorbeeld op het gebied van adaptief comfort anders in te richten. Het zou een gemiste kans zijn om revitalisatie niet integraal aan te pakken.”Lees ook: Volgens planning en binnen budget: de succesformule achter een geslaagde renovatieZijn technologische oplossingen cruciaal of slechts een bijzaak bij verduurzaming?“Ik vind het cruciaal, want anders kun je nooit zien hoe het met jouw gebouw gesteld is. Dat gezegd hebbende: in 2023 moet ieder kantoor groter dan 100 vierkante meter naar energielabel C. Bijna 50 procent is daar nog niet. Data kan daar een beetje bij helpen, maar het zal toch vooral aan de hardware-kant moeten.Als het om duurzame én gezonde gebouwen gaat, dan gaat het wel meteen over data. We zijn op dat gebied echt met missionarissenwerk bezig om property technology te embedden in verduurzamingsmaatregelen zodat een gebouw toekomstbestendig wordt.”Hoe doen jullie dat dan?“Wij willen als Croonwolter&dros vastgoedeigenaren op weg helpen bij het verduurzamen van kantoorgebouwen, zodat deze ‘Paris Proof’ worden. Daarvoor hebben we een speciale campagne: C-theChange. Daarnaast hebben we een route ontwikkeld waarmee we klanten helpen om hun gebouw slim, duurzaam en vitaal te maken. Dat gaat in drie stappen: van grip, naar slim, naar fit. Grip houdt in: grip op je gebouw, een slim gebouw werkt voor je en een fit gebouw ademt met je mee.'Het verduurzamen van panden moet je koppelen aan smart buildings'De eerste trede op de trap is grip. Daar bedoelen we mee dat je inzicht en alle optimalisaties krijgt zonder grote hardware-aanpassingen in het huidige gebouw op het gebied van energie, comfort, assets en duurzaamheid. Dit wordt getoond in een gebouwendashboard. Optimalisatie gebeurt dan deels met algoritmes en deels door beheer op afstand.Slim betekent dat we holistischer naar het gebouw kijken; dat we meer variabelen meenemen. Bij slim zijn er eigenlijk vier dingen die we doen: energy load balancing, predictive maintenance, adaptief comfort en smart workplace.Bij adaptief comfort laten we bijvoorbeeld niet alleen zien hoe warm het is, maar sturen we ook: Als er tien mensen een ruimte binnenkomen waar de zon vol instraalt dan sturen we de dynamische klimaatinstallaties aan. Smart workplace houdt in dat je de gebruiker in de werkomgeving centraal stelt, bijvoorbeeld dat de gebruiker met een appje een vergaderzaal kan boeken.”Lees ook: Gedateerd jaren ‘90 kantoor wordt duurzame smart buildingHoe werkt die eerder genoemde holistische blik?“Op energiegebied kijken we bijvoorbeeld bij ‘grip’ alleen naar de slimme meter en bij ‘slim’ kijken we dan ook naar het hele energiesysteem. Als 's ochtends om 9 uur alle laadpalen bezet zijn dan krijg je een bepaalde energiepiek. Die piek moet je bijvoorbeeld samen met een WKO, het gebouw en energieopslag gaan balanceren. Dat heet energy load balancing.Als wij weten hoe zonnepanelen en laadpalen zich gedragen qua belasting dan kunnen we daar voorspellende modellen opzetten om ervoor te zorgen dat klanten op het juiste moment energie kunnen gebruiken, in de markt inkopen of zelfs terug kunnen verkopen aan de markt. Bij dat holistische kijken gaat data een enorme rol spelen.”Om het rijtje af te maken, wat houdt ‘fit’ in?“Fit houdt in dat het gebouw in alle facetten adaptief en zelflerend is. Dus dat alle vier de dingen die ik noemde samen in optimum zijn. Wij zeggen altijd: Je bouwt een gebouw en daarna zit je eigenlijk een beetje gevangen in dat gebouw, terwijl je liever wilt dat het gebouw gewoon mee leert met jouw manier van werken.'Je wilt dat een gebouw mee leert met jouw manier van werken'Flexibel meedenken met eigenaren is technisch mogelijk, maar dan is het wel zaak dat we dat in nieuwe contractvormen gieten, want nu is de hele keten nog vrij klassiek ingericht. Nu verschuift men vaak een muurtje dat dan bijvoorbeeld midden op een luchtbehandelingskast in het plafond zit. Dan heeft een ruimte vervolgens helemaal geen luchtkoeling meer. Wij willen echt naar smart services toe, waarin wij als een realtime beheerder beheren, meten en sturen.”Zijn er al voorbeelden van zulk soort gebouwen?“Er zijn nu wel een aantal slimme gebouwen in Nederland en ook in het buitenland, maar mee-ademende gebouwen; dat is voor ons en voor de hele wereld nieuw. Iedereen is daar nu mee aan het starten. Dus onze innovaties gaan over slim en fit, maar we moeten eerst zorgen dat iedereen grip heeft op zijn gebouw. Dat is ook al een hele exercitie.”Lees ook: Directeur Croonwolter&dros: ‘Gebouwen gaan energie leveren’Waar liggen de uitdagingen in de markt?“Je ziet dat de markt ontzettend aan het kantelen is. Iedereen wil wel, maar men zoekt nog naar hoe ze dat kunnen doen. De split incentive in de keten maakt het moeilijk. Mensen investeren in gebouwen met een bepaalde businesscase, mensen werken in gebouwen en er zijn ook nog mensen die het gebouw beheren en die ook nog een apart verdienmodel hebben.'Je ziet dat de markt ontzettend aan het kantelen is'Zo moet een eigenaar hardware-investeringen betalen. Daardoor wordt zijn pand couranter: iedereen wil er dan wel in, want medewerkers werken er prettiger et cetera. Maar als de eigenaar dat gaat waarderen en zegt: de servicekosten zijn € 5 per vierkante meter hoger en ook de huurprijs per vierkante meter wordt € 20 duurder dan wordt het moeilijk. Wil de huurder daar dan meer voor betalen?Daarnaast zie je steeds meer dat de HR het facilitymanagement onder zich neemt. Dat lijkt me een hele gezonde gedachtegang, omdat dan niet alleen vanuit techniek wordt gekeken. In mijn vorige werk moest ik bijvoorbeeld soms een kwartier zoeken naar een vergaderruimte en dan had ik vijf meetings, reken maar uit hoe onproductief dat was. En dan waren we ook nog met zijn vijven. Als je dat maal zoveel dagen per jaar doet dan kun je van dat bedrag een aardig mooi slim gebouw huren.”Wanneer is de samenhang van technologie en vastgoed vanzelfsprekend?“Wij gaan er in 2019 in ieder geval vol op inzetten om de proptech-wereld, de huurder en de eigenaar dichter bij elkaar te brengen waardoor gebouwen slim, duurzaam en vitaal worden en huurders naar hun medewerkers een ‘employee of choice’ kunnen worden. Dat vind ik een hele belangrijke drijfveer om duurzaamheid en smart buildings bij elkaar te brengen.Wij hebben in de keten gezegd dat wij met behulp van data een realtime operator kunnen zijn voor zowel de eigenaar, de beheerder en de huurder. Zij krijgen dan alle drie een eigen dashboard waar zij hun kpi’s zien.Echter geldt voor deze data-reis hetzelfde als voor duurzaamheid. Met duurzaamheid zijn we nu al tien à vijftien jaar aan het duwen en nu pas komt er echt wetgeving en wordt er iets meer versnelling gecreëerd. Zo gaat het ook bij smart buildings. Straks gaan huurders zeggen: ik wil mijn war on talent winnen met een adaptief gebouw, dan komt de versnelling. Dat is meer een snelheidsbepalende factor dan het vastgoed zelf. Als huurders het gaan eisen dan gaat het vastgoed zeker mee.”Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie. Lees ook de andere interviews:De kansen van digitalisering: in plaats van een flesje cola haal je een pakketje uit de automaat 'Exponentiële datagroei duurzame uitdaging voor ICT-sector' 'Digitalisering gaat alle energievragers en -aanbieders met elkaar verbinden' 'Bij digitale innovatie is het moeilijk te voorspellen wat er in een organisatie gaat gebeuren'' Afbeelding: Croonwolter&dros