Hannah van der Korput
10 september 2024, 14:58

Gaat katoen uit het lab zorgen voor milieuvriendelijkere mode?

De Amerikaanse start-up Galy verbouwt katoen niet op het land, maar in het laboratorium. Daardoor daalt het land-, water-, en pesticidegebruik drastisch. Modegiganten zoals H&M en Zara-eigenaar Inditex SA geloven in gekweekt katoen en investeren miljoenen.

Getty Images 1320201171 Voor nu richt de start-up zich op de textielindustrie, maar er zijn plannen om meer landproducten in het lab te produceren. | Credits: Getty Images

Er wordt al jaren gewerkt aan vlees en eiwitten uit het lab. Galy past hetzelfde principe toe op katoen. Het bedrijf haalt cellen uit de katoenplant en voedt het met suiker. Als de cellen zich voldoende hebben vermenigvuldigd, worden bepaalde genen van de plant geactiveerd en andere juist gedeactiveerd. Op die manier worden de cellen getransformeerd tot katoenvezels.

Duurzamer alternatief

Volgens Galy is het een veel duurzamer alternatief voor de traditionele katoenteelt. De textielindustrie, waar katoen veelvuldig wordt gebruikt, is verantwoordelijk voor 10 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dat is veel meer dan bijvoorbeeld de wereldwijde luchtvaart: die is goed voor ongeveer 2,5 procent van de wereldwijde uitstoot.

Volgens het bedrijf bespaart het kweken van katoen op grote schaal zo’n 99 procent water, 97 procent land en 91 procent meststoffen in vergelijking met de traditionele teelt. De CO2-besparing zou neerkomen op 77 procent. Momenteel heeft Galy slechts een paar kilo gekweekt katoen gemaakt. Een nieuwe investeringsronde is bedoeld dan ook bedoeld voor schaalvergroting.

Investeerders

Die investeringsronde was goed voor 33 miljoen dollar, bijna 30 miljoen euro. Diverse partijen zien potentie in gekweekt katoen. Zo legden onder andere Bill Gates’ Breakthrough Energy Ventures, H&M en Zara-eigenaar Inditex SA geld in.

“We zijn blij met de investeerders die de cruciale rol erkennen die onze klimaatadaptatietechnologie zal spelen in ons dagelijks leven”, laat Galy-oprichter Luciano Bueno weten. “Klimaatverandering legt de kwetsbaarheid van landbouwtoeleveringsketens bloot en de recente stijging van de cacaoprijzen is een harde herinnering aan het nieuwe normaal waarmee we worden geconfronteerd. Binnenkort zal de wereld te maken krijgen met een grotere volatiliteit in de conventionele landbouw, aangezien extreme weersomstandigheden steeds vaker voorkomen. Wanneer die tijd komt, zal Galy er klaar voor zijn en onze economie beter uitrusten om deze schokken te weerstaan.”

“Landbouw is waarschijnlijk de industriesector die het meest wordt beïnvloed door klimaatverandering, terwijl het zelf ook een belangrijke aanjager is van broeikasgasemissies”, zegt Carmichael Roberts van Breakthrough Energy Ventures. “We hebben alternatieven nodig die de traditionele landbouw kunnen aanvullen zonder bij te dragen aan emissies of een te grote afhankelijkheid van instabiele toeleveringsketens te creëren. De cellulaire landbouwtechnologie van Galy biedt een oplossing voor deze uitdagingen, terwijl het de efficiëntie van hulpbronnen verbetert en de klimaatbestendigheid van de sector vergroot.”

Meer opkweken

Voor nu richt de start-up zich op de textielindustrie, maar er zijn plannen om meer landproducten in het lab te produceren. Zo is er de ambitie om in de toekomst ook cacao en koffiepoeder in het lab op te kweken.

Lees ook:

‘Hoeveel gevallen van seksueel misbruik heeft u nodig voor uw rapport?’

Steeds meer Nederlandse bedrijven brengen hun CO2-uitstoot in kaart en richten zich op het verminderen ervan. Maar met de komst van de Europese CSRD-wet moeten bedrijven binnenkort verder kijken dan hun eigen uitstoot en uitgebreid rapporteren over hun impact in de hele keten. CSRD als afvinklijstje Heel terecht: de grootste impact van internationale bedrijven vindt juist verderop in de keten plaats. Oftewel: een uitgelezen kans voor het bedrijfsleven om hun ketens inzichtelijk te maken, samen met toeleveranciers uitdagingen aan te pakken en écht verantwoord te gaan ondernemen. Maar gebeurt dat? Allesbehalve. CSRD dreigt een afvinklijstje te worden. Uit angst om geen accountantsgoedkeuring te krijgen op de nieuwe duurzaamheidsrapportage tuigen veel grote bedrijven een volledige afdeling op. Hele duurzaamheidsbudgetten gaan op aan het verzamelen van data, inrichten van systemen, dure consultants, certificeringen en IT-diensten. Alles om maar compliant te zijn. De datapunten worden netjes bij de toeleveranciers opgevraagd en ingevuld, maar bedrijven gaan de gelijkwaardige dialoog met leveranciers die nodig is om daadwerkelijk de aangetroffen problemen aan te pakken, niet aan. In de praktijk betekent dit dat alles het liefst gereduceerd wordt tot data en buitenlandse handelspartners krampachtig proberen te achterhalen welke gegevens Nederlandse bedrijven nodig hebben voor hun rapportage. Te veel negatieve informatie kan leiden tot verlies van contracten, terwijl te weinig gegevens niet geloofwaardig is. Hierdoor ontstaan situaties waarin fabriekseigenaren letterlijk vragen stellen als: ‘hoeveel gevallen van seksueel misbruik heeft u nodig voor uw rapport?’ Maar is het doel van duurzaam ondernemen niet júist dat je de risico’s en uitdagingen opzoekt en deze vervolgens samen probeert op te lossen? Probleemoplossend vermogen Dat dat kan, laten genoeg bedrijven zien. Denk aan Arte Natuursteen, dat ontdekte dat er kinderen werkten rondom de steengroeves waar ze zaken mee deden. Door jarenlange inspanning lukt het nu om kinderen naar school te krijgen en ondertussen het gezinsinkomen te stabiliseren. Of Johnny Cashew, dat erachter kwam dat cashewnoten uit Afrika eerst naar Azië reizen om vervolgens in de Nederlandse supermarkt te belanden. Een onnodige, vervuilende omweg van 12.000 kilometer. En dus laten ze de verwerking van hun cashewnoten lokaal in Afrika plaatsvinden, waarmee ze zorgen voor lokale werkgelegenheid, hogere inkomens en bijgevolg minder armoede. Hebben deze bedrijven daar hele afdelingen voor nodig? Zeker niet. Wél nodig: lef, doorzettingsvermogen, langetermijndenken, creativiteit en probleemoplossend vermogen. Oprechte dialoog En laten dit nu net de eigenschappen van een ondernemer zijn. Natuurlijk kan de overheid de risicobereidheid en het probleemoplossend vermogen van bedrijven belonen door middel van subsidies, belastingvoordelen of andere vormen van ondersteuning. Maar het is aan de leiders van bedrijven om de nieuwe wetgeving niet als checklist te gebruiken waarin alle hokjes zijn aangevinkt. En het is aan die leiders om zich niet te laten leiden door de angst om misstanden tegen te komen. Dat is niet erg: het gaat erom wat je met die aangetroffen misstanden doet. Wil CSRD echt zijn werking vinden, dan moeten bedrijven hun keten in kaart brengen, een oprechte, gelijkwaardige dialoog met handelspartners aangaan en samen naar oplossingen zoeken. Dan worden die duurzaamheidsbudgetten een stuk nuttiger besteed. Alleen dan gaan we daadwerkelijk op een verantwoorde manier zakendoen. Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout. Lees ook: 'Hey Siri, zorg dat Apple-geniën hun energie besteden aan échte verduurzaming' Ondernemer Roebyem Anders over energiearmoede: ‘Ik wilde iets doen voor de mensen die verduurzaming het hardst nodig hebben’ Van parapluverkoper in Jemen naar sociaal ondernemer in Nederland