Rianne Lachmeijer 29 juli 2020, 10:48

Mondkapjes die op maat uit de 3D-printer rollen? Dit bedrijf zet erop in

Image of adult mature woman with long gray hair we bk4g64y

Slobberende mondkapjes of striemen achter de oren; Orthoshapes wil deze ongemakken verleden tijd maken door 3D-geprinte op-maat-gemaakte mondmaskers te leveren. Door een 3D-scan van het gezicht te maken, passen de mondkapjes precies. De mondkapjes zijn ook nog beter voor het milieu. In eerste instantie richt het bedrijf zich op de medische markt. “Daar wordt verreweg het meest verspild”, aldus accountmanager Peter Ruijtenberg.

Het bedrijf Orthoshapes is van oudsher actief in de orthopedische markt. Met behulp van zogenoemde CadCam software produceert het bedrijf bijvoorbeeld 3D-geprinte orthesen en prothesen. "De verspilling van mondkapjes in de medische sector had het bedrijf al langer in het vizier", zegt accountmanager Peter Ruijtenberg. Covid-19 gaf extra aanleiding om in te zetten op de productie van kleurrijke, 3D-geprinte, op-maat-gemaakte mondkapjes. Het bedrijf scant gezichten op locatie in, hierdoor krijgen mensen een neus- en mondmasker op maat. “Dat verhoogt het draagcomfort”, zegt Ruijtenberg. Orthoshapes werkt hierbij samen met ShapeShift 3D en Oceanz. 

Duurzaamheid mondkapjes

Ruijtenberg wijst erop dat 3D-geprinte producten in essentie eigenlijk altijd milieuvriendelijker zijn dan hun niet-3D-geprinte evenknieën. “Alles wat wordt geprint, wordt eigenlijk wel gemaakt zonder afval.” Zo print Orthoshapes met behulp van poeder. Als er poeder in de bak achterblijft, wordt dit gebruikt bij de productie van het volgende mondmasker.

Eerder onderzocht DuurzaamBedrijfsleven wat een mondkapje duurzaam maakt. Daaruit bleek dat transport de belangrijkste factor is wat de CO2-voetafdruk van mondkapjes betreft. Dat maakt wegwerpmondkapjes gelijk minder duurzaam dan herbruikbare mondkapjes. Daarnaast maakt de afstand uit: mondkapjes uit China leggen meer kilometers af en zijn daarmee al snel milieuvervuilender. De productie van Orthoshapes vindt plaats in Nederland. 

Lees meer over de duurzaamheid van mondkapjes: Wat is duurzamer: een wegwerp-mondkapje of een herbruikbaar exemplaar?

Medische markt

Orthoshapes richt zich in eerste instantie op de medische markt. “Daar wordt verreweg het meest verspild”, zegt Ruijtenberg. Zo ziet een verpleegkundige dagelijks veel verschillende patiënten. “Elke keer dat zij een andere patiënt ziet, wisselt zij van mondmasker. Het is natuurlijk bizar hoeveel afval je daarvan krijgt. En dat is nog maar voor een werknemer.”

'Bij elke patiënt wisselt een verpleegkundige van mondmasker'

Ruijtenberg denkt niet dat mensen de 3D-geprinte op-maat-gemaakte mondmaskers snel zullen weggooien. “Die mondmaskers zijn veel te kostbaar”, zegt hij. Hij verwacht dat ze voor circa 250 euro per masker op de markt komen. Ook sluit het weggooien ervan niet aan bij het doel: hergebruik stimuleren en afval reduceren.

Volgens Ruijtenberg is er al veel interesse vanuit ziekenhuizen. “Ze zeggen allemaal: Bel me alsjeblieft als je hem hebt, want we zien hier veel potentie in.” De productie laat echter nog minstens twee maanden op zich wachten. Dan verwacht Ruijtenberg namelijk dat de CE certificering rond is. Dit certificaat toont aan dat een product voldoet aan de Europese eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. De filters, die in de mondkapjes gaan, zijn wel al goedgekeurd. 

Wassen in de vaatwasser

Orthoshapes raadt ziekenhuizen aan de filters na eenmalig gebruik weg te gooien, maar het bedrijf produceert ook wasbare filters. Zo ziet Ruijtenberg naast de medische markt ook op korte termijn kansen voor de zakelijke markt. Bijvoorbeeld voor een bedrijf als KLM. “Zulk soort bedrijven zouden altijd bij ons kunnen aankloppen, omdat we ook een stukje branding doen.”

Hij sluit niet uit dat Orthoshapes uiteindelijk ook de consumentenmarkt betreedt. Dan zou dat waarschijnlijk in samenwerking zijn met designermerken. “Het is een ‘high-end’ product en zo moet het ook in de markt gezet worden.” Overigens heeft Ruijtenberg nog een tip voor consumenten, die nu met wasbare mondkapjes rondlopen: kies de vaatwasser in plaats van de wasmachine om ze te wassen. Dat heeft te maken met het wasmiddel dat erin zit. “Vaatwasser-wasmiddel is vele malen agressiever waardoor het bacteriën en virussen doodt. Voor de wasmachine, vooral met de eco-wasjes van tegenwoordig, is dat duidelijk niet het geval.”

Lees ook: 3D-printer maakt afgekeurde mondmaskers klaar voor gebruik

Afbeeldingen: Orthoshapes

De opmars van de laadpaal: ‘stimuleer stapsgewijze opbouw’

Rob Biemans is verantwoordelijk voor ‘elektrische laadoplossingen’ bij Kenter. Het bedrijf levert energievoorzieningen, meetdiensten en elektrische laadoplossingen aan zakelijke partners. Door de toenemende vraag heeft het bedrijf een speciaal team opgezet voor elektrisch laden. Veel van deze bedrijven en organisaties hebben hun energievoorziening al geregeld via Kenter.Opladen of snelladen heeft impact op deze energievoorziening. Biemans: “Steeds meer ondernemers kloppen bij ons aan met de vraag hoe ze de energievoorziening van hun bedrijfspand laten aansluiten op een vloot met steeds meer elektrische auto’s? Wij helpen ze aan een toekomstbestendige oplossing.”Nieuwe wetgevingDe nieuwe wetgeving, die Biemans liever een ‘stimulans tot nadenken’ noemt, moet ondernemers aanzetten om te investeren in de laadinfrastructuur van hun pand. Sinds maart 2020 zijn bedrijven bij nieuwbouw of renovatie van hun pand met meer dan 10 parkeerplekken verplicht om minimaal één laadpunt te realiseren. Daarnaast moet voor één op de vijf parkeerplekken een ‘loze leiding’ worden gelegd, zodat er in een later stadium eenvoudig een laadpaal op aangesloten kan worden. In de toekomst komt daar nog een nieuwe maatregel bij: vanaf 2025 moeten alle bestaande bedrijfsgebouwen per 20 parkeerplaatsen ook verplicht een laadpaal plaatsen. “Elektrische mobiliteit en de bijpassende infrastructuur is een ontwikkeling van lange adem. Je moet een goeie gesprekspartner hebben die je stapsgewijs helpt met het uitbouwen van laadoplossingen”, zegt Biemans.Lees ook: Overheid steekt 30 miljoen euro in laadpalen voor elektrische auto'sMeer laadpalen is niet beterHet is niet een kwestie van simpelweg meer laadpalen plaatsen. “Wij komen liever met een meerjarenplan. Daarbij houden we constant rekening met de verwachte groei van elektrische auto’s bij een bedrijf”, vertelt Biemans. “Het is immers ook zonde om ineens veel te veel laadpalen te installeren. Het is namelijk wel een flinke investering.”Om deze reden denkt Kenter in bouwblokken: hoe kunnen we een parkeerhaven zo inrichten dat laadpalen in de loop der jaren makkelijk op de aangelegde infrastructuur te ‘klikken’ zijn? Biemans: “Hier stuurt de wetgeving nu ook op aan door de aanleg van loze leidingen te verplichten. Dus als je gaat renoveren is het verstandig om de benodigde kabels alvast onder de stenen neer te leggen. Dan kun je eenvoudig meer laadpalen plaatsen als de elektrische vloot groeit.”Zonnepanelen en slim ladenBiemans ziet dat steeds meer bedrijven proactief gericht zijn op duurzaamheid. “Zij gebruiken de nieuwe wetgeving als stimulans om een bredere visie te realiseren.” Ook merkt hij dat een groeiend aantal ondernemers hun panden uitrust met zonnepanelen. Vervolgens vragen zij aan Kenter hoe deze zonnepanelen stroom kunnen leveren voor de laadpalen op hetzelfde terrein. Slim laden is hier een handige toepassing voor. “Zo kun je laden op momenten dat de stroom beschikbaar, duurzaam en het goedkoopst is. Dit is niet alleen financieel interessant. We merken dat ondernemers het vooral heel leuk vinden om op deze manier over hun gebouw na te denken.”Biemans verwacht dat slim laden uiteindelijk de norm gaat worden. “Overbelasting op het net is één van de grootste uitdagingen als je praat over opschaling van elektrisch vervoer. En het liefst wil je grote investeringen in het verzwaren van het elektriciteitsnet voorkomen. Vanuit de netbeheerder is het dan logisch om aan te sturen op laadfaciliteiten voorzien van slimme algoritmes, waarmee de capaciteit optimaal wordt benut.”Openbaar vervoer op stroomCapaciteitsbenutting wordt niet alleen belangrijk met het toenemend elektrisch particulier vervoer, Biemans ziet ook een interessante ontwikkeling bij mobiliteitsbedrijven, zoals taxi- en busmaatschappijen en de logistiek. “Deze partijen moeten echt gaan nadenken over hoe hun businessmodel verandert als ze overstappen op elektrisch. Gaan ze straks opportuun laden wanneer het nodig is, zoals er nu ook getankt wordt bij een tankstation? Of worden er depots gebouwd waarbij laden in de routeoptimalisatie verwerkt is? In dat geval moeten vervoerders nu al bedenken hoe ze hun energievoorziening gaan opzetten in de toekomst. Dat zijn interessante gesprekken.”Lees ook: Elektrische vrachtwagen gaat dieseltruck op korte termijn vervangenElektrisch wordt goedkoperVolgens Biemans leven we in een interessante tijd, waarin elektrisch vervoer elk jaar goedkoper wordt. “Voor het eerst benaderen we het punt waarop de totale kosten van een elektrische auto gelijk zijn aan die van een reguliere auto”, zegt Biemans. “De productiecapaciteit van elektrische autofabrikanten is gestegen, batterijen worden goedkoper en de opslag verbeterd. Door toenemende concurrentie en innovatie is een flinke prijsdaling ingezet.”Daarnaast zijn volgens Biemans de onderhoudskosten van een elektrische auto lager, omdat elektrische voertuigen minder bewegende delen bevatten dan reguliere auto’s. “En de kosten voor elektrisch laden worden steeds lager door de beschikbaarheid van zelfopgewekte stroom. Met je eigen zonnepanelen kun je straks voor een tientje je auto volladen.”Lees ook: De Zweedse autofilosofie: elektrisch, autonoom en klimaatneutraalLaadpalen wildgroeiBiemans denkt dat het een goede zet is van de overheid om de regelgeving voor laadpalen stapsgewijs op te bouwen. “Op deze manier houd je mensen erbij, terwijl je tegelijkertijd ambitie stimuleert.” Biemans hoopt echter wel dat de overheid waakt voor landschapsvervuiling als gevolg van een wildgroei aan laadpalen. “We moeten ons afvragen hoe we willen dat ons landschap er over 20 jaar uitziet. Willen we voor elk huis een paal voor de deur? Hebben parkeerplaatsen straks allemaal verschillende laadpalen? Of kunnen we ontwerpen verzinnen waarbij laadpalen geïntegreerd zijn in het gebouw of de grond? In het geval van windmolens en zonneparken heeft bijna iedereen wel een mening over de esthetica. Ik zou het niet gek vinden ook op deze manier over onze laadinfrastructuur te gaan nadenken én het zo gezamenlijk te realiseren.”Beeld: Adobe Stock, Kenter