Sebastian Maks
17 januari 2025, 12:07

Opmerkelijk: deze waterrobot eet microplastics op

Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoog schiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. Deze week: een waterrobot die microplastics uit het water filtert.

Getty Images 2190826061 Experimenten hebben laten zien dat de robots erin slagen ruim 80 procent van het aanwezige microplastic uit water te filteren. | Credits: Getty Images

Iedereen kent de beelden van de ‘plastic soep’; bergen plastic die in rivieren en zeeën drijven waarin onderwaterleven verstrengeld raakt. Minder zichtbaar zijn de deeltjes microplastic die er ook ronddrijven. Deze microscopische deeltjes komen via verschillende wegen in ons drinkwater en dat van dieren terecht, met gezondheidsrisico’s tot gevolg. Door hun formaat – enkele honderdsten van een millimeter – zijn ze lastig uit water te filteren.

Koreaanse wetenschappers hebben een robot ontwikkeld die dat filterproces wel aan zou moeten kunnen. Het is een apparaat dat lijkt op een miniatuur-hovercraft en op het wateroppervlak van zeeën en rivieren drijft. Daar kan het deeltjes uit het water halen met een formaat van tot wel 1 micrometer klein; een duizendste van een millimeter.

Hydrofiele tanden

De wetenschappers, verbonden aan de Korea Institute of Science and Technology, maken voor hun robot gebruik van hydrofiele tanden, vergelijkbaar met die aan de tandwielen van een fiets. Dat ze hydrofiel zijn, wil zeggen dat ze van materiaal gemaakt zijn dat water aantrekt. Zo ontstaat er een ‘brug’ van water tussen twee tanden. Door de oppervlaktespanning van dat water worden de microplastics als het ware gevangen en kunnen ze worden afgevoerd.

Meerdere materialen

Experimenten hebben laten zien dat de robots erin slagen ruim 80 procent van het aanwezige microplastic uit water te filteren. Daarbij gaat het om verschillende materialen, waaronder polystyreenschuim, polypropyleen (veel gebruikt voor industriële toepassingen) en polyethyleen (het gangbare materiaal waarmee verpakkingen worden gemaakt). Over de kosten van de unit is niks bekend gemaakt. Ook is niet duidelijk in hoeverre de robots dier- en onderwaterlevenvriendelijk zijn.

“Deze technologie kan worden toegepast op drijvende robots, maar ook op stationaire systemen zoals waterzuiveringsfilters,” zegt
Myoung-Woon Moon, een van de onderzoekers. “Het kan ook worden uitgebreid tot een apparaat voor thuis dat individuen in hun dagelijks leven kunnen gebruiken.”

Lees ook:

Hoe verduurzaamt L’Oréal zijn 37 beautymerken? ‘Zijn goed bezig, maar het moet sneller’

Het Franse L’Oréal is het grootste cosmeticabedrijf ter wereld. Ook op duurzaamheidsvlak wil het merk een voorloper zijn, zegt directeur duurzaamheid Erik Troost. “We nemen het onderwerp heel serieus en hebben een wetenschappelijk onderbouwd programma gelinkt aan de Science Based Targets Initiative. Het duurzaamheidsprogramma geldt voor alle merken van L’Oréal.” Van sinaasappels naar granen Zo neemt het cosmeticabedrijf de formules van zijn producten onder de loep. In de toekomst wil het alleen nog overvloedige grondstoffen gebruiken afkomstig van natuurlijke bronnen. Een voorbeeld is vitamine C. “Dat is een veelgebruikt ingrediënt in skincare producten. Je kan het uit sinaasappels halen, maar ook uit graan. Nu is de klimaatimpact van graan vele malen kleiner dan van sinaasappels. Dat maakt dat we een ingrediënt zoals vitamine C vaker gaan sourcen uit graan in plaats van sinaasappels. Dat verkleint de impact op het landgebruik. We hebben een interne tool waarmee we onze producten en ingrediënten evalueren en kijken hoe het duurzamer kan.” Het aanpassen van een productformule gaat overigens niet op de een of andere dag, benadrukt hij. “Een nieuw ingrediënt wordt uitgebreid getest op verschillende condities, denk aan warmte en vochtigheid. Hoe gedraagt zo’n bestanddeel zich in de formule, wat doet het voor de textuur? Maar ook: hoe reageert het op het verpakkingsmateriaal? Wanneer dat allemaal gevalideerd is, kunnen we gebruikmaken van een specifiek ingrediënt. De kwaliteit en de veiligheid staan altijd voorop.” Gerecycled materiaal Daarnaast gebruikt het beautymerk steeds meer gerecycled materiaal. Troost: “Dat werkt twee kanten op. Enerzijds zorgen we ervoor dat we steeds meer recyclebaar materiaal gebruiken in onze producten. Op die manier voeden we de recyclingindustrie, zodat wij ook weer gerecyclede grondstoffen kunnen afnemen. De flacons van onze Garnier-shampoos zijn bijvoorbeeld gemaakt van 100 procent PCR. Dat is een afkorting voor post-consumer recycled en een gerecycled materiaal. Het is niet zo dat van onze oude flessen weer nieuwe worden gemaakt, maar we zorgen er wel voor dat de grondstoffen opnieuw gebruikt worden. We vergroten de recyclingindustrie in plaats van dat we nieuwe materialen gebruiken waar we eigenlijk vanaf moeten.” Bijvullen en besparen Uiteindelijk geldt: hoe minder grondstoffen er worden gebruikt, hoe minder er gerecycled hoeft te worden. Besparing vormt dan ook een belangrijk onderdeel van de strategie van L’Oréal. “Dat doen we door onze verpakkingen opnieuw te ontwerpen. Met aanpassingen in onze flessen en doppen, je kan bijvoorbeeld de vorm van de dop veranderen en de fles op specifieke onderdelen dunner maken, besparen we 20 procent kunststof.” Ook komen er steeds meer refills op de markt voor haarverzorging, huidverzorging en parfum. “Glazen flacons voor eau de toilette hoeven niet te worden weggegooid, maar kunnen eenvoudig worden bijgevuld. Dat zorgt voor een hoop besparing als het gaat om metalen, karton en glas.” Het op de markt brengen is één ding, maar de navulbare verpakkingen moeten natuurlijk ook worden verkocht. “Het is belangrijk dat retailers onze refills opnemen in het assortiment en dat consumenten het vervolgens kopen. Het gaat niet alleen over wat wij als bedrijf doen, maar om de hele dynamiek. Het bedrijfsleven heeft een rol te spelen, net als de politiek als het gaat om wet- en regelgeving. Uiteindelijk moet de consument die duurzame keuze maken. De juiste informatie kan daarbij helpen. Online en bij verkooppunten leggen we uit wat we doen en waarom. We komen met campagnes en promoties om duurzamere beautyproducten te promoten.” Scope 3 Die aanpak is belangrijk, want zoals bij veel bedrijven zit veruit de meeste uitstoot van L’Oréal in scope 3. “Die hele waardeketen zit complex in elkaar. Het gaat om alle emissies voorafgaand én na de productie. Daar vallen ingrediënten onder, transport, maar ook het waterverbruik bij de eindgebruiker”, aldus Troost. Dat waterverbruik bestaat veelal uit warm water. Daar komt ook CO2-uitstoot bij kijken. “Om warm water te besparen, herformuleren we onze producten zodat ze makkelijker uitspoelbaar zijn. We introduceren ook leave-in producten, zoals conditioners. Die hoeven helemaal niet uitgespoeld te worden, wat maakt dat de eindgebruiker minder lang onder de douche hoeft te staan. Met L’Oréal bedienen we ook het professionele segment: we leveren diverse producten aan haarsalons. In dat kader werken we samen met een start-up die douchekoppen voor kappers produceert. Die douchekoppen besparen dankzij microverneveling 70 procent warm water. Wij verkopen ze aan onze aangesloten kappers.” Meetbaar In hoeverre zijn zulke besparingen in scope 3 te meten? Dat is lastig, geeft hij toe. “Maar het moet: we hebben die data straks ook nodig voor de CSRD. Het effect van het ene product is beter meetbaar dan het andere product. Van de douchekoppen die we aan kappers verkopen, hebben we de CO2- en waterbesparing goed in beeld. Bij eindgebruikers thuis is dat lastiger, al zijn er wel methodes voor. Ik heb zelf een wetenschappelijke achtergrond en beredeneer niet vanuit een onderbuikgevoel, maar vanuit cijfermatige onderbouwingen. Bij L’Oréal hebben we duidelijke doelen en tijdlijnen gedefinieerd. Zo houden we koers. We zijn er namelijk nog niet. We zijn goed bezig, maar het moet sneller.” Versnellen Wetgeving helpt om de duurzame transitie te versnellen, denkt hij. “De CSRD gaat duidelijkheid en transparantie geven. Nu kunnen bedrijven beweren dat ze goed bezig zijn. Straks gaan we die voortgang meetbaar zien. Ik hoop niet dat bedrijven worden afgestraft als iets nog niet op orde is, maar dat de CSRD vooral motiveert om het beter te doen.” Zwart-wit Volgens hem is negativiteit niet bevorderlijk. Beter is het om de positieve ontwikkelingen te stimuleren. “Wat ik merk, is dat we zaken graag zwart-wit willen maken. Iets is wel óf niet duurzaam. Maar zo simpel is het vaak niet. Ik denk dat veel mensen in het bedrijfsleven oprecht willen dat het beter wordt en daar hard voor werken. Dat zie ik in ieder geval bij L’Oréal: het duurzame aspect is een onderdeel van iedere rol. Vooral jongere medewerkers zijn daar erg bevlogen in. Die willen simpelweg niet voor een bedrijf werken dat zijn verantwoordelijkheid niet neemt.” Bijschaven Als grote naam kan L’Oréal een verschil maken, zegt Troost: “We hebben de financiële middelen om onderzoek te doen en te innoveren. Dat moeten we vooral blijven doen. Soms komt inzicht met de tijd, dankzij voortschrijdende kennis uit de wetenschap. Misschien zijn we nu gefixeerd op een bepaalde oplossing, maar blijkt dat later toch niet de meest duurzame keuze. Dat kan. Verduurzamen is continu bijschaven en de vraag stellen: is dit het beste?” Lees ook: Verzorgingsproducten zonder microplastics: zo doen Smyle en Naïf het Hoe gaat beautygigant Beiersdorf zijn klimaatdoelen halen?Changemaker Kiki Hagen (Collectief Circulair Textiel): ‘Er is nu al genoeg kleding voor de komende zes generaties’Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner L’Oréal. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.